CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

250127 Aanvullende documenten dhr. Stoevenbeld - Zienswijzenota notitie Reikwijdte en detailniveau Plassengebied 1

Politieke commissie 23 januari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Inspraakmoment Hanneke Wiegman (19) - Han van Vliet en Maurice Stoevenbeld (138c) - Bob en Nick Maas (127) - Q. Gijsbers namens dhr. Siemer (44) - Syto Goslinga (25)9.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente

De Ronde Venen

ZIENSWIJZENOTA

Notitie Reikwijdte en detailniveau Plassengebied =

pb %

— rie

i ] ae

_————— t= Faelst aeee hen ei.

4

S| Ae

Ht

|

VITAL te aT

"i AY

r J

a" SS te

TLL

t

———— ee — 5

i

POSTADRES BEZOEKADRES

Postbus 250

0297 29 16 16

3640 AG Mijdrecht

0297 28 42 81

Croonstadtlaan 111

gemeente@derondevenen.nl

3641 AL Mijdrecht

www.derondevenen.nl

AUTEUR(S) DATUM

29 juni 2016

STATUS

Eerste concept

Zienswijzenota Notitie Reikwijdte en Detailniveau (R&D) Plassengebied

Gemeente

De Ronde Venen

Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................4 1 - Zienswijzen deelgebied C .................................................................................................................5 2 - Zienswijze gebied De Eendenkooi ...................................................................................................8 3 - Zienswijzen arken en woning nabij De Plashoeve.......................................................................10 4 - Zienswijzen indeling Kleine Plas ...................................................................................................11 5 - Zienswijze permanente bewoning .................................................................................................12 6 - Zienswijze toevoegen recreatiewoning.........................................................................................13 7 - Zienswijze Belangenvereniging Vinkeveense Legakkers (BVVL) ..............................................14 8 - Zienswijze (verschillende vragen) .................................................................................................16 9 - Zienswijze stichting De Kleine Natuur ..........................................................................................18 10 - Zienswijze Ondernemersvereniging

Vinkeveen .........................................................................21 11 - Zienswijze ......................................................................................................................................23 12 - Zienswijze De Groene Venen .......................................................................................................24 13 - Zienswijze omwonende ................................................................................................................27 14 - Zienswijzen overheden en andere partners ...............................................................................28

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 3 van 29

Inleiding Van 13 mei tot en met 23 juni 2016 heeft de notitie R&D voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) in het kader van het bestemmingsplan Plassengebied ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn 40 zienswijzen ingekomen. Aangezien een aantal zienswijzen over dezelfde onderwerpen ging, is de beantwoording geclusterd. Eerst komen de thema’s voorbij die meerdere keren in de zienswijzen terugkomen. Daarna volgt nog een aantal afzonderlijke zienswijzen.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 4 van 29

1 - Zienswijzen deelgebied C Respondenten: 4, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 (Coöperatieve jacht- en visserijvereniging De Goede Vangst, namens de eigenaren in de C-gebieden), 15, 17, 18 (Jachthaven Bon), 21, 23, 27. 1.1

Respondenten hebben eigendom in deelgebied C en willen hier ook graag ontwikkelmogelijkheden onderzocht zien of ingedeeld worden bij deelgebied B. Deels gaat het om mensen die hun eiland zelf gebruiken, deels om eigenaren die eilandjes verhuren.

1.2

Eigenaren voelen zich in hun mogelijkheden om eilanden te onderhouden en op te knappen belemmerd, doordat geen maximumvariant voor deelgebied C wordt onderzocht. Interesse in het plegen van onderhoud zal afnemen als hier niets mag en de waarde van de eilanden zal dalen; dit maakt het onvoordeliger om er in te investeren.

1.3

Voor het behoud van de legakkers in dit gebied is het essentieel dat deze goed worden beschoeid. Gevreesd wordt dat wanneer er geen blokhutten en dergelijke op deze eilanden worden toegelaten, dat de waarde van de eilanden zal dalen, dat de bij exploitatie inkomstenverlies zal optreden en dat het (opnieuw) beschoeien van eilanden zal uitblijven. Eilanden van het schap die op de nominatie staan om te worden verkocht zullen hierdoor onverkoopbaar worden en onvermijdelijk verdwijnen. Deze eilanden moeten behouden blijven! Er is de afgelopen jaren al genoeg weggespoeld door stormen en boten. De gemeente wil de plassen en de eilanden beschermen. Door geen gebruiks- en bouwmogelijkheden op te nemen in deelgebied C wordt juist het tegendeel bereikt. Dit is op zijn minst het onderzoeken waard.

1.4

Voor goed onderhoud van een eiland moet je er op zijn minst het materieel dat daar voor nodig is, veilig kunnen opbergen.

1.5

In een deel van de gevallen staat er al een nette blokhut op de eilanden, die moet kunnen worden vervangen.

1.6

Er is geen reden waarom hier geen blokhutten zouden mogen staan en in andere gebieden wel. Het verbod op bebouwing in het gebied bij de Botshol suggereert dat deze bebouwing slecht zou zijn voor de natuur. Dit is niet aangetoond. Een blokhut is niet slechter of vervuilender dan een (grote) boot.

1.7

Dat er uiteindelijk gehandhaafd moet worden en dat er vergunningen moeten worden aangevraagd is geen probleem. Maar dan moeten de mogelijkheden wel eerlijk verdeeld zijn tussen de verschillende gebieden. De mogelijkheden zijn nu zo verschillend dat sprake is van rechtsongelijkheid.

1.8

Deelgebied C nabij de Botshol is van zichzelf rustiger en minder druk. Dit is op natuurlijke wijze zo ontstaan en hoeft niet te worden vastgelegd. De natuur wordt hier dus niet verstoord. De grens van het natuurgebied door middel van het wandelpad langs de Botshol is prima zo. Deze grens moet niet de plas op verschuiven. Als Botshol groter moet, dan kan dat naar het noorden.

1.9

De waterkwaliteit is goed en nooit zo goed geweest. Dan moet je wel concluderen dat de aanwezigheid van blokhutten en het bijbehorende gebruik niet slecht zijn voor de waterkwaliteit.

1.10 Het niet onderzoeken van ontwikkelingsmogelijkheden voor deelgebied C is in strijd met de Toekomstvisie legakkers 2012 die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Hierin staat dat het

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 5 van 29

recreatieschap niet meer in staat is legakkers te onderhouden en dat dit effectiever is wanneer het eigendom bij particulieren is neergelegd. Het niet onderzoeken van ontwikkelingsmogelijkheden in deelgebied C is ook in strijd met de Visie recreatie en toerisme De Ronde Venen 2030, waarin is opgenomen dat de gemeente recreatieve mogelijkneden op de legakkers faciliteert. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening

is het hele plangebied aangegeven als Bovenlokaal recreatieterrein, waarin is geregeld dat aan recreatief gebruik gerelateerde voorzieningen kunnen worden ontwikkeld en bestaande recreatieve poorten kunnen worden uitgebreid, met als voorwaarde dat de recreatieve gebruikswaarde van het gebied versterkt wordt. In het MER-advies van Arcadis (bijlage kadernota) wordt ook geconcludeerd dat er geen

sprake is van significante schadelijke gevolgen. Meer kunnen recreéren op de plas zorgt voor levendigheid, omzet voor ondernemers en extra leefgenot.

De kadernota is in overleg met diverse belanghebbenden opgesteld. Ondanks deze adviezen heeft de raad besloten geen maximale variant voor deelgebied C te onderzoeken. Dit raadsbesluit is dus niet de wens van vele gebruikers en belanghebbenden. Zonder onderzoek wordt er een keus gemaakt. Geadviseerd wordt dus ook voor deelgebied C een maximale

variant te laten onderzoeken, zodat de raad een onderbouwde keus kan maken. Overwegingen gemeente Wij onderkennen dat een goede beschoeiing essentieel is voor het behoud van eilanden en wij

zien ook dat juist het verdwijnen van eilanden de wind en golfslag meer vrij spel geeft, waardoor de bedreiging van nieuwe afslag groter wordt (1.3). Wij begrijoen ook dat het goed

beschoeien van een eiland om flinke investeringen van de eigenaar vraagt en dat zijn bereidheid om dit te doen samenhangt met de mogelijkheden van het eiland (1.2). De intentie van de oorspronkelijke kadernota was om te onderzoeken welke keus uiteindelijk de meest gewenste effecten heeft voor deelgebied C. Juist op de langere termijn is het de

vraag waar de instandhouding van legakkers en dit landschap beter bij gebaat zijn: (bescheiden) uitbreiding van gebruiksmogelijkheden of bevriezing van de huidige

mogelijkneden. De meningen hierover lopen uiteen. Wij denken dat het MER een meer onderbouwd antwoord op deze vraag kan geven en willen de gemeenteraad dan ook

voorstellen het amendement hierover te heroverwegen. Dit lijkt ons ook beter in overeenstemming met de in eerdere beleidsstukken uitgezette lijn (1.1, 1.10, 1.11). Het onderzoek omvat een breed scala aan effecten. Ook de recreatieve gebruikswaarde van de

plassen is hier onderdeel van (1.13). Het doen van onderzoek naar de effecten van extra ontwikkelmogelijkheden betekent niet per definitie dat deze er ook komen. De uitkomst van het onderzoek kan ook zijn dat geen of slechts beperkte mogelijkheden op de lange duur beter zijn voor dit gebied. We kunnen dan ook nog niet toezeggen dat blokhutten kunnen worden vervangen of andere bebouwing kan worden geplaatst. De aangevoerde argumenten worden uiteraard wel meegenomen (1.4, 1.5).

Wij delen de mening niet dat er sprake is van willekeur of rechtsongelijkheid door het aanbrengen van onderscheid in deelgebieden. Zoals in een aantal zienswijzen al wordt aangegeven, is deelgebied C tegen de Botshol aan van nature rustiger dan andere gebieden.

Het zou dan ook vreemd zijn als ze in het onderzoek als vergelijkbaar beschouwd zouden

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 6 van 29

worden. Uit het onderzoek moet blijken of de verschillen in de aard van het gebied ook leiden tot verschillen in wat er mogelijk is. Als dit het geval is, dan wordt dit met het onderzoek ook zorgvuldig onderbouwd. Door deelgebied C als rustiger en dichter bij kwetsbaar gebied te bestempelen, worden de grenzen van de bestaande natuurgebieden niet opgeschoven. We zeggen daarmee alleen dat de nabijheid van deze natuurgebieden voor het onderzoek van betekenis is (1.6, 1.8). •

De conclusie dat het plaatsen van blokhutten niet nadelig (of zelfs voordelig) is voor de waterkwaliteit, kunnen we niet delen. Het MER moet hier een uitspraak over doen (1.9).

•

In het MER-advies van Arcadis, een bijlage bij de kadernota, is onderzocht in hoeverre op basis van de wet een MER verplicht is. Een van de conclusies is dat geen sprake was van een significante aantasting van de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Dat volgens de MER wetgeving geen MER verplicht is, betekent niet dat een ingreep geen effecten kan hebben die moeten worden afgewogen. Vandaar dat ook in de kadernota gekozen is voor een aanpak om alle effecten in beeld te brengen en op basis daarvan een goed onderbouwde keus te maken (1.12). De gemeenteraad heeft in februari besloten om op vrijwillige basis toch een m.e.r. uit te voeren.

•

Wij zijn heel blij met de wijze waarop de kadernota tot stand is gekomen en willen deze werkwijze voortzetten bij de afwegingen rond de uitkomsten van de m.e.r.. Uiteindelijk maakt de gemeenteraad echter de keuzes die voor ons liggen. Het is de uitdaging om met de samenwerkende partijen in dit proces (inclusief gemeente, provincie en waterschap) te komen tot een breed gedragen oplossing. Wij hebben daar vertrouwen in (1.14).

Voor het vervolg •

De gemeenteraad wordt voorgesteld om ook voor deelgebied C een maximale variant te onderzoeken en de uitkomst hiervan af te wachten, voordat over ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied wordt besloten.

•

Het MER moet een uitspraak doen over de impact van bouw- en gebruiksmogelijkheden op natuur, landschap en waterkwaliteit. De aangevoerde argumenten worden hierbij betrokken.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 7 van 29

2 - Zienswijze gebied De Eendenkooi Respondenten: 1, 20, 22, 24, 30, 32, 33, 35, 36, 37, 38 (Vereniging van Eigenaren) 2.1

Het is niet duidelijk waarom De Eendenkooi de kwalificatie ‘deelgebied C’ heeft gekregen. In de stukken is dit nergens onderbouwd.

2.2

De Eendenkooi ligt niet in de nabijheid van Botshol en een ander natuurgebied is hier niet in de buurt; sterker nog, het ligt naast de Rijksweg A2 (onlangs verbreed en 130 km/u). Ergens staat vermeld dat het een waardevol vogelbroedgebied zou zijn, maar het is geen via wettelijke regels beschermd gebied. Als hier al een vogelbroedgebied tot stand gekomen is (ondanks de nabijheid van de A2), maken een paar blokhutten ook niet uit.

2.3

Als hier sprake zou zijn van een kwetsbaar natuurgebied, waarom is de bebouwing langs de Vinkenkade dan geen probleem, maar moet voor de legakkers een minimumvariant gelden waar geen bebouwing is toegestaan?

2.4

Ook het feit dat De Plashoeve buiten elke zonering blijft, maakt duidelijk dat het om een willekeurige indeling gaat. Dit ligt dan toch ook dicht bij een kwetsbaar natuurgebied? Op de luchtfoto is goed te zien waarom het willekeurig is wanneer enkele minder intensief bebouwde legakkers aan de westkant van het gebied volledig beknot zouden moeten worden in hun mogelijkheden, terwijl aan de zuidkant een jachthaven en arkenpark geen enkel bezwaar is. Het is ook niet in te zien waardoor De Eendenkooi dusdanig in de buurt van een natuurgebied ligt dat er niets mogelijk zou moeten zijn, terwijl het gebied van jachthavens net ten noorden hiervan een zo flexibel mogelijke jachthavenbestemming zou kunnen krijgen.

2.5

Het gebied De Eendenkooi is al sinds 1942 intact gebleven en voldoet nu al aan kwaliteitseisen voor flora en fauna. Eigenaren dragen daar aan bij.

2.6

De eilanden bij De Eendenkooi worden al jaren door dezelfde families gebruikt die dit met elkaar verzorgen, elkaar kennen en steeds weer terug komen.

2.7

Mocht het in privaat eigendom zijnde stukje natuur (Vinkerust) als kwetsbaar natuurgebied aangemerkt worden, dan kan dit niet door het publieke domein beschermd worden. Overigens blijkt dit niet uit de stukken. Mocht het hier toch om gaan, benoem dan alleen dit gebied als deelgebied C.

2.8

Onderhoud en beheer wordt gedaan vanuit de exploitatie van recreatie (recreatiewoningen op de legakkers). Door opname in deelgebied C wordt toekomstige (door)ontwikkeling hiervan onmogelijk gemaakt. Terwijl de akkers hier door ligging en ontsluiting juist goed voor geschikt zijn. Zowel de gemeentelijke Structuurvisie als de Provinciale Ruimtelijke Verordening laten juist ruimte voor deze ontwikkeling. De prikkel om de legakkers te behouden komt voort uit het economisch rendement van de legakkers. Een voorbeeld hiervan zijn ook de kampeereilanden in deelgebied C.

2.9

De door de gemeente zo gewenste combinatie van recreatie en natuurbehoud is bij ons bewezen in goede handen. Vrees dat particulier beheer afbreuk zou doen aan het karakter van dit gebied is ongegrond en zelf ongepast, gelet op de wijze waarop dit tot stand gekomen is.

2.10 Er is ook geen sprake van strijd met de mogelijkheden die er zijn binnen de EHS. Dit geldt bovendien voor de hele plassen. 2.11 De kwalificatie deelgebied C lijkt dan ook arbitrair en willekeurig. Het (eveneens

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 8 van 29

ongemotiveerde) amendement van februari is voor de legakkers in De Eendenkooi onevenredig benadelend.

2.12 Concluderend is het verzoek voor dit gebied de status te wijzigen van deelgebied C in deelgebied B. Enkele respondenten geven aan dat als het toch deelgebied C wordt, dat dan

ook hier de maximale variant moet worden onderzocht. Overwegingen gemeente

De indeling in deelgebieden ten behoeve van het MER is tot stand gekomen in overleg met onze overheidspartners en een werkgroep van stakeholders. Daarbij is gekeken naar de

bestaande kwaliteit van de verschillende gebieden én de nabijheid van kwetsbare natuur. In het geval van De Eendenkooi en omstreken is het met name de bestaande kwaliteit geweest die heeft geleid tot een kwalificatie deelgebied C. De landschapsstructuur is in dit gebied nog vrijwel onaangetast (2.1, 2.11). Wij onderschrijven dat de kwaliteit van dit gebied mede te danken is aan de huidige eigenaren

en gebruikers. Wij onderkennen ook het recreatieve belang van De Eendenkooi en dat hier een goed voorbeeld wordt gegeven van het samengaan van natuur en recreatie (2.5, 2.6). De intentie van de kadernota was om te onderzoeken welke keus uiteindelijk de meest gewenste effecten heeft voor deelgebied C. Juist op de langere termijn is het de vraag waar de instandhouding van legakkers en dit landschap beter bij gebaat zijn: (bescheiden) uitbreiding van gebruiksmogelijkheden of bevriezing van de huidige mogelijkneden. De meningen hierover

lopen uiteen. Wij denken dat het MER een meer onderbouwd antwoord op deze vraag kan geven en willen de gemeenteraad dan ook voorstellen het amendement hierover te heroverwegen. Dit lijkt ons ook beter in overeenstemming met de in eerdere beleidsstukken uitgezette lijn (2.8, 2.9, 2.10, 2.12). De omliggende functies van dit gebied (A2, Plashoeve, Jachthavens, Vinkenkade) moeten in het onderzoek een plek krijgen. De effecten van uitbreiding van bouw- en gebruiksmogelijkheden worden gerelateerd aan de verstoring vanuit de omgeving die sowieso

al aanwezig is. In verband hiermee kan dit gebied niet zonder meer over én kam worden geschoren met de andere deelgebieden C (2.2, 2.3, 2.4). Wij zien ook in dat er binnen dit stukje deelgebied C onderscheid te maken is tussen de eilanden die recreatief in gebruik zijn en het deel dat een natuurfunctie heeft. Ook al is dit privaatrechtelijk eigendom, we willen hier wel een toekomstige bestemming opnemen die past

bij deze functie (2.7, 2.12). Voor het vervolg De gemeenteraad wordt voorgesteld om ook voor deelgebied C een maximale variant te

onderzoeken en de uitkomst hiervan af te wachten, voordat over ontwikkelingsmogelijkneden in dit gebied wordt besloten. Het MER moet een uitspraak doen over de impact van bouw- en gebruiksmogelijkheden op natuur, landschap en waterkwaliteit. De aangevoerde argumenten worden hierbij betrokken. De recreatie-eilanden worden onderdeel van deelgebied B, gelet op huidig gebruik en functie en ligging in de nabijheid van het bebouwingsilint.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 9 van 29

3 - Zienswijzen arken en woning nabij De Plashoeve Respondenten: 14, 25, 26 3.1

Respondenten vragen om de percelen Vinkeveen A 5406 (deels), A5186 en A 4179 buiten het bestemmingsplan Plassengebied te laten en op te nemen in het bestemmingsplan Lintbebouwing Vinkeveen.

3.2

De drie aanwezige arken en de woning zijn geheel voorzien van nutsvoorzieningen en vanaf de weg te bereiken. Deze voorzieningen zijn gelijk met de voorzieningen voor De Plashoeve gerealiseerd.

3.3

Er is hier geen sprake van hoogwaardige natuur, zoals voor de rest van deelgebied C geldt. De arken en de woning liggen verder van de eventueel te beschermen natuurlijke legakkers dan bijvoorbeeld De Plashoeve en enkele percelen langs de Vinkenkade.

3.4

De doelstelling om deze eilanden door de indeling in deelgebied C te beschermen, kan ook worden opgelost door regelgeving en welstandseisen in plaats van door het beperken van de gebruiksmogelijkheden. Ook activiteiten alleen toestaan buiten het broedseizoen zou een oplossing kunnen bieden. Het verbieden van bouwactiviteiten leidt juist tot verpaupering van wat er nu is.

3.5

Op basis van de huidige stukken zou hier helemaal niets meer mogen. Zelfs het beschoeien van het gebied is dan niet meer mogelijk. Dat geldt ook voor de dichtbijgelegen legakkers en het broedeiland in dit gebied. Als deze niet beschoeid kunnen worden, zinken ze af in de plassen.

Overwegingen gemeente •

Alle bestaande legale functies (waaronder de drie arken en de recreatiewoning in dit gebied) krijgen in het nieuwe bestemmingsplan een passende bestemming. Het MER-onderzoek heeft geen invloed op deze bestaande functies. De recreatiewoning is in het bestemmingsplan Buitengebied De Ronde Venen positief bestemd. De arken per abuis niet. Wel hebben we de oorspronkelijk door het recreatieschap verleende vergunning in ons dossier. Deze bestaande rechten worden in het nieuwe plan gerespecteerd (3.2 – 3.5).

•

In aanloop naar het nieuwe bestemmingsplan wordt nog een afweging gemaakt of deze functies beter in het bestemmingsplan Lintbebouwing of in het bestemmingsplan Plassengebied kunnen worden meegenomen (3.1).

Voor het vervolg •

Passende bestemming waarborgen in bestemmingsplan Plassengebied of in bestemmingsplan Lintbebouwing Vinkeveen.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 10 van 29

4 - Zienswijzen indeling Kleine Plas Respondenten: 2 (Vinkeveen Haven), 5 4.1.

Vinkeveen Haven ligt ten onrechte in deelgebied C. Hier is een recreatiebedrijf gevestigd.

4.2

Ook aan de Herenweg 54 is een recreatiebedrijf gevestigd. Hier wordt gewerkt aan een

doorstart die door de huidige indeling in deelgebied C wordt beperkt, terwijl de voorzieningen (parkeren, kantine, wateraansluitingen) allemaal nog aanwezig zijn. 4.3

De indeling lijkt niet te kloppen, omdat juist het gebiedje met de aanduiding B in de kleine plas een natuurlijke functie heeft en eigendom is van het recreatieschap.

4.4

In 2012 heeft het voorste deel van dit perceel van het recreatieschap de bestemming

Verblijfsrecreatie gekregen. Overwegingen gemeente

°

Nadere bestudering van de huidige functies in dit gebied ondersteunt het punt van deze

respondenten. Dit is onder meer zichtbaar op de zoneringskaart van het bestemmingsplan Buitengebied De Ronde Venen waar juist het onderste perceel een natuurfunctie heeft en het overige gebied een dagrecreatieve en zelfs deels verblijfsrecreatieve functie heeft

(4.1, 4.2, 4.3). °

Het dijksterrein aan de zijde van de Herenweg is sinds 2012 onderdeel van

het bestemmingsplan Kom Vinkeveen en wordt niet opnieuw in dit plan meegenomen (4.4). Voor het vervolg De deelgebieden voor het onderzoek worden gecorrigeerd, zodat de natuurlijke legakker onderdeel wordt van deelgebied C en de recreatiebedrijven aan de Herenweg onderdeel worden van deelgebied B.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 11 van 29

5 - Zienswijze permanente bewoning Respondent: 6 5.1 Permanente bewoning van de recreatiewoningen in deelgebied A zou mogelijk moeten zijn. 5.2 De woningen hier zijn net als alle woningen in Nederland van alle voorzieningen voorzien. Kinderen gaan hier naar school, er wordt belasting betaald, er wordt deelgenomen aan het sociale leven en aan alle woningen is een huisnummer toegekend. Respondent woont hier al twintig jaar. Het is zonde van de tijd en het geld dat de bewoning van de recreatiewoningen niet gewoon geregeld wordt. 5.3 Eigenaren zijn trots op hun woning en de omgeving en onderhouden de legakkers. Ook wordt rommel opgeruimd en is er sprake van sociale controle. Bewoners zijn economisch en sociaal gebonden aan de gemeente, maar krijgen niet die status. 5.4 Het is niet meer van deze tijd om onderscheid te maken gelet op de woningnood. Nergens in Europa wordt zo’n onderscheid gemaakt. Met het afgeven van gedoogbeschikkingen wordt het probleem niet opgelost, omdat huizen onverkoopbaar zijn als recreatiewoning. Dan wordt het dus gewoon weer permanent verhuurd. In Plaswijk kan het wel, maar hier niet; meten met twee maten? 5.5 Meer vrijheid voor de eigenaren om te kiezen of ze willen wonen of recreëren. Anders wordt het maar eenheidsworst. Overwegingen gemeente •

In het coalitieakkoord van CDA, RVB en VVD is opnieuw opgenomen dat het college streeft naar het mogelijk maken van vormen van legalisatie van permanente bewoning. De argumenten die in de zienswijze worden benoemd spelen daarbij zeker een rol. Tot op heden staat er echter nog regelgeving van met name de provincie Utrecht in de weg om tot duurzame en structurele oplossingen te komen (5.1, 5.2, 5.3, 5.5).

•

In verband met deze provinciale regelgeving kan in dit bestemmingsplan de bewoning van recreatiewoningen naar verwachting nog niet geregeld worden. De provincie is wel bereid om met de gemeente verder te werken aan een oplossing die zich mogelijk in een later stadium in een bestemmingsplan laat vertalen. Hoe dit er uit gaat zien en wanneer een uitkomst te verwachten is, is op dit moment nog onbekend.

•

In Plaswijk was sprake van een bijzondere situatie. Doordat hier tot 2004 een zeer oud bestemmingsplan gold met gebrekkige regels, was bewoning van recreatiewoningen hier niet uit te sluiten. Uiteindelijk heeft de Raad van State hier een uitspraak over gedaan en is in nauw overleg met de provincie een bijzondere regeling gemaakt. Deze situatie geldt niet in andere gebieden in de gemeente (5.4).

Voor het vervolg Bewoning van recreatiewoningen is (naar verwachting) niet te regelen in dit bestemmingsplan, omdat de uitwerking van een oplossing voor deze problematiek in samenwerking met de provincie meer tijd zal vergen.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 12 van 29

6 - Zienswijze toevoegen recreatiewoning Respondent: 16 6.1

Respondent bezit een eiland in het gebied met gerioleerde recreatiewoningen. En vraagt of hier een recreatiewoning kan worden toegevoegd.

Overwegingen gemeente •

De notitie NRD bepaalt de reikwijdte van het MER-onderzoek. In deze fase gaat het nog niet over het bepalen van nieuwe bestemmingen. Dit gebeurt na het onderzoek en na het vaststellen van de kaders van het bestemmingsplan. Dan kan pas worden bepaald of een nieuwe bestemming in het kader van het bestemmingsplan past. Het MER geeft wel een beeld van de effecten van eventuele ontwikkelingen op dit eiland. Omdat het onderdeel is van deelgebied B, wordt in ieder geval onderzocht wat de impact is van het toevoegen van bijvoorbeeld een blokhut (6.1).

Voor het vervolg In het MER wordt niet tot op perceelsniveau onderzoek gedaan. In het (voor)ontwerp bestemmingsplan kan hierover een verdere afweging worden gemaakt.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 13 van 29

7 - Zienswijze Belangenvereniging Vinkeveense Legakkers (BVVL) Respondent: 19 7.1

De BVVL staat voor behoud van de legakkers op de Vinkeveense plassen en het recreëren hierop. Deze legakkers zijn voor ongeveer tachtig procent in particuliere handen. Dit belang komt maar erg beperkt in de notitie terug. Hierin gaat het vooral over gemeentelijke en provinciale issues, waar de gemiddelde legakkereigenaar weinig belang bij heeft.

7.2

Het belang van de legakkereigenaar is wel dat de legakker niet afkalft, dat hij gebruik kan en mag maken van zijn eigen eiland en dat hij er kan recreëren, dat er op bescheiden schaal blokhutten kunnen worden geplaatst, zodat het seizoen kan worden verlengd, dat natuurwaarden niet worden aangetast en water en land niet vervuilen, dat horeca in de omgeving kan worden gebruikt en boodschappen kunnen worden gedaan in het dorp en dat hij zijn afval op een nette manier kwijt kan.

7.3

De onderverdeling in zones maakt de zaak ingewikkelder. Met name dat voor de gebieden C slechts een minimale variant wordt onderzocht is desastreus voor de toekomst. We waren het er toch over eens dat ook hier de legakkers behouden moeten worden. Dan moet het daar ook redelijkerwijs mogelijk zijn om beschoeiing te onderhouden en moet hier minimaal de minimale variant voor deelgebied B worden onderzocht. Een bufferzone naar Botshol is niet nodig, die is er al. Vogels trekken zich niets aan van een paar blokhutten meer of minder. Sterker nog, waarschijnlijk trekt het vogels aan.

7.4

De kaarten met op te ruimen legakkers zijn verouderd en zijn aan een update toe. Waar gevaar bestaat, moet dit door de gemeente en de eigenaar opgelost worden.

7.5

De hengelsport wordt gemist in de notitie. Er zijn mensen die hier hun brood mee verdienen en ook onder de recreanten zijn er liefhebbers. Het water is zo schoon geworden dat er minder variatie in vissoorten is en middelgrote vissen als ruis- en rietvoorns steeds minder voorkomen.

7.6

Het nieuwe bestemmingsplan moet zich richten op de huidige situatie en hoe die te verbeteren is. Ook vanwege het handhaven. Het gaat niet om hoeveel m² een blokhut mag zijn, maar dat er ontwikkelingsmogelijkheden zijn, zodat de akkers onderhouden worden. Veel legakkers lopen anders het risico op korte termijn te verdwijnen. Beschoeien is duur. Eigenaren willen hier alleen in investeren als hierdoor meerwaarde ontstaat in de vorm van meer verblijf en recreatie, ook in het voor- en naseizoen.

7.7

De overheid zou het beleid moeten richten op de beeldkwaliteit, het tegengaan van verrommeling en regels maken voor kleuren, materialen en inrichting. Tegen excessen moet worden opgetreden.

Overwegingen gemeente •

Wanneer het belang van de legakkereigenaren en -gebruikers in de notitie R&D niet goed over het voetlicht komt, dan vinden wij dat een gemis. Voor ons is het juist een vertrekpunt dat álle betrokken belangen op tafel liggen om te worden afgewogen. De insteek om te zoeken naar meer bouw- en gebruiksmogelijkheden voor eigenaren en gebruikers van legakkers, komt ook

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 14 van 29

juist voort uit het besef dat het behoud van de plassen niet door de overheid (of

overheidsinvesteringen) kan worden gewaarborgd, maar dat dat alleen samen met de eigenaren en gebruikers kan. Bij het onderzoek naar de effecten van mogelijke bouw- en gebruiksmogelijknheden worden dus zeker ook de mogelijke positieve effecten van deze

maatregelen op natuur en landschap betrokken. Dit is juist wat we beogen (7.1, 7.2, 7.6)! De intentie van de kadernota was om te onderzoeken welke keus uiteindelijk de meest gewenste effecten heeft voor deelgebied C. Juist op de langere termijn is het de vraag waar de instandhouding van legakkers en dit landschap beter bij gebaat zijn: (bescheiden) uitbreiding van gebruiksmogelijkheden of bevriezing van de huidige mogelijkneden. De meningen hierover

lopen uiteen. Wij denken dat het MER een meer onderbouwd antwoord op deze vraag kan geven en willen de gemeenteraad dan ook voorstellen het amendement hierover te

heroverwegen (7.3). Het onderzoek omvat een breed scala aan effecten. Ook de (recreatieve) gebruikswaarde van de plassen is hier onderdeel van. De waarde voor de hengelsport kan hierbij worden betrokken (7.5). Voor wat betreft de waterkwaliteit ziin we als gemeente gebonden aan de Kaderrichtlijn Water

(KRW). Het bestemmingsplan moet bijdragen aan de hierin gestelde doelen. Het MER moet inzicht geven in de effecten van de voorgestelde ontwikkelingen op deze doelen (7.5).

Het MER en het bestemmingsplan gaan niet over de keus voor het al dan niet wegbaggeren van eilanden. Hieraan liggen eigendoms-, kosten- en veiligheidsoverwegingen ten grondslag.

Het daadwerkelijke besluit om tot verwijderen over te gaan, ligt vooralsnog bij het recreatieschap. We zien er op toe dat dit op goede gronden gebeurt (7.4). Wij delen uw overtuiging dat de discussie en het onderzoek zich zou moeten richten op kansen

om de kwaliteit van de bestaande situatie te verbeteren en niet sec op vierkante meters. Wij verwachten ook dat de uitkomsten van het MER veel meer in termen van kwaliteit zullen spreken en dat eventuele regels over maten slechts een instrument zijn om dit te bereiken.

Naast de onderzoeken in het kader van het MER zijn we inmiddels ook gestart met de voorbereiding van een beeldkwaliteitsplan, waarin ook de gewenste (beeld)kwaliteit van bebouwing en inrichting van de plassen centraal staat. Tenslotte bereiden wij in aanloop naar

de besluitvorming over een voorkeursvariant voor het bestemmingsplan ook een plan van aanpak voor over de wijze waarop met de huidige situatie (die naar verwachting deels afwijkt van de toekomstige regelingen) wordt omgegaan. Ook handhaving maakt hier onderdeel van uit. Wij zijn er dus van overtuigd dat we uw zorg over een te kwantitatieve benadering van de kwaliteit van de plassen in het toekomstige proces kunnen wegnemen en hopen dat u hier ook over mee wilt bliiven denken (7.6, 7.7). Voor het vervolg De gemeenteraad wordt voorgesteld om ook voor deelgebied C een maximale variant te

onderzoeken en de uitkomst hiervan af te wachten, voordat over ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied wordt besloten. Onderdeel van de (recreatieve) gebruikswaarde van de plassen die in het MER wordt onderzocht is de waarde voor de hengelsport. Het MER loopt gelijk op met de ontwikkeling van een beeldkwaliteitsplan en het opstellen van een plan van aanpak voor de wijze waarop wordt omgegaan met de toekomstige situatie. Daarmee wordt de toekomstige kwaliteit van het gebied centraal gesteld.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 15 van 29

8 - Zienswijze (verschillende vragen) Respondent: 28 8.1

Positief over de aanpak en dat er zaken mogelijk worden. Wat er precies gaat mogen is wel van belang in verband met de exploitatie van een aantal eilanden en aankomende bedrijfsoverdracht.

8.2

Waar liggen zogenaamde ‘rode legakkers’. Gaat dit ook over particulier eigendom? Vanuit oogpunt van beeldkwaliteit en bescherming van achterliggende akkers zouden deze wel in stand moeten blijven.

8.3

Op locaties van huidige kampeerterreinen geeft de bestemmingsplanschets ‘geen kamperen’ aan. Wordt kamperen daar vervangen door blokhutten?

8.4

Mogen drie bestaande blokhutten in deelgebied C blijven staan? Dit lijken de stukken te

8.5

Op het ‘Hoge bomen eiland’ staat al meer dan vijftig jaar een accommodatie van de

zeggen. En kunnen deze dan ook aan rechtsopvolgers worden overgedragen? Verkenners van Abcoude. Op advies van de provincie is hier een rioolpersleiding aangelegd, maar er zijn nog wel investeringen nodig om dit compleet werkend te krijgen. De toekomstige bestemming willen we graag bespreken. 8.6

Valt de Hoge dijk, locatie nabij jachthaven Borger in het bestemmingsplan?

Overwegingen gemeente •

Op dit moment kunnen we nog geen exacte duidelijkheid geven over wat waar mag. Uitgangspunt is wel dat bestaande (legale) rechten worden gerespecteerd; dus waar in het bestemmingsplan nu gekampeerd mag worden, mag dat in het nieuwe plan ook. Onderzocht wordt waar en hoe er meer mogelijk kan worden gemaakt. Keuzes hierover kunnen naar verwachting eind 2016 / begin 2017 worden gemaakt. Onderdeel van het onderzoek is of het mogelijk is in sommige zones extra blokhutten toe te staan; soms ook op plekken waar nu kamperen mogelijk is (8.1, 8.3).

•

De aanduiding ‘rode legakkers’ komt uit de Toekomstvisie Vinkeveense Legakkers uit 2012. Een samenvatting hiervan is in de bijlage van de notitie R&D opgenomen, omdat deze beleidsnotitie mede aanleiding is voor het bestemmingsplan. Of eilanden al dan niet op de nominatie staan om te worden verwijderd is echter geen onderdeel van het MER of het bestemmingsplan. Overigens kan wel worden gemeld dat de rode legakkers allemaal het eigendom van het recreatieschap zijn (8.2).

•

Of bestaande blokhutten kunnen blijven staan, hangt mede af van de vraag of ze met vergunning tot stand zijn gekomen. Zo niet, dan is hierover nog geen besluit genomen. Het is onze intentie om gelijk met een voorkeursvariant vanuit het MER ook een plan van aanpak voor te bereiden over de wijze waarop met de huidige situatie (die naar verwachting deels afwijkt van de toekomstige regelingen) wordt omgegaan. Er kunnen hierover door de gemeenteraad nog verschillende keuzes worden gemaakt (8.4).

•

Hoewel de accommodatie van de zeeverkenners niet in het bestemmingsplan “Buitengebied De Ronde Venen” is bestemd is de aanwezigheid van deze bebouwing onomstreden. Het ligt dan in de rede om hiervoor in het nieuwe bestemmingsplan een passende bestemming op te

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 16 van 29

nemen die vervanging van de huidige bebouwing mogelijk maakt. Eventuele verruimde bouwen gebruiksmogelijkheden zullen na het MER in het kader van het bestemmingsplan moeten worden afgewogen. •

Deze locatie valt in het bestemmingsplan “Kom Vinkeveen” en is dus geen onderdeel van deze m.e.r..

Voor het vervolg Een plan van aanpak over hoe wordt omgegaan met de bestaande situatie na vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan wordt parallel aan het MER opgesteld.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 17 van 29

9 - Zienswijze stichting De Kleine Natuur Respondent: 28 9.1

Een aantal zaken komt nog onvoldoende in de notitie NRD tot uitdrukking en de natuur komt er vooralsnog karig vanaf.

9.2

Bij rechten horen plichten. De notitie gaat er van uit dat het effectiever is als het eigendom van legakkers bij particulieren wordt gelegd. Particuliere eigenaren krijgen rechten door meer bouwmogelijkheden, maar het is niet duidelijk hoe de gemeente dit gaat handhaven. Aangezien er nu ook al nauwelijks tot geen handhavingscapaciteit is en er niets wordt vermeld over of dit anders wordt, wordt dit probleem alleen maar groter. Het is ook niet duidelijk welke sancties kunnen worden opgelegd. Voordat er duidelijkheid is over sancties, kunnen ook geen nieuwe rechten worden toegekend.

9.3

Voordat er nieuwe ruimten beschikbaar wordt gesteld voor activiteiten door ondernemers, moet er wel eerst concreet zijn gemaakt welke verdienmodellen zij voor ogen hebben. Op dit moment zijn er voorbeelden waar het niet lukt om voldoende inkomsten te genereren. Ook effecten voor natuur en beeldkwaliteit moeten hierbij worden betrokken.

9.4

De Kleine Natuur heeft zorgen over de gekozen maximale varianten. Particulieren zullen doorgaans streven naar het meest maximale en dit dan ook nog proberen op te rekken. Dan ontstaan er linten van blokhutten en recreanten die willen genieten van rust, ruimte en natuur komen bedrogen uit. Over de dichtheid van gebouwen moeten nadere afspraken worden gemaakt.

9.5

De gemeente wil de publieke legakkers (deels) verkopen. Nu al is tachtig procent van de legakkers in private handen en dat heeft de natuur geen goed gedaan. Als de legakkers volledig in particulier eigendom zijn, zal de natuur aan het kortste eind trekken en al het groen uiteindelijk plaats maken voor aangelegde gazonnetjes, geraniums, springtoestellen en glijbanen.

9.6

Verkoop van legakkers is prematuur, omdat nu het oude bestemmingsplan nog geldt. Als daar gebouwd zou worden, valt dat automatisch onder het ‘oude regime’ van gedogen. Verkoop moet worden uitgesteld tot duidelijk is aan welk nieuw beleid deze eigenaren onderhevig zijn.

9.7

Het is niet duidelijk wat met de zin op pagina 19 wordt bedoeld ‘een positieve bestemmingsregeling, al dan niet met een uitsterfvariant, lijkt het aangewezen instrument om hier in de planregels vorm aan te geven’. Betekent dit dat alle illegale bouwsels worden gedoogd en pas verdwijnen als de eigenaar vertrekt? Dat is alleen maar om de handhavingsdruk bij de gemeente weg te nemen, want het is niet nodig onrust bij eigenaren weg te nemen. Die weten heel goed dat wat ze doen illegaal is.

9.8

De effecten van het verwijderen van legakkers staan op geen enkele manier benoemd in de notitie. Ze zijn wel summier benoemd in de Toekomstvisie legakkers 2012. Dit zou concreter beschreven moeten worden in de m.e.r.. Het verwijderen van legakkers werkt meer golfslag en hardvaren in de hand. Dit zorgt juist weer voor extra belasting van de achterliggende legakkers. Hoewel er begrip is voor het feit dat dit geld kost, zou de Kleine Natuur toch graag onderzocht zien of het mogelijk is om de verzonken legakkers in te richten als natuurakkers,

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 18 van 29

bijvoorbeeld door ze iets te verhogen en rietplaggen terug te planten. Daarmee zou de natuurlijke uitstraling terugkomen en het (vaak wat overdreven) gevaar voor het vaarverkeer worden opgeheven. De effecten van natuurherstel zouden een aparte plaats moeten krijgen in het MER. 9.9

Op pagina 86 wordt gesproken over financiële compensatie als compensatie in natura niet mogelijk is. Het moet wel duidelijk zijn waar die compensatie dan aan wordt gespendeerd. De m.e.r. moet duidelijk maken wat de effecten op de natuur zijn als er niet in natura wordt gecompenseerd.

9.10 Ook de zonering zou opnieuw bekeken moeten worden. Zone C is veel te klein en wordt omsloten door veel te maximale gebieden. Een deel van zone B in de noordplas zou nader kunnen worden onderverdeeld. Overwegingen gemeente •

U hebt een ander beeld van het beheer en onderhoud van de eilanden op de Vinkeveense Plassen door particuliere eigenaren dan wij. Wij verwachten dat van een uitnodigend kader met duidelijke randvoorwaarden op het gebied van beeldkwaliteit en andere aspecten een positieve impuls voor de kwaliteit van de plassen kan uitgaan. We willen deze verwachting toetsen door dit middels een m.e.r. te onderzoeken, zodat wij onze keuzes hierover ook onderbouwd kunnen maken. Onderzoek naar effecten op de natuur maakt hier heel nadrukkelijk onderdeel van uit. Bovendien geven we aan dat we ons daarbij houden aan bovenlokale regelgeving zoals de PRV en de KRW (9.1, 9.2). De in de notitie R&D geschetste minimale en maximale varianten zijn opgenomen voor het onderzoek. Het is nog niet bekend waar een voorkeursvariant zal uitkomen. Van het particuliere streven naar het maximaal oprekken van wat er kan, is dus geen sprake. De gemeente maakt uiteindelijk de keus voor wat er toegelaten wordt in het bestemmingsplan (9.4).

•

Het uitbreiden van commerciële activiteiten is onderdeel van het MER en effecten op natuur en landschap worden dus in het kader van het MER onderzocht. Los daarvan is het in het kader van de ‘goede ruimtelijke ordening’ goed gebruik dat pas aan een dergelijke ontwikkeling wordt meegewerkt als de economische haalbaarheid van een plan is aangetoond (9.3).

•

Wij vrezen ook niet een situatie waarin de plassen voor honderd procent in particulier eigendom zijn. We zien hele goede voorbeelden van particulier beheer. De mogelijkheden van de overheid zijn niet onbegrensd; niet in financiële zin en ook niet in de zin dat alles met normen af te dwingen is. We willen aansluiten bij een maatschappelijke ontwikkeling, niet er tegenin gaan (9.5).

•

De verkoop van legakkers is geen onderdeel van het MER-onderzoek of het bestemmingsplan. Uiteraard kan de gemeente bij eventuele verkoop van legakkers voordat het bestemmingsplan van kracht is geen uitspraken doen over toekomstige planologische mogelijkheden (9.6).

•

Met de genoemde zinssnede wordt bedoeld dat het opnemen van een regeling voor het realiseren van blokhutten in het bestemmingsplan, (deels) de oplossing kan zijn voor het handhavingsvraagstuk op de plassen. Deze conclusie betekent niet dat dit ook de reden is voor het willen toelaten van bebouwing op de plassen, maar wel dat hiermee de (handhaving van) de bestaande situatie meer beheersbaar te maken is. Hoe een eventuele uitsterfregeling er uit komt te zien, werken we uit een in plan van aanpak over de wijze waarop we omgaan met de bestaande situatie na de vaststelling van het bestemmingsplan. Uiteindelijk maakt de

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 19 van 29

gemeenteraad deze keuzes (9.7). •

Het MER en het bestemmingsplan gaan niet over de keus voor het al dan niet wegbaggeren van eilanden. Hieraan liggen eigendoms-, kosten- en veiligheidsoverwegingen ten grondslag. Het daadwerkelijke besluit om tot verwijderen over te gaan, ligt vooralsnog bij het recreatieschap. We zien er op toe dat dit op goede gronden gebeurt. De suggesties die worden gedaan over de rol die deze akkers kunnen spelen bij natuurherstel, zien we wel als zinvol voor de afwegingen rond eventuele flankerende maatregelen die volgen uit het MER (9.8).

•

Op pagina 86 van de notitie R&D is een samenvatting gegeven van de regels rond ingrepen in de EHS uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Dit geeft dus weer onder welke voorwaarden de provincie ontwikkelingen in de EHS toelaat. Van een regeling met financiële compensatie is in het kader van het bestemmingsplan Plassengebied geen sprake. Als dit zou worden overwogen, moet inderdaad worden onderbouwd hoe de daarbij behorende middelen ten gunste van de EHS worden ingezet (9.9).

•

Wij zien geen aanleiding om de zonering aan te passen. De zonering is opgenomen als houvast voor het onderzoek. Een te vergaande differentiatie maakt dit nodeloos ingewikkeld. Het is ook niet gezegd dat uit het onderzoek voor één deelgebied per se één bestemmingsplanregeling volgt; differentiatie kan eventueel ook uit het onderzoek volgen. De begrenzing van deelgebied C is in samenwerking met diverse partijen tot stand gekomen. We zien ook geen aanleiding deze zone te vergroten (9.10).

Voor het vervolg •

Kansen voor natuurherstel door toepassing van (grond van) afgezonken legakkers worden meegenomen in de afwegingen rond een voorkeursalternatief uit het MER.

•

Een plan van aanpak over hoe wordt omgegaan met de bestaande situatie na vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan wordt parallel aan het MER opgesteld.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 20 van 29

10 - Zienswijze Ondernemersvereniging Vinkeveen Respondent: 29 10.1

De ondernemersvereniging heeft de afgelopen jaren aan een aantal processen van de

gemeente kunnen deelnemen. Rode draad bij de reacties was steeds dat mogelijkheden en onmogelijkneden benoemd zijn; steeds vanuit een commercieel oogpunt. De overleggen in aanloop naar de kadernota waren belangrijk. Met alle stakeholders zijn de mogelijkneden voor het plassengebied verkend en daarmee is een goede start met het proces gemaakt. Met de amendementen van de gemeenteraad zijn belangrijke onderdelen uit de kadernota

weggenomen en kan de ondernemersvereniging de volgende fasen en ontwikkelingen in het bestemmingsplan niet zondermeer steunen. Gepleit wordt voor het heroverwegen van sommige van deze amendementen. 10.2

Bij het aannemen van de amendementen had de gemeenteraad de indruk dat deelgebieden C

natuurwaarden hebben. Voor het grootste deel van deze gebieden is hier niet of nauwelijks sprake van. Het MER moet dit onderzoeken en vaststellen wat de effecten van recreatie op deze gebieden nu echt zijn. 10.3

Voor de deelgebieden C moet het MER verschillende opties onderzoeken: de huidige situatie en het huidige gebruik als uitgangspunt nemen en onderzoeken wat de effecten zijn van eventuele uitbreiding van activiteiten en meer verblijf op de plassen. Daarnaast onderzoeken wat de invioed is van het varen in deze gebieden.

10.4 Voor de zandeilanden moet het MER de ‘randen’ van de mogelijkneden onderzoeken: verblijfsrecreatie op alle eilanden, welke milieuredenen zijn er om dit in de weg te staan? Organisatie van evenementen ook aan de buitenzijde van de ring van zandeilanden en alle opties uit de business case voor de zandeilanden (Cap Neuff) onderzoeken op haalbaarheid van uit milieuoogpunt. 10.5

De ondernemersvereniging is geen tegenstander van permanente bewoning van recreatiewoningen. Mocht dit in dit bestemmingsplan een officiéle status krijgen, dan is het wel goed te onderzoeken wat voor effecten dit op omliggende bedrijven zou kunnen hebben (geluidsproductie, openingstijden, etc.).

Overwegingen gemeente °

We herkennen ons in de goede samenwerking waarin de kadernota tot stand is gekomen. We willen deze goede samenwerking ook graag voortzetten in de volgende stappen die worden

genomen en hopen dat de ondernemersvereniging hier ook aan wil blijven bijdragen (10.1). .

De intentie van de kadernota was om te onderzoeken welke keus uiteindelijk de meest gewenste effecten heeft voor deelgebied C. Juist op de langere termijn is het de vraag waar de instandhouding van legakkers en dit landschap beter bij gebaat zijn: (bescheiden) uitbreiding van gebruiksmogelijkheden voor verblijf (en varen) of bevriezing van de huidige mogelijkheden.

De meningen hierover lopen uiteen. Wij denken dat het MER een meer onderbouwd antwoord op deze vraag kan geven en willen de gemeenteraad dan ook voorstellen het amendement

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 21 van 29

hierover te heroverwegen (10.2, 10.3). •

We hebben de maximale variant voor de zandeilanden bewust ruim gesteld, om niet op voorhand opties voor ontwikkeling uit te sluiten. Deze variant omvat ook de mogelijkheden uit het rapport van Cap Neuff. We staan voor de zandeilanden dus voor alle opties open; mits de effecten op de omgeving aanvaardbaar blijven. Het MER moet uitwijzen waar de grenzen hiervoor liggen (10.4).

•

Bewoning van recreatiewoningen is geen onderdeel van het MER en wordt naar verwachting ook niet in het bestemmingsplan geregeld. Mocht hier wel ruimte voor ontstaan, dan is het voorkomen van negatieve gevolgen voor omliggende bedrijven en belangrijk aandachtspunt (10.5).

Voor het vervolg •

De gemeenteraad wordt voorgesteld om ook voor deelgebied C een maximale variant te onderzoeken en de uitkomst hiervan af te wachten, voordat over ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied wordt besloten.

•

Het MER moet een uitspraak doen over de impact van nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden op de zandeilanden op natuur, landschap en waterkwaliteit, zodat duidelijk wordt wat de grenzen zijn van wat mogelijk is.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 22 van 29

11 - Zienswijze Respondent: 31 11.1 De notitie NRD maakt mede op basis van het al dan niet aanwezig zijn van riolering onderscheid tussen de deelgebieden A en B. De respondent wil in overweging geven om daarbij ook de toekomstige mogelijkheden om riolering aan te leggen mee te nemen in de indeling. Op sommige plekken kan dat relatief eenvoudig. Daarmee wordt de waterkwaliteit van de plassen verbeterd. 11.2 Voor gebieden waar dit niet kan, kan vanuit de gemeente een actief en stimulerend beleid gevoerd worden voor alternatieve waterzuiveringsvormen in verschillende deelgebieden (extensieve IBA, intensieve IBA of reguliere septic tank). Faciliterend kan de gemeente wat betekenen door bijvoorbeeld het periodiek leegpompen van tanks op kosten van de gebruiker te organiseren. Overwegingen gemeente •

Het voldoen aan de vanuit de KRW gestelde eisen aan de waterkwaliteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het MER en het bestemmingsplan. Voorzieningen zoals genoemd in de zienswijze kunnen als flankerende maatregelen hierin een significante rol spelen (11.1, 11.2).

Voor het vervolg Voorzieningen die zich richten op het inperken van lozingen en het faciliteren en stimuleren daarvan worden meegenomen in de afwegingen rond het MER.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 23 van 29

12 - Zienswijze De Groene Venen Respondent: 34 12.1 In paragraaf 1.3 van de notitie NRD wordt aangegeven dat de initiatiefnemer van de m.e.r. hiermee globale informatie over de achtergronden, aard, omvang en de te verwachten effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de Vinkeveense Plassen verschaft. De notitie NRD zou dus globaal inzicht moeten geven in de effecten op de EHS, aangezien vrijwel het gehele plangebied hier onderdeel van uit maakt. In paragraaf 3.3 worden ingrijpende maximale varianten voor de deelgebieden A, B, de en E geschetst. Een globale beschrijving van de effecten op natuur is hier niet opgenomen. 12.2 Er zou een verfijndere zonering moeten plaatsvinden. Bijvoorbeeld door deelgebied B te splitsen in een deel dichter bij het dorp Vinkeveen met meer mogelijkheden en een gedeelte meer richting noordoosten waar de huidige mogelijkheden gehandhaafd blijven. Voor deelgebied D geldt een vergelijkbare mogelijkheid. In gebied E kan de situatie blijven zoals hij nu is om meer bescherming te geven aan het broed- en leefgebied van bijvoorbeeld de krooneend. 12.3 Op bladzijde 68 en 69 is beschreven welke legakkers uit oogpunt van onveiligheid voor de scheepvaart actief verwijderd moeten worden. De Groene Venen geeft er de voorkeur aan deze op natuurlijke wijze te laten vervallen.

De diepte gradiënt is nuttig voor flora en fauna en weggraven bevordert het verval van achterliggende akkers. Ook kan worden overwogen dit verval juist te vertragen en er rietvelden aan te leggen of (als er toch wordt afgegraven) de inzet van de grond voor verondieping elders. 12.4 De voorwaarden voor de zandeilanden zouden nog verder uitgewerkt kunnen worden. De klankbordgroep is daar nog onvoldoende aan toegekomen. 12.5 In de NRD worden bij de verschillende deelgebieden verschillende handhavingsopties geïntroduceerd. De rechtvaardiging van deze modellen worden betwijfeld. Het flankerend beleid voor handhaving moet tijdig in het bestemmingsplanproces worden vastgesteld. 12.6 Tekstueel: blz. 12 A12 wordt genoemd waar A2 moet staan. Blz. 22 en 38: legenda van de kaart en de kaart zelf zijn onleesbaar. Blz. 50: wat wordt bedoeld met: de maximale drooglegging: “rekening houden met voorwaarden vanuit waterveiligheid. Bijdragen aan bereiken KRW-norm. Maximale drooglegging 60 cm bij Achterbos en land Botsholsedijk” Blz. 5: volgens de plankaarten horen de zandeilanden 4 en 5 bij het bestemmingsplan Lintbebouwing en de eilanden 1 en 2 bij Winkelpolder. Dit hoort dus niet bij de notitie R&D? 12.7 Het is een illusie om de natuurwaarde van de Vinkeveense Plassen en de legakkerstructuur te behouden zonder publieke investeringen.

De gemeente kan geen onderhoudsplicht afdwingen en als dat al zou kunnen, kan de gemeente het niet handhaven. De eigenaar van de legakker heeft wel rechten, maar geen (te handhaven) plichten. Overwegingen gemeente •

Zoals ook in paragraaf 1.3 van de notitie R&D aangegeven vormt de notitie in feite de inhoudsopgave van de toekomstige MER. Er wordt dus nog geen beeld gegeven van de

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 24 van 29

omvang van effecten, maar wel van welke effecten onderzocht zullen worden. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Het globale beeld van de te verwachten effecten van de ontwikkeling wordt dus gegeven door te omschrijven op welke aspecten mogelijk effecten worden verwacht. Specifiek voor natuur is beschreven dat mogelijke effecten op het gebied van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, de wezenlijke kenmerken van de EHS en de beschermde soorten die in het kader van de Flora- en faunawet worden onderzocht. Het MER zelf zal uiteindelijk dit overzicht verder ‘inkleuren’ door een meer exacte beschrijving van de effecten te geven (12.1). •

Wij zien geen aanleiding om de zonering op dit punt aan te passen. De zonering is opgenomen als houvast voor het onderzoek. Een te vergaande differentiatie maakt dit nodeloos ingewikkeld. Het is ook niet gezegd dat uit het onderzoek voor één deelgebied per se één bestemmingsplanregeling volgt; differentiatie kan eventueel ook uit het onderzoek volgen (12.2).

•

Op blz. 68 en 69 van de notitie wordt in een bijlage een samenvatting gegeven van de Toekomstvisie Legakkers Vinkeveense Plassen (2012). Het MER en het bestemmingsplan gaan niet over de keus voor het al dan niet wegbaggeren van eilanden. Hieraan liggen eigendoms-, kosten- en veiligheidsoverwegingen ten grondslag. Het daadwerkelijke besluit om tot verwijderen over te gaan, ligt vooralsnog bij het recreatieschap. We zien er op toe dat dit op goede gronden gebeurt. De suggesties die worden gedaan over de rol die deze akkers kunnen spelen bij natuurherstel, zien we wel als zinvol voor de afwegingen rond eventuele flankerende maatregelen die volgen uit het MER (12.3).

•

We hebben de maximale variant voor de zandeilanden bewust ruim gesteld, om niet op voorhand opties voor ontwikkeling uit te sluiten. We staan voor de zandeilanden dus voor alle opties open, mits de effecten op de omgeving aanvaardbaar blijven. Het MER moet uitwijzen waar de grenzen hiervoor liggen. Het is onze intentie om de goede samenwerking met de klankbordgroep ook in de fase van de totstandkoming van een voorkeursvariant voort te zetten, zodat dan ook ruimte is om een specifieker toekomstbeeld voor de zandeilanden uit te werken (12.4).

•

Wij zijn van plan om gelijk met een voorkeursvariant vanuit het MER ook een plan van aanpak voor te bereiden over de wijze waarop met de huidige situatie (die naar verwachting deels afwijkt van de toekomstige regelingen) wordt omgegaan. Er kunnen hierover door de gemeenteraad nog verschillende keuzes worden gemaakt, waarbij onder meer overgangsrechtelijke oplossingen en handhaving opties zijn (12.5).

•

Deze opmerkingen worden gecorrigeerd en/of in het vervolg verbeterd. De zinssnede op bladzijde 50 betreft een norm uit het bodem-, water- en milieuplan van de provincie Utrecht (12.6).

•

Het bestemmingsplan Winkelpolder wordt in zijn geheel onderdeel van het bestemmingsplan Plassengebied. Ook de zandeilanden 4 en 5 worden hierin meegenomen. De notitie R&D heeft dus hier ook betrekking op (12.6).

•

Het is geen doelstelling van het bestemmingsplan om publieke investeringen in het gebied overbodig te maken. Ook wij hebben niet de illusie dat dit mogelijk is. De mogelijkheden van de overheid zijn niet onbegrensd; niet in financiële zin en ook niet in de zin dat alles met normen af te dwingen is. Wij willen toe naar een onderhouds- en beheerbegroting die ook op langere termijn beheersbaar en verantwoord is, mede in relatie tot onze andere publieke taken en de

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 25 van 29

totale gemeentelijke begroting. Daarnaast willen we met positieve prikkels mensen stimuleren een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de plassen. Onze ervaring is, dat dit effectiever is dan normatieve maatregelen. Uiteraard zijn voor de echte keuzes op dit punt eerst de uitkomsten van het MER nodig (12.7). Voor het vervolg •

Kansen voor natuurherstel door toepassing van (grond van) afgezonken legakkers worden meegenomen in de afwegingen rond een voorkeursalternatief uit het MER.

•

Bij de uitwerking van de voorkeursvariant, wordt in samenwerking met de klankbordgroep specifieker gekeken naar de zandeilanden.

•

Een plan van aanpak over hoe wordt omgegaan met de bestaande situatie na vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan wordt parallel aan het MER opgesteld.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 26 van 29

13 - Zienswijze omwonende Respondent: 40 13.1 De grens van de (permanente) bebouwing op de plassen is bereikt. Iedereen kan genieten van de plassen en gaat ’s avonds weer naar huis, waardoor de natuur kan herstellen en de rust terugkeert. Gelet op het aantal te koop staande eilandjes lijkt er ook niet echt vraag te zijn. Voor stimulering van de recreatie is het beter de nieuwe functies te concentreren bij de kern tussen de Provinciale weg en de Zuwe. Overwegingen gemeente •

Met het toevoegen van bouw- en gebruiksmogelijkheden op de plas willen we niet alleen voorzien in een recreatieve vraag, maar juist ook een bijdrage leveren aan het in stand houden van dit bijzondere landschap. De achtergrond hiervan is de verwachting dat eigenaren wanneer ze meer gebruiksmogelijkheden krijgen, ook bereid zijn te investeren in het behoud van de legakker. Met het MER willen we onderzoeken welke keus uiteindelijk de meest gewenste effecten heeft voor de legakkers en de plassen.

Voor het vervolg Landschappelijke gevolgen van nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn onderdeel van het MER.

160629 zienswijzenota notitie reikwijdte en detailniveau plassengebied_1.docx - pagina 27 van 29

14 - Zienswijzen overheden en andere partners A.

Provincie Utrecht

a.1

De provincie Utrecht ziet geen aanleiding tot het maken van uitgebreide opmerkingen.

a.2

Wel wordt aandacht gevraagd voor de EU-resultaatverplichting met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het criterium waterkwaliteit kan daardoor niet als gewoon criterium worden gehanteerd, maar moet een vereiste zijn, los van de andere criteria. Sterker nog, een vooruitgang in waterkwaliteit zou het streven moeten zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15110909/1