250107 Technische vragen B - RVB - Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
B
Naam indiener: Roger Fernhout Fractie: RVB (Ronde Venen Belang) Datum van indienen07-01-2025 Onderwerp: Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025” In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Inleiding: NVT Vragen: Vragen Raadsvoorstel: RV punt 4: Gevraagd wordt een budget van €601.000 beschikbaar te stellen m.b.t. het uitvoeringsplan (VTH) m.b.t. de Vinkeveens plassen. Vraag: Is dit budget additief aan de in de Kadernota 2025 en programmabegroting 2025 vastgestelde budget van €600.000? RV punt 5: College vraag het de milieueffectrapportage vast te stellen. Vragen: Hoe kan een milieueffectrapport vast worden gesteld zonder dat duidelijk is hoeveel kavels bebouwd en bewoond zullen worden en door hoeveel mensen? RV punt 6: College stelt voor om geen exploitatieplan vast te stellen. Vraag: Waarom zouden wij geen exploitatieplan willen of kunnen vaststellen? RV: Citaat: “op de legakkers komt in totaal 6,8 hectare aan gebouwen en bebouwing. Dat is inclusief op de legakkers toegestane verhardingen (o.a. vlonders). Op de legakkers wordt 4 hectare aan gebouwen, 2,2 hectare aan vlonders/verhardingen en zo’n 0,4 hectare aan steigers mogelijk gemaakt. Op de legakkers staat nu zo'n 8,3 hectare. Vragen: Wat is het verschil tussen gebouwen en bebouwing? Graag ontvangen wij een gedetailleerd overzicht van de 4 hectare aan gebouwen.
Dwz op welke kavels deze aanwezig zijn, hoe groot ze zijn en of het gebouwen zijn of bebouwing van voor 2018 en van na april 2023. Graag ontvangen wij een gedetailleerd overzicht van de 2,2 hectare aan vlonders cq verharding gespecificeerd per kavel van voor april 2018 en van na april 2023? Citaat “2.6 Het nieuwe bestemmingsplan biedt een goede basis om handhavend op te treden tegen illegale bebouwing”. Vraag: Hoeveel vergunningsaanvragen worden er verwacht?
Vragen Regels Bestemmingsplan BP1: BP1: citaat: “1.8 bebouwing = één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;” Hier staat een discrepantie. Vraag: Graag nadere uitleg m.b.t. Bouwwerken en Gebouwen? BP1: citaat: “1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt;” Vraag: Waarom is hier gekozen voor twee of meer wanden? BP1: Bed & Breakfast; Hoeveel potentiële B&B’s (hutten) kunnen worden verwacht en is voor de uitvoer van een B&B een aparte vergunning vereist? B&B 1.10: “zonder verdere aanwezigheid van een eigen keuken ter bereiding van verdere maaltijden”. Betekent dit dat er een blokhut van bijvoorbeeld 30M2 geen keukenblok kan cq mag hebben? BP1 Permanente bewoning wordt als strijdig gebruik aangemerkt, vragen; 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Hoe wordt permanente bewoning gecontroleerd? Wat houdt permanente bewoning in? Wat gaat de gemeente doen met de reeds illegaal aanwezige permanente bewoning? Heeft de College inzicht in m.b.t. de huidige illegaal permanente bewoning? Hoeveel van het budget wordt aan deze handhaving (incl. juridische kosten) toebedeeld? Welke maatregelen worden genomen om permanente bewoning tegen te gaan. Wat zijn de kosten cq sancties du moment permanente bewoning wordt geconstateerd?
Op verbeelding 1 pagina 5 is zijn bestemmingen van de eilanden thans eigendom van Waternet en gepacht door de firma Bon veranderd van Natuur in Groen Legakkers en visa versa (zie kaarten hieronder). Vragen: Waarom heeft deze transitie plaatsgevonden? Klopt het dat er een deal is gemaakt met de firma Bon? Zo ja dan ontvangen wij graag de ins en outs m.b.t. deze onderhandse gesloten dealGraag ontvangen wij een overzicht van alle veranderingen cq omzettingen m.b.t. de oude en nieuwe verbeeldingen. Dit graag op een is was lijst en in een geografisch overzicht.
11.1 Bestemmingsomschrijving (paigana 35); Citaat: c. tenten ten behoeve van verblijfsrecreatie met dien verstande dat het aantal tenten niet meer mag bedragen dan: 1. 20 tenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 9'; 2. 5 tenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 10'; 3. 10 tenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 12';” Vragen: Eiland 11 wordt niet genoemd, Vraag: kan hieruit worden afgeleid dat dit eiland conserverend van aard zal blijven, namelijk groen zonder enig bouwwerk en zonder enige recreatief gebruik? Eiland 10 is thans volledig groen zonder enig bouwwerk en zonder recreatief gebruik; Vraag: waarom is gekozen om deze oase van groen te verruilen voor 5 tenten en recreatie, wat is het effectief nut? Vraag: Wat leveren deze 5 tenten per jaar op en wie gaat dat beheren?
Eiland 12 is thans volledig groen zonder enig bouwwerk en recreatief gebruik muv de zeer beperkte aanleg mogelijkheid aan de noord oostkant (waar geen gebruik van wordt gemaakt), Vraag: waarom is gekozen om ook hier van groen te verruilen voor 10 tenten en recreatie, wat is het effectief nut? Vraag: Wat leveren deze 10 tenten per jaar op en wie gaat dat beheren? Zou het zo kunnen zijn dat de functiewijzigingen van één of meer van de eilanden een resultante is van een deal met de familie cq firma Bon?” 11.5 Specifieke gebruiksregels (pagina 38), citaat: “Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. nachtverblijf is niet toegestaan, met uitzondering van tenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 9', de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 10'en de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - eiland 12'. b. tenten zijn uitsluitend toegestaan tot maximaal 25 m2 en in de maanden april tot en met oktober; c. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de stalling van boten is niet toegestaan, uitgezonderd de stalling van recreatieboten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - stalling'.” Vragen: Wat wordt m.b.t.
de eilanden 9 en 12 verstaan onder een “specifieke vorm van recreatie”? Waarom wordt gekozen voor tenten van 25m2? Voor welke doelgroepen wordt op eilanden 9 en 12? Wat wordt bedoeld met “'specifieke vorm van recreatie - stalling'”, betekent dit dat op deze eilanden het stallen van boten wordt toegestaan? 12.1 Bestemmingsomschrijving (pagina 39), citaat: “De voor 'Recreatie - Dagrecreatie jachthaven (R - DR2)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. jachthaven, inclusief daarbij behorende bedrijfsgebouwen, centrale voorzieningen en steigers; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen.” Vraag: Mag worden aangenomen dat parkeervoorzieningen moeten voldoen aan de CROW normen? 13.1 Bestemmingsomschrijving (pagina 41), citaat; “De voor 'Recreatie - Dagrecreatie jachthaven, tevens horeca, kampeerterrein en recreatie-appartementen (R - DR3) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. jachthaven, inclusief daarbij behorende bestaande steigers, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; b. kampeerterrein, met dien verstande dat er een maximum van 10 campers per kampeerterrein geldt; c. recreatie-appartementen; d. horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; e. bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; f.
bedrijfsgebouwen ten behoeve van de doeleinden genoemd onder a, b, c en d.” Vraag: Waarom is gekozen voor een maximum van 10 campers per terrein en niet een camper per XM2 met een maximum van X? 14.2 Bouwregels DR3 (pagina 44), citaat; “Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan met inachtneming van het volgende: b. de afstand van stacaravans en/of chalets tot de perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; c. per stacaravan of chalet is een bijgebouw toegestaan met een maximum oppervlakte van 15 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van een stacaravan of chalet en een eventueel bijgebouw bedraagt ten hoogste 35% van de oppervlakte van het bouwperceel; e. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; f. de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen bouwpercelen bedraagt ten hoogste 2 m; g. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs paden bedraagt ten hoogste 1 m;
h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en niet zijnde een overkapping, bedraagt ten hoogste 3 m.” Vragen: In geval chalets 2.5 mtr uit de perceelgrens moeten staan betekent dat feitelijk dat bij bebouwing van het naastgelegen perceel, waar ook die 2.5 mtr geldt de afstand tussen chalets minimaal 5 mtr moet / zal zijn. In voorkomend geval (en dat is binnen dit bestemmingsplan aan de orde) dat tussen percelen een (voet)pad of weg loopt zijnde geen eigendom van een der perceeleigenaren zal de afstand van 5 mtr met de breedte van het (voet)pad of weg toenemen. Waarom is hier niet gekozen voor een minimale afstand tussen chalets van bijvoorbeeld 3, 4 of 5 meter met een minimale perceelgrensafstand van 1 mtr? Idem voor artikel 17.2 (pagina 51) en artikel 23.4.3 (pagina 65). Artikel 18 Recreatie - Verblijfsrecreatie landdeel recreatie-arkligplaats (R - VR5), citaat; “18.2 Bouwregels; Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan, waarbij de navolgende regels gelden: 1. het aantal recreatie-arken niet meer mag bedragen dan 1 per aangeduide ligplaats; 2. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken niet minder dan 5 m mag bedragen; 3. de onderlinge afstand tussen recreatie-arken en drijvende woningen niet minder dan 5 m mag bedragen; 4.
de afstand van de recreatie-ark tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 m te bedragen;” Vragen: 5 mtr tussen arken of 2.5 tussen een ark en de perceelgrens komt overeen hetgeen we in de praktijk zien. Waarom is gekozen voor deze maatvoering en niet bijvoorbeeld een minimale afstand tussen arken van 2 mtr met in achtname van minimaal 1 mtr uit de perceelgrens? 22.4.4 Steigers (pagina 61), citaat: “Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 om nieuwe steigers, grenzend aan de bestemmingen Groen - Legakker 1, Groen - Legakker 2, Groen - Legakker 3, Groen - Legakker X en Groen - Legakker Z toe te staan, met dien verstande dat: 1. er per kavel ten hoogste 1 steiger aanwezig mag zijn; 2. de steiger evenwijdig aan de oever is gebouwd; 3. de lengte en breedte ten hoogste respectievelijk 6 m en 1,2 m bedragen; 4. de bouwhoogte ten hoogste het peil van de aangrenzende legakker bedraagt. Vraag: Waarom is gekozen voor een generieke afmeting en niet voor gedifferentieerde afmetingen, bijvoorbeeld voor GL1 tm 3 een afmeting van 6X1.2M (of 8X1.5) en voor X en Z een afmeting van 4X1.2M 22.5 Specifieke gebruiksregels (pagina 61), citaat; “Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a.
Verblijfsrecreatie is niet toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - recreatie-arkligplaats' en 'specifieke vorm van wonen - drijvende woning' en ter plaatse van aanlegplaatsen en steigerpalen; b. In de bestemming Water mag per openbare aanlegplaats op de zandeilanden ten hoogste één varend schip aanmeren en met dien verstande dat de lengte van dit schip maximaal 8 meter bedraagt en met dien verstande dat het schip voor een maximale duur van 3 x 24 uur aaneengesloten aanmeert.” Vraag: Waarom maar 1 schip en geen 2 of 3 (stapelen)? Waarom een maximale afmeting van 8 meter? Artikel 27.3 (pagina 74), citaat “27.3 Afwijken van de bouwregels; Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 27.2 voor het bouwen van bouwwerken” Vraag: Waarom zou binnen een nieuw vast te stellen bestemmingsplan reeds afwijken van de bouwregels die ruimte creëert om wel binnen die schootsvelden te mogen bouwen?
31.2 Bestaande maten (pagina 80), citaat “Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als bedoeld in lid a, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.” Vragen: “bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden;” Graag een verduidelijking.
Wordt hier bedoeld dat er wordt vastgehouden aan de regels in dit bestemminsplan of wordt hier bedoeld dat in deze voorkomende gevallen de bestaande maten van het reeds gerealiseerde bouwwerk? Artikel 33 Algemene afwijkingsregels (pagina 83), citaat; “33.1 Vergroten goothoogte of afwijken van de hellingshoek van de (bedrijfs)woning. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in hoofdstuk 2 voorgeschreven maximale goothoogte voor (bedrijfs)woningen om een grotere goothoogte voor hoofdgebouwen toe te staan en/of een afwijkende hellingshoek van het dakvlak toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de goothoogte bedraagt ten hoogste 6 m; b. belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. de goothoogte landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.” Vraag; Voorliggende bestemminsplan heeft als doel om duidelijkheid te verschaffen. Graag de onderbouwing waarom het bevoegd gezag zich op dit punt het recht voorbehoud om van de regels af te wijken? 33.2 Afwijken verkavelingskaart (pagina 83), citaat; “Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in bijlage 4 opgenomen verkavelingskaart, om de kavelgrenzen te schuiven en hiermee een gewijzigde kavelindeling toe te staan, mits deze gewijzigde indeling niet leidt tot een vermeerdering van het aantal kavels.
Afstand tussen chalets 5 meter doch minimaal 1 meter uit de perceelgrens.” Vraag; Voorliggende bestemminsplan heeft als doel om duidelijkheid te verschaffen. Graag de onderbouwing waarom het bevoegd gezag zich op dit punt het recht voorbehoud om van de regels af te wijken? Artikel 34 Overige regels (pagina 84), 34.2 Parkeren > Aanvullende vragen Goudappel en Epaction volgen. Artikel 35 Overgangsrecht (pagina 85), citaat; “35.1 Overgangsrecht bouwwerken; a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,” Vraag; Is hier de intentie van dit artikel dat wanneer er een vergunning is afgegeven, die afwijkt van het bestemmingsplan, toch kan worden gebouwd? Waarom zouden vergunningen afgegeven zijn tussen april 2018 (zo u wilt april 2023) die afwijken van de regels binnen het bestemmingsplan? Daarmee rijst de vraag: hoeveel vergunningen zijn er na april 2018 afgegeven die afwijken van het bestemmingsplan (graag locaties vermelden) en waarom zijn deze afgegeven? Vragen Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025”: 3.1.2 Nut en noodzaak beschoeiing en onderhoud (pagina 20), citaat: “Beschoeiing en onderhoud van deze beschoeiing is absoluut noodzakelijk om de
legakkers te behouden. De steile en hoge oevers van de legakkers zijn kwetsbaar. Ze slaan af door water- en winderosie en omvallende hoge bomen beschadigen de smalle legakkers. Door
zandwinning in het verleden zijn de Vinkeveense Plassen op sommige plekken vijftig meter diep.” Vraag: Eilanden die omgeven zijn met een diepte van meer dan 15 meter kunnen gezien worden als pilaren. Pilaren die hoegenaamd niet duurzaam kunnen worden beschoeid. Kan inzicht worden gegeven over hoeveel eilanden het hier gaat? 3.2.1 3.2.1 Totstandkoming hoeveelheid aantasting NNN (pagina 23), citaat; “Feit is dat in de werkelijke situatie de meeste kavels al illegaal bebouwd zijn. Deze situatie is in de loop der jaren ontstaan. Er is wel gekozen om alle illegaal gerealiseerde bebouwing (de gebouwen, de verharding/vlonders en de steigers) allemaal even zwaar als aantasting te laten meetellen.” Vragen; Graag een geografisch overzicht per april 2018 waarop duidelijk is op welke eilanden en kavels nog niet gebouwd is. Graag een geografisch overzicht per april 2023 waarop duidelijk is op welke eilanden en kavels nog niet gebouwd is. Graag een geografisch overzicht van welke kavels sowieso niet mogen worden bebouwd. Vraag: Pagina 26, citaat; “De verkavelingskaart is onderdeel van het bestemmingsplan (bijlage 4 bij de regels)”. Graag ontvangen wij de verkavelingskaarten gebaseerd op de luchtfoto van april 2018. Pagina 26, Coulanceregeling, citaat: “Op het verkavelingsverbod is één uitzondering, die is afgestemd met de provincie Utrecht.
Deze uitzondering is van toepassing op eigenaren die, in afwachting op dit bestemmingsplan, geen illegale bouwwerken hebben geplaatst. Om deze eigenaren tegemoet te komen is bepaald dat wanneer een bestaande kavel een oppervlakte heeft van ten minste 1.500 m2, en hierover een zienswijze is ingediend op het ontwerpbestemmingsplan, een kavel gesplitst kan worden in delen van minimaal 750 m2 per kavel. Deze aanpassingen zijn verwerkt op de verkavelingskaart die onderdeel is van het bestemmingsplan. Voor de overige kavels geldt dat de luchtfoto van 27 april 2023 leidend is voor de aanwezigheid van een kavel. Vragen; Hoeveel coulance regelingen betreft het hier? Graag een geografisch overzicht waar deze coulance regeling van toepassing zijn. Citaat; “Voor de bestaande situatie is in de regels van dit bestemmingsplan gekozen voor de peildatum 27 april 2023.
Van deze datum is een luchtfoto beschikbaar waaruit blijkt welke bebouwing op dat moment aanwezig was en hoe het gebied is verkaveld.” Vraag: Op basis waarvan is voor de peildatum april 2023 gekozen en waarom niet voor de peildatum 2018? Pagina 28, citaat; “Naast deze nieuwe bebouwing worden op de zandeilanden 9, 10 en 12 in totaal 35 seizoensgebonden tenten mogelijk gemaakt.” Vragen; Waarom wordt naast het BP2 en ook in het bestemmingsplan niet meer gesproken over zandeiland 11? De seizoensgebonden tenten krijgen een oppervlakte van 25M2 per stuk en zullen daarmee oplopen tot 875M2 aan tenten. Is onderzoek gedaan welke effecten deze hebben op de plassen en de infrastructuur. Hoe wordt hier de sanitaire voorziening opgelost? Citaat”(pagina 50): Toetsing en conclusie Wonen, werken en recreëren Om de dagrecreatieve functie van het gebied te versterken wordt in het bestemmingsplan middels een afwijkingsbevoegdheid de mogelijkheid geboden om de bestaande horecavoorziening op zandeiland 1 uit te breiden en op zandeiland 4 een multifunctioneel gebouw te realiseren. De zandeilanden zijn kwalitatief minder waardevol en reeds sterk verstoord. Vraag: Wordt met “bestaande horecavoorziening op zandeiland 1” bedoeld de ondernemer die momenteel (of mogelijk toekomstige ondernemer) bedoeld of kan mogelijk een tweede horeca ondernemer zich op eiland 1 vestigen? Vragen m.b.t.
BL1 Landschaps- en stedenbouwkundigplan (pagina 18) citaat: “Overzicht uitgangspunten Zone I > Bebouwing* > Materialisatie: • Hout, in donkere kleurstelling. • Géén gebruik van uitloogbare materialen. • Géén verlichting in NNN. “ Een zeer summiere beschrijving van de Materialisatie. Vragen: Graag ontvangen wij een lijst met materialen die mogen en materialen die uitgesloten worden. Mag op de kavels GL1, GL2 en GL2 geheid worden, en zo ja tot welke diepte cq zandlaag? Op welke type kavels mag wel cq niet geheid worden?
Vragen m.b.t. BL18 Waterkwaliteit; citaat “4.2. Droogtoilet (scheidingstoilet/composttoilet) De kosten van een droogtoilet variëren gemiddeld tussen € 75 - € 600. De variabele kosten van biologische afbreekbare zakken € 12 per jaar.” Vraag: Graag een uitleg over hoe dit moet worden gezien? Citaat “dan wordt de mogelijkheid van een vuilwaterboot opnieuw onderzocht” Deze kosten komen op €5.000 tot €15.000 zo wordt beweerd. Vraag: Wordt bij het verlenen van een vergunning (anterieure overeenkomst) vastgelegd dat na evaluatie de zgn vuilwaterboot nog altijd wenselijk kan gaan zijn waarbij de aanvrager zich moet realiseren dat deze investering (mogelijk toekomstege kosten) dan alsnog dient te worden gedaan en waarbij bij niet nakoming van deze investering handhaving (afbreken gebouw) het gevolg zal zijn? Citaat “Inzet vuilwaterboot opschorten voor de eerste 7 jaar en een pilot houden voor algemeen gebruik van droogtoiletten/chemische toiletten. Na 3 jaar (januari 2028) vindt er een evaluatie plaats”. Vraag: Waarom is gekozen voor een pilot van 7 jaar en niet van 2/3 jaar met een evaluatie na 1 jaar? 7.2. Handhaving > “Het is noodzakelijk om actief te gaan handhaven op uitvoering van de omgevingsvergunning.
Toezicht ziet dus expliciet op het gebruik van een vuilwatervoorziening (droog toilet / chemisch toilet) en expliciet op illegale lozingen in het oppervlaktewater.” Vraag: Wat zijn de kosten van deze handhaving en vallen deze kosten onder het aanvullende budget van €601.000? Vragen m.b.t. BL19 Inrichting- en beheerplan ’t Meertje; Vraag: Ook hier geen woord over de kosten van de inrichting. Kan onderbouwd en op detail worden aangegeven wat de kosten m.b.t. de zgn inricht zullen zijn. Vragen m.b.t. Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025” (bijlage 20); 1Ac: Indiener wil de gemeente er graag op wijzen dat de wijzigingsbevoegdheid (artikel 21) komt te vervallen onder de omgevingswet en dat er dan sprake zal zijn van een delegatiebesluit. Antwoord; Onder de Omgevingswet zal de wijzigings bevoegdheid worden gezien als een binnenplanse afwijking (omgevingsplanactiviteit, OPA). Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Vraag: Dit bestemmingsplan valt klaarblijkelijk, conform het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet, nog onder het oude recht (Wet ruimtelijke ordening) > vraag: uitgaande van bovenstaande is er dus wel degelijk sprake van een delegatie besluit? 2a: Indiener maakt bezwaar tegen het toestaan van dagrecreatie d.m.v. het plaatsen van tien tenten op zandeiland 12.
Indiener vreest een toename geluidsoverlast en ongeoorloofd overnachten (incl zwerfvuil en wildpoepen) door ontbreken van afdoende handhaving. Indiener vindt dagrecreatie prima, maar tenten toestaan is het begin van een glijbaan naar ellende. Vragen: Wat is het nut van het toestaan van 10 tenten op eiland 12? Wat is de geprognotiseerde opbrengst m.b.t. de exploitatie van eiland 12 (graag onderbouwd)? Aan wie komen deze opbrengsten ten goede? Wie is na vaststelling verantwoordelijk voor het onderhoud incl. beschoeiing van eiland 12? Beantwoording, citaat: “Door de tenten in dit bestemmingsplan toe te staan, ook voor nachtverblijf, kunnen de tenten in beheer en onder toezicht van het recreatieschap worden geëxploiteerd. Dit leidt tot meer toezicht en regulatie. In het bestemmingsplan is met extra aandacht gekeken naar de locatie van de tenten. Uitgangspunt is daarbij om de tenten zoveel Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 18 mogelijk aan de zuidkant (plassenkant) te plaatsen. De locatie van de tenten is dan ook specifiek aangeduid op de verbeelding van het bestemmingsplan. De uitbater van het eiland en de eigenaar van het eiland (Recreatieschap Midden Nederland) zijn verantwoordelijk voor het gebruik van het eiland.” Vraag: wie is straks verantwoordelijk voor de expolitatie? 3a a.
Indiener maakt zich zorgen om privacy, aangezien er gebouwd zal mogen worden waar dit eerder niet mogelijk was. Vraag: Om welk kavel gaat het hier (kadastraal nummer of geografisch overzicht voldoet)? Overige vragen m.b.t. de Zienswijze nota volgen asap.
Vragen algemeen: 1. Is het juist dat op verzonken kavels (kavels die onder water liggen) geen gebouwen nog bebouwing mag plaatsvinden? 2. Wat is de definitie van verzonken kavels (kavels onder water)? 3. Mag op de kavels GL1, GL2 en GL geheid worden en zo ja tot welke diepte? 4. Wat is de definitie van Tiny houses en van welke materialen mogen die gemaakt worden en welke materialen worden uitgesloten? 5. Worden containers cq containerwoningen toegestaan? 6. Hoe kan handhaving m.b.t. beschoeiing worden gewaarborgd gezien het feit dat Gemeente nu al niet in staat is om op dit punt te handhavend op te treden m.b.t. beschoeiing van de door de gemeente verkochte 42 eilanden? 7. Bevaarbaarheid en bevlotbaarheid in het algemeen; hoe is dat geregeld? 8. Bevaarbaarheid en bevlotbaarheid tussen arken; hoe is dat geregeld? 9. Waar kunnen de minimale doorvaar breedtes m.b.t. privaat water worden terug gevonden en waarom staan deze niet in (de spelregels van het)bestemmingplan (artikel 22 pagina 59)? 10. Waar kunnen de minimale doorvaar breedtes m.b.t. openbaar water worden terug gevonden en waarom staan deze niet in (de spelregels van het)bestemmingplan (artikel 22 pagina 59)? 11. Graag een overzicht van de zgn coulance regelingen (hoeveel zijn dat er en hoe zien die er uit). 12. Citaat: “zo’n 8,3 ha aan illegale bebouwing op de kavels.
Daarvan zal dus per saldo een deel (circa 1,5 ha) afgebroken / aangepast moeten worden”; Graag ontvangen wij een gedetailleerd overzicht van het aantal bouwsels welke dienen te worden afgebroken, dit per bouwsel gespecificeerd (vlonders, kisten, hutten etc) Dit graag in een geografisch overzicht. 13. Hoe gaan wij om du moment het bebouwingsquotum in ha (6,8) is volgelopen, dreigt te worden overschreden. 14. Verkoop eiland thv Baambrugse zuwe 116 is (nagenoeg) onderhands verkocht, hoe verantwoord de wethouder dit jegens de eigenaar, de inwoner? 15. Inrichtingskosten m.b.t. het Meertje werden ten tijde van het aannemen van dit raadsvoorstel geschat op €20.000 hetgeen geen realistisch beeld lijkt te schetsen. Graag een gedetailleerde kosten prognose m.b.t. deze inrichting. 16. Citaat kadernota: “Met de keuze blijft voor de komende jaren structureel € 600.000 beschikbaar voor het uitvoeringsplan bestemmingsplan Plassengebied in plaats van het gewenste budget van € 1.000.000.” Wellicht aan uw aandacht ontsnapt, maar wij missen een handhavingsparagraaf cq een ordentelijke onderbouwing m.b.t. de 1.201.000€ aan eventueel budget. 17. Wat heeft het college doen besluiten om binnen het vogelgebied ten zuiden van eiland 2 genaamd Vinkenrust t.o.v. het concept bestemminsplan nog meer bebouwing toe te staan? 18.
Worden binnen dit bestemmingsplan zgn Clamping toegestaan op bijvoorbeeld eilanden 10, 11 en 12 of kan dat worden uitgesloten? 19. Zou, gezien het feit dat SGL zo panisch op zoek is naar geld een liggeldverordening alsmede een parkeerverordening op eiland 4 niet bron van inkomsten zijn cq een oplossing bieden voor een aantal maatschappelijke problemen? 20. Waarom wordt niet gehandhaafd m.b.t. tot onderhoud en beschoeiing t.a.v. de verkochte legakkers Kunnen op diverse kaveltypes en of binnen bepaalde zone’s Jacuzzi’s en kampvuren (of buitenvuur in het algemeen) alsmede potkachels en allesbranders worden verboden of uitgesloten?