CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

241128 Beantwoording technische vragen B - PvdA-GroenLinks - Woonvisie 2025 - 2030

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonvisie De Ronde Venen 2025-20301.697 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Ernst Schreurs, Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 26 november 2024 Onderwerp: Woonvisie 2025 - 2030 In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Afgestemd Maarten van der Greft Datum beantwoording: 28 november 2024 Inleiding n.v.t. 1. P4 en P14. Voor nieuwbouw geldt het uitgangspunt dat 30% sociale huur is en 36% betaalbare koop of middeldure huur. Van die 36% is 8% een middeldure huurwoning. a. Waarop is deze verdeling tussen sociale huur, betaalbare koop en middeldure huur gebaseerd? Antwoord: De verdeling 30% sociale huur en 36% betaalbare koop of middeldure huur is gebaseerd op nationaal en provinciaal beleid en de afspraken uit de Woondeal U10. Uit het woonbehoefteonderzoek is gebleken dat de behoefte aan middeldure huur niet groot is, maar dit segment wel nodig is. Deze behoefte ligt rond 7% (bron woonbehoefte onderzoek RIGO, zoals gepresenteerd op 17 april). Ook is een woning van € 390.000 voor veel woningzoekenden niet betaalbaar. Daarom is er een richtlijn opgenomen om een deel onder € 300.000 te realiseren. b. Hoe sluit deze verdeling aan bij de verdeling in de behoefte naar sociale huur, betaalbare koop en middeldure huur? Kunnen we dat vergelijk ontvangen? Antwoord: De verdeling in de vraag (o.b.v. wat verhuis geneigde huishoudens in het WoONonderzoek bewerkt door RIGO aangeven) is:

24% sociale huur (waarvan we weten dat de werkelijke behoefte hoger ligt) · 7% middeldure huur · 17% koop < €265.000 (prijspeil 2021) · 16% koop tussen €265.000 - € 355.000 · 37% koop > € 355.000 Bij deze verdeling van de nieuwbouw is uitgegaan van de al vastliggende afspraken (30% sociaal en 36% middelduur), genuanceerd met de woonbehoeftecijfers van RIGO, zoals gepresenteerd tijdens de voorbereidende bijeenkomst van 17 april. ·

c. Hoe wordt in projecten geborgd dat er ook daadwerkelijk 8% middeldure huur gerealiseerd wordt en dit langjarig middenhuur blijft? Antwoord: De realisatie van middeldure huurwoningen wordt meegenomen in de gesprekken en onderhandelingen met ontwikkelaars. Ook zijn we in gesprek met Cazas Wonen over het realiseren van middeldure huurwoningen. Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur is de middeldure huur gereguleerd. Dit betekent dat er een maximale huur bepaald is afhankelijk van de kwaliteit van de woning. Dus als de kwaliteit niet verandert, is deze maximale huur van toepassing, ook voor de langere termijn. 2. P5 en P24. Hier stellen we dat we willen dat het percentage sociale huur stijgt in de totale woningvoorraad. a. Is er aan het te bereiken aandeel ook een percentage gekoppeld? Voorheen was dit 30% in de totale woningvoorraad, geldt dat nog steeds? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De ambitie om toe te groeien naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad geldt nog steeds. Deze staat in de Woondeal U10. b. Wat is het huidige percentage sociale huurwoningen in de woningvoorraad? Antwoord: Het huidige percentage sociale huurvoorraad in gemeente De Ronde Venen is 27% (24% woningcorporatie, 3% particuliere verhuur) (p. 8, p.20) c.

Met welk percentage neemt dit percentage in 2030 en 2040 toe met de 30% sociale huur per woningbouwproject die nu voorzien is? Antwoord: Dan neemt dit percentage met ongeveer 1 procentpunt toe. d. Hoe verhoudt dat percentage zich tot de behoefte aan sociale huurwoningen nu, in 2030 en 2040? Antwoord:

De precieze behoefte in 2030 en 2040 is sterk afhankelijk van economische ontwikkelingen (inkomens, huizenprijzen). Wel is de prognose dat de inkomensgroep die in aanmerking komt voor sociale in relatieve zin heel licht daalt. Op basis (enkel) daarvan zou de behoefte aan sociale huurwoningen ook weinig veranderen ten opzichte van nu.

i.

e. Kunnen de cijfers uit de vorige vraag ook gecorrigeerd worden met: Inwoners die in aanmerking komen voor een sociale huurwoningen, maar in een eigen koopwoning wonen en waarschijnlijk geen behoefte hebben aan een sociale huurwoning. Antwoord: Deze cijfers zijn niet beschikbaar. Er is geen onderzoek gedaan naar mensen in een koopwoning die in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning, maar hier geen behoefte aan hebben.

ii.

Inwoners die niet (meer) in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, maar wel in een sociale huurwoning wonen. Antwoord: Volgens https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/lokalemonitor-wonen wordt 17% van de sociale huur door inkomens wordt bewoond met een inkomen boven de inkomensgrens. 3. P4 en P24. We volgen het convenant toekomstbestendige woningbouw. a. Is dit de opvolger van het convenant duurzame woningbouw of is dat hetzelfde? Als dit een opvolger is, waarin verschilt dit van het voorgaande convenant? Antwoord: Het convenant toekomstbestendige woningbouw is de doorontwikkeling van het convenant duurzame woningbouw. Dit convenant is een levend document wat regelmatig herijkt wordt conform de laatste inzichten. De ondertekening hiervan blijft bij iedere nieuwe versie staan. De actualisatie bestaat in hoofdlijnen uit tekstuele verbeteringen en uitgebreidere toelichting. Daarnaast sluit het nu beter aan op de “Maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving” en de indicatoren vanuit “Het nieuwe Normaal” b. Bevat dit convenant nog steeds ambitieniveaus zoals brons, zilver en goud? Zo ja, De Ronde Venen heeft zich aan het ambitieniveau brons gecommitteerd. In deze woonvisie lezen we dat echter niet terug. Aan welk ambitieniveau committeert De Ronde Venen zich?

Antwoord: Dit convenant bevat nog steeds de ambitieniveaus brons, zilver en goud. Het ambitieniveau van De Ronde Venen is niet aangepast in de tussentijd en zit op niveau brons.

4. P6 en P26. Hier wordt gesproken over gebiedsopgaven per dorp. a. Betekent dit dat er per dorp gebouwd wordt voor de bevolkingsontwikkeling en behoefte per dorp? b. Zo ja, gaat het hier dan alleen om de behoefte van de ‘eigen’ inwoners of ook om de behoefte om een dorp vitaal en leefbaar te houden? Bijvoorbeeld met toevoeging van woningen voor jonge gezinnen die ook ‘van buiten’ kunnen komen. Antwoord: De doelstellingen in de woonvisie gelden voor de gemeente De Ronde Venen als geheel. Waar de nieuwbouw toegevoegd wordt in de verschillende dorpen, is afhankelijk van onder andere de kansen die zich voordoen, maar ook van de keuzes die gemaakt worden in de omgevingsvisie. Het uitgangspunt is dat we bouwen voor onze eigen inwoners. Het aantal toe te voegen nieuwbouwwoningen is voor een deel ook voor mensen uit de regio.

5. In het verleden zijn er door de STEC Groep rapporten gemaakt over de woningbehoefte per kern, nu en in de toekomst. We begrepen eerder dat er van deze rapporten een update zou komen, die mede de basis zouden vormen voor deze woonvisie. Klopt dat? Zo ja, kan dit rapport c.q. kunnen deze rapporten aan de stukken toegevoegd worden? Antwoord: Voor deze Woonvisie zijn er door STEC Groep geen nieuwe rapporten gemaakt. RIGO heeft voor deze Woonvisie het woningbehoefte onderzoek verzorgd. Het berekenen van de woningbehoefte op dorpsniveau, geeft zeker voor de kleinere dorpen, een schijnzekerheid, omdat deze cijfers niet op dit niveau beschikbaar zijn. Dit is dan altijd een vertaling van cijfers op een hoger niveau naar het niveau van het dorp. Daarom is er voor gekozen om in deze Woonvisie geen gedetailleerde cijfer op te nemen, maar uitspraken globaal te houden op basis van gevoerde gesprekken.

6. In het verleden hebben we een overzicht gehad van mogelijke instrumenten die een gemeente in kan zetten in de woningmarkt en of die wel of niet ingezet worden. Een deel van die instrumenten zou richting de nieuwe woningvisie onderzocht worden. In de woonvisie zelf lezen we hier weinig over terug. a. Kunnen we een update krijgen van dit overzicht van instrumenten en of we deze inzetten of niet? Antwoord: Het is niet duidelijk om welk overzicht het gaat. Instrumenten zoals de opkoopbescherming, zelfbewoningplicht en anti-speculatiebeding zijn begin 2024 onderzocht door RIGO. Tijdens de voorbereidende bijeenkomst van 17 april 2024 heeft RIGO toegelicht waarom er geen nut en noodzaak is voor deze instrumenten in De Ronde Venen. b. Kan voor de instrumenten die we niet inzetten, gemotiveerd worden waarom we die niet inzetten?

Antwoord: De meeste woningbouwplannen worden door marktpartijen ontwikkeld. Het opleggen van een anti-speculatiebeding is dan niet mogelijk. Het opleggen van een zelfbewoningsplicht kan onder voorwaarden wel. Daarvoor bestaat wat ons betreft echter geen aanleiding. Begin 2024 is een analyse gedaan van het aantal opgekochte woningen door investeerders in gemeente De Ronde Venen, uitgevoerd door adviesbureau RIGO. Het aantal woningen dat op dit moment verhuurd wordt door (particuliere) beleggers is door maatregelen vanuit het Rijk namelijk zeer sterk afgenomen in onze gemeente. 7. Een voorbeeld van een instrument is een leegstandsverordening, om (langdurige) leegstand van woningen te voorkomen. Gaan we die toepassen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het is mogelijk een leegstandsverordening in te voeren. Een gemeente is dat niet verplicht. Met een leegstandsverordening kan de gemeente laten zien dat zij serieus en systematisch van plan is leegstand aan te pakken en de druk op eigenaren te verhogen om leegstand te voorkomen. Gemeenten kunnen in een leegstandsverordening regels vaststellen voor het melden van leegstand van gebouwen en/of woningen, het voeren van gesprekken met eigenaren, het doen van een verplichtende voordracht en het opleggen van bestuurlijke boetes.

Tegelijkertijd moet de gemeente de leegstaande panden die op basis van de verordening gemeld worden registreren. Het invoeren van een leegstandsverordening brengt hierdoor ook extra verplichtingen en werkzaamheden met zich mee. Er zijn geen signalen dat leegstand een groot probleem is. Gezien de hoeveelheid werk, is het niet wenselijk om deze in te voeren als hier niet direct een aanleiding toe is. Mocht hier wel aanleiding voor zijn, dan is dit te overwegen. 8. Bij woningbouw kunnen ook andere functies meegenomen worden, bijvoorbeeld de toevoeging van een gemeenschapsruimte. Daar lezen we nu niet direct iets over in de woonvisie. Vormt dit wel een onderdeel van woningbouwplannen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Dit komt terug in de Woonzorgvisie. In de Woonvisie wordt hiernaar verwezen. Eén van de woonvormen die in de Woonzorgvisie wordt genoemd, is de geclusterde woonvorm. Deze woonvorm gaat uit van het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Het is daarom gewenst dat bij deze woonvorm een ontmoetingsruimte aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14877328/2