241128 Beantwoording technische vragen B - PvdA-GroenLinks - Koersdocument Omgevingsvisie
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Ernst Schreurs, Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 26 november 2024 Onderwerp: Koersdocument Omgevingsvisie
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: 28 november 2024 Inleiding n.v.t. Vragen 1. In argument 2.1 staat dat verschillende stakeholders betrokken zijn, hierin worden voorbeelden genoemd van overheden, gemeenschappelijke regelingen en één belangenorganisatie: LTO. Welke andere belangenorganisaties zijn hierbij betrokken? Antwoord: Voor de participatie momenten is breed gecommuniceerd en uitgenodigd. Organisaties en stakeholders die bij de gemeente bekend zijn zoals ondernemersverenigingen, wijk- en dorpsraden, natuur- en landbouworganisaties zijn gericht uitgenodigd. 2. P12 en P13. Hier wordt gesproken over een ‘straatje erbij’. Hierover is de afgelopen tijd meer in de media verschenen. Wat wordt daarmee echter bedoeld in De Ronde Veense context? Gaat het hier letterlijk om het generiek toevoegen van een straatje aan alle dorpsranden, of is dit een verwoording van kleinschaligere uitbreidingen bij dorpskernen? Antwoord: Het is een verwoording van kleinschalige uitbreidingen bij dorpskernen, de uitvoering is afhankelijk van de situatie in het betreffende dorp.
3. P12, P13 en P14. Het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad gaat via een ‘wijkgerichte aanpak’. Wat wordt verstaan onder toekomstbestendig? Gaat het hier dan enkel om verduurzaming van woningen of ook andere aspecten, zoals klimaatadaptatie? En als het ook om andere aspecten gaat, welke? Antwoord: Er wordt ingezet op de verduurzaming van woningen. In eerste instantie via het isoleren van woningen, met name de Lokale Aanpak Isolatie voor grondgebonden koopwoningen. Maar ook woningcorporaties, particuliere verhuurders en VVE’s staan aan de lat. Het isoleren van de woningvoorraad is een randvoorwaarde om uiteindelijk in 2050 aardgasvrij te zijn. Het nog te verschijnen Warmteprogramma gaat nader in op de stappen die daarvoor genomen worden. 4. P12 en P14. Er wordt niet gekozen voor het overeind houden van voorzieningen in alle dorpen. Om welke voorzieningen gaat het die in 2040 zouden kunnen verdwijnen in de kleinere dorpen? En heeft de gemeente daar nu wel een rol in? Zo ja, welke? Zo nee, welke rol zou de gemeente kunnen nemen als we die voorzieningen wel zouden willen behouden? Antwoord: Uitgangspunt in het Koersdocument is dat er gekozen wordt voor het in stand houden van het huidige voorzieningenniveau in de gemeente. In het Koersdocument wordt voorgesteld om in de kleine dorpen niet ten koste van alles de voorzieningen in stand te houden.
Dit betreft alle voorzieningen zoals onder andere dorpshuizen, scholen en zorgvoorzieningen. De rol van de gemeente verschilt per type voorziening. Voor het in standhouden van de voorzieningen in de kleinere dorpen zal voor de toekomst mogelijk een beroep worden gedaan op de lokale gemeenschap. 5. P18. In het document staat dat we terughoudend zijn met de komst van grote (inter)nationale bedrijven in de sectoren logistiek en dataverwerking. Wat betekent terughoudendheid? Is hier dan wel ruimte voor of worden er maatregelen genomen om dat te voorkomen? Antwoord: In het kader van de Bedrijventerreinenstrategie die wordt opgesteld is onderzoek gedaan naar de ruimtebehoefte van de bedrijven en ondernemers binnen de gemeente. Voor de periode tot 2030 is de totale ruimtevraag in de gemeente bijna 14 hectare (netto), tot 2040 is deze ruimtevraag bijna 21 hectare (netto). Binnen de gemeente is op één locatie een nieuw bedrijventerrein voorzien, “De Bocht” bij Mijdrecht. Vanuit de lokale ruimtevraag die aantoonbaar aanwezig is, is het gewenst dat deze ruimte beschikbaar wordt gesteld voor lokale ondernemers, in kavels variërend van 0,5 tot 2 hectare. Waarmee zij met een verhuizing naar het nieuwe bedrijventerrein ook bijdragen aan de schuifruimte die ontstaat op de locatie in de gemeente die zij achterlaten.
Met het uitgifteprotocol wat wordt opgesteld kan gestuurd worden op herkomst van het bedrijf en omvang van de kavels. Waarbij wordt voorgesteld voorrang te geven aan lokale bedrijven omdat hiermee de lokale economie en werkgelegenheid het meest gediend wordt en voorkomen kan worden dat zij uit noodzaak naar buiten de gemeente moeten verhuizen. 6. P18. Hier wordt gesproken over goede flexbus-aantakkingen voor mensen die slecht ter been zijn. In het strategisch OV-plan wordt daarnaast echter ook uitgegaan van het behoud van langzamere en fijnmazigere lijnen (120, 121, 123 en buurtbus 526) door de dorpen voor het aantakken op snellere lijnen.
Dit lezen we nu niet terug, blijft dit (in de verdere uitwerking) wel het uitgangspunt? Antwoord: In het Koersdocument is het strategisch OV-plan als uitgangspunt genomen. Het Koersdocument gaat alleen over de hoofdlijnen van dit beleid. De uitgangspunten zoals opgenomen in het strategisch OV-plan blijven van kracht. 7. P18. Voor zonnevelden wordt gekozen voor clustering om de impact te verminderen. In het verleden is ook gesproken over zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door koppeling met recreatie, waterberging, natuur of andere functies. Dit lezen we nu niet terug, blijft dit (in de verdere uitwerking) wel het uitgangspunt? Antwoord: In aanvulling op het gemeentelijk zonnevelden beleid is in het Koersdocument opgenomen dat er gekozen wordt voor clustering om versnippering te voorkomen. Er zijn geen aanvullende ambities opgenomen over meervoudig ruimtegebruik. 8. P23. Hier wordt gesproken over het accepteren van ‘landschappelijke consequenties’ in het kader van nieuwe verdienmodellen, innovatie en experimenten bij agrariërs. Aan wat voor landschappelijke consequenties moet dan gedacht worden? Antwoord: Hierbij moet gedacht worden aan meer bouwmogelijkheden om de bouw en ontwikkeling van technische installaties, zoals bijvoorbeeld een biovergister, mogelijk te maken.