CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

241108 Beantwoording technische vragen B - VVD - Raadsvoorstel beleidsplan armoede en schulden

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel beleidsplan Armoede en schulden 2024-20283.170 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C

Naam indiener: Peter van der Giessen Fractie: VVD Datum van indienen: 3 november 2024 Onderwerp: Vragen n.a.v. Raadsvoorstel beleidsplan Armoede en Schulden 2024 - 2028

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Cees van Uden Datum beantwoording: 8 november 2024 Inleiding

Vragen n.a.v. Raadsvoorstel beleidsplan Armoede en Schulden 2024 – 2028 Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) Vragen over document: Raadsvoorstel beleidsplan Armoede en Schulden 2024 – 2028: T.a.v. hoofddoel 1: De toegang tot minimavoorzieningen laagdrempeliger maken en daarmee het bereik vergroten Een van de doelen van het beleidsplan is de toegang tot minimavoorzieningen laagdrempeliger maken en daarmee het bereik vergroten.  Wat is de gedachte achter deze doelstelling? Antwoord: Op dit moment moet een inwoner voor elke regeling uitgebreide administratie (zoals bankafschriften en vermogensgegevens) overleggen, een aanvraagformulier invullen en vervolgens enkele weken wachten op een beoordeling. Dit brengt niet alleen een administratieve last met zich mee, maar veroorzaakt ook onzekerheid. Daarom willen wij de toegang tot deze regelingen laagdrempeliger maken, zodat inwoners hier eenvoudiger gebruik van kunnen maken. Bij de regeling ‘Iedereen Actief’ moet de inwoner bijvoorbeeld nu zelf het bedrag voorschieten. Dit willen wij aanpassen om de toegankelijkheid van deze regelingen te vergroten. Zie ook p. 11.  Hoe is deze doelstelling tot stand gekomen? Antwoord: Door de gesprekken met de maatschappelijke partners waaronder het Geldpunt, de Voedselbank en het

Servicepunt. Ziet het college het als een reëel risico dat inwoners vanwege de lage toegankelijkheid van minimavoorzieningen de motivatie verliezen om er zelf voor te zorgen dat zij niet langer van deze voorzieningen afhankelijk zijn? Bijvoorbeeld door (meer) betaald werk aan te nemen. Zo ja, welke maatregelen neemt het college om dit risico te mitigeren? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, zij vragen de regelingen niet aan, waardoor betalingsachterstanden oplopen en stille armoede ontstaat. Dit komt naar voren tijdens de spreekuren voor de collectieve zorgverzekering in december, waar ook een klantmanager Inkomen aanwezig is om vragen over inkomen en inkomensregelingen te beantwoorden. Hieruit bleek dat inwoners die recht hebben op regelingen deze vaak niet aanvragen vanwege redenen als: gebrek aan kennis over het bestaan ervan, de complexiteit van de aanvraagprocedure en schaamte. De spreekuren bleken een effectief middel om de drempel te verlagen. Om deze reden is kernindicator 2.1 opgesteld: ‘Er zijn minstens twee spreekuren per jaar over de minimavoorzieningen’. 

Uit het raadsvoorstel blijkt dat het bereik van de minimaregelingen lager is dan gewenst. Is er dan wel voldoende behoefte aan deze regelingen? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom kiest het college ervoor om hier dan toch mee door te gaan? Antwoord: De regelingen zijn essentieel voor onze inwoners, maar de huidige toegang is niet eenvoudig. Dit is ook de conclusie van onze maatschappelijke partners. Daarom introduceren wij de Groene Hart Pas. De enige nieuwe regeling is de 65+-regeling. De gemeente evalueert jaarlijks of herijking van het beleidsplan nodig is, en de gemeenteraad wordt hierover eveneens jaarlijks geïnformeerd. Zie p. 18. 

Kan er op de minimavoorzieningen worden bespaard, aangezien het gebruik hiervan laag is? Zo ja, hoeveel kan er worden bespaard? En zo ja, welke mogelijkheden zijn er om het bespaarde geld in te zetten om mensen te helpen en stimuleren richting (meer) betaald werk? Antwoord: De minimavoorzieningen zijn, met uitzondering van de individuele inkomenstoeslag, beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm. Onder de inwoners met een inkomen tussen 100% en 120% van deze norm bevinden zich werkenden, WAJONG-ontvangers, en inwoners met een WIA- of WAO-uitkering. Besparingen op minimavoorzieningen bevorderen echter niet dat inwoners aan het werk gaan. De landelijke politiek kan hierin een rol spelen door werk financieel aantrekkelijker te maken. Wat de gemeenteraad wél kan doen, is de inkomensgrens verhogen naar bijvoorbeeld 130%, 140% of 150%, zoals bij de uitvoering van de energietoeslag op landelijk niveau. Hiervan profiteren werkenden namelijk van. 

Hoe verhoudt het doel om de toegang tot minimavoorzieningen laagdrempeliger te maken en het bereik hiervan te vergroten zich tot het bevorderen van (financiële) zelfredzaamheid van inwoners? Antwoord: Inwoners die recht hebben op minimavoorzieningen, maar hier geen gebruik van maken, brengen zichzelf onnodig in een (financieel) slechtere positie. Een voorbeeld hiervan zijn inwoners die recht hebben op de collectieve zorgverzekering van de gemeente, maar zich toch alleen voor het basispakket verzekeren, waarin tandzorg niet is inbegrepen. Tandzorg is vaak onbetaalbaar voor minima wanneer het 

niet is meeverzekerd, wat kan leiden tot gebitsproblemen. Een slecht gebit heeft een aanzienlijke invloed op het zelfvertrouwen, de fysieke gezondheid en de psychische gezondheid van een inwoner. Hierdoor kan de afstand tot werk en/of de hoogst haalbare vorm van participatie toenemen. Dit kan weer leiden tot beginnende schulden, waardoor de zelfredzaamheid van de inwoner afneemt en een beroep op een geldmaatje en/of schuldhulpverlening noodzakelijk kan worden. Dit had voorkomen kunnen worden als de inwoner in een vroeg stadium geholpen was om gebruik te maken van bijvoorbeeld de collectieve zorgverzekering. Slechts 7% van de rechthebbenden maakte in 2023 gebruik van de regeling Iedereen Actief. Het vermoeden is dat schaamte en de hoge administratieve lasten om de regeling aan te vragen hierbij drempels vormen.  Waarop is dit vermoeden gebaseerd en waar blijkt dat uit? Antwoord: Uit gesprekken met maatschappelijke partners blijkt dat bij de regeling Iedereen Actief ook het voorschieten van het bedrag door de inwoner een knelpunt is.

De inwoner moet eerst zelf betalen en vervolgens afwachten of het bedrag uiteindelijk wordt vergoed Is onderzocht of er überhaupt behoefte is aan deze regeling? Zo ja, wat is de uitkomst daarvan? Zo nee, kan het college toelichten waarom er toch al maatregelen worden voorgesteld die betrekking hebben op een voorziening waarvan onbekend is of er (voldoende) behoefte naar is? Antwoord: Er zijn geen directe gesprekken geweest met inwoners, maar wel met maatschappelijke partners. Met de introductie van de Groene Hart Pas zal er veel meer data beschikbaar komen, ook over de behoeften van de inwoners. Deze informatie wordt jaarlijks gemonitord, en indien nodig wordt het beleidsplan herijkt. 

T.a.v. hoofddoel 3: Meer inwoners naar schuldhulpverlening en de uitval tijdens deze trajecten verkleinen. Uit het raadsvoorstel blijkt dat weinig inwoners gebruik maken van schuldhulpverlening. In het raadsvoorstel staat dat het daarom belangrijk is dat de toegankelijkheid en zichtbaarheid van deze diensten wordt vergroot. Als voorbeeld worden voorlichting en informatiesessies genoemd.  Is onderzocht waarom weinig inwoners van deze hulpverlening gebruik maken? Antwoord: Er zijn gesprekken gevoerd met maatschappelijke partners, consulenten vroegsignalering en bemoeizorg. Eén van de belangrijkste knelpunten was de zichtbaarheid van de consulent schuldhulpverlening, zowel voor inwoners, interne collega's als maatschappelijke partners. In de aanbesteding was opgenomen dat de consulent wekelijks aanwezig moest zijn bij het spreekuur, maar dit was niet gerealiseerd. De rapportages voldeden niet aan het programma van eisen, en voor een eerste gesprek met de schuldhulpverlener moest de inwoner een grote hoeveelheid documenten meenemen, wat de drempel te hoog maakte voor een aanvraag. Om deze redenen zijn er verschillende maatregelen getroffen. Er zijn serieuze gesprekken gevoerd met de aanbestedende partij, die daarop veranderingen doorvoerde. Een belangrijke wijziging is dat de schuldhulpverlener nu wekelijks aanwezig is bij het spreekuur en zichtbaar is voor collega’s. Daarnaast is

de gemeente aangesloten bij een waarborgfonds voor saneringskredieten en voldoen de rapportages nu aan de eisen uit het programma van eisen. Deze veranderingen zijn in 2023 doorgevoerd. De aanbestedende partij was voor zes jaar aangesteld, waarvan minimaal vier jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met twee keer één jaar. Gezien de situatie was het de bedoeling om een nieuwe aanbesteding te starten, maar dit bleek niet haalbaar binnen de beschikbare tijd. Daarom is de huidige overeenkomst met één jaar verlengd, met de voorwaarde dat de verbeteringen doorgevoerd blijven. Ondanks deze verbeteringen zijn de cijfers nog steeds minimaal, waardoor we nu werken aan een nieuwe aanbesteding voor schuldhulpverlening, waarbij zichtbaarheid expliciet in het programma van eisen wordt opgenomen.

Waaruit blijkt dat voorlichting en informatiesessies de juiste middelen zijn om deze hulpverlening toegankelijk en zichtbaar te maken? Is er onderzoek gedaan op welke manier de toegankelijkheid en zichtbaarheid kan worden verbeterd? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit onderzoek? Zo nee, waarom niet? En zo nee, wat is de reden dat het college ervoor kiest om maatregelen te nemen waarvan niet onderzocht is of deze tot het gewenste resultaat leiden? Antwoord: Dit kwam naar voren tijdens de spreekuren van de collectieve zorgverzekering, waar inwoners dit als een laagdrempelige manier beschouwden om hun vragen te stellen. 

In het beleidsplan wordt bij de regeling Iedereen Actief aangegeven dat men vermoed dat het lage gebruik van deze regeling o.a. komt door schaamte. Mogelijk speelt schaamte ook een rol bij schuldhulpverlening. Is dat onderzocht en zo ja, wat waren de resultaten? Ervan uitgaande dat informatiesessies en voorlichting openbaar zijn, zijn dit dan wel geschikte middelen als blijkt dat schaamte een rol speelt? Antwoord: In gesprekken met maatschappelijke partners en inwoners tijdens de spreekuren van de collectieve zorgverzekering kwam dit naar voren. Een voorbeeld van een tool die ingezet kan worden, is Mentimeter, waarmee inwoners anoniem vragen kunnen beantwoorden en feedback kunnen geven. De invulling van de informatiesessie en voorlichting gebeurt in overleg met de maatschappelijke partners. 

Wat zijn de gemiddelde kosten en baten van een schuldhulpverleningstraject voor de gemeente? En hoe is dit opgebouwd? Antwoord: De gemeente neemt de diensten af per product.  Informatie en advies per uur: € 73,70  Intake: € 667, Schuldregeling: € 820, Stabilisatie: € 371, Wsnp verklaring: € 592, Aflosperiode per uur: € 52,5  Budgetbeheer per uur: € 51,70 

De producten worden maandelijks gefactureerd. Tot 5 november 2024 bedroegen de kosten

€ 82.630,27. Is aanmelding voor een schuldhulpverleningstraject vrijwillig en de deelname hieraan vrijblijvend? Zo ja, welke mogelijkheden heeft de gemeente om het vrijblijvende karakter te beperken en goed gedrag te belonen? Zo nee, wat is de consequentie voor deelnemers bij uitval uit het schuldhulpverleningstraject? Antwoord: Het traject van schuldhulpverlening is vrijwillig. De consequentie voor de inwoner die niet meewerkt, is dat er geen oplossing voor zijn schulden komt. Bij een hernieuwde aanvraag wordt gekeken hoe de schuldhulpverlener ervoor kan zorgen dat de inwoner niet opnieuw uitvalt, bijvoorbeeld door intensievere begeleiding of beschermingsbewind. Een inwoner die meewerkt, wordt beloond met een schuldenvrije toekomst. 

Wat zijn de gemiddelde kosten voor de gemeente bij uitval van een deelnemer aan een schuldhulpverleningstraject? En hoe is dit opgebouwd? Antwoord: In 2024 hebben tot nu toe 2 inwoners hun aanvraag ingetrokken, na de intake- en stabilisatiefase. De kosten hiervan bedragen € 1.038 per inwoner. 

Daarnaast zijn er twee aanvragen afgewezen vanwege het niet nakomen van afspraken en het niet reageren op verzoeken en uitnodigingen voor gesprekken. De kosten hiervan, bestaande uit intake, stabilisatiefase en schuldregeling, bedragen € 1.858 per inwoner. Onderdeel argumenten: 1.2 Met het beleidsplan Armoede en Schulden 2024-2028 geeft gemeente De Ronde Venen invulling aan haar ambitie om zo veel mogelijk inwoners op een zo laagdrempelig manier minimaregelingen aan te bieden. Welke maatregelen neemt het college om te voorkomen dat inwoners vanwege het vereenvoudigen en laagdrempelig maken van het aanvraagproces onterecht in aanmerking komen voor minimavoorzieningen? Antwoord: Er is nog steeds een inkomenstoets die bepaalt of de inwoner voldoet aan de voorwaarden voor de voorziening. 

 Welke maatregelen neemt het college ter voorkoming van oneigenlijk gebruik? Antwoord: Inwoners moeten zich nog steeds houden aan de inlichtingplicht conform artikel 17 van de Participatiewet, en de inkomenstoets blijft van kracht. De toetsing voor de minimaregelingen van de Groene Hart Pas wordt vooraf ingediend. Voor andere voorzieningen, zoals aanvragen voor bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en de collectieve zorgverzekering, blijft de procedure ongewijzigd. Bij de aanvragen voor bijstand en de collectieve zorgverzekering wordt nog steeds getoetst via heronderzoeken of steekproeven. De gemeente behoudt deze bevoegdheid conform artikel 53a lid 6 van de Participatiewet. 1.6 Met de komst van de Groene Hart Pas wordt de toegang tot de minimaregelingen vereenvoudigd. Uit het raadsvoorstel blijkt dat inwoners slechts een keer per jaar hoeven aan te tonen dat zij tot de

doelgroep van de Groene Hart pas behoren. Wat als er gedurende het jaar iets wijzigt in de situatie van de deelnemer, bijvoorbeeld in het inkomen, waardoor deze deelnemer niet meer voor de Groene Hart pas in aanmerking zou komen? Antwoord: Een inwoner wordt getoetst op het moment van aanvraag. Als de inwoner bijvoorbeeld op 5 november voldoet aan de voorwaarden, maar op 6 november begint met werken en meer verdient dan 120%, hoeft de inwoner het ontvangen bedrag niet terug te geven. De inwoner komt echter niet meer in aanmerking voor tegoeden in het daaropvolgende jaar. Vragen over document: Beleidsplan Armoede en Schulden 2024 – 2028: 4.2 Stichting Leergeld De Ronde Venen: Uit het beleidsplan blijkt dat Kansen voor alle kinderen wordt vervangen door Stichting Leergeld de Ronde Venen. Uit onderzoek zou namelijk zijn gebleken dat de beoogde doelgroep door Kansen voor alle kinderen niet werd bereikt. Er werd geen inkomenstoets gehanteerd en er werden vooral elektrische fietsen verstrekt. Wat gaat Stichting Leergeld De Ronde Venen anders doen dan Kansen voor alle kinderen om de beoogde doelgroep wel te bereiken? Antwoord: Stichting Leergeld De Ronde Venen hanteert een inkomenstoets, maar kijkt ook naar maatwerk.

Zo kan een inwoner die op papier veel verdient, maar in de schuldsanering zit en daardoor onderaan de streep op bijstandsniveau komt, toch in aanmerking komen voor voorzieningen. De stichting kijkt daarnaast naar voorliggende voorzieningen, zoals de samenwerking met Digidromen, die refurbished laptops doneert, en het aanschaffen van fietsen bij de Kringkoop in plaats van nieuwe. 

Ook voert de stichting een brede intake uit om te bepalen wat er nodig is om een gezin op weg te helpen. Is er bijvoorbeeld hulp van de Voedselbank nodig, of ondersteuning bij geldzorgen? Kunnen de kinderen sporten? Op deze manier wordt een inwoner geholpen, waarbij niet alleen een nieuw product wordt aangeboden, maar ook gekeken wordt naar de bredere situatie van het gezin.  Waarom werd er door Kansen voor alle kinderen geen inkomenstoets gedaan? Antwoord: Dat is een afweging die op dat moment is gemaakt. Werd er door Kansen voor alle kinderen op een andere manier beoordeeld of iemand wel in aanmerking komt voor een verstrekking? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Elke aanvraag werd vergoed, maar na meerdere signalen over misbruik van deze regeling, is deze aangescherpt. In 2023 werd de eigen bijdrage van scholen niet meer vergoed, aangezien de ouderbijdrage geen verplichting meer was. Ook werden elektrische fietsen niet zomaar verstrekt, in afwachting totdat Stichting Leergeld De Ronde Venen de regeling overnam. 

Zijn er vanuit Kansen voor alle kinderen verstrekkingen gedaan aan inwoners die hier eigenlijk niet voor in aanmerking komen? Antwoord: 

Ja. 

Zo ja, o

Is bekend welke verstrekkingen onterecht waren? Zo nee, waarom niet en hoe is dat mogelijk?

Antwoord: Nee, omdat er geen inkomenstoets werd gehanteerd. Hierdoor werden aanvragen onterecht goedgekeurd. o

Welke mogelijkheden heeft de gemeente om onterechte verstrekkingen terug te halen?

Antwoord: Geen, er waren geen regels opgesteld omtrent deze regeling. o

Wat is de totale waarde van de onterechte verstrekkingen?

Antwoord: Het is niet te achterhalen wat onterechte verstrekkingen waren en wat terechte verstrekkingen waren. In het beleidsplan staat dat Stichting Leergeld De Ronde Venen een inkomenstoets en vermogenstoets doet zodat duidelijk wordt of het gezin ook recht heeft op andere regelingen. Heeft deze inkomenstoets en schuldentoets ook als doel om te beoordelen of het gezin überhaupt in aanmerking komt voor Stichting Leergeld De Ronde Venen? Zo nee, waarom niet en op basis waarvan wordt dan wel bepaald of iemand in aanmerking komt? Antwoord: Ja als naar voren komt dat een inwoner zelf kan voorzien, komt de inwoner niet in aanmerking. Graag een compleet overzicht van de activiteiten, spullen en behoeften die vanuit Stichting Leergeld De Ronde Venen verstrekt kunnen worden. Antwoord: - Fietsen; - Laptops en laptopaccessoires; - Stichting Jarige Job. 

4.2 Iedereen Actief Vanaf 2025 komt het tegoed voor de Iedereen Actief regeling op de gemeentepas te staan. Dit tegoed bedraagt maximaal € 100,-. Op basis waarvan wordt bepaald op welk deel van de maximaal € 100,- tegoed een deelnemer recht heeft? Antwoord: Een inwoner heeft een heel jaar de tijd om de € 100,- te besteden. 

 Wat gebeurt er na 2025 met tegoed dat niet is gebruikt? Antwoord: Wordt teruggestort naar de gemeente. 

Graag een compleet overzicht van waar het tegoed van Iedereen Actief voor gebruikt kan

worden en waar dit tegoed kan worden uitgegeven. Antwoord: De gesprekken over bestedingsruimte lopen nog. De regeling wordt momenteel via het Servicepunt uitgevoerd, en zij geven aan dat het geld wordt besteed aan: sport, muziek, cursussen, bezoeken aan voorstellingen/theater, tentoonstellingen/musea, en zelfs bioscoopkaartjes 4.3 Nieuw beleid, Gemeentepas In het beleidsplan staat dat het streven is dat inwoners boven de inkomensgrens van 120% de pas kunnen kopen en daarmee profiteren van kortingen en extra’s. Waarom kiest het college ervoor om inwoners boven de inkomensgrens van 120% deze gemeentepas te laten kopen? Antwoord: Het doel van deze pas, is dat het een pas voor iedereen wordt. Maar dit is pas verderop in project, nu ligt de focus op minima en mantelzorgers. 

Wat is de reden dat deze gemeentepas niet kosteloos aan inwoners boven de inkomensgrens van 120% wordt verstrekt? Immers leveren deze inwoners al een flinke bijdrage aan alle gemeentelijke voorzieningen en regelingen via de (lokale) belastingen. Antwoord: Deze inwoners krijgen geen minimavoorziening. Inwoners kopen de pas voor een bepaald bedrag, dit doen zij alleen als de pas meer waard is, dan wat zij ervoor betalen. Het bedrag is nodig om de kortingen en acties aan te bieden. Een mooi voorbeeld hiervan is de Rotterdampas. 

Graag een indicatie van de prijs die de gemeente wil vragen voor de gemeentepas aan inwoners boven de inkomensgrens van 120%. Inclusief een uitwerking van hoe deze prijs is opgebouwd. Antwoord: Deze informatie is pas in 2025 duidelijk. Nu ligt de focus op de minima en mantelzorgers. 

6 Financiën en planning In onderdeel 6 is vermeld dat er subsidies worden verleend aan maatschappelijke partners om ondersteuning te bieden bij armoede en schulden. Denk hierbij aan budgetcoaches en sociaal raadslieden. Deze kosten zijn niet opgenomen in de getoonde begroting in hoofdstuk 6.  Aan welke partners zijn er subsidies verleend, voor welk bedrag en voor welke activiteiten? Antwoord: Dit staat beschreven in het subsidieregister, bijgaand de link: https://derondevenen.raadsinformatie.nl/document/14173717/1? connection_type=16&connection_id=944318 Tot welke concrete resultaten hebben deze subsidies geleid? En in hoeverre komen deze resultaten overeen met de doelstellingen waarvoor de subsidies zijn verstrekt? Antwoord: Dit staat beschreven in bijlage 2 van het subsidiejaarplan 2025 (bijlage van de kadernota 2025) 

https://derondevenen.raadsinformatie.nl/document/14178922/1? connection_type=16&connection_id=944629  Hoe wordt er gecontroleerd op de effectiviteit en op de juiste besteding van deze subsidies? Antwoord: Via een verantwoordingsverslag (subsidie) of via kwartaalrapportages (inkoop). Waarom zijn deze kosten niet opgenomen in de getoonde begroting? En kan het college dit alsnog toevoegen? Antwoord: Deze subsidies vallen niet onder het Armoede- en Schuldenbeleid. 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14781728/2