241106 Beantwoording technische vragen B - PvdA-GroenLinks - Baambrugse Zuwe 167
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Ernst Schreurs Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 5 november 2024 Onderwerp: Baambrugse Zuwe 167 In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Huib Zevenhuizen Datum beantwoording: 05-11-2024 Inleiding n.v.t. Vragen 1. Er wordt nog gezocht naar een nieuwe locatie voor de Plashoeve. Hoe realistisch is het dat deze locatie ook wordt gevonden? Aan welke locaties wordt er gedacht? En is de verplaatsing voorwaardelijk voor de realisering van dit bestemmingsplan? Antwoord De verantwoordelijkheid voor het verplaatsen van het monument ligt primair bij de initiatiefnemer, die op zijn beurt het bedrijf COUP heeft ingeschakeld. Als gemeente hebben we een inspanningsverplichting om mee te denken met het vinden van een nieuwe geschikte locatie. Als de initiatiefnemer een locatie vindt die we als gemeente geschikt achten, zal hiervoor een aparte ruimtelijke procedure (vermoedelijk BOPA) doorlopen moeten worden. Momenteel loopt er een vooroverleg (ingediend door COUP namens de initiatiefnemer) bij de gemeente om een geschikte locatie te vinden aan de Vinkeveense Plassen. In dit vooroverleg worden twee mogelijke locaties aangedragen. Dit zijn Zandeiland 4 en de Klinhamerlocatie. De gemeente onderzoekt momenteel de haalbaarheid van verplaatsing naar een van deze locaties.
Indien deze locaties niet geschikt geacht worden, zullen andere locaties aan de Vinkeveense Plassen worden verkend. De verplaatsing van het monument is niet als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan, omdat het monument verplaatst dient te worden naar een locatie buiten het plangebied van het bestemmingsplan. Daarom is ervoor gekozen om in de anterieure overeenkomst afspraken te maken met de initiatiefnemer over de verplaatsing van het monument. Hierin is tevens een boetebeding opgenomen voor de initiatiefnemer indien het monument niet tijdig is herbouwd op een nieuwe locatie aan de Vinkeveense Plassen.
Voor een verdere toelichting op de verplaatsing van het monument en de borging daarvan wordt verwezen naar de beantwoording van de technische vragen gesteld door ChristenUnie-SGP (d.d. 05-11-2024).
2. Er wordt afgedragen aan het vereveningsfonds, omdat het niet mogelijk blijkt om 5 sociale huurwoningen te realiseren omdat dit ‘onlogisch’ zou zijn. Waarom is dat onlogisch? Antwoord De locatie leent zich -in vergelijking met andere binnenstedelijke locaties- minder goed voor sociale woningbouw vanwege de beperkte nabijheid van voorzieningen. Zo is de toegang tot openbaar vervoer en winkels op deze locatie aan de Baambrugse Zuwe minder goed in vergelijking met andere locaties. Daarnaast zal vanwege de inrichting van de bebouwing niet één gebouw volledig in eigendom komen van Cazas. Hierdoor zal gewerkt moeten worden met een VvE. Dit acht Cazas niet wenselijk. 3. Heeft Cazas Wonen aangegeven hier geen mogelijkheden voor de realisering van 5 sociale huurwoningen te zien? Antwoord Een van de uitgangspunten van Cazas bij het realiseren van sociale huurwoningen binnen woningbouwprojecten is dat deze woningen worden gesitueerd in een complex welke volledig in eigendom zal zijn van Cazas. Dit omdat Cazas het onwenselijk vindt om met een VvE te moeten werken. 4. De afdracht aan het vereveningsfonds hoeft niet plaats te vinden als de ontwikkelaar elders in de gemeente 5 sociale huurwoningen realiseert.
Begrijpen we het goed dat het hierbij gaat om de realisering van 5 sociale huurwoningen bovenop de 30% sociale huur die op deze locatie elders in de gemeente gevraagd wordt en deze 5 sociale huurwoningen dus niet binnen de reeds verplichte 30% kunnen vallen? Zo ja, hoe is dat geborgd? Zo nee, waarom niet? Antwoord Dat klopt. Van de betaling aan het vereveningsfonds kan worden afgezien als ten tijde van de ingebruikname van de eerste nieuwe woning in het plangebied er binnen de gemeentegrenzen is gestart met de bouw van de 5 sociale huurwoningen boven op de eisen voor de te bouwen sociale woningen voor die ontwikkeling. Dit is geborgd in de anterieure overeenkomst die met de initiatiefnemer is gesloten.