CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

241001 Beantwoording technische vragen - PvdA-GroenLinks - Rapport Berenschot

Gemeenteraad 23 oktober 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Rapport Berenschot 'Zicht op besparingspotentieel binnen het sociaal domein'1.110 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Monique Prins/Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 1 oktober 2024 Onderwerp: Rapport Berenschot ‘Zicht op het besparingspotentieel binnen het sociaal domein’

In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Miriam Wouters en Tessa Coumou Datum beantwoording: 3 oktober 2024 Volgnummer: Inleiding n.v.t. Vragen 1. Over het voorliggend veld: op pagina 4 wordt geadviseerd om een betere verbinding te leggen tussen het sociaal domein en voorliggende voorzieningen. Op pagina 14 wordt geconstateerd dat het voorliggend veld nog te veel als alternatief voor maatwerk wordt gezien, in plaats van aanvulling daarop. Men stelt dat voorliggende voorzieningen een integraal onderdeel kunnen zijn van het zorgaanbod. Op pagina 26 wordt geadviseerd de inzet op het voorliggende veld te herzien. Daarbij is door Berenschot vooral ingezoomd op de gemeentelijke inzet ten aanzien van preventieve logopedie. Alternatieve mogelijkheden zijn door Berenschot niet verder uitgediept. Aan deze constateringen zien we, tenzij we er overheen gelezen hebben, niet direct verdere acties gekoppeld staan. Naar aanleiding daarvan de volgende vragen: a. Wordt er actie ondernomen om de verbinding tussen het sociaal domein en voorliggende voorzieningen te verbeteren? b. Wordt er ingezet op het meer onderdeel maken van voorliggende voorzieningen van het zorgaanbod? c. Wordt er gekeken naar verdere herziening van het voorliggend veld? Zo ja, hoe wordt

dat vormgegeven? En wordt daarbij bijvoorbeeld ook gekeken naar de kosteneffectiviteit van ingezette voorzieningen in het voorliggend veld? Bijvoorbeeld goedkope voorzieningen die relatief veel opleveren doorzetten of uitbreiden en dure voorzieningen die weinig opleveren stopzetten of beperken? Antwoord 1 Het college ziet aanknopingspunten in het rapport van Berenschot om de verdere inzet van voorliggende voorzieningen te verkennen. Het rapport beveelt aan onder 3.4 ‘zet in op kaderstellend beleid’ om te zorgen voor inzicht in de mogelijkheden van het voorliggend aanbod. Ook bij verbetermaatregel 3.6 ‘bezie het sociaal domein vanuit een breder geheel’ adviseert Berenschot om met verschillende voorliggende voorzieningen en externe professionals verbinding te zoeken. Tegelijkertijd laten bovenstaande vragen zien dat nadere verkenning en verdieping van dit thema nodig is. Het college kiest ervoor om dit mee te nemen bij het maken van het ambtelijke programma ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen sociaal domein: vizier op de toekomst'. 2. Op pagina 5 adviseert Berenschot om alternatieve besparingsmogelijkheden waar zinvol nader te onderzoeken en/of in de praktijk te brengen. In hoofdstuk 5 wordt dit verder uitgediept.

Gaat dit gebeuren en zo ja, waar wordt dan op ingezet? Antwoord 2 De alternatieve besparingsmogelijkheden worden nader onderzocht als onderdeel van het ambtelijke programma ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen sociaal domein: vizier op de toekomst'. 3. Op pagina 11 staat dat er relatief veel maatwerkcontracten worden ingezet. De kosten daarvoor worden geschat op 15% van het jeugdzorgbudget. Hier lijkt een groot besparingspotentieel te liggen, maar we konden in het verdere stuk niet direct aanbevelingen vinden die op het aanpakken daarvan gericht zijn. Mogelijk hebben we hier echter overheen gelezen. Worden er ook acties voorzien om het gebruik van maatwerkcontracten te beperken en in plaats daarvan erop te sturen dat afgesloten contracten beter aansluiten bij de (lokale) zorgvraag? Antwoord 3 Bij navraag geeft Berenschot aan dat zij een alternatieve maatregel hebben voorgesteld die toeziet op het versterken van de samenwerking met een selectie van aanbieders. Wat hen betreft draagt dit bij aan het verlagen van het aantal maatwerkcontracten. Vanuit de gemeente wordt er reeds op gestuurd dat gecontracteerde zorg voorliggend is. Echter blijft dit -vanwege de geografische spreiding van gemeente De Ronde Venen- een uitdaging. Ter voorbereiding op de nieuwe inkoop wordt als aandachtspunt meegenomen hoe de regionale contracten beter aan kunnen sluiten bij de (lokale) zorgvraag. 4.

Op pagina 12 wordt geconstateerd dat er vanuit het inkoopbureau Utrecht-West te weinig gekeken wordt naar kostenbesparing en aansluiting op de lokale situatie. Dat lezende, leek ons dat daar een groot besparingspotentieel zit. Vanuit de aanbevelingen zagen we hier echter niet direct een actie op, tenzij we hier overheen gelezen hebben. Hoe wordt hier vorm aan gegeven, zodat de kostenbewustheid ook bij Utrecht-West toeneemt,

evenals de aansluiting op de lokale situatie in De Ronde Venen? Antwoord 4 Bij navraag geeft Berenschot aan dat de samenwerking met en het verhogen van het kostenbewustzijn van het inkoopbureau Utrecht West randvoorwaardelijk zijn. De inzet en impact hiervan is niet op voorhand te kwantificeren. Deze aanbeveling wordt nader onderzocht als onderdeel van het ambtelijke programma ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen sociaal domein: vizier op de toekomst'. 5. Op pagina 30 van het rapport wordt geadviseerd om de Wmo-pas in te nemen bij cliënten die hier geen gebruik van maken, terwijl er volgens de tekst geen verdere kosten aan verbonden zijn voor de gemeente. Reden lijkt het uitdragen van een inzet op kostenbesparing te zijn. Is dat inderdaad de reden? En is de verwachting dat dat daadwerkelijk een positief financieel effect sorteert? Het opnieuw uitgeven van passen aan cliënten die er later toch gebruik van willen maken, lijkt arbeids- en mogelijk ook kostenintensiever. Daarbij kunnen wij ons ook voorstellen dat het bericht tot inname van de pas, juist stimuleert tot het gebruik daarvan en toename van kosten. Is dat meegenomen in het advies voor deze actie? Antwoord 5 Bij navraag geeft Berenschot aan dat hun advies is om de Wmo-pas niet zomaar in te nemen maar inwoners eerst te informeren.

Tevens stelt Berenschot voor om de pas alleen in te nemen bij inwoners die de afgelopen jaren geen gebruik hebben gemaakt. Ze geven aan dat daarbij mogelijk is om op individueel niveau andere keuzes te maken. 6. Op pagina 39 wordt aangegeven dat er beperkt zich is op cliëntenpaden. Rond de tijd waarin het rapport ‘Grip op het sociaal domein’ is besproken, is de gemeenteraad ook een systeem/dashboard gepresenteerd waarmee cliëntpaden continue volgbaar gemaakt werden. Dit zou de gemeente goede informatie bieden om tijdig bij te sturen op cliëntniveau. Is dat systeem uiteindelijk geïmplementeerd? Zo ja, hoe kan het dan zijn dat er geen of onvoldoende zicht is op de cliëntenpaden? Zo nee, waarom is dat niet gedaan en gaat dat alsnog gebeuren? Antwoord 6 Er is destijds gekozen om het systeem van de aanbieder niet te implementeren vanwege de hoge kosten. In plaats daarvan is de keuze gemaakt om het systeem in eigen beheer te ontwikkelen/ nemen. Vanwege personele wisselingen is het niet gelukt om dit te realiseren. Intern is de vraag reeds uitgezet of de gemeente dit systeem alsnog gaat implementeren. Het college informeert u hierover nader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14600457/2