240530 Reactie ten behoeve van agendapunt Gein-Noord 61 Abcoude - Geuronderzoek en onderzoek naar luchtkwaliteit - Bijlage (geanonimiseerd)
Tekst van het document
loods. 32.1.
De raad stelt dat het college van burgemeester en wethouders op 12 mei 2020 heeft besloten dat
de opperviakte van nieuwe recreatiewoningen maximaal 60 m? mag bedragen, tenzij sprake is van bestaande rechten. Deze beleidslijn is ingezet om het minder aantrekkelijk te maken een recreatiewoning permanent te gaan bewonen.
De raad heeft in overeenstemming met deze beleidslijn
besloten geen medewerking te verlenen aan het planologisch mogelijk maken van een recreatiewoning van 170 m2. 32.2.
[appellant sub 6] heeft bij zijn zienswijze verzocht om ter plaatse van de loods een
recreatiewoning met een opperviakte van 170 m2 mogelijk te maken. De raad heeft bij zijn besluit om dit in het bestreden plan niet mogelijk te maken niet volstaan met een enkele verwijzing naar het beleid dat geen medewerking wordt verleend aan nieuwe recreatiewoningen die groter zijn dan 60 m2, maar ook uitgelegd dat daarmee wordt beoogd permanente bewoning van recreatiewoningen onaantrekkelijk te maken.
De raad heeft geen aanleiding gezien om daar in dit geval een uitzondering op te maken. Ook
zonder dat dat beleid al bekend was gemaakt, overeenstemming
mocht de raad een besluit nemen dat in
is met dat beleid. Voor zover [appellant sub 6] heeft gesteld dat het vreemd
is dat dit
beleid aan hem wordt tegengeworpen omdat nu ook al permanent mag worden gewoond in de loods, overweegt de Afdeling dat dit laatste onjuist is. Zowel onder het regime van het bestreden plan als van het voorgaande plan mag de loods niet worden gebruikt als woning. Het betoog slaagt niet. 33.
Het beroep van [appellant sub 6] is ongegrond.
Conclusie 34.
Het beroep van [appellant sub 7] en anderen is niet-ontvankelijk.
35.
De beroepen van [appellant sub 6] en [appellante sub 2] zijn ongegrond.
36. Het beroep van [appellant sub 1] is gegrond. Het bestreden plan moet worden vernietigd, voor zover het de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Water" ter plaatse van het woonschip aan de [locatie 3] in Leimuiden betreft. 37.
Dit betekent dat voor [appellant sub 7] en anderen, [appellant sub 6], [appellante sub 2] en
[appellant sub 1] deze uitspraak een einduitspraak is. 38.
De raad hoeft geen proceskosten van [appellant sub 7], [appellant sub 6] en [appellante sub 2] te
vergoeden. De raad moet de proceskosten van [appellant sub 1] vergoeden. 39.
Ook de beroepen van [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en MWS
hebben gebreken
in het bestreden besluit aan het licht gebracht. Met het 00g op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om deze gebreken binnen 20 weken
na de verzending van deze uitspraak te herstellen. De raad kan dat doen
door: a. met inachtneming van wat is overwogen onder 16.2 te motiveren waarom ervoor is gekozen om bij het bepalen van de vereiste gevelwering voor de plattelandswoning van [appellant sub 3], uit te gaan van een norm die geldt voor de binnenwaarde van burgerwoningen; b. met inachtneming van wat is overwogen onder 21.4 op individueel niveau te onderzoeken of er naast de duur van de permanente bewoning andere omstandigheden zijn die aanleiding geven om voor [appellant sub 4] en anderen persoonsgebonden overgangsrecht in het plan op te nemen;
c. met inachtneming van wat onder 26.2 is overwogen in de planregels een begripsomschrijving van het begrip "mobiel lasbedrijf" op te nemen die duidelijk maakt welke bedrijfsactiviteiten op de percelen [locatie 6] en [locatie 7] mogen worden uitgeoefend. De raad moet de Afdeling, [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en MWS
de uitkomst
mededelen en het gewijzigde of nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendmaken
en
mededelen. 40. In de einduitspraak zal worden beslist over de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en MWS. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Einduitspraak: I.
verklaart het beroep van [appellant sub 7] en anderen niet-ontvankelijk;
Il.
verklaart de beroepen van [appellante sub 2] en [appellant sub 6] ongegrond;
lll.
verklaart het beroep van [appellant sub 1] gegrond;
IV.
vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Kaag en Braassem van 26 oktober 2020, voor
zover het de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Water" ter plaatse van het waterperceel aan de [locatie 3] te Leimuiden betreft; V.
veroordeelt de raad van de gemeente Kaag en Braassem tot vergoeding van de bij [appellant sub
1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen
proceskosten tot een bedrag van €
1.518,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; gelast dat de raad van de gemeente
Kaag en Braassem
het door [appellant sub 1] voor de
behandeling van zijn beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 178,00 vergoedt. Tussenuitspraak: draagt de raad van de gemeente -
binnen 20 weken
Kaag en Braasem op om:
na de verzending van deze uitspraak, met inachtneming van wat onder 39 is
overwogen, de gebreken in het besluit van 26 oktober 2020 te herstellen; -
de Afdeling, [appellant sub 3], [appellant sub 4] en anderen en MWS
de uitkomst mede te delen
en het gewijzigde of nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door
, voorzitter, en
in tegenwoordigheid van
, griffier.
w.g. voorzitter
w.g. griffier Uitgesproken in het openbaar op 9 november 2022
288-952
en
, leden,