240523 Technische vragen - RVB - VVGB Gein Noord Abcoude
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) B C. Technische vragen overig
Naam indiener: Yvonne van den Heerik Fractie: Ronde Venen Belang (RVB) Datum van indienen: 23-5-2024 Onderwerp: Gein noord In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Vragen naar aanleiding van behandeling tijdens de politieke commissie van 22 mei 2024. Inleiding In het kader van de vraag of hier omzetting naar een plattelandswoning kan worden vergund, dient de raad te beoordelen of er sprake is , ter plaatse, van een aanvaardbaar woon –en leefklimaat. Bij die beoordeling dient te worden onderzocht de geluid-, geur, en fijnstofbelasting opdat een goede afweging kan worden gemaakt. Er zijn op deze 3 punten berekeningen uitgevoerd en deze rapporten zijn, na verzoek daartoe, ook aan de raad toegezonden. Het is vaste jurisprudentie dat bij het berekenen van opgemelde waarden moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het bedrijf waartoe de woning behoort. Daarnaast moet, conform vaste jurisprudentie, de luchtkwaliteit voldoen aan de Europese richtlijn 2008/50/EG. Uit het rapport met betrekking tot de geurhinder volgt dat deze ter plaatse van de betreffende woning, bij de twee gevolgde /gehanteerde berekeningswijzen uitkomt op: “zeer slecht woon-en leefklimaat” en in de andere berekening op “extreem slecht woon – en leefklimaat". In onze gemeente is de Verordening lokaal geurbeleid van kracht.
De Raad van State heeft met betrekking tot fijnstof de grenswaarde bepaald op PM 2.5. Het college meent als advies aan de raad mee te moeten geven dat voor de omzetting door de raad een VVGB kan worden afgegeven, omdat sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vragen:
1. In geen van de 3 berekeningen wordt aangegeven dat daarbij is voldaan aan de verplichting om bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, de maximale planologische mogelijkheden van het bedrijf waartoe de woning behoort, mede in die berekening te betrekken. Als dat wel heeft plaatsgevonden, waaruit blijkt dat dan? (in de tekst van de rapporten) 2. Waaruit blijkt dat bij het rapport met betrekking tot de luchtkwaliteit de Europese richtlijn daarin is meegenomen bij de berekeningen? 3. Diezelfde vraag graag beantwoorden met betrekking tot fijnstof op basis van de uitspraak van de Raad van State 13 juli 2016. 4. Op welke wijze en waar blijkt dat wordt voldaan aan de vigerende Verordening lokaal geurbeleid, dat daaraan is getoetst en wat de uitkomst was van die toetsing? 5. De geurhinder leidt tot de uitkomst dat het woon- en leefklimaat hier bestempeld moet worden als “zeer slecht” en “extreem slecht". Toch is het advies van het college aan de raad dat hier sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu.
Zijn er volgens het college nog voorstelbare mogelijkheden in voorkomende toekomstige gevallen en verzoeken om bij soortgelijke uitkomsten van een extreem slecht of zeer slecht woon- en leefklimaat , de omzetting , en anders dan hier wordt geadviseerd, toch te weigeren, immers slechter dan “extreem slecht” kan het niet worden en dan zal dat moeten leiden tot het , op basis van deze casus, altijd bij een soortgelijke uitkomst moeten vergunnen van de omzetting. ( precedent werking?) 6. In de concept vergunning wordt gemeld dat in eerste instantie om een tijdelijke vergunning tot omzetting is verzocht en dat deze ook verstrekt had kunnen worden, maar dat de aanvrager de vergunning nadien heeft verzocht te willen wijzigen in een permanente omzetting. Op grond van welke regelgeving is hier gemeld en opgenomen dat een tijdelijke vergunning zou ( kunnen) zijn verstrekt, is dat o.g.v. de zgn . Kruimelgevallen regeling? Zo ja, had die regeling daadwerkelijk tot afgifte zoals in de concept vergunning gemeld kunnen leiden? Op grond van welk artikel? 7. En als op bovenstaande vraag bevestigend wordt geantwoord, is die tijdelijke vergunning dan niet al van rechtswege verleend destijds? (lex silentio positivo).