CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

240523 Beantwoording technische vragen - PvdAGroenLinks - Bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119

Politieke commissie 22 mei 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan ‘De Hoef Oostzijde 119, De Hoef’1.059 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Ernst Schreurs Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 23 mei 2024 Onderwerp: De Hoef Oostzijde 119, De Hoef

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Huib Zevenhuizen Datum beantwoording: 30 mei 2024 Volgnummer: Inleiding Naar aanleiding van de commissievergadering hebben we over het bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 119 een aantal aanvullende vragen. Vragen 1. Wat is op dit moment de feitelijk vergunde situatie aan recreatieve mogelijkheden en welke mogelijkheden komen er met de vaststelling van dit bestemmingsplan bij? Antwoord Op dit moment zijn de volgende recreatieve activiteiten toegestaan: - 15 kampeermiddelen (als nevenactiviteit, middels BP 1ste herziening Buitengebied-West) - 3 hooiberghutten (vergund op 12 juli 2007) - Ontvangst en sanitaire voorziening (vergund op 11 juni 2007) - 8 recreatieappartementen (vergund op 14 november 2014) Wat wordt er nu extra mogelijk (moeten nog wel de nodige vergunningen worden aangevraagd) - 40 kampeermiddelen (als hoofdfunctie, in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober) - 10 recreatieappartementen (jaarrond) - 2 recreatieruimtes voor verhuur (in de periode van 1 november tot 15 maart, per ruimte max 1 keer per week verhuren)

2. Klopt het dat de huidige recreatieve functie (o.a. de 15? campingplekken) vergund waren in de periode 2007 – 2012 als nevenfunctie van het agrarisch bedrijf, maar dat deze vergunning is komen te vervallen bij het stopzetten van de agrarische bedrijf in 2012? Zo ja, klopt het dat er daarna sprake was van een illegale situatie, die gehandhaafd zou moeten worden bij een eventueel handhavingsverzoek? En dat die illegale situatie met dit bestemmingsplan wordt gelegaliseerd? Zo niet, hoe zit het wel? Antwoord Nee, klopt niet. In 2007 is een ontheffing verleend voor het houden van een kampeerterrein met maximaal 15 kampeermiddelen. Deze ontheffing is verleend op basis van de regeling opgenomen in de Wet op de openluchtrecreatie. Aan deze ontheffing waren voorwaarden gesteld, waaronder voor een maximale periode van 5 jaar en enkel ondergeschikt aan de hoofdfunctie. De mogelijkheid voor het houden van 15 kampeermiddelen als nevenactiviteit is met het bestemmingsplan 1e Herziening Buitengebied-West opnieuw toegestaan. Indien er na het vervallen van de ontheffing een handhavingsverzoek was ingediend, had hierop gehandhaafd kunnen worden. Sinds het inwerkingtreden van de 1e herziening Buitengebied-West zou dit in een grijs gebied hebben gevallen omdat het hier toen niet meer als nevenfunctie functioneerde, maar wel actief gesprekken waren met de gemeente voor deze transformatie. 3.

Is de economische noodzaak aangetoond voor het realiseren van de appartementen in de voormalige stal? Zo ja, waarop is deze gebaseerd en kunnen wij deze ontvangen? Antwoord Een bestemmingsplan legt juridisch de bouw- en gebruiksmogelijkheden van een plangebied vast. Hierbij wordt getoetst aan een goede ruimtelijke ordening. De economische noodzaak of er wel of geen appartementen worden gerealiseerd in een stal, doet er dan niet toe. De afweging waar en hoeveel appartementen worden gerealiseerd op het perceel is geheel aan de initiatiefnemer. De gemeente toetst dan of het verzoek ruimtelijk aanvaardbaar is en komt aan de economische noodzaak van de appartementen niet toe. 4. In aanvulling hierop: is het plan ook realiseerbaar als er geen of minder appartementen toegestaan zouden worden in deze stal? Antwoord Zie antwoord 3. 5. De verwachte overlast van geur en geluid voor de buren van de te realiseren appartementen zit met name bij de ingangen en tuinen die gecreëerd zouden worden aan de perceelgrens.

Is er ook gekeken naar de mogelijkheden om dit een afgesloten gevel, zonder tuintjes, te houden en de ingang aan een andere zijde te creëren en zo eventuele overlast voor de buren te beperken? Of bijvoorbeeld alleen appartementen te realiseren richting de achterzijde van de stal, en zo de overlast van geur en geluid te beperken? Welke mogelijkheden hiertoe zijn met de initiatiefnemer en buren besproken? En als dat niet gebeurd is, waarom niet? Antwoord Ja, er is gekeken naar deze wisseling van oriëntatie van de tuintjes. Deze wisseling is niet mogelijk in verband met externe veiligheid en landschappelijke inpassing. In het verlengde van de varkensstal is een

propaantank gelokaliseerd. Veiligheidstechnisch is de bevoorrading en de route van de vulwagen zeer van belang. In de huidige situatie wordt de weg aan de voorzijde van de varkensstal gebruikt om bij deze propaantank te komen. Door de weg om te leggen zal er extra moeten worden rondgereden op het terrein en risicovolle keercirkels gemaakt moeten worden. Hierdoor is ook gekeken naar het verplaatsen van de propaantank naar een andere locatie op het perceel maar hier is, met de veiligheidsafstanden in acht nemen en landschappelijke inpassing, geen passend alternatief gevonden. Landschappelijk is het ook ongewenst om de tuintjes naar de andere zijde te oriënteren omdat de groene doorzichten aan de zijkanten van het perceel beperkt worden. Met het voorliggende bestemmingsplan zal de overschrijding worden verminderd. Daarnaast is er ook een buffer opgenomen tussen de perceelsgrens en de belastende bestemming waarin de tuintjes gerealiseerd mogen worden. Hierdoor wordt de afstand tussen het bouwvlak van de woning en de milieubelastende bestemming vergroot. 6. De verkeersmeting heeft plaatsgevonden ten tijde van corona en in het laagseizoen van dit jaar.

Waarop zijn de berekeningen van de verkeersbewegingen in de toekomstige situatie gebaseerd? Heeft er bijvoorbeeld een correctie plaatsgevonden op het feit dat de metingen gedaan zijn ten tijde van corona en het laagseizoen? Zo ja, welke correctiefactor is gebruikt en waarop is deze gebaseerd? Zo nee, is het college bereid om dit alsnog te doen of een nieuwe meting te doen? Antwoord Bij de telling uit 2020 is er een toelichting opgenomen waarom de coronamaatregelen ten tijde van de telling beperkte invloed hebben gehad. “Tijdens de onderzoeksperiode waren corona maatregelen van de Nederlandse overheid van toepassing. Dit betrof onder andere zoveel mogelijk thuiswerken, winkelen op afspraak, sluiting van horecagelegenheden en een avondklok van 22.00 uur tot 5.00 uur. Op de voornamelijk agrarische en recreatieve functies die langs De Hoef Oostzijde aanwezig zijn hebben deze maatregelen beperkt invloed.” Echter zoals ook is aangegeven in de Nota van Zienswijze is de huidige situatie niet goed verwerkt bij de verrekening van het aantal verkeersbewegingen. Deze juiste verrekening en nieuwe telling zijn samen opgenomen in bijlage 9.2 van de toelichting van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14214405/2