CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

240412 Bijlage inspraakreactie mevr. Meijers - Voorverkenning en advies Waardassackerpolder en Botshol Definitief (Geanonimiseerd)

Politieke commissie 12 april 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Bij agendapunt 7: Raadsvoorstel realisatie grootschalige en kleinschalige zonnevelden in De Ronde Venen - Inspreker mevr. Meijers namens Gebiedsproces Waardassackerpolder5.034 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Utrecht-West

Voorverkenning opstart gebiedsproces

Datum:

polder Waardassacker en Botshol

5 juni 2020

1/16

Inhoud SAMENVALING .....eeeseeeeseeseseseesenesescnestesescssuesesesscsesucseeesecaeseuesesucasanessecsesueaeeesacaesueseeeeeeaeeeeeseteeeneeneets 3

Ls

Mnleidiing wecsessesccvecsasscnsurmannennrsnmnaammear nm cnummann emer

2.

Voorverkenning

5

2.1 2.2 2.2

Informatie en inbreng agrarische bedrijven

2.3

Informatie en inbreng overheden en organisaties

3.

Mogelijke ontwikkelingsrichting en perspectieVen ...........cceccceseceseesteesseeeeseeseeeseees 11 3:1

OntwikkelingsrichtinQen sss:

3.2

PerSPectie.......eceeececcessesessessessesseseeseesesescucessseeseesesscsucsecsesnesuecssesnesuesueeeeseesessesesseeneeneeneeses 12

4.

3.2.1.

Voor de lange termijn

3.2.2.

Voor de korte termijn

aeuraren asain aeomn 11

Advies over gebiedsproces 4.1

Gebiedsproces e/ fasering........seccecsessessesessesseseceesesseesessesecsessecaecueceesteateeseeseeeseeaeeneeeeae 14

42

Nana

4.3

Financiering van het proces.........eccessesessssseseseceeseeseeseseesessessesnesnecesseeateeseeseeeseeneeeeeeaee 16

becsisanscrmsnssenaunearnmnnencnunmannemnnvenaunnarnnnnnmnrneneners 15

2/16

Samenvatting Aanleiding De aanleiding van deze verkenning is tweeledig: Een verzoek van ondernemers uit de groep ‘Polderkennis op peil’ in de Waardassacker polder voortkomend uit de wens om hun polder en hun verdienmodel toekomstbestendig te maken; en een verzoek van Natuurmonumenten om de mogelijkheden te bekijken van de vorming van natuur in het groene contour gebied in de polder Botshol/Nellestein. Op verzoek van de provincie Utrecht is vervolgens deze voorverkenning georganiseerd naar de mogelijkheden voor een integraal gebiedsproces in de Waardassacker polder en in de polder Botshol/Nellestein. Er zijn gesprekken gevoerd met agrariérs in beide gebieden en met medewerkers van Waterschap Amstel Gooi en Vecht, de gemeente De Ronde Venen, Natuurmonumenten en Gebiedscollectief Rijn Vecht en Venen. Alle partijen wensen een verbetering van het toekomstperspectief van de polders door het oplossen van geformuleerde knelpunten op gebied van agrarische bedrijfsstructuur en inkomen, bodemdaling, energie, natuurproductie, klimaat (CO2) en milieu (water en stikstof). Tussen de agrarische ondernemers zitten vanzelfsprekend verschillen in opvattingen en ambities. Zoneren van Waardassacker polder en Botshol geeft een toekomstbeeld van beide gebieden. 1. Natuurinclusieve agrarische bedrijven gericht op kringlooplandbouw 2. Veehouderij met natuur (weidevogels).

Samenwerking met agrarische bedrijven en Natuurmonumenten 3. Natuurkern/Natura 2000 gebied beheerd door Natuurmonumenten. Hier staat de bescherming en ontwikkeling van natuurwaarden op de eerste plaats

Meeropbrengst door integrale benadering (1+1=3) In dit gebied komen veel onderkende uitdagingen samen die ook landelijk spelen. Ons advies is om, in plaats van het betrekken van de eigen stellingen en te proberen zo snel mogelijk met zo min mogelijk inspanning (kosten) de eigen doelstellingen te behalen, los te laten en gezamenlijk op zoek te gaan naar wederzijdse en combinatie voordelen. Op deze manier kunnen met een afgewogen, gezamenlijke planvorming meerdere doelen, als een toekomstbestendig verdienmodel, gerealiseerd worden. Doelen die goed op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Bovendien voorkomt dit dat gedurende een lange tijd met name veehouders met telkens nieuwe opgaven geconfronteerd worden en daarmee verandering moe worden. Wij adviseren daarom een polderproces waarmee integrale oplossingen worden bereikt. Een proces waarin agrariérs, overheden en maatschappelijke organisaties samen op zoek gaan naar een door ieder gedragen optimale situatie voor het gebied en van daaruit bouwen aan de daadwerkelijke ontwikkeling hiervan.

3/16

We adviseren daarbij prioriteit te geven aan het oppakken van maatschappelijke thema’s als de reductie van CO,, het beperken van de bodemdaling en van de stikstof-uitstoot in combinatie met het realiseren van een voldoende verdienmodel én toekomstperspectief voor de ondernemers in het gebied. Begeleiding gebiedsproces In een gebiedsproces moet gebouwd worden aan vertrouwen. De procesbegeleiding is daarbij cruciaal. De organisatie van het gebiedsproces moet bovendien recht doen aan het feit dat hier sprake is van een ‘bottom up’ proces en de wens om dit te faciliteren. Indien de provincie besluit tot een gebiedsgerichte aanpak stelt de Gebiedscommissie voor dat een neutrale partij de begeleiding verzorgt van inhoud en proces. De procesbegeleider(s) moeten de dagelijkse realiteit van de agrarische ondernemers kennen en begrijpen en tegelijkertijd een goede binding hebben met en vertrouwen hebben van de verschillende overheden en maatschappelijke organisaties. Met hulp van deskundigen gaan die procesbegeleiders in gesprek met de agrarische ondernemers om vervolgens richtingen aan te reiken waarheen de Waardassacker polder en Botshol zich

kunnen ontwikkelen.

Wij adviseren om een (bestuurlijke) begeleidingsgroep aan te stellen die het gebiedsproces ondersteunt. Het doel van de begeleidingsgroep is om de lijnen tussen het gebied en de betrokken organisaties zo kort mogelijk te houden, goede samenwerking te realiseren en zo snelheid te kunnen maken met het proces. De begeleidingsgroep kan de hoofdlijnen van de gestelde kaders en doelen bewaken en zo nodig bijsturen; de neutrale partij die de procesbegeleiding verzorgt, werkt onder regie van de begeleidingsgroep. De samenstelling van de begeleidingsgroep moet in balans zijn qua belangenvertegenwoordiging. De begeleidingsgroep bestaat tenminste uit: vertegenwoordiging van de agrariérs, zonder direct belang in het gebied,

Natuurmonumenten,

vanuit de Gebiedscommissie: Natuur- en Milieufederatie Utrecht (NMU, als voorzitter van de Gebiedscommissie), gemeente De Ronde Venen en Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Toevoegen: een afgevaardigde van LTO Noord of van het Collectief Rijn

Vecht en Venen.

Het praktische werk vindt plaats in een projectgroep. Hierin zijn de agrariérs in het gebied direct vertegenwoordigd, evenals een medewerker van Natuurmonumenten, de overheden, de procesbegeleider en specialisten. Zij gaan aan de slag om een gedragen integraal plan te maken. Goede afstemming met de provincie is zowel vanuit de begeleidingsgroep als vanuit de projectgroep belangrijk. Omdat we niet alleen het behalen van doelstellingen belangrijk vinden maar ook het proces ernaar toe adviseren wij een grondige monitoring van het proces om zo leerpunten voor andere gebieden in Nederland vast te kunnen leggen. Financiering van het proces Voor proces, onderzoek en uitvoering is vanuit verschillende invalshoeken financiering denkbaar. Afhankelijk van de gekozen financieringsbronnen, loopt het beschikbaar

4/16

komen van geld mogelijk niet parallel aan het opstarten en doorlopen van het proces. Door combinaties en goede procesafspraken rondom de financiering te maken, worden gelden het meest effectief ingezet. Voor de uitvoering van maatregelen om bodemdaling tegen te gaan en maatregelen om CO, emissie uit veen terug te dringen is Impulsgeld van het Rijk beschikbaar, via de provincie Utrecht. Wij gaan ervan uit dat voor maatregelen voor de reductie van stikstof emissie op termijn geld beschikbaar komt. 1.

Inleiding

In de polder Waardassacker en Holendrecht en in de noordelijke rand van Botshol en Nellestein' is een voorverkenning gedaan naar de mogelijkheden voor een gebiedsproces en een advies hierover aan de provincie Utrecht. Dit naar aanleiding van

verzoeken uit verschillende hoeken:

Polder Waardassacker - verkenning op verzoek van groep ‘Polderkennis op peil’ In de Waardassacker polder neemt een groep agrarisch ondernemers deel aan het POP3project ‘Polderkennis op peil’. Onder begeleiding van PPP-Agro Advies werken ze, samen met waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) en Collectief Rijn Vecht en Venen aan actuele en toekomstige uitdagingen rondom waterbeheer en -kwaliteit. Vanuit de gedetecteerde uitdagingen is deze groep tot de conclusie gekomen dat er veel overlappen zijn met bredere uitdagingen en ambities zoals bodemdaling, stikstof, extensivering, verdienmodellen enz. Een integrale benadering achten zij noodzakelijk om de polder en hun verdienmodel toekomstbestendig te maken. Het beschikbaar komen van 10-15 ha grond bracht de vraag naar de mogelijkheden om de polder toekomstbestendig te maken in een stroomversnelling. De groep ‘Polderkennis op Peil’ greep dit aan om te verkennen op welke manier die grond bij kan dragen aan het verduurzamen van hun bedrijven. In september 2019 is door de groep aan de Gebiedscommissie Utrecht-West gevraagd om dat samen met PPP-Agro Advies te

verkennen.

1 Voor het gemak wordt in het vervolg van dit rapport alleen Waardassacker polder en Botshol genoemd.

5/16

Botshol - voorverkenning

op verzoek van Natuurmonumenten In het gebied Botshol liggen gronden die als Groene Contour zijn aangewezen. Deze zijn gelegen ten

noorden van het moeras- en

plassengebied van Botshol, tegen de grens met de polder Waardassacker. Het provinciale beleid is om de Groene

Contour toe te voegen aan Het

Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze grond is in eigendom van particuliere eigenaren.

Natuurnetwerk Nederland

{0} Natuurnetwerk Nederland

Groene Contour

Groene Contour

In de gehele provincie blijkt de Groene Contour niet te worden gerealiseerd; er is sprake van een

status quo.

Natuurmonumenten

(NM),

LTO

Noord,

Natuur en Milieu

Utrecht en

het Utrechts Particulier Grondbezit hebben een pilotproject opgezet om te onderzoeken hoe de Groene Contour wel gerealiseerd kan worden. Dit gebeurt in het kader van het Actieplan Duurzame Landbouw met Natuur. NM heeft in oktober 2019 aan de Gebiedscommissie gevraagd om in Botshol de mogelijkheden te verkennen voor een gebiedsproces voor meer natuur op agrarische percelen (Groene Contour), passend bij de natuurdoelen in de omgeving. Waardassacker polder en Botshol - adviesvraag provincie Utrecht De provincie plaatste een adviesaanvraag (d.d. 22 april 2020) bij de Gebiedscommissie binnen het thema ‘Toekomstperspectief veenweiden/afremmen bodemdaling’. In die adviesaanvraag wordt de volgende vraag gesteld: “We ontvangen van u graag een advies over de vraag of een eventueel nieuw te starten gebiedsproces in de Waardassacker polder gericht op afremmen bodemdaling en reductie stikstofemissie kansrijk is. En zo ja, met welk proces deze het beste opgepakt kan worden. Kansen voor het realiseren van natuur in de naastliggende groene contour dienen hierbij betrokken te worden.”

6/16

2.

Voorverkenning

et

Aanpak

In de Waardassackerpolder en Botshol zijn keukentafelgesprekken gevoerd met de ondernemers. Met twee vertegenwoordigers uit ‘Polderkennis op peil’ is het beeld dat uit de keukentafelgesprekken kwam besproken en is een toekomstperspectief geschetst. Dit toekomstperspectief is vervolgens besproken met de ‘Polderkennis op peilgroep’ en

met twee ondernemers in Botshol.

In de voorverkenning zijnde ontwikkelingsrichting en het toekomstperspectief (uiteindelijk beschreven in de paragrafen 3.1 en 3.2) besproken met medewerkers van Natuurmonumenten, de gemeente De Ronde Venen, Waterschap Amstel Gooi en Vecht en de provincie Utrecht. Daarna is deze rapportage met advies voorgelegd aan de agrarische ondernemers in de Waardassacker polder, enkele ondernemers in de polder Botshol en aan medewerkers van de genoemde organisaties. 2.2

Globale doel

De agrarische ondernemers in de Waardassacker polder zijn de initiatiefnemer voor een voorverkenning van ontwikkelingsmogelijkheden in hun gebied. Hun doelstelling is om zoveel mogelijk bedrijven toekomstbestendig te maken: bedrijven waar voldoende economisch rendement wordt gehaald, die minimaal voldoen aan de randvoorwaarden die de omgeving stelt en waarop het prettig boeren is. Het overheidsbeleid heeft 0.a. de volgende doelstellingen en randvoorwaarden die betrekking hebben op de Waardassacker polder en Botshol: a. Behoud en de ontwikkeling van het Natura 2000 gebied Botshol. De stikstofdepositie op dit gebied, o.a. uit de landbouw, moet verminderd worden. b. Bodemdaling in de veenweidegebieden afremmen en de CO2uitstoot door oxidatie van het veen beperken. c. Natuurontwikkeling en realisatie van de groene contour. Ten noorden van het ‘moerasachtige’ gedeelte is het behoud van weidevogels speerpunt. d. Streven naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. e. Energiebesparing en productie van duurzame energie. In de Landbouwvisie 2018 van de provincie staat dat een vitale, duurzame economisch rendabel, circulair, natuurinclusief en klimaatneutraal is.

7/16

landbouw,

2.2

Informatie en inbreng agrarische

bedrijven

Feitelijke situatie In de Waardassacker polder zijn zeven agrarische bedrijven. In Botshol vijf. Sommige agrarisch ondernemers hebben grond (eigendom en pacht) in beide polders. Beide polders kunnen daarom niet los van elkaar worden beoordeeld. Veel bedrijven hebben zowel eigendomsgronden als pachtgronden (van NM en van de Ridderlijke Duitsche Orde). In Botshol verpacht NM (met kortlopende contracten tot maximaal 3 jaar) of geeft in gebruik ongeveer 90 ha grond aan 5 verschillende agrarisch ondernemers met een bedrijf in Botshol of Waardassacker polder. Er is ongeveer 80 ha Groene Contour, waarvan 75 ha in eigendom bij 4 van de 5 agrarische bedrijven in Botshol. De oppervlakte van de bedrijven in beide gebieden varieert van ca. 30 ha tot ca. 85 ha. De meeste bedrijven zijn melkveebedrijven. Het aantal melkkoeien varieert van ca. 55 tot ca. 200. Er zijn bedrijven met vleeskoeien en een klein aantal varkens. Enkele ondernemers zijn ook rietsnijder. De meeste bedrijven hebben een ondernemer die nog minimaal 5-10 jaar door zal gaan en/of heeft een opvolger op het bedrijf. Enkele bedrijven, in beide polders, zullen wellicht op korte of middellange termijn (5 jaar) stoppen. Er komt dan grond vrij in het gebied die ten goede kan komen aan de agrarisch ondernemers die toekomst zien in de veehouderij en vanwege voorziene extensivering extra grond nodig zullen hebben.

Van de meeste grondgebruikers/agrarisch ondernemers is meer informatie beschikbaar. Uit oogpunt van privacy is deze informatie op hoofdlijnen, niet-traceerbaar, in dit stuk weergegeven. Dat is informatie zoals geboortejaar, opvolging, aantal stuks vee en melkproductie, deelname aan weidevogelbeheer, hoeveelheid grond in eigendom en pacht (regulier, erfpacht of geliberaliseerd). Daarnaast zijn de toekomstplannen bekend (al dan niet stoppen, op welke termijn stoppen, groeien etc.) en de bereidheid en motivatie om met allerlei verduurzamingsmaatregelen aan de slag te gaan. Overwegingen van de agrariérs Belangrijk onderwerp van gesprek aan de keukentafel was de vraag hoe de ondernemers aankijken tegen maatschappelijke vraagstukken die van invloed (kunnen) zijn op hun bedrijven. Tussen de agrarische ondernemers zitten vanzelfsprekend verschillen in opvattingen en ambities. Wat hier beschreven wordt, is dus niet én op één van toepassing op alle ondernemers. Het geeft echter een algemeen beeld aan hoe de ondernemers tegen ontwikkelingen aankijken. Voor allemaal geldt dat het aangaan van maatschappelijk gewenste ontwikkelingen op het bedrijf economische voordelen moeten hebben. Er blijkt geen sterke wens om te groeien. Niet in aantal stuks vee en niet in oppervlakte grond. Groei in grond gebeurt ‘organisch’, als de mogelijkheid zich voordoet.

In de Waardassacker polder doet zich die mogelijkheid nu voor en deze wordt door 3 ondernemers aangegrepen door middel van aankoop en een kleine kavelruil. In de Waardassacker polder staan ondernemers open voor maatregelen om bodemdaling en de uitstoot van CO, uit het veen tegen te gaan met waterinfiltratiesystemen. Dit heeft betrekking op de noordelijke helft van de polder; het deel dat het meest kwetsbaar is

voor oxidatie.

8/16

|| kwetsbaar [) matig kwetsbaar

| moeras I) niet kwetsbaar

Kwetsbaarheid voor oxidatie

. = : In de polder Waardassacker wordt vrij veel aan weidevogelbeheer gedaan. De ondernemers hebben interesse om dat weidevogelbeheer verder te intensiveren. Als dat wenselijk is, willen enkele agrariérs ook wel een rol spelen in het weidevogelbeheer in Botshol. Echter, niet ten koste van de agrariérs die daar al actief zijn. Zowel in Botshol als in de Waardassacker polder is men zich ervan bewust dat er maatregelen genomen gaan/moeten worden om de stikstof emissie te reduceren. Dat kan op verschillende manieren, waarbij het in verband met investeringen belangrijk is rekening te houden met de fase waarin het bedrijf verkeert. Is het bijvoorbeeld een bedrijf dat voor de lange termijn actief zal blijven of is het een bedrijf met een bedrijfshoofd op leeftijd zonder opvolger. De meeste ondernemers hebben interesse in het opwekken van duurzame energie. In elk geval met zonnepanelen op de daken van de stallen. Maar enkelen ook grootschalig en codperatief met windmolens. Zonnevelden vindt men over het algemeen niet acceptabel. In Botshol zijn NM en de agrariérs nauw met elkaar verweven. NM is eigenaar van het plassen- en moerassengebied van Botshol. Tevens zijn ze aan de noordrand van Botshol eigenaar van ca. 80 ha grond binnen de NNN die aan agrariérs wordt uitgegeven.

De ondernemers geven aan dat er onzekerheid is vanwege de korte pachtcontracten en de steeds variérende eisen aan het beheer. Het beheer in het agrarische gebied van Botshol (zone 2) leidt niet tot de realisatie van de gewenste doelstellingen. De agrarische eigenaren van de Groene Contour zijn niet van plan om die grond te verkopen. Evenmin om de focus voor 100% op natuur te zetten. Zij geven echter aan dat ze meer verantwoordelijkheid voor het beheer zouden willen met afspraken over de doelstellingen. Daarvoor zijn dan langjarige pachtafspraken nodig. Ook geven ze aan met collega’s en met NM te willen samenwerken om tot een goed, bijvoorbeeld

mozaiekbeheer te komen.

9/16

2.3

Informatie en inbreng overheden

en organisaties

De gesprekken met de gemeente, het waterschap, Natuurmonumenten en de provincie zijn gevoerd aan de hand van de verkenning en de mogelijke ontwikkelingsrichting en perspectieven die in hoofdstuk 3 aan de orde komen. Er is gesproken met medewerkers van die organisaties. Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) AGV neemt deel aan ‘Polderkennis op peil’ in de Waardassacker Polder. Het waterschap heeft het bodemdalingsbeleid vastgelegd in de ‘Strategie Bodemdaling. Samen Bodemdaling tegengaan.’ Het bestuur wil bodemdaling graag integraal met andere projecten oppakken in de context van een gebiedsproces. Gemeente De Ronde Venen Hoewel de verantwoordelijkheid voor onderwerpen zoals bodemdaling, beperken van de stikstof- en CO, emissies en weidevogelbeheer meer bij collega-overheden ligt, ziet ook de gemeente een rol voor zichzelf. De gemeente wil in 2040 energieneutraal zijn. Voor het grootschalig opwekken van duurzame energie (windturbines en zonnevelden) heeft de gemeente voorwaarden gesteld aan de participatie in het proces en financieel door de inwoners van de gemeente. De locaties waar grootschalige opwek plaats kan vinden zijn nog niet bekend. Vanaf september 2020 gaat een inwonerstraject van start om die locaties te bepalen.

Overigens heeft de gemeente Ouder Amstel het initiatief genomen voor een locatieonderzoek direct ten noorden van de Waardassacker polder voor het opwekken van energie met zon en wind. Afstemming met deze gemeente is naar ons inzicht nodig.

Natuurmonumenten

Hoofddoel van NM voor het agrarische deel van Botshol is weidevogels. Ze werken hiervoor samen met agrarische ondernemers. NM geeft aan dat zij haar doelen niet volledig realiseert. Evenals de agrariérs geeft NM aan dat er te weinig onderling

vertrouwen is omtrent het beheer.

NM staat positief tegenover een integraal gebiedsproces en vindt een zonering een logische gedachte. Meer beheerverantwoordelijkheid overdragen aan de boeren is een bespreekbare optie die ook past in het beleid van NM (van pachter naar partner). Hiervoor zal wel aan vertrouwen over en weer gewerkt moeten worden. Rijn Vecht & Venen (RVV) RVV maakt deel uit van de groep “Polderkennis op peil”. De organisatie wil graag betrokken worden bij een proces om plannen voor het gebied te maken en daarbij recht te doen aan het gegeven dat Waardassacker polder weidevogel kerngebied is.

10/16

3.

Mogelijke ontwikkelingsrichting en perspectieven

3.1

Ontwikkelingsrichtingen

Uit de gesprekken

voren:

met de ondernemers

komen

enkele ontwikkelingsrichtingen

naar

Toekomstbestendig verdienmodel ledere ontwikkelingsrichting beoogt te komen tot de realisering van maatschappelijke doelen. Die zijn alleen te bereiken met een toekomstbestendig verdienmodel voor de agrarische ondernemers. Verbetering agrarische structuur door extensivering en kavelruil De vrijkomende grond (10-15 ha) ligt decentraal in de polder. Eén boer heeft veel interesse voor de grond en kan zijn huiskavel vergroten. Mogelijk kan vrijwillige kavelruil, zei het op kleine schaal, een verbetering van de agrarische structuur bewerkstelligen. Het lijkt erop dat deze vrijkomende grond een minder grote rol gaat spelen in het verduurzamen van de agrarische ondernemingen als het gaat om extensiveren, dan vooraf gedacht. Door een betere verkaveling en door huiskavelvergroting is beweiden beter mogelijk wat bijdraagt aan de verduurzaming. De verkoop van de grond en de kavelruil vindt plaats in mei en juni 2020. Beperken bodemdaling en CO, emissiereductie Met name ondernemers in de noordelijke helft van de Waardassacker polder hebben belangstelling voor maatregelen om de bodemdaling tegen te gaan door middel van waterinfiltratiesystemen. Voorwaarde is wel dat er een reéle vergoeding voor de investering tegenover moet staan.

Naast aanzienlijke vermindering van bodemdaling vermindert dit ook de CO2 uitstoot als gevolg van veenoxidatie en vergroot dit de mogelijkheden voor betere benutting van stikstof (met name in het najaar, kringlooplandbouw) en de mogelijkheden voor het creéren van tijdelijke plas dras situaties ten behoeve van weidevogels.

Reductie stikstofemissie

De agrarisch ondernemers zijn zich bewust dat de aandacht op hen is gericht om de stikstofemissie te reduceren. Ze zijn bereid om mee te denken om die emissiereductie tot stand te brengen, bijvoorbeeld door maatregelen aan en in de stal, aanwending van mest en aangepast voer en voerrantsoen. Er moet wel rekening gehouden worden met de fase waarin het bedrijf verkeert. Weidevogelbeheer De agrarisch ondernemers in de Waardassacker polder en Botshol hebben allemaal interesse in weidevogelbeheer. Degenen die al aan weidevogelbeheer doen zijn bereid na te denken over het intensiveren van het weidevogelbeheer. Anderen willen nadenken over starten van beheer. Het weidevogelbeheer moet een bijdrage leveren in het verdienmodel van de agrarische ondernemers. Enkele ondernemers in Botshol en de Waardassacker polder die grond in Botshol hebben, pachten of beheren staan open om in hun bedrijf, naast de huidige agrarische doelstellingen, ook natuurdoelstellingen te realiseren. Zij willen dan de verantwoordelijkheid krijgen voor realisatie van de natuurdoelstellingen. Er dient sprake te zijn van afspraken en vergoedingen met voldoende lange termijnperspectief voor bedrijf en natuur. Vanuit deze positie willen ze met elkaar en met Natuurmonumenten

samenwerken.

11/16

Groene Contour In Botshol zijn de grondeigenaren van de Groene Contour niet bereid om hun grond te verkopen zodat deze toegevoegd kan worden aan het Natuurnetwerk. Eigenaar blijven en waardedaling vergoed krijgen en de grond toevoegen aan het Natuurnetwerk met een passende beheervergoeding voor productie van natuur is eerder bespreekbaar. Er zijn vele opties denkbaar hoe hieraan invulling gegeven kan worden. Dit zal onderwerp van gesprek moeten zijn tussen de verschillende deelnemers in het proces. Belangrijk is hierbij te onderkennen dat eerst aan een voldoende basis van onderling

vertrouwen gewerkt zal moeten worden. Duurzame energie

Nagenoeg alle agrarische ondernemers staan positief ten opzichte van de productie van duurzame energie. Zonnepanelen op het dak ligt het meest voor de hand. Zonnepanelen in de polder vindt men niet acceptabel. Enkele ondernemers zien mogelijkheden voor een windpark in de polder. 32

Perspectief

Toekomstbeeld

voor Waardassacker

polder en Botshol: duurzaam

verdienmodel

Er is een toekomstbeeld te schetsen waarbij het totale gebied in drie deelgebieden is onder te verdelen. Het toekomstbeeld is een schets op basis van de uitkomsten van de verkenningsgesprekken met de agrarische ondernemers. Vanzelfsprekend is dit een

momentopname.

1. Natuurinclusieve agrarische bedrijven gericht op kringlooplandbouw 2. Veehouderij met natuur (weidevogels). Samenwerking met agrarische bedrijven en

Natuurmonumenten.

3: Natuurkern/Natura 2000 gebied beheerd door Natuurmonumenten. Hier staat de bescherming en ontwikkeling van natuurwaarden op de eerste plaats.

12/16

3.2.1

Voor de lange termijn

Perspectief voor een periode van ongeveer 10 jaar: Deelgebied 1 Over een jaar of 10 zijn in de Waardassacker polder en Botshol 5-10 agrarische bedrijven actief. Ze zijn met de vrijkomende grond van hun gestopte collega’s geéxtensiveerd en ontwikkeld richting kringlooplandbouw. Weidevogelbeheer maakt deel uit van de agrarische bedrijfsvoering. Productie van duurzame energie draagt bij aan het verdienmodel van de agrarisch ondernemingen. Deelgebied 2 Agrarische bedrijven beheren al dan niet met elkaar het gebied, gericht op intensief weidevogelbeheer en als onderdeel van een rendabele bedrijfsvoering. In overleg met de provincie worden de doelen bepaald. Daarmee is het een efficiént en duurzaam beheerd gebied tussen het natuur kerngebied van Botshol en het meer agrarische gebruikte gebied van de Waardassacker polder. Het verdienmodel voor de agrarische bedrijven zit in de productie van melk, vlees en natuur. Natuurmonumenten kan ingeschakeld worden vanwege hun ecologische kennis en voor afstemming van het beheer met deelgebied 3. Deelgebieden 1 en 2 De stikstofemissieis voldoende teruggedrongen. aanzienlijk verminderd ten opzichte van 2020.

De bodemdaling

en CO, uitstoot is

Deelgebied 3 Botshol (natuurkern/Natura 2000 gedeelte) Het gebied blijft beheerd worden zoals nodig is voor het behalen van de natuurdoelen. Door het gebiedsproces integraal uit te voeren wordt de kans vergroot dat ook de andere deelgebieden hieraan bij gaan dragen. 3.2.2

Voor de korte termijn

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat het deels realiseren van een verbetering van de agrarische structuur door een kleine kavelruil op korte termijn wordt gerealiseerd. De onderwerpen bodemdaling, CO2 uitstoot uit veen, stikstof en duurzame energie zullen vrij snel opgepakt gaan worden. Het is wel een uitdaging om de integraliteit daarbij te bewaken.

13/16

4.

Advies over gebiedsproces

4.1

Gebiedsproces en fasering

Deze voorverkenning maakt zichtbaar dat via een integrale gebiedsgerichte aanpak, diverse maatschappelijke en bedrijfsdoelen te koppelen en te realiseren zijn. Zo is er een samenhang tussen de kringlooplandbouw en de beperking van stikstofemissie en verlies. CO2- vermindering kan in combinatie met peilaanpassing en waterinfiltratie plaatsvinden. Agrarisch natuurbeheer gaat samen met een aangepaste bedrijfsvoering die gericht is op natuurinclusiviteit. Energieopwekking kan bijdragen aan de gewenste neveninkomsten en sluit aan op de klimaatopgave. Een integrale aanpak biedt de mogelijkheid om verschillende maatschappelijke thema’s in één keer op te pakken, en voorkomt zo veel mogelijk dat de thema’s achter elkaar over het gebied rollen. Draagvlak en proces Uit deze voorverkenning blijkt dat een integrale gebiedsgerichte aanpak gedragen wordt door de meeste agrarisch ondernemers. Ook Natuurmonumenten, Waterschap Amstel Gooi en Vecht, de gemeente De Ronde Venen en Collectief Rijn Vecht en Venen, staan achter dit proces. De organisaties zien in meer of mindere mate een rol voor zichzelf weg gelegd. De Waardassackerpolder en Botshol zouden in één proces opgepakt kunnen

worden.

Na deze voorverkenning kan, na beoordeling, de provincie de opdracht geven over te gaan tot een gebiedsverkenning, het eigenlijke gebiedsproces. In het gebiedsproces brengen we maatschappelijke doelen en doelen van agrarische ondernemers bij elkaar, met als beoogde uitkomst een optimale oplossing voor alle doelen en belangen. Te nemen maatregelen passen bij de situatie van het bedrijf op dat moment en zijn gericht op de mogelijkheden die de ondernemer voor zijn of haar bedrijf ziet in de toekomst. De ontwikkelingen in het gebied zijn geént op het ondernemerschap in de polder, waarbij de boeren zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Uitgangspunt is dat maatregelen op basis van vrijwilligheid worden doorgevoerd. Echter, vrijwilligheid betekent niet vrijblijvend. Deelname vraagt om een serieuze inzet van alle partners. De gebiedsverkenning levert uiteindelijk de hoofdzaken van de te kiezen aanpak. Zorgvuldigheid is een belangrijke randvoorwaarde. Elke belanghebbende moet betrokken zijn, wensen en praktische invullingen moeten inzichtelijk zijn. Dat betekent ook nauwe betrokkenheid van de organisaties die eerder zijn genoemd. Ook een energiecodperatie en de provincie kunnen een rol pakken. Convenant Het gebiedsproces of gebiedsverkenning leidt uiteindelijk tot een convenant, een vastlegging van de gemaakte afspraken die partijen zekerheid biedt.

Daarna volgt de uitvoering in een stappenplan (5 tot 8 jaren); dat brengt en houdt de beweging in het gebied in gang. Maatregelen kunnen op elkaar afgestemd worden, waarbij rekening gehouden wordt met de technische en economische staat van de afzonderlijke bedrijven, opvolging (al dan niet), interesse en behoefte.

14/16

De provincie geeft de bodemdalingsproblematiek de hoogste prioriteit en wil die met het gebied zo snel mogelijk aanpakken. Dat brengt snelheid en middelen in het proces. In de afweging dient rekening gehouden te worden met mogelijk beperkte financiéle slagkracht van agrariérs: investeringen moeten zorgvuldig tegen elkaar afgewogen

worden.

4.2 Aanpak Bij dit vraagstuk zijn agrarische ondernemers en vertegenwoordigers van het waterschap, de gemeente, Natuurmonumenten, Rijn Vecht en Venen en de provincie Utrecht betrokken. ledere partij heeft zo haar wensen, verlangens en rol in dit proces. Meeropbrengst door integrale benadering (1+1=3) In dit gebied komen veel onderkende uitdagingen die ook landelijk spelen samen. Ons advies is om, in plaats van het betrekken van de eigen stellingen en te proberen zo snel mogelijk met zo min mogelijk inspanning (kosten) de eigen doelstellingen te behalen, los te laten en gezamenlijk op zoek te gaan naar wederzijdse en combinatie voordelen. Op deze manier kunnen met een afgewogen, gezamenlijke planvorming meerdere doelen gerealiseerd worden, als een duurzaam verdienmodel, die goed op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Bovendien voorkomt dit dat gedurende een lange tijd met name met telkens nieuwe opgaven geconfronteerd worden en daarmee veranderingsmoe worden. Wij adviseren daarom een polderproces waarmee integrale oplossingen worden bereikt. Een proces waarin agrariérs, overheden en maatschappelijke organisaties samen op zoek gaan naar een door ieder gedragen optimale situatie voor het gebied en van daaruit bouwen aan de daadwerkelijke ontwikkeling hiervan.

We adviseren daarom prioriteit te geven aan het oppakken van maatschappelijke thema’s als de reductie van CO het beperken van de bodemdaling en van de stikstofuitstoot in combinatie met het realiseren van een voldoende verdienmodel én toekomstperspectief voor de ondernemers in het gebied. Begeleiding gebiedsproces In een gebiedsproces moet gebouwd worden aan vertrouwen. De procesbegeleiding is daarbij cruciaal. De organisatie van het gebiedsproces moet bovendien recht doen aan het feit dat sprake is van een ‘bottom up’ proces en de wens om dit te faciliteren. Indien de provincie besluit tot een gebiedsgerichte aanpak stelt de Gebiedscommissie voor dat een neutrale partij de begeleiding verzorgt van inhoud en proces. De procesbegeleider(s) moeten de dagelijkse realiteit van de agrarische ondernemers kennen en begrijpen en tegelijkertijd een goede binding hebben met en vertrouwen hebben van de verschillende overheden en maatschappelijke organisaties. Met hulp van deskundigen gaan die procesbegeleiders in gesprek met de agrarische ondernemers om vervolgens richtingen aan te reiken waarheen de Waardassacker polder en Botshol zich

kunnen ontwikkelen.

Wij adviseren om een (bestuurlijke) begeleidingsgroep aan te stellen die het gebiedsproces ondersteunt. Het doel van de begeleidingsgroep is om de lijnen tussen het gebied en de betrokken organisaties zo kort mogelijk te houden, goede samenwerking te realiseren en zo snelheid te kunnen maken met het proces. De begeleidingsgroep kan de hoofdlijnen van de gestelde kaders en doelen bewaken en zo nodig bijsturen; de neutrale partij die de procesbegeleiding verzorgt, werkt onder regie van de begeleidingsgroep.

15/16

De samenstelling van de begeleidingsgroep moet in balans zijn qua belangenvertegenwoordiging. De begeleidingsgroep bestaat tenminste uit: vertegenwoordiging van de agrariérs, zonder direct belang in het gebied,

Natuurmonumenten,

vanuit de Gebiedscommissie: Natuur- en Milieufederatie Utrecht (NMU, als voorzitter van de Gebiedscommissie), gemeente De Ronde Venen en Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV). Toevoegen: een afgevaardigde van LTO Noord of van het Collectief Rijn

Vecht en Venen.

Het praktische werk vindt plaats in een projectgroep. Hierin zijn de agrariérs in het gebied direct vertegenwoordigd, evenals een medewerker van Natuurmonumenten, de overheden, de procesbegeleider en specialisten. Zij gaan aan de slag om een gedragen integraal plan te maken. Goede afstemming met de provincie is zowel vanuit de begeleidingsgroep als vanuit de projectgroep belangrijk. Omdat we niet alleen het behalen van doelstellingen belangrijk vinden maar ook het proces ernaar toe adviseren wij een grondige monitoring van het proces om zo leerpunten voor andere gebieden in Nederland vast te kunnen leggen. 4.3 Financiering van het proces Voor proces, onderzoek en uitvoering is vanuit verschillende invalshoeken financiering denkbaar. Afhankelijk van de gekozen financieringsbronnen, loopt het beschikbaar komen van geld mogelijk niet parallel aan het opstarten en doorlopen van het proces. Door combinaties en goede procesafspraken rondom de financiering te maken, worden gelden het meest effectief ingezet. Voor de uitvoering van maatregelen om bodemdaling tegen te gaan en maatregelen om CO, emissie uit veen terug te dringen is Impulsgeld van het Rijk beschikbaar, via de provincie Utrecht. Wij gaan ervan uit dat voor maatregelen voor de reductie van stikstof emissie op termijn geld beschikbaar komt.

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12614629/1