240328 Inspraaknotitie Lange Coupure 1A raadsvergadering 28 maart 2024
Tekst van het document
Inspraaknotitie - bouwplan Lange Coupure 1A Graag maak ik wederom gebruik van de gelegenheid om in te spreken namens de initiatiefnemers: de gebroeders Snoek. In alle eerlijkheid: wij hebben sterk getwijfeld of we dit opnieuw zouden doen, maar hebben toch hiertoe besloten vanwege de zichtbare worsteling in de raad. Niet om te vervallen in een herhaling van zetten, maar enkel om die punten te verhelderen waarover twee weken geleden nog ‘mist en onduidelijkheid’ leek te bestaan.
1) De goede ruimtelijke ordening vormt het beoordelingscriterium dat u moet hanteren bij uw beslissing om al dan niet een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Er zijn (terecht) vragen gesteld over het wettelijke kader dat hierop van toepassing is, in het bijzonder in relatie tot de provincie. Inmiddels heeft het college hierover de nodige duidelijkheid gecreëerd. In de memo die wij bij deze inspraaknotitie hebben gevoegd, heeft u kunnen lezen hoe de initiatiefnemers zelf dit wettelijke kader hebben geïnterpreteerd en toegepast. Die analyse ga ik hier niet herhalen. Wel wil ik benadrukken dat hieruit helder volgt dat de cultuurhistorische waarde van Fort Abcoude en haar schootsvelden niet wordt aangetast, anders dan twee weken nog werd gesuggereerd. Sterker nog: niet alleen ligt de planlocatie zelfs verder dan 600 meter van fort Abcoude (dus buiten de ‘tweede ring’), maar ook draagt de voorgenomen vormgeving van de nieuwbouw in hout juist bij aan herstel van de schootsvelden zoals ze ooit zijn bedoeld.
Verder laat de memo duidelijk zien dat de initiatiefnemers zoveel mogelijk binnen het bestemmingsplan van de gemeenteraad zijn gebleven, juist wat betreft de waarde van de schootsvelden, en dat voor zover het plan afwijkt van het bestemmingsplan, nog steeds kan worden gesproken van een goede ruimtelijke ordening.
2) Dat brengt mij bij het tweede punt: de motivering van het raadsbesluit. Zoals ieder overheidsbesluit moet ook uw besluit berusten op een ‘deugdelijke motivering’. 1 Wat ons betreft voldoet de summiere motivering in het ontwerpbesluit niet aan deze wettelijke eis. Maar uit de rechtspraak volgt bovendien dat op de raad een zogeheten ‘verzwaarde motiveringsplicht’ rust wanneer de raad afwijkt van stukken van diverse deskundigen die onderbouwen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dat geval verwacht de 1
Artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht.
rechter dat de gemeenteraad zijn conclusie dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening extra zorgvuldig en deugdelijk motiveert en met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwt.2 Van een dergelijke situatie is hier overduidelijk sprake nu de gemeenteraad afwijkt van alle deskundigenadviezen, waaronder die van welstandscommissie MooiSticht en van ruimtelijk adviesbureau BügelHajema. De grote vraag is of in dit concrete geval überhaupt wel een deugdelijke motivering kan worden gegeven voor het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen. Wij denken van niet, zeker wanneer wordt bedacht dat enkel ruimtelijk relevante belangen mogen worden betrokken bij uw oordeel en juist deze belangen nadrukkelijk zijn verdisconteerd in de verschillende deskundigenrapporten.
3) Tot slot bleek tijdens de commissievergadering nog steeds onduidelijkheid te bestaan over ‘buitenopslag’. Dat heeft ons zeer verbaasd, want in de ruimtelijke onderbouwing wordt meermaals gesteld dat buitenopslag niet langer zal zijn toegestaan. Dat is ook nadrukkelijk de bedoeling van de initiatiefnemers. De vraag was echter wat dan werd bedoeld met de passage ‘stallen van materialen en materieel’ op het erf (op pagina 12 van de ruimtelijke onderbouwing): "Het erf achter het nieuwe gebouw wordt gebruikt voor het parkeren van auto's, manoeuvreren van verkeer, laden en lossen en voor het stallen van materialen en materieel. Ook kunnen enkele proefopstellingen/voorbeeldtuinen op het terrein gerealiseerd worden." Wij doelden hiermee enkel op de - regelmatig voorkomende - situatie dat een leverancier overdag materialen of materieel komt brengen, maar dat de hoveniers op dat moment niet op 'de zaak' zijn. In dat geval zal de leverancier de spullen wel 'lossen', maar kan hij de spullen niet zelf in de opslag brengen. In dat geval 'stalt' hij de materialen buiten totdat de hoveniers terug op 'de zaak' zijn en deze spullen naar binnen brengen. Van buitenopslag is dus geen sprake en met de aanvraag is ook zeker niet anders bedoeld. Ik sluit af: wij wensen de raad veel wijsheid toe bij de besluitvorming.
2
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:112, punt 7.4; Rechtbank MiddenNederland 19 april 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1825, punten 8.4 en 8.5.
Memo: toetsingskader ‘goede ruimtelijke ordening’ Landelijke regelgeving Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is een omgevingsvergunning vereist voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. 3 Een dergelijke vergunning kan enkel worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en het plan in dat verband een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. 4 Omdat de gemeenteraad ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan vaststelt, 5 is voor de gemeenteraad ook een rol weggelegd bij de verlening van een omgevingsvergunning voor gebruik in afwijking van het bestemmingsplan. Dergelijke vergunningverlening kan slechts plaatsvinden nadat de gemeenteraad een verklaringen van geen bedenkingen heeft gegeven. 6 De gemeenteraad kan deze verklaring slechts weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening.7
Provinciale regelgeving Naast deze landelijke regelgeving kunnen - indien provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken - ook provinciale regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen of van omgevingsvergunningen voor afwijkend gebruik, alsmede omtrent de daarbij behorende toelichting of onderbouwing. 8 De provincie Utrecht heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt met de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (hierna Interim Omgevingsverordening). Hoofdstuk 7 van deze verordening bevat in dit verband regels over cultuurhistorie en landschap die in acht moeten worden genomen bij gemeentelijke bestemmingsplannen. Om te voorkomen dat een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik niet aan deze provinciale regels zou voldoen, is in de Interim Omgevingsverordening bepaald dat onder een bestemmingsplan mede wordt verstaan een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik. 9 Ook een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet dus aan de eisen van Hoofdstuk 7 van de Interim Omgevingsverordening voldoen. In verband met de Stelling van Amsterdam, dat tot de Hollandse Waterlinies wordt gerekend, is in het bijzonder artikel 7.2 van belang (opgenomen in de bijlage).
Volgens dit artikel moet een bestemmingsplan regels bevatten ter instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarde van de Stelling van Amsterdam en mogen geen activiteiten worden toegestaan die deze waarde aantasten. Wanneer wel sprake is van een dergelijke aantasting, kan de gemeente op grond van het derde lid van artikel 7.2 om een provinciale ontheffing vragen. Omdat niet in alle gevallen direct duidelijk is of de voorgenomen activiteit het werelderfgoed aantast, moet blijkens de toelichting op artikel 7.2 in de Interim Omgevingsverordening eerst worden onderzocht en beoordeeld wat de effecten van de activiteit op het werelderfgoed zijn. Daarbij verwijst de toelichting allereerst naar bijlage 14 ‘Cultuurhistorie’ bij de Interim Omgevingsverordening, waarin de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam zijn opgenomen. Verder verwijst de toelichting naar de ‘Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies’ (2011), waarin
3
Artikel 2.1 Wabo. Artikel 2.12 Wabo. 5 Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. 6 Artikel 2.27 Wabo in combinatie met artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht. 7 Artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht. 8 Artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening. 9 Artikel 1.3 lid 1 onderdeel a Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. 4
deze kernkwaliteiten verder zijn uitgewerkt. 10 Tot slot verwijst de toelichting in verband met de visuele integriteit en authenticiteit naar het document ‘Visuele Integriteit Waterlinies’ (2018). De initiatiefnemers hebben zich bij de ontwikkeling van hun plannen laten leiden door deze documenten. Voor zover het gaat om bebouwing in de schootsvelden van een fort, zijn in het bijzonder de volgende uitgangspunten uit de ‘Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies’ (2011) van belang:11
Hoewel de locatie van de voorgenomen bebouwing zich bevindt op meer dan 600 meter afstand van Fort Abcoude, hebben de initiatiefnemers zich laten leiden door de uitgangspunten die gelden voor bebouwing tussen 300 en 600 meter afstand, waaronder uitvoering van de nieuwbouw in hout. MooiSticht heeft ten aanzien van dit plan meermaals bevestigd dat de uitzonderlijke universele waarde van de Stelling van Amsterdam hierdoor niet wordt aangetast. In november 2020 heeft zij reeds geconcludeerd dat “ook vanuit het landschapsbeeld en cultuurhistorische oogpunt nieuwbouw onder goede randvoorwaarden prima mogelijk” is onder vermelding van een aantal specifieke randvoorwaarden. Met expliciete verwijzing naar het document ‘Visuele Integriteit Waterlinies’ (2018) heeft MooiSticht vervolgens in oktober 2023 verklaard “dat het schootsveld door deze nieuwbouw niet wordt aangetast”. Omdat geen sprake is van aantasting van het schootsveld (en daarmee evenmin van de uitzonderlijke universele waarde van de Stelling van Amsterdam), bestaat voor de gemeente geen verplichting om een provinciale ontheffing op grond van het derde lid van artikel 7.2 te vragen. Dat heeft de provincie inmiddels ook expliciet bevestigd.
Gemeentelijke regelgeving Uit bovenstaande cultuurhistorische analyse kan ook worden afgeleid hoe de voorgenomen activiteit zich verhoudt tot de regels die de gemeenteraad zelf in het bestemmingsplan heeft opgenomen voor instandhouding en versterking van de Stelling van Amsterdam. In artikel 11 van het Bestemmingsplan herziening buitengebied Abcoude (hierachter afzonderlijk bijgevoegd) zijn in dit verband bepalingen opgenomen over de dubbelbestemming ‘Waarde – Schootsvelden’. Uit het advies van MooiSticht volgt reeds dat het bouwplan – in lijn met lid 11.1 van het bestemmingsplan – de schootscirkels niet aantast, dus sowieso bijdraagt aan behoud hiervan. In het bestemmingsplan is echter in lid 11.2 bepaald dat in beginsel uitsluitend de bestaande bebouwing is toegestaan. Van deze hoofdregel kan blijkens lid 11.3 worden afgeweken mits:
10
In de toelichting wordt ook gesproken over zogeheten Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies, maar die analyses zijn nog niet voorhanden voor de Stelling van Amsterdam. 11 Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Waterlinies’, p. 146 en 149
-
-
-
het bouwen van bouwwerken op grond van de andere daar voorkomende bestemmingen is toegestaan o Aan deze voorwaarde is niet voldaan, omdat het beoogde bebouwingspercentage meer bedraagt dan het uit lid 4.2 en lid 4.3 voortvloeiende bebouwingspercentage voor de bestemming ‘Bedrijf’, namelijk het maximum bebouwingspercentage van 15 %, eventueel vermeerderd met 15 % daarvan (ofwel 17,25 % in totaal). het betreft uitsluitend incidentele bebouwing om ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te verbeteren o Aan deze voorwaarde is voldaan: de voorgenomen bebouwing is - door de vervanging van reeds bestaande bebouwing - inderdaad incidenteel van aard, terwijl de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam verbetert. De huidige situatie van twee verouderde, deels stenen schuren, in combinatie met (vergunde) buitenopslag, wordt vervangen door een grotere houten schuur, die de zichtlijnen van het fort niet aantast en die bovendien door de houten vormgeving in overeenstemming is, zoals door MooiSticht is bevestigd, met het cultuurhistorische uitgangspunt dat objecten binnen de schootsvelden incidenteel waren toegestaan, maar wel uit hout moesten worden opgetrokken om eenvoudig verwijderbaar te zijn. De ruimtelijke kwaliteit van de schootsvelden wordt hiermee dus juist versterkt.
de bebouwing dient te passen in het landschap en mag zichtlijnen niet aantasten o Aan deze voorwaarde is eveneens voldaan: bestaande zichtlijnen worden niet aangetast (mede door de reeds aanwezige bomenrij en de eerder gerealiseerde nieuwbouw aan de Molenweg), terwijl het deskundigenadvies van MooiSticht bovendien laat zien dat de voorgenomen activiteit past in het landschap.
Omdat niet aan alle voorwaarden uit het bestemmingsplan wordt voldaan (namelijk door afwijking van lid 4.2 en 4.3 van het bestemmingsplan wat betreft het bouwoppervlak), is een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor gebruik in afwijking van het bestemmingsplan. In verband met de beoordeling van de voorgenomen activiteit uit een oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’, zoals de landelijke regelgeving (Wabo) voorschrijft, is op zichzelf niet van belang dat de in het bestemmingsplan opgenomen bouwpercentages worden overschreden. Een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruikt kan juist mogelijk maken dat wordt afgeweken van de bepalingen uit het bestemmingsplan. Wel is op grond van de Wabo vereist dat de voorgenomen activiteit in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Concreet is hier allereerst van belang dat de voorgenomen bebouwing in de plaats komt niet alleen van de twee bestaande (deels stenen) schuren, maar ook van de vergunde buitenopslag. Zoals uit de luchtfoto’s van het perceel blijkt, is het bestaande (vergunde) gebruik van de beschikbare gronden (veel) groter dan enkel de oppervlakte van de beide schuren.
Om die reden is de relatieve uitbreiding van de voorgenomen schuur ten opzichte van het bestaande gebruik (veel) kleiner dan volgt uit een enkele vergelijking met de oppervlakte van de beide schuren. Ook in absolute zin zal de beoogde nieuwbouw tot de kleinere objecten binnen het buitengebied aan de Lange Coupure blijven behoren. Daarnaast heeft MooiSticht op basis van een landschappelijke, ruimtelijke en cultuurhistorische analyse geoordeeld dat de voorgenomen activiteit prima mogelijk is, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan, zoals nieuwbout in hout en een rechthoekig bouwblok in de richting van de kavelrichting. Tot slot is met het oog op een goede ruimtelijke ordening in
dit geval van belang, gelet op de dubbelbestemming ‘Waarde – Schootsvelden’, dat het plan juist leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam.
Bijlage: relevante bepalingen uit toepasselijke regelgeving 1) Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Artikel 7.2 Instandhouding en versterking (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties in het (Voorlopige Lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies: a. neemt de uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies in acht en bevat bestemmingen en regels ter instandhouding en versterking daarvan; en b. bevat geen bestemmingen en regels die activiteiten toestaan die die waarde aantasten. 2. Als uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies gelden de kernkwaliteiten, bedoeld in de bijlage 14 Cultuurhistorie bij deze verordening en de Gebiedsanalyses Kernkwaliteiten Hollandse Waterlinies. 3. Ontheffing van het eerste lid kan alleen worden verleend als: a. er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang; b. reële alternatieven die de Hollandse Waterlinies niet of minder aantasten ontbreken; c. de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt; en d. er op of nabij de locatie waarvoor ontheffing wordt gevraagd voldoende compenserende maatregelen worden genomen, in de vorm van versterking van de (resterende) uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies. 4. De motivering van een bestemmingsplan bevat: a.
een beschrijving van de in het plangebied aanwezige uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinies, en b. een beschrijving en motivering van de wijze waarop die waarde in acht is genomen.
2) Bestemmingsplan herziening buitengebied Abcoude Artikel 11 Waarde - Schootsvelden 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Schootsvelden' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van de schootscirkels van tot de Stelling van Amsterdam behorende forten. 11.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. uitsluitend de bestaande bebouwing is toegestaan; b. de oppervlakte, goot- en bouwhoogte bedragen niet meer dan de bestaande oppervlakte, goot- en bouwhoogte. 11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 voor het bouwen van bouwwerken, die op grond van de andere daar voorkomende bestemmingen mogen worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het betreft uitsluitend incidentele bebouwing om ruimtelijke kwaliteit van de Stelling van Amsterdam te verbeteren, dan wel verdichting van bestaande linten; b. de bebouwing dient te passen in het landschap en mag zichtlijnen niet aantasten.