CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

240313 Beantwoording technische vragen - Lange Coupure 1A - Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ingekomen zienswijzen tegen het niet afgeven van de VVGB en ontwerpweigering van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de Lange Coupure 1a in Abcoude.7.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lange Coupure 1A

Lange Coupure 1A

Lange Coupure 1A

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Doel en aanleiding van het project 1.2 Begrenzing 1.3 Vigerend planologisch regime 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 15 17

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Natuurwaarden 4.4 Geluid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Water

19 19 20 20 22 22 23 24 24 25

Hoofdstuk 5 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

27 27 27

Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing

29

Bijlage 1

Ecologisch onderzoek

31

Bijlage 2

Advies ruimtelijke kwaliteit erfinrichting

39

3

Lange Coupure 1A

4

Lange Coupure 1A

Ruimtelijke onderbouwing

5

Lange Coupure 1A

6

Lange Coupure 1A

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doel en aanleiding van het project

De eigenaar van het perceel Lange Coupure 1A wenst de bestaande bebouwing op het perceel te vervangen en te vergroten. De initiatiefnemer heeft op deze locatie een hoveniersbedrijf en is van plan om de bestaande bebouwing te slopen en een nieuw gebouw hiervoor in de plaats te bouwen, zodat het gebouw bruikbaarder is voor zijn bedrijf. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Zodoende dient door de initiatiefnemer een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Overeenkomstig met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, art. 2.12) dient hierbij een goede ruimtelijke onderbouwing te worden aangeleverd door de initiatiefnemer. Voorliggend rapport bevat de ruimtelijke onderbouwing ter ondersteuning van de voorgenomen ontwikkeling.

1.2

Begrenzing

Het plangebied Lange Coupure 1A ligt in het buitengebied van Abcoude, ten zuiden van Abcoude. Ten oosten van het perceel ligt de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. Het perceel is kadastraal aangemerkt als Baambrugge sectie 02 - A - 3655. Het plangebied betreft één van de agrarische erven welke liggen in het lint van Lange Coupure. Op onderstaande afbeeldingen zijn de ligging en de begrenzing/ bestaande indeling van het plangebied weergegeven

Ligging plangebied in gemeente De Ronde Venen

7

Lange Coupure 1A

Luchtfoto begrenzing/ inrichting bestaand plangebied (plangebied rood omlijnd)

1.3

Vigerend planologisch regime

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Herziening Buitengebied Abcoude, vastgesteld op 5 juni 2014. Het perceel is bestemd als Bedrijf en heeft de dubbelbestemming 'Waarde Schootsvelden'. Voor de locatie is de functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' opgenomen. Daarnaast is als maatvoering 'maximum bebouwingspercentage: 15%' opgenomen. De bebouwing mag maximaal 10 m hoog zijn voor de bedrijfswoning en 8 meter voor de bedrijfsbebouwing. De goothoogte ligt op 3 meter. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.

Vigerend bestemmingsplan Herziening buitengebied Abcoude

8

Lange Coupure 1A

Na de sloop van de bestaande bebouwing zal er een nieuw gebouw worden gebouwd, dat een grotere oppervlakte heeft dan de bestaande bebouwing. Hiermee wordt het maximum bebouwingspercentage overschreden en is het initiatief in strijd met het bestemmingsplan. De nieuwe situatie met toe te voegen bebouwing is verder uitgewerkt in paragraaf 2.2. Tevens wordt er bebouwing gerealiseerd in een schootsveld, wat op basis van het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan. Voor de beoogde ontwikkeling dient daarom een uitgebreide Wabo-procedure (artikel 2.12 Wabo) te worden doorlopen. Ten behoeve van de procedure dient een goede ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld, voorliggend rapport voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

De ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd. Na de inleiding in hoofdstuk 1 wordt vervolgens in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. De beleidskaders worden in hoofdstuk 3 behandeld. In hoofdstuk 4 komen de uitvoeringsaspecten aan bod. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

9

Lange Coupure 1A

10

Lange Coupure 1A

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie

Op dit moment zijn twee gebouwen aanwezig op het perceel die door het hoveniersbedrijf gebruikt worden. Totaal betreft dit circa 110 m2 aan bebouwing Daarnaast vindt buiten opslag plaats. De bebouwing is in 1970 gerealiseerd. Het bedrijf is sinds reeds 30 jaar op de locatie aanwezig. Op onderstaande afbeelding is de luchtfoto van het plangebied met daarop de huidige situatie weergegeven.

Luchtfoto huidige situatie

11

Lange Coupure 1A

Inrichting perceel huidige situatie

2.2

Toekomstige situatie

Er wordt een nieuw gebouw van ca. 450 m2 gerealiseerd. Dit gebouw bevat een multifunctionele bedrijfsruimte, die dienst kan doen als werkplaats en opslag van materiaal. Ook worden een bij de functie hoveniersbedrijf behorend kantoor, een daarbij behorende bijeenkomstruimte, kantine en een bijbehorende spreekkamer gerealiseerd. Het nieuwe gebouw krijgt een hoogte van circa 7 meter en wordt voornamelijk in hout uitgevoerd, zodat het gebouw aansluit bij de karakteristieken van de omgeving. De bomen aan de noordzijde van het perceel blijven behouden. Het erf achter het nieuwe gebouw wordt gebruikt voor het parkeren van auto's, manouvreren van verkeer, laden en lossen en voor het stallen van materialen en materieel. Ook kunnen enkele proefopstellingen/voorbeeldtuinen op het terrein gerealiseerd worden. De functies van het terrein zijn verder uitgewerkt in Bijlage 2.

12

Lange Coupure 1A

Indeling nieuwe gebouw

Ten behoeve van het initiatief is een erfinrichtingsschets met een advies voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit opgesteld, waaraan de omgevingsvergunningaanvraag dient te voldoen. Dit advies is opgenomen in Bijlage 2.

Erfinrichtingsschets, Ervenconsulent Mooisticht, 2020

13

Lange Coupure 1A

14

Lange Coupure 1A

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

NOVI Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn vier nationale belangen waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het land. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Voorliggende onderbouwing is niet strijdig met de ambities en prioriteiten van de NOVI.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In deze Omgevingsvisie legt de provincie haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. De provincie wil dat de provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Daarbij staat zij voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe wij de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van de

15

Lange Coupure 1A

gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is er een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Deze zeven thema’s vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. Deze worden bezien vanuit het algemene belang, de integrale aanpak en de lange termijn. De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor de opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit bereiken we door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren,zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Al deze thema’s zijn in verband te brengen met het streven naar een duurzame, circulaire en in alle opzichten gezonde en vitale provincie. Dit betekent dat herbruikbaarheid van grondstoffen en producten ontstaat en dat waardevernietiging en verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen.

Kortom: met de ambities in deze Omgevingsvisie dragen wij bij aan het verbeteren van de brede welvaart waarbij wij onder brede welvaart zowel de kwaliteit van leven in het hier en nu verstaan, als die van latere generaties of die van mensen elders in de wereld. Planspecifiek Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw gebouw voor een hoveniersbedrijf mogelijk op een locatie in het buitengebied. Bij de ontwikkeling van dit gebouw dient rekening gehouden te worden met de pijler 'Levend landschap'. In de omgevingsvisie is het plangebied in het kader van dit thema op verschillende wijzen aangeduid. Ten aanzien van de pijler 'Levend landschap' is voor voorliggend initiatief een landschappelijke inpassing opgesteld (Bijlage 2).

3.2.2

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 is, samen met de provinciale omgevingsvisie, de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. De omgevingsverordening legt de beleidsthema's zoals uitgewerkt in de provinciale omgevingsvisie vast in concrete regelgeving. Voor dit plan zijn met name de regels met betrekking tot de cultuurhistorische waarden in het plangebied van toepassing (artikel 7.2 en 7.7). Ten aanzien van de zones is behoud door ontwikkeling het uitgangspunt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van de linies is het behouden en versterken van de openheid van de voormalige inundatiegebieden en van de samenhang tussen de elementen van de linie van groot belang. Wel wordt afgeweken van de zone Landelijk gebied, omdat de bebouwing met meer dan 20% wordt uitgebreid. Volgens de Verordening kan worden afgeweken van het verbod op uitbreiding van de bebouwing onder de volgende voorwaarden: De ontwikkeling is kleinschalig; de ontwikkeling voorziet in een toename van 20 % van bebouwing op een klein perceel in het buitengebied. Gelet op de aard en de omvang van het initiatief is de ontwikkeling als kleinschalig aan te merken. Er is sprake van economische noodzaak als aangetoond wordt dat de uitbreiding nodig is voor de continuïteit van het bedrijf; Dat is hier het geval. Het bedrijf heeft als doel om toekomstbestendig te worden door een kwaliteitsverbetering door te voeren.

De bestaande bebouwing is verouderd. Nieuwbouw is in dit kader het meest wenselijke scenario. Verplaatsing naar een bedrijventerrein om uit te breiden is hier niet mogelijk en daarnaast niet passend voor deze functie. De provincie en gemeente

16

Lange Coupure 1A

hebben daarom beoordeeld dat de uitbreiding hier is toegestaan. De ontwikkeling zorgvuldig wordt ingepast; in dit kader is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (Bijlage 2). Een zorgvuldige inpassing is hiermee gewaarborgd. Conclusie Het initiatief voorziet in de realisatie van bebouwing waar dit in de eerste instantie niet is toegestaan. Onder voorwaarden kan er echter wel bebouwing worden toegevoegd/ uitgebreid. In dit kader is er een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Het inrichtingsplan is opgenomen in de bijlage. De ontwikkeling is daarmee niet strijdig met de provinciale omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie De Ronde Venen De structuurvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente tot 2030. Binnen deze structuurvisie worden vitale dorpen en kernen genoemd. Een van de thema's is werken, waarvoor het doel is om een goed ondernemersklimaat aan te bieden met een diversiteit aan vestigingslocaties. De realisatie van het nieuwe gebouw is noodzakelijk voor een gezonde bedrijfsvoering. Daarmee is het initiatief in lijn met de Structuurvisie.

17

Lange Coupure 1A

18

Lange Coupure 1A

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoeringsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

Het gebied heeft geen archeologische dubbelbestemming. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Vanuit cultuurhistorie is de dubbelbestemming 'Waarde - Schootsvelden' opgenomen. Dit is ter bescherming van de Stelling van Amsterdam gedaan. De zichtlijnen hiervan moeten intact blijven of verbeterd worden. Dit is bij de voorgestelde ontwikkeling het geval. Vanaf de Stelling van Amsterdam (gelegen aan de noordzijde van het plangebied) is het perceel nauwelijks zichtbaar door bomenrijen en de bebouwing op het perceel van Lange Coupure 1, beiden gelegen aan de noordzijde van het perceel. Het vervangen van de huidige bebouwing door een groter gebouw tast daarmee de zichtlijnen op geen enkele manier aan. Daarnaast past de nieuwe architectuurvorm beter in het landschap dan de huidige bebouwing. In Bijlage 2 is een erfinrichtingsadvies opgenomen. Het initiatief zal conform dit advies gerealiseerd worden. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Stelling van Amsterdam weergegeven. Op de afbeelding is te zien dat er geen zichtlijnen worden aangetast richting het Fort Abcoude. De zichtlijnen worden ter plaatse onderbroken door het bedrijf op het perceel Lange Coupure 1.

Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van Fort Abcoude (rode speld)

Conclusie

19

Lange Coupure 1A

Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering.

4.2

Bodem

Als een gevoelige functie aanwezig is, dient onderzocht te worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een gevoelige functie houdt in dat meer dan 2 uur per dag mensen verblijven op het perceel. Dat is hier niet het geval. De werkzaamheden van het hoveniersbedrijf worden op locatie van cliënten uitgevoerd. Bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt zoveel mogelijk met een gesloten grondbalans gewerkt.

4.3

Natuurwaarden

4.3.1

Wettelijk kader en beleid

Europese richtlijnen De twee Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) vormen samen de belangrijkste natuurbeschermingswetgeving op Europees niveau. De Vogelrichtlijn heeft tot doel in het wild levende vogelsoorten op het grondgebied van de EU te beschermen. De EU-lidstaten zijn verplicht voor alle vogelsoorten die in hun land leven leefgebieden van voldoende grootte en kwaliteit te beschermen. De Habitatrichtlijn waarborgt de biologische diversiteit door het in stand houden van natuurlijke leefgebieden en de wilde flora en fauna. De Habitatrichtlijn is gericht op de bescherming van soorten en van natuurlijke habitats. Beide richtlijnen verplichten de lidstaten tot het aanwijzen van te beschermen gebieden, zogeheten speciale beschermingszones. Het netwerk van speciale beschermingszones die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen wordt over het algemeen als Natura 2000 aangeduid. Een Natura 2000-gebied kan uit een Vogelrichtlijngebied, een Habitatrichtlijngebied of een combinatie van beide bestaan. Bij een gecombineerd Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied kan elk onderdeel zijn eigen begrenzing hebben, afhankelijk van de aanwezige natuurwaarden. Wet natuurbescherming Rijksregels over natuurbescherming staan in de Wet natuurbescherming (verder: Wnb).

De wet kent een algemene zorgplicht voor iedereen in Nederland ten aanzien van Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten. De Wnb geeft de provincies de opdracht om gebieden aan te wijzen die behoren tot het 'natuurnetwerk Nederland', een samenhangend landelijk ecologisch netwerk. Andere gebieden kunnen de provincies aanwijzen als bijzondere provinciale natuurgebieden dan wel bijzondere provinciale landschappen. De Wnb bevat –voor zover voor bestemmingsplannen relevant- regels voor de bescherming van gebieden, voor de bescherming van soorten en over houtopstanden. Gebiedsbescherming De minister van Economische Zaken wijst Natura 2000-gebieden aan, de speciale beschermingszones als bedoeld in de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Het aanwijzingsbesluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied. De provincie stelt voor het Natura 2000-gebied iedere 6 jaar een beheerplan vast. Op grond van de artikelen 2.7 en 2.8 Wnb stelt een bestuursorgaan een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend vast indien uit een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, waarin rekening is gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Als uit de passende beoordeling die vereiste zekerheid niet is verkregen kan het plan uitsluitend worden vastgesteld als is voldaan aan elk van de voorwaarden: a. b.

er zijn geen alternatieve oplossingen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, en

20

Lange Coupure 1A

c.

er worden de nodige compenserende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

Als het plan significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied geldt in plaats van de hiervoor genoemde voorwaarde b, de voorwaarde dat het plan nodig is vanwege: 1. 2.

argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, of andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commissie.

Als compenserende maatregelen nodig zijn, moeten deze onderdeel uitmaken van het plan. Soortenbescherming De Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes voor soorten: a. een beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten; Op grond van dit regime is het verboden om opzettelijk in het wild levende vogels te doden of te vangen, om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, nesten van vogels weg te nemen en om vogels opzettelijk te storen. b. een beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn en van de Verdragen van Bern en Bonn; Dit regime bevat de verboden om in het wild levende dieren van de bedoelde soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk te verstoren, hun eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en om bedoelde plantensoorten opzettelijk te plukken en te vernielen. c. een beschermingsregime voor andere, vanuit nationaal oogpunt beschermde soorten Op grond van dit regime is het verboden om de soorten die zijn opgenomen in de bijlage van de wet opzettelijk te doden of te vangen, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in de bijlage genoemde dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen en om bepaalde vaatplanten opzettelijk te plukken en te vernielen.

Van deze verboden kan de provincie ontheffing (in individuele gevallen) respectievelijk (bij verordening) vrijstelling verlenen. Dit kan alleen als aan drie criteria is voldaan: a. er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk; b. de handeling is nodig vanwege een van de in de wet genoemde en per beschermingsregime verschillende belangen, zoals de volksgezondheid, de openbare veiligheid of (bij het beschermingsregime voor nationaal beschermde soorten) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en het daarop volgende gebruik van het betreffende gebied; c. de ingreep doet geen afbreuk aan de staat van instandhouding van de betreffende soort. Voor een deel van de andere, vanuit nationaal oogpunt beschermde soorten hebben provinciale staten in de Omgevingsverordening Gelderland vrijstelling verleend voor zover het gaat om handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en het bestendig beheer en onderhoud. Houtopstanden Tot slot kent de Wnb het verbod om een houtopstand geheel of gedeeltelijk te (doen) vellen, zonder voorafgaande melding daarvan aan de provincie. Dit verbod geldt niet binnen de bebouwde kom en voor bepaalde typen bomen.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is bepaald dat de aanwijzing en begrenzing van de gebieden die behoren tot het 'natuurnetwerk Nederland' en de aanwijzing van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden bij provinciale verordening geschiedt. Ook is daarin bepaald dat bij provinciale verordening regels worden gesteld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een gebied behorend tot het natuurnetwerk Nederland.

21

Lange Coupure 1A

4.3.2

Onderzoeksresultaten

Flora en fauna Om de effecten op soortenbescherming en gebiedsbescherming te toetsen is een onderzoek uitgevoerd, bijgevoegd in Bijlage 1. Voor gebiedsbescherming is hieruit gekomen dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Voor soortenbescherming dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Daarnaast is het ook van belang dat rekening wordt gehouden met de overwinteringsperiode van de rugstreeppad. Hiervoor dienen tijdens deze periode geen materialen te worden verplaatst en er wordt aangeraden om een amfibiescherm rondom de bouwplaats te plaatsen. In dat geval kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Gebiedsbescherming In het kader van gebiedsbescherming is het noodzakelijk de effecten van het initiatief op beschermde gebieden te beoordelen. In dit geval is het noodzakelijk om naar de effecten van stikstof op omliggende gevoelige Natura-2000 gebieden te kijken. Gelet op de aard van het initiatief en de ligging ten opzichte van stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden zijn er geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van het initiatief. 4.3.3

Conclusie

Het aspect natuur vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.

4.4

Geluid

De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In een ruimtelijk plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Conclusie Met de voorliggende ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Een geluidsonderzoek in het kader van de Wet geluidshinder (Wgh) kan derhalve achterweg blijven.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

Beleidskader De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verplicht om, in het kader van 'een goede ruimtelijke ordening', aan te tonen dat toekomstige en bestaande bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, maar ook dat bestaande bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelige functie noodzakelijk zijn. Die afstand wordt 'milieuruimte' genoemd. Milieuzonering omvat het stelsel van verschillende gradaties van milieuruimte, die rondom verschillende typen bedrijven noodzakelijk is, ingedeeld in zogenaamde milieucategorieën. Milieuzonering werkt wederkerig. Dat betekent dat nieuwe bedrijven afstand moeten houden tot gevoelige objecten, maar ook dat nieuw te ontwikkelen (gevoelige) objecten voldoende afstand moeten houden tot bestaande bedrijven. Die afstand is noodzakelijk, omdat de bedrijfsvoering van een bestaand bedrijf kan worden aangetast of er hinder kan ontstaan voor bewoners en gebruikers wanneer er onvoldoende afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies bestaat. Ter bepaling van de noodzakelijke afstanden zijn het 'Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer' (oftewel het Activiteitenbesluit) en de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 leidend.

Onderzoek en conclusie De voorgenomen ontwikkeling zorgt niet voor een wijziging op het gebied van milieubelasting. Het perceel

22

Lange Coupure 1A

zal in de toekomst namelijk de functie als hoveniersbedrijf behouden. Zodoende levert het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen op.

4.6

Externe veiligheid

Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Basisnet externe veiligheid transportroutes (Bevt);Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Per 1 april 2015 is het Basisnet externe veiligheid transportroutes (Bevt) met bijbehorend informatiesysteem Basisnet in werking getreden. In Basisnet staan gegevens over het vervoer van gevaarlijke stoffen over de grote vaar-, spoor- en autowegen opgenomen. Het Bevt vervangt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS). Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan.

Uitsnede risicokaart, plangebied rood omlijnd

Conclusie Het gebied ligt in de nabijheid van de spoorlijn Amsterdam - Utrecht. Dit is een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Het aantal personen dat aanwezig is op het perceel neemt niet toe. Om die reden vormt externe veiligheid geen belemmering voor het plan.

23

Lange Coupure 1A

4.7

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m³, NO2 of PM10) als 'niet in betekende mate' wordt beschouwd. Het plan betreft het herinrichten van een bestaand bedrijfsperceel van een hoveniersbedrijf. Verslechtering van de luchtkwaliteit is daardoor niet aan de orde. Conclusie De voorgestelde ontwikkeling kan worden gezien als een nibm-project, gezien de beperkte ontwikkeling die plaats vindt. Daarom hoeft er niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig.

4.8

Verkeer en parkeren

In deze paragraaf wordt de verkeerssituatie ter plaatse beschreven. Parkeren Het initiatief voorziet in de realisatie van een gebouw van 450 m2 oppervlakte. Op basis van CROW Publicatie 381, uitgaande van een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf in het buitengebied, zijn er per 100 m2 bedrijfsoppervlakte 1,3 parkeerplaatsen noodzakelijk. Totaal moet bij dit initiatief voorzien worden in 5,8 parkeerplaatsen. Ter plaatse wordt voorzien in 7 parkeerplaatsen. Dit is in lijn met de kentallen. Op het perceel werken 8 personen die in de nabijheid van Abcoude wonen. 2 á 3 personen komen vaak met de fiets naar werk, overdag zijn er vaak 4 á 5 personenauto's aanwezig op het perceel. Voor bezoekersparkeren is op het voorerf een zone bestraat met grasbestrating. Hier zal incidenteel gebruik van worden gemaakt, maar is overmatig gedimensioneerd (ca.30 M1 > 2.50M1 per auto is 12 parkeerplekken). De bedrijfsbussen van het hoveniersbedrijf zijn gedurende de dagsituatie onderweg of op de werklocaties en worden bij voorkeur buiten de werkuren binnen de bebouwing gestald. Op het perceel is voldoende parkeergelegenheid voorzien. Verkeer Op basis van de zelfde kentallen van Publicatie 381 voorziet het bedrijf in 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. In dit geval voorziet het bedrijf in naar boven afgerond 26 verkeersbewegingen per etmaal.

De bestaande infrastructuur kan deze verkeersdruk prima verwerken. Nader onderzoek of aanpassingen aan de bestaande infrastructuur zijn niet noodzakelijk. Conclusie Het plan is ten aanzien van verkeer en parkeren uitvoerbaar.

24

Lange Coupure 1A

4.9

Water

Nationaal waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2009-2015. Het NWP beschrijft welke maatregelen genomen moeten worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden en om de (economische) kansen die water biedt te benutten. Het vroegtijdig betrekken van de waterbeheerder en het meewegen van het waterbelang is, door middel van de Watertoets, per 1 juli 2008 verankerd in art. 3.1.6 lid 1 sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Keur AGV 2019 De Keur is één van de instrumenten die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van het waterbeheer te behalen. Ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden rondom en in watergangen en waterkeringen en hun beschermingszones moeten daarom onder andere worden getoetst aan de Keur AGV 2019. Plangebied Het gaat om een reeds bestaande functie. Op het erf zijn twee kleine, geschakelde loodsen aanwezig. Om de loodsen is verharding aanwezig. De beide loodsen worden vervangen door één schuur van ca. 450 m2. Omdat het perceel reeds verhard is, neemt het aandeel verharding ten opzichte van de huidige situatie niet toe. De waterhuishoudkundige situatie op het perceel wijzigt niet.

Watertoets De watertoets is een overlegverplichting tussen initiatiefnemer en waterbeheerder(s) en geldt onder andere voor het vaststellen van een bestemmingsplan, of een wijzigings- en uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub a en b Wro. De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. In kader van de watertoets dient het plan voorgelegd te worden aan de waterschapbeheerder Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.

25

Lange Coupure 1A

26

Lange Coupure 1A

Hoofdstuk 5 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggend plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het terrein zal op de zelfde manier gebruikt worden zoals de afgelopen 10 jaar, zodoende is er geen sprake van planschade.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpbesluit op de omgevingsvergunning zal ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.

27

Lange Coupure 1A

28

Lange Coupure 1A

Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing

29

Lange Coupure 1A

30

Lange Coupure 1A

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

31

Beknopte natuurtoets Lange Coupure 1a projectnummer: 002.33.50.00.00 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets Lange Coupure 1a Abcoude

Datum:

25-08-2020

Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemers om de bebouwing op het terrein van Lange Coupure 1A te Abcoude te slopen ten behoeve van de bouw van een nieuwe loods. Hiertoe wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het project te toetsen is de voorliggende beknopte natuurtoets uitgevoerd. Het doel van de beknopte natuurtoets is om na te gaan of aanvullend onderzoek ten aanzien van beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming 1

(Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Hiertoe is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs en tevens is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Tijdens het veldbezoek is de bebouwing zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde geïnspecteerd. Het bezoek heeft plaats gevonden op 11 augustus 2020. De weersomstandigheden waren: onbewolkt, droog, zwakke wind en circa 26 °C. PROJECTGEBIED Het projectgebied heeft betrekking op het erf van Lange Coupure 1A te Abcoude. Dit perceel grenst aan de westzijde aan de weg Lange Coupure en wordt aan de overige zijden omgeving door graslandpercelen die in agrarisch gebruik zijn. Op het erf zijn twee kleine, geschakelde loodsen aanwezig. De westelijke loods heeft een golfplaten zadeldak en heeft stenen muren zonder spouwmuur en aan de kopse kanten tevens houten gevelbetimmering. De oostelijke loods is opgetrokken uit metalen damwandplaten. Om de loodsen is verharding aanwezig en aan de zuidzijde tevens enkele kleine begraasde graslandpercelen. Aan de noordrand van het projectgebied staat een elzensingel en verder is ten westen van de loodsen een solitaire treurwilg aanwezig. Permanent oppervlaktewater ontbreekt in het projectgebied.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van

(Europese) natuurgebieden.

Het plan bestaat uit de sloop van de twee loodsen ten behoeve van de nieuwbouw van een grotere, nieuwe loods die wordt gebruikt als opslagruimte door een hoveniersbedrijf. Hierbij wordt ook verharding verwijderd en grond vergraven. De bomen in het projectgebied blijven behouden bij de uitvoering van het plan.

Impressie van het projectgebied op 11 augustus 2020.

Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreft: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het projectgebied verschillende beschermde diersoorten bekend zijn (NDFF, 11 augustus 2020 17:24:02). Het betreft met name vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen.

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft

informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 25-08-2020

projectnummer 002.33.50.00.00

2

Het projectgebied heeft qua vegetatie betrekking op begraasd grasland, verhard terrein en een elzensingel. In het projectgebied zijn tijdens het veldbezoek onder andere gestreepte witbol, paardenbloem en grote brandnetel aangetroffen. De opgaande beplanting bestaat uit zwarte elzen en een solitaire treurwilg. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en deze zijn ook niet te verwachten gezien de voedselrijke grond en de inrichting van het terrein. Uit de omgeving van het projectgebied is het voorkomen van verschillende soorten vogels met jaarrond beschermde nesten bekend zoals huismus en gierzwaluw (NDFF). In de twee kleine schuren zijn geen invliegopeningen aanwezig voor huismus en gierzwaluw. Er zijn dan ook geen nesten of andere sporen in de schuren aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. In de elzensingel is tijdens het veldbezoek wel een nest van ekster aangetroffen. Ook waren 2 eksters in het projectgebied aanwezig, dus de kans is groot dat het nest nog in gebruik is door ekster. De kans is daarom zeer klein dat dit nest in gebruik wordt genomen door ransuil, een soort met jaarrond beschermde nestplaats, die wel gebruik maakt van oude nesten van ekster. Bovendien waren geen braakballen of andere sporen aanwezig die duiden op de aanwezigheid van ransuil.

Een jaarrond beschermde nestplaats van ransuil kan dan ook uitgesloten worden. Mogelijk foerageren soorten als kerkuil en sperwer wel af en toe in het projectgebied. In het projectgebied kunnen behalve ekster een aantal andere algemene vogelsoorten tot broeden komen, waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn, zoals vink, winterkoning en merel. In de schuren zijn geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen aangetroffen. Bovendien ontbreken in de schuren voor vleermuizen geschikte besloten ruimtes die als verblijfplaats kunnen dienen. Ook in de bomen in het projectgebied zijn geen voor vleermuizen geschikte holtes, spleten of stukken loszittende schors aangetroffen. Vleermuisverblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten in het projectgebied. Wel kunnen vleermuizen het projectgebied gebruiken als foerageergebied. Te verwachten zijn soorten die in relatief open gebieden kunnen foerageren, zoals de uit de omgeving bekende soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis (NDFF). De opgaande beplanting in het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een doorgaande structuur en zal daarom geen onderdeel vormen van een belangrijke vliegroute van vleermuizen. Het projectgebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals bosmuis, huisspitsmuis, veldmuis en egel.

Voor deze soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Utrecht een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Nietvrijgestelde (en dus beschermde) grondgebonden zoogdiersoorten zijn niet bekend uit de omgeving van het projectgebied (NDFF). Van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek ook geen sporen of potentiële verblijfplaatsen aangetroffen.

datum 25-08-2020

projectnummer 002.33.50.00.00

3

Het is niet uitgesloten dat een aantal algemene amfibieënsoorten zich voortplanten in watergangen om het projectgebied. Het plangebied kan daarom onderdeel vormen van het landbiotoop van soorten als gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander. Voor deze algemene amfibieënsoorten geldt in de provincie Utrecht een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het projectgebied is de niet-vrijgestelde amfibieënsoort rugstreeppad bekend (NDFF). Het is niet uitgesloten dat één of enkele exemplaren van deze soort aanwezig is in het plangebied. Voor deze soort is namelijk geschikt landbiotoop aanwezig in de vorm van een hoop zand en opgeslagen materialen waaronder rugstreeppadden kunnen wegkruipen. Gezien de inrichting van het projectgebied en het omringende gebied en/of de geïsoleerde ligging kan de aanwezigheid van beschermde reptielen, vissen en ongewervelden uitgesloten worden. TOETSING Er zijn geen nesten aangetroffen of te verwachten van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Wel gebruiken soorten als kerkuil en sperwer het projectgebied mogelijk als foerageergebied. De voor deze soorten belangrijke opgaande beplanting en graslanden blijven behouden bij uitvoering van het project. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten treden dan ook niet op.

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels in het projectgebied en de directe omgeving kunnen worden vernietigd of verstoord. Dit is bij wet verboden. Vernietiging en verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. De zandhoop en opgeslagen materialen die voor rugstreeppad geschikt zijn als landbiotoop, blijven behouden bij uitvoering van het project. Wel moeten de opgeslagen materialen ten minste gedeeltelijk verplaatst worden. Om negatieve effecten op individuen van rugstreeppad uit te sluiten, dient dit buiten de kwetsbare overwinteringsperiode van rugstreeppad te gebeuren, dus buiten de periode half oktober tot en met eind maart. Daarnaast dient een amfibieënscherm om de bouwplaats van de nieuwe loods worden aangebracht. Rugstreeppad is een pioniersoort die snel nieuw leefgebied kan koloniseren op bouwplaatsen met kale zandgrond en laagtes waarin water blijft staan. Indien deze soort zich vestigt op de bouwplaats, moeten de werkzaamheden stilgelegd worden.

Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, treden geen negatieve effecten op rugstreeppad op.

datum 25-08-2020

projectnummer 002.33.50.00.00

4

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tot slot verblijfplaatsen van enkele algemene amfibieën en zoogdiersoorten worden vernietigd en verstoord. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Utrecht. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor het onderhavige projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale ruimtelijke structuurvisie en ruimtelijke verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het nationale natuurbeleid. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is uitgewerkt in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de Provincie Utrecht 2013. In het NNN staat natuur voorop en ontwikkelingen zijn daarom alleen onder strikte voorwaarden toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen in het NNN mogen per saldo niet leiden tot significante aantasting van het NNN, tenzij er een groot openbaar belang is én alternatieven ontbreken (‘Nee, tenzij’-regime). NATUUR BUITEN HET NNN Naast het NNN wijst de provincie Utrecht ook landbouwgronden aan als Groene Contour. Gronden die zijn aangewezen als Groene Contour wil de provincie Utrecht omvormen tot natuurgebied om daarmee het NNN te versterken. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen als onderdeel van het NNN.

datum 25-08-2020

projectnummer 002.33.50.00.00

5

INVENTARISATIE De gronden van het projectgebied zijn niet aangewezen als in het kader van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermd gebied. Op ruim 4 kilometer ten oosten van het projectgebied ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Op circa 400 meter ten westen en noordwesten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Het gaat om de watergang Angstel. Gebieden die zijn aangewezen als Groene Contour liggen op nog grotere afstand van het projectgebied. TOETSING Gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing, wegen en de aard van de ontwikkeling, zijn veel potentiele effecten, zoals verstoring door verlichting, geluid of trillingen op het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen op voorhand uit te sluiten. Gezien de grote afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden en de beperkte omvang van het project, namelijk de bouw van een loods voor een klein hoveniersbedrijf ten behoeve van de opslag van materialen, wordt een toename van stikstofdepositie niet verwacht. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Gezien de ligging van het projectgebied op ruime afstand van het NNN of de Groene Contour en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op dergelijke gebieden.

Het project is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Voor een toetsing aan de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 11 augustus 2020) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Bij uitvoering van het plan dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verder dienen opgeslagen materialen op het erf te worden verplaatst buiten de kwetsbare overwinteringsperiode van rugstreeppad (half oktober – eind maart) en dient een amfibieenscherm om de bouwplaats van de nieuwe loods te worden aangebracht. In dat geval zijn negatieve effecten op beschermde soorten uitgesloten en is een ontheffing van de Wnb niet nodig. Gezien de ligging van het projectgebied ten opzichte van de beschermde gebieden en de aard van de ontwikkelingen, kunnen negatieve effecten op in het kader van Wnb-beschermde gebieden op voorhand worden uitgesloten. Een vergunning van de Wnb is niet nodig. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening.

datum 25-08-2020

projectnummer 002.33.50.00.00

6

Lange Coupure 1A

Bijlage 2 Advies ruimtelijke kwaliteit erfinrichting

39

Lange Coupure 1a Abcoude SCHETS MET RANDVOORWAARDEN RUIMTELIJKE KWALITEIT

Conclusie

Hoveniersbedrijf Snoek Tuinen is al enige tijd gevestigd aan de Lange coupure 1 te Abcoude. De eigenaren willen hun bedrijf duurzaam ontwikkelen en voorbereiden op de toekomst. Hiervoor is een uitbreiding van de bestaande bebouwing nodig. De kwaliteit van bestaande bebouwing is slecht waardoor bedrijfseconomisch nieuwbouw wenselijk is. Ook vanuit het landschapsbeeld en cultuurhistorische oogpunt is nieuwbouw onder goede randvoorwaarden prima mogelijk. Voor een goede landschappelijke inpassing van het gebouw en de bijbehorende opslag is het wenselijk om de contour van het bouwblok aan te passen aan de verkavelingsrichting; een rechthoek in de richting van de kavelrichting in plaats van een vierkant. De inpassing vindt verder plaatst door het realiseren van een goede organisatie en zonering op het perceel en door beplanting: een afwisseling van inheemse beplanting in combinatie met diverse landschapselementen. Deze schets met bijbehorende randvoorwaarden is gebaseerd op een landschappelijk, ruimtelijke en cultuurhistorische analyse. Deze analyse is niet beschreven in dit advies. De schets is geen blauwdruk. Er is enige flexibiliteit voor wat betreft de uitwerking van deze ontwikkeling, zolang aan de genoemde randvoorwaarden wordt voldaan.

Landschap •

Huidige situatie

• • • • • • • •

Behoud de bomenrij van elzen en verleng deze met knotwilgen, zodat het gebouw inclusief het achterterrein aan het zicht wordt onttrokken. De afwisseling in boomsoort voorkomt dat er een lange eentonig groene wand ontstaat en de dieptewerking van het landschap verloren gaat. Ontdemp het stukje van de Molenwetering, zodat de treurwilg weer aan het water komt te staan. Omkader het representatieve gedeelte met een scheerheg (1 meter breed), die minimaal jaarlijks tot een hoogte van 1 meter wordt geknipt/geschoren. Omkader de werkgerelateerde gedeelte met een struweelhaag minimaal 2,5 meter breed en kan in hoogte vrij uitgroeien.Suggestie, Alnus glutinosa, Ilex aquifolium, Myrica gale, Prunus padus, Rhamnus cathartica, Rhamus frangula, Ribes nigrum, Sorbus aucuparia en Viburnum opulus. Maak een bomenweide ter hoogte van het kantoorgedeelte voor de landschappelijk uitstraling én een prettig werkklimaat in de kantoorruimten. Plaats ter hoogte van de opslag een rij (knot)wilgen. Behoud de knotwilgen aan de straatkant, parallel aan de weg. Aanplant vogelbosje van circa 75 m2 Laat het omliggende maaiveldhoogte zo veel mogelijk intact.

Erf en gebouwen • • •

Versmal de oprit (opties) door de parkeerstrook naast de oprit te vergroenen door het beton te vervangen door grasbetontegels. Parkeren van auto's, materiaal en materieel op het achtererf, uit het zicht vanaf de openbare weg. De tekening van het gebouw zijn in overleg met het ervenconsulentschap tot stand gekomen.

Klimaatadaptatie en ecologie • • •

Opzet en inrichtingsschets

Al het regenwater infiltreert ter plaatse in de bodem. Natuurlijke, groene kruidenrijke grasoevers, al dan niet verstevigd met wilgentenen. Gebruik geen (hoge) beschoeiingen. Gebruik autochtone beplanting, met voorkeur van biologische afkomst.

Project Datum: Locatie: adviseur: Opdrachtgever: Ervenconsulenten:

Bedrijfsuitbreiding November 2020 Lange Coupure 1a te Abcoude VM&VMP Hoveniersbedrijf Snoek tuinen Jolanda van Looij, Rob Hendriks

MooiSticht Regulierenring 10 Postbus 115 3980 CC Bunnik Tel: 030 656 90 00 info@mooisticht.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13916199/1