240313 Beantwoording nieuwe technische vragen - RVB - Lange coupure 1a
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) B C. Technische vragen overig
Naam indiener: Yvonne van den Heerik Fractie: Ronde Venen Belang (RVB) Datum van indienen: 11-3-2024 Onderwerp: de Lange coupure 1 A In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Vragen m.b.t. opgemeld adres. Intro; Het bedrijfsperceel is nu groot 1106,56 m2 (gemeten met de daarvoor bestemde tool in het systeem van de overheid) Bijlage 1 Op dit perceel is 110 m2 bebouwing aanwezig waarvan vergund 50 m2. De aanvraag betreft o.a. het vergroten van de bedrijfsbebouwing tot 440,40 m2 ( breedte nieuwe gebouw 15 meter, lengte 29,36 m) Dat is bijna 900 % meer dan nu daar vergund aanwezig is. Daartoe , voor o.a. die uitbreiding, is deze vergunning aangevraagd, en dient - i.v.m. de juridisch daartoe te doorlopen procedure - door de Raad te worden beslist of daartoe een VVGB kan worden afgegeven omdat de aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, die het afgeven van een dergelijke verklaring mogelijk maakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Vraag; Alleen de aanvraag en de RO ( ruimtelijke onderbouwing ) daarbij is van belang voor het kunnen afgeven door de Raad van een VVGB. Is dat juist? Antwoord: op het perceel staan twee oude schuren. De vergunning voor de achterste schuur is
verleend in 1990. Voor de voorste schuur op het perceel is geen vergunning terug te vinden in het archief. Maar op de tekening bij de vergunning uit 1990 staat die voorste schuur wel expliciet benoemd. De RO en de aanvraag zijn de basis voor het besluit van de raad op de verklaring van geen bedenking. Vraag; Deze aanvraag betreft o.a. de uitbreiding van een bedrijfspand . Daartoe is een RO( ruimtelijke onderbouwing) bij de aanvraag gevoegd. De RO betreft alleen een onderbouwing van het ruimtelijk aanvaardbaar zijn van het vergroten van het bedrijfspand. Is dat correct? Antwoord: de RO is de onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Vraag; In de RO en dus in de vergunningaanvraag is niets vermeld m.b.t. een verzoek om de bedrijfsgronden hier uit te breiden met 60 % van hetgeen nu aan bedrijfslocatie is vergund. De gronden dus, Agrarisch bestemd, waar nu de niet vergunde opslag van materialen plaats vindt, de opslag achter de bebouwing van nu waarop de gemeente niet handhaaft ! Agrarische gronden waarop deze opslag niet is toegestaan. Gebruik van deze gronden is dan ook alleen gerelateerd aan een Agrarische bedrijfsuitoefening. Voor het begrip wordt Bijlage 2 aangehecht . Waar wordt in de aanvraag en in de daarbij behorende RO onderbouwd en aangevoerd dat deze bedrijfsuitbreiding met maar liefst 638 m2 Agrarische grond vergund kan worden op basis van een goede ruimtelijke ordening? Antwoord: De vergunningsaanvraag ziet op een deel bebouwing (binnen het bouwvlak) en een deel achtererfgebied (incl. parkeerplaatsen). Het achtererfgebied is altijd onderdeel geweest van de locatie. Deze zone is ook meegenomen in de ruimtelijke inpassing door Mooisticht. De afwijkingsprocedure (Wabo, uitgebreide procedure) ziet dus op het bouwvlak (bouwdeel) en op een gedeelte in de agrarische bestemming (parkeer/verkeer-deel).
Vraag; In de RO die bij de aanvraag behoort, blz. 12, Bijlage 3, is vermeld dat het erf (?) , daarmede wordt bedoeld de nu als Agrarisch geduide grond achter het nieuw te bouwen gebouw , die ook als zodanig geduid blijft, ook dan wederom weer is bestemd voor het stallen van materialen en materieel. Die opslag daar zoals nu verboden, dan legaal wordt voortgezet.
Overigens ontbreekt iedere onderbouwing in de RO waarom opslag hier op Agrarische gronden bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening , daarmede niet in strijd is. Mocht de Raad de VVGB op de – ingediende aanvraag verlenen – dan wordt daarmede nu wél die opslag daar toegestaan, terwijl deze nu is verboden, en wordt geacht die opslag zelfs bij te dragen aan een goede ruimtelijke ordening , terwijl iedere onderbouwing in de RO daaromtrent ontbreekt! Is dat correct? Antwoord: het achtererfgebied is in de nieuwe situatie expliciet niet bedoeld voor de opslag van goederen/materialen. Dat is de huidige situatie (sinds 2008) en dat wordt met deze aanvraag juist tegengegaan. Dat is ook de reden dat de bebouwing groter uitvalt.
Vraag; De aanvraag met bijlagen moet het verlenen van de VVGB kunnen dragen , het verlenen van een VVGB kan alleen wanneer die aanvraag volgens de Raad op alle aangevraagde aspecten voldoet aan een goede ruimtelijke ordening op basis van hetgeen o.a. in de RO bij de aanvraag daartoe is aangevoerd. De rechtspraak heeft in eerdere zaken ook reeds uitgesproken dat de Raad niet de bevoegdheid heeft om zelfstandig een aanvraag te wijzigen, alleen wat is aangevraagd kan worden verleend wanneer die aanvraag wordt geacht niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening. De raad kan in de aanvraag niet “knippen”. Is dat correct? Antwoord: als de gemeenteraad akkoord wil gaan, maar op een onderdeel strenger wil zijn, dan wordt daarover met de aanvrager in overleg getreden. Als aanvrager daarmee kan leven, dan kan dit met een geamendeerd besluit worden bekrachtigd.