240307 Beantwoording Technische vragen B RKC
Tekst van het document
Technische vragen raad ChristenUnie-SGP 1. Pag 21 (4.2.1) staat “valt op dat de gemeente De Ronde Venen relatief veel voorzieningen naar werk of participatie inzet”. Moeten we dat juist als positief of als negatief zien? Dat is positief. Dat betekent dat bijstandsgerechtigden in beeld zijn en dat er wordt ingezet op deelname aan het arbeidsproces of uitstroom naar participatie. 2. Pag 22 (4.2.1) staat dat het ministerie gemeenten een taakstelling voor beschut werk oplegt. Hier graag een nadere uitleg over. Doel destijds van de WSW was om zoveel mogelijk mensen naar regulier werk te brengen, dan past een taakstelling om (minimaal?) 12 beschut werkplekken te realiseren toch niet? Moet de gemeente niet gewoon net zoveel beschut werkplekken realiseren als nodig is op grond van het aanbod van relevante inwoners die daarmee geholpen zijn? De Participatiewet verplicht gemeenten om beschutte werkplekken aan te bieden. Het ministerie van SZW maakt elk jaar in een ministeriële regeling bekend hoeveel plekken iedere gemeente minimaal moet inrichten. De gemeente krijgt hiervoor geld. De behoefte aan beschutte werkplekken is de optelsom van het aantal positieve adviezen dat het UWV in een gemeente heeft afgegeven.
Volgens Cedris komt het regelmatig voor dat gemeenten meer potentiële beschutwerkers hebben dan het verwachte aantal en gemeenten kunnen ervoor kiezen om meer beschutte werkplekken in te richten. Aanvulling gemeente: In artikel 20, lid 4 van de Re-integratieverordening Participatiewet De Ronde Venen 2023 is vastgelegd dat de gemeente geen additionele dienstbetrekkingen beschut werk inzet boven het aantal dat via de ministeriele regeling hiervoor in aanmerking komt. 3. Pag 22/23 (4.3.2) enerzijds de zin “Het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt, is relatief laag en neemt af” en anderzijds de zin “Zij constateren dat er genoeg mensen zijn die niet fulltime kunnen werken en merken op dat vanaf 28 uur per week betaald werk mensen, met behoud van toeslagen, uitstromen.”. Dat lijkt bij eerste lezing conflicterend, maar het aandeel is dus laag door de uitstroom, echter om welke toeslagen gaat dat dan. Zijn dat alsnog toeslagen van de gemeente? En zijn dat dan toeslagen die feitelijk onderdeel zijn van de participatie-ondersteuning? Het gaat hier om toeslagen van de belastingdienst, huurtoeslagen en dergelijke en niet specifiek participatie-ondersteuning. Ook kunnen dit minimaregelingen van de gemeente zelf zijn, waar we ook in ons onderzoek aan refereren. 4.
Pag. 23 (4.3.1); “Klanten geven het aanvraagproces gemiddeld een 7,39 als
rapportcijfer”; hoewel het hier alleen over het aanvraagproces gaan, moet we dit gezien de doelstelling (beleidsdoel 3; “Het doel is om de klanttevredenheid over de dienstverlening van het Werkcentrum te verhogen naar een 7,3 in 2023”) als “doel behaald” zien? Klanttevredenheid over de dienstverlening is meer dan alleen het aanvraagproces. Wel constateren wij dat klanten meer tevreden zijn over de kwaliteit van de dienstverlening dan in het verleden. 5. Er wordt op meerdere plekken in het rapport aangegeven dat de instroom hoog is. Daar worden meerdere oorzaken voor gegeven (oa statushouders). Kunt u aangeven hoe % de verdeling is naar verschillende soorten instroom (zoals statushouders, einde WW zonder werk te vinden, verhuizing naar DRV van mensen met een uitkering, etc…)? Nee, dat kan niet op basis van de benchmark W&I. Er is geen inzicht in instroomredenen, wel instroom naar leeftijd en leefvorm. Antwoord gemeente: Overzicht 2023 Reden instroom Statushouder Uitkering werkloosheid (einde ww) Verhuizing andere gemeente Arbeid in dienstbetrekking (geen recht ww) Beëindiging studie Andere oorzaak (zzp, arbeidsongeschiktheid, ziekte, ander inkomen etc.) Totaal
Aantal uitkeringen 44 21
Percentage 28% 13%
20 13
12% 8%
13 50
8% 31%
161
100%
6. We komen in het rapport het fenomeen “proefplaatsing” niet tegen; iemand gaat gedurende een bepaalde periode met behoud van uitkering bij een werkgever werken waardoor de werkgever en de werknemer kunnen bezien of er een passende match is. Wordt dit niet toegepast? En indien wel, waarom ontbreekt dat dan in het rapport (inkl. wat het resultaat daarvan is)? Proefplaatsingen vallen onder de categorie ‘werkplekken’ in de benchmark W&I en in het rekenkameronderzoek. In de gemeente De Ronde Venen was dit aantal 0 gedurende de onderzoeksperiode. Deze informatie wordt uit de Statistiek Registratie Gemeenten gehaald. Antwoord gemeente: Uit gegevens van de gemeente komt naar voren dat er in 2023, 3 proefplaatsingen zijn geweest.
PvdA/GroenLinks 1. Op pagina 6 wordt geconstateerd dat er relatief weinig verrekende inkomsten zijn voor parttimewerk. Wat zijn daarvan de oorzaken ofwel welke factoren liggen hieraan ten grondslag? Hoe is deze verhouding ten opzichte van andere gemeenten? Het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt, is in De Ronde Venen relatief laag en neemt af. Het gemiddelde bedrag aan inkomsten uit parttimewerk is wel toegenomen. In een interview met medewerkers van het Team Toegang Participatie en Sociale Zaken wordt opgemerkt dat in het verleden parttimewerk niet als voldoende werd gezien; er is toen heel sterk ingezet op iedereen fulltime aan het werk en volledig uit de uitkering, aldus de respondenten. De inzet op parttime werk was daardoor beperkt. Wat doet de gemeente om het inzicht op de kenmerken en samenstelling van de bijstandspopulatie van de gemeente te vergroten? De doelgroep van bijstandsgerechtigden in de gemeente De Ronde Venen is lange tijd onvoldoende in beeld geweest. Dit wordt in het bijzonder toegeschreven aan het hoge verloop van personeel en een gebrek aan capaciteit bij het Team Beleid en het Team Toegang Participatie en Sociale Zaken en een gebrek aan sturing. Inmiddels wordt er met alle klanten gesproken en is er beter zicht op de bijstandsgerechtigden in de gemeente. Iedere bijstandsgerechtigde inwoner heeft nu een klantmanager.
De frequentie waarmee er met de afzonderlijke bijstandsgerechtigden wordt gesproken is afhankelijk van de situatie van de individuele bijstandsgerechtigde. Antwoord gemeente: De gemeente hanteert het principe "ken je klant" Hier is in 2023 flink in geïnvesteerd door team Participatie. Daarnaast zijn de klantgroepen afgeschaft en heeft de Participatieladder zijn intrede gemaakt waardoor inwoners beter ingedeeld zijn en er meer inzicht is. 2. Geconstateerd is dat er sprake is van een toename van de instroom in de bijstand, en ook specifiek van statushouders. Is dit vergelijkbaar met andere gemeenten? Welke maatregelen worden genomen om de uitstroom van deze doelgroep te bevorderen? Statushouders kunnen we niet volgen met de benchmark W&I. Er is wel een benchmark Inburgering en statushouders, maar daar neemt De Ronde Venen niet aan deel. In De Ronde Venen is een klantmanager inburgering die zich specifiek met deze doelgroep bezighoudt en zorgt voor gerichte ondersteuning. Dit kan bijvoorbeeld zijn door taalcursussen. Antwoord gemeente: Dit is te vergelijken met andere gemeenten. Dit staat in relatie met de taakstelling die vanuit de overheid wordt opgelegd. Hier wordt maatwerk geboden middels taalonderwijs,
werkleertrajecten zoals zelfredzaamheidsroute. Vluchtelingenwerk en inzet van Jobcoaches die de taal spreken hebben hier een aandeel in. 3. Pagina 18. Op welke wijze wordt er gekeken naar het maken van een match tussen de kennis, ervaring en talenten van werkzoekenden en de openstaande functies op de huidige arbeidsmarkt? Zie vraag 1. Iedere bijstandsgerechtigde inwoner heeft nu een klantmanager. De frequentie waarmee er met de afzonderlijke bijstandsgerechtigden wordt gesproken is afhankelijk van de situatie van de individuele bijstandsgerechtigde, zo ook de inzet van instrumenten. Dit is maatwerk. 4. Wordt er ook specifiek geïnvesteerd in het opbouwen van zakelijke Nederlandse woordenschat naast de verplichte inburgeringscursus? De resultaten op inburgering vielen buiten de scope van dit onderzoek. Antwoord gemeente: Ja, dat kan bijvoorbeeld doormiddel van Taal in de Praktijk wat door de bibliotheek wordt aangeboden. 5. Uit de gegevens op pagina 18 volgt dat er sprake is van 50% instroom door 35 jaar of jonger, hoofdzakelijk van 27 jaar tot en met 35-jarigen. Welke instrumenten zet de gemeente specifiek in om dit jonge werkkapitaal tot zijn recht te laten komen en daarmee duurzaam te laten uitstromen? Ook hier is sprake van maatwerk. In gesprekken wordt aangegeven dat de focus ligt op werk en scholing bij de jongste leeftijdscategorie. 6.
Verder wordt geconstateerd dat 45-55-jarigen een relatief grote bijstandsgroep zijn. Aangezien de AOW-leeftijd voor deze groep nog even op zich laat wachten, welke instrumenten worden specifiek ingezet om voor hen de werkimpuls te vergroten en een werkmatch te realiseren? Ook hier is sprake van maatwerk. Wij adviseren hier de inzet op parttime werk en het gebruik van LKS te intensiveren. 7. Onder 4.1 Wordt gesproken van een ontheffing. Hoelang duurt deze ontheffing en wat zijn de voorwaarden om deze ontheffing te verlenen door de gemeente? Op de website van de gemeente zijn de uitgangspunten beschreven: “U kunt bij de gemeente een ontheffing aanvragen voor de sollicitatieplicht. Dit betekent dat u tijdelijk geen werk hoeft te zoeken. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 5 jaar. In plaats van werk te zoeken, gaat u dan een opleiding volgen. Alleenstaande ouders met
minimaal een havo-, vwo- of mbo-2 diploma kunnen kiezen tussen scholing of stage. Alleenstaande ouders die een lagere opleiding hebben gehad, krijgen de mogelijkheid alsnog een havo-, vwo-, of mbo-2 diploma te halen. De regeling geldt voor maximaal 5 jaar of tot het jongste kind 5 jaar is geworden.” 8. Op pagina 25 wordt gesproken over de geografische ligging van de gemeente, het openbaar vervoer, het niet-hebben van een rijbewijs en voor sommige bijstandsgerechtigden is het lastig om bijvoorbeeld een geschikte vacature in te vullen in de buurtdorpen/steden om de gemeente De Ronde Venen heen. Op welke wijze worden voor deze groep lokale werkgevers betrokken? Kortom op welke wijze worden in de zoektocht naar het vinden van passend en geschikt werk, lokale werkgevers, die wel goed bereikbaar zijn aangehaakt? De gemeente richt zich op MKB-bedrijven en wil jaarlijks een kwart van deze bedrijven in De Ronde Venen benaderen om hun behoeften in kaart te brengen. Zoals in het rapport beschreven betekent een hoogconjunctuur niet automatisch dat het voor gemeenten eenvoudiger wordt om bijstandsgerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen; onder dergelijke omstandigheden blijken veel werkgevers de voorkeur te geven aan medewerkers die zonder begeleiding aan de slag kunnen.
Uit het onderzoek blijkt dat er bij werkgevers nog veel onbekendheid is ten aanzien van de rol die gemeenten kunnen spelen bij hun zoektocht naar medewerkers. Wij adviseren hierin te investeren en ook meer gebruik te maken van het instrument LKS. Antwoord gemeente: De gemeente heeft 2 accountmanagers in dienst en die hebben een netwerk wat zich vooral richt op lokale bedrijven. Hierin werken de afdeling Sociaal Domein en Economie in samen. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van een regionale accountmanager die contact heeft met bedrijven in de arbeidsmarktregio. 9. Pagina 27 4.2.3: Uit de tekst volgt dat de gemiddelde bijstandsuitkering van 16.438 euro per jaar relatief gezien hoog is. Dit komt door de samenstelling en relatief lage verrekende inkomsten voor met name parttime werk. Wat is de reden voor de lage verrekende inkomsten voor parttime werk? Het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt, is relatief laag en neemt af. Het gemiddelde bedrag aan inkomsten uit parttimewerk is wel toegenomen. In een interview met medewerkers van het Team Toegang Participatie en Sociale Zaken wordt opgemerkt dat in het verleden parttimewerk niet als voldoende werd gezien; er is toen heel sterk ingezet op iedereen fulltime aan het werk en volledig uit de uitkering, aldus de respondenten.
Ronde Venen Belang 1. Op pagina drie van het eindrapport Duurzame uitstroom, Rekenkameronderzoek, staat te lezen dat door de samenstelling van de bijstandspopulatie en relatief weinig verrekende inkomsten de gemiddelde uitkering in de Gemeente de Ronde Venen hoog is. Wat wordt er bedoelt met weinig verrekende inkomsten? Bijstandsgerechtigden mogen aanvullend werk accepteren. De gemeente verrekent dan hun inkomsten met de bijstand. Het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt, is in De Ronde Venen relatief laag en neemt af. Het gemiddelde bedrag aan inkomsten uit parttime werk is wel toegenomen. 2. Op pagina 20 staat te lezen dat relatief veel alleenstaande ouders met een jong kind een ontheffing wordt gegeven. Tot welke leeftijd van het kind wordt de ontheffing verleend aan de ouder? Heeft het feit dat de ouder langer niet aan het arbeidsproces deel neemt invloed op het duurzaam uitstromen? Een ontheffing is bijvoorbeeld mogelijk voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 5 jaar. Uit onderzoek is gebleken dat hoe langer mensen een uitkering ontvangen, hoe lastiger het wordt om aan het arbeidsproces deel te nemen. 3. In de zelfde alinea staat te lezen dat er veel inwoners naar De Ronde Venen verhuizen vaak al een ontheffing hebben.
Houdt dit in dat de eerder verleende ontheffing automatisch geldt voor onze gemeente of wordt er gekeken naar de gronden waar de opheffing op gebaseerd is? In het rapport valt ook te lezen dat ontheffingen vaak worden gegeven aan alleenstaande ouders met een jong kind, wat zijn nog meer criteria om een ontheffing te krijgen? Is de ontheffing voor een bepaalde duur en wordt er tijdens de duur van de ontheffing, indien nodig, ook gekeken naar mogelijkheden om toch nog uit te stromen naar werk? De Ronde Venen kan ervoor kiezen een herindicatie te laten plaatsvinden. Andere criteria zijn duurzame arbeidsongeschiktheid en dringende redenen. Antwoord gemeente: In de Re-integratieverordening Participatiewet De Ronde Venen 2023 is in artikel 6 vastgelegd dat een inwoner geheel of gedeeltelijk ontheven van de arbeidsverplichting kan worden voor zover dit noodzakelijk is als gevolg van: sociale of medisch/psychische redenen het verrichten van mantelzorg voor bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of pleegkind(eren) Een ontheffing heeft altijd een kop en een staart. Hierin zijn de individuele samenwerkingsafspraken beschreven in het Plan van Aanpak leidend. Tussentijdse evaluatie (heronderzoek) behoort tot de werkzaamheden.
Het betreft daarnaast ontheffing van de arbeidsverplichting dat betekent dat een inwoner in de tussentijd met behulp van instrumenten van de gemeente wel kan blijven werken aan het verbeteren van zijn/haar positie op de arbeidsmarkt. 4. In het rapport wordt ook gesproken over klantgroep 4, deze groep zou niet bemiddelbaar zijn. Wat is de oorzaak daarvoor en wordt ook gekeken naar een eventuele oplossing van de problematiek die speelt die leidt tot deze status? Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan mensen die in het verleden in aanmerking kwamen voor Wajong uitkering of WSW in verband met een verstandelijke of fysieke beperking. Participatie van deze groep is ook doel van de participatiewet.