240305 Technische vragen B - ChristenUnie-SGP - Raadsvoorstel rapport Rekenkamer
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 4 maart 2024 Rekenkamer Onderzoek Bijstand
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding .
Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
Pag 21 (4.2.1) staat “valt op dat de gemeente De Ronde Venen relatief veel voorzieningen naar werk of participatie inzet”. Moeten we dat juist als positief of als negatief zien? Pag 22 (4.2.1) staat dat het ministerie gemeenten een taakstelling voor beschut werk oplegt. Hier graag een nadere uitleg over. Doel destijds van de WSW was om zoveel mogelijk mensen naar regulier werk te brengen, dan past een taakstelling om (minimaal?) 12 beschut werkplekken te realiseren toch niet? Moet de gemeente niet gewoon net zoveel beschut werkplekken realiseren als nodig is op grond van het aanbod van relevante inwoners die daarmee geholpen zijn? Pag 22/23 (4.3.2) enerzijds de zin “Het aandeel bijstandsgerechtigden dat parttime werkt, is relatief laag en neemt af” en anderzijds de zin “Zij constateren dat er genoeg mensen zijn die niet fulltime kunnen werken en merken op dat vanaf 28 uur per week betaald werk mensen, met behoud van toeslagen, uitstromen.”. Dat lijkt bij eerste lezing conflicterend, maar het aandeel is dus laag door de uitstroom, echter om welke toeslagen gaat dat dan. Zijn dat alsnog toeslagen van de gemeente? En zijn dat dan toelslagen die feitelijk onderdeel zijn van de participatie-ondersteuning? Pag. 23 (4.3.1); “Klanten geven het aanvraagproces gemiddeld een 7,39 als rapportcijfer”; hoewel het hier alleen over het aanvraagproces gaan, moet we dit gezien
de doelstelling (beleidsdoel 3; “Het doel is om de klanttevredenheid over de dienstverlening van het Werkcentrum te verhogen naar een 7,3 in 2023”) als “doel behaald” zien? Er wordt op meerdere plekken in het rapport aangegeven dat de instroom hoog is. Daar worden meerdere oorzaken voor gegeven (oa statushouders). Kunt u aangeven hoe % de verdeling is naar verschillende soorten instroom (zoals statushouders, einde WW zonder werk te vinden, verhuizing naar DRV van mensen met een uitkering, etc…)? We komen in het rapport het fenomeen “proefplaatsing” niet tegen; iemand gaat gedurende een bepaalde periode met behoud van uitkering bij een werkgever werken waardoor de werkgever en de werknemer kunnen bezien of er een passende match is. Wordt dit niet toegepast? En indien wel, waarom ontbreekt dat dan in het rapport (inkl. wat het resultaat daarvan is)?