CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

240116 Beantwoording Technische vragen RVB Raadsvoorstel De Hoef

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef1.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:

Categorie:

A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) B C. Technische vragen overig

Naam indiener: Yvonne van den Heerik Fractie: Ronde Venen Belang (RVB) Datum van indienen: 14-1-2024 Onderwerp: Bestemmingsplan de Hoef In te vullen door organisatie Portfeuillehouder: Huib Zevenhuizen Datum beantwoording: 16-01-2024 Vragen m.b.t. opgemeld bestemmingsplan.

In de Toelichting op pagina 11 onder Bebouwing staat;

Bijgebouwen zijn buiten het bouwvlak mogelijk(?) Waarom en voor hoeveel m2. Antwoord 1: In de toelichting van het bestemmingsplan gaat paragraaf 2.2.1 over het ontwikkelkader. Hierin staat: “bijgebouwen zijn buiten het aangegeven bouwvlak mogelijk”. Deze tekst uit het ontwikkelkader refereert aan het kaartje dat bij het ontwikkelkader zit. Daarin is een (bouw)vlak opgenomen waar nieuwe woningen gerealiseerd kunnen worden. In het ontwikkelkader is staat verder over bergingen: “De bijbehorende bergingen zijn buiten het bouwvlak mogelijk mits aantrekkelijke ingepast en geclusterd in één gebouwde voorziening”. De zinsnede heeft betrekking op de te realiseren (fietsen)berging. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan is voorgaande vertaald. Voor de bijbehorende bergingen (van het woongebouw) is buiten de woonbestemming, binnen de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied, een bouwvlak opgenomen voor het oprichten van een (fietsen)berging. Dit bouwvlak heeft een oppervlak van 5 bij 10meter.

Binnen de woonbestemming is het ook (beperkt) mogelijk om bijgebouwen te realiseren. Dit is geregeld in artikel 12.2.3 van de regels. Hier staat dat bijgebouwen en overkappingen binnen de woonbestemming uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak, voor zover ten minste 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. Het gezamenlijk oppervlak bedraagt per woning ten hoogste 50m2 (bijgebouwen) en 30m2 (overkappingen).

De afstand tussen de bebouwing, zo wordt tevens gemeld, is minimaal 2 meter; Dat zou dan ook gelden voor bijgebouwen, of niet en waarom niet? Antwoord 2: De regels zijn is samenhang met de verbeelding bepalend voor de mogelijkheden. Tussen de twee bouwvlakken (van het grotere volume en de vrijstaande woning) zit circa 6m afstand. Aangezien bijgebouwen binnen de woonbestemming enkel binnen het bouwvlak gerealiseerd mogen worden, wordt ruimschoots aan de minimale afstand van 2 meter voldaan.

Hoe is hetgeen in 1.15 van de regels is opgenomen in dit plan te zien m.b.t. hetgeen hierboven is gemeld? Antwoord 3: Artikel 1.15 beschrijft het begrip “bijgebouw”. Dit begrip wordt gehanteerd bij de uitleg van de regels.

Mogen de bijgebouwen dus ook worden gebouwd buiten stedelijk gebied of alleen binnen de rode contour? Antwoord 4: Nee, er mogen geen bijgebouwen worden opgericht buiten de stedelijke contour. Het bouwvlak voor de fietsenberging is gelegen binnen de rode contour.

En hoe staat dat in verhouding tot hetgeen vermeld is onder 3.2.b van de regels, kan er dan èn een bijgebouw èn nog een ander bouwwerk in bestemming groen worden gebouwd? Antwoord 5: Artikel 3 gaat over de groenbestemming. Deze bestemming ligt langs het ontsluitingspad. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht. Er wordt enkel gesproken over ‘bouwwerken geen gebouwen zijnde’ en ‘overige bouwwerken’. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan straatmeubilair als straatverlichting. De regels komen overeen met de regels voor de bestemming Groen in bestemmingsplan Buitengebied West.

En nog weer een extra (bij)gebouw in de bestemming Natuur? Graag uitleg van 5.2.A., alsook van art.12.2.3. Antwoord 6: Artikel 5 gaat over de bestemming Natuur. De regels komen overeen met de regels voor de bestemming Natuur in het bestemmingsplan Buitengebied West. In aanvulling zijn enkele regels opgenomen voor de gezamenlijke natuurtuin (art 5.1.e en 5.2.b.2). Artikel 12.2.3 gaat over het oprichten van bijgebouwen en overkappingen binnen de bestemming wonen. Zie hiervoor de uitleg bij antwoord 1.

Ook wordt vermeld; “bergingen buiten het bouwvlak, mits aantrekkelijk .... enz. En dan in één gebouw?!( zo wordt vermeld) Komen alle bergingen dus dan in één gebouw? Kortom hoeveel bijgebouwen en andere bouwwerken mogen hier nu gebouwd worden en vooral ook waar? Antwoord 7: Voor het volume met 6 woningen wordt separaat een gezamenlijke (fietsen)berging gerealiseerd. Hiervoor is binnen de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied een bouwvlak opgenomen. Zie verder antwoord 1.

In de Toelichting is vermeld dat ( 1e alinea onder “nadere uitwerking”); Dit wordt bereikt door maximaal twee nieuwe bouwvolumes te creëren. Die opmerking is in strijd met hetgeen daarover bij “Bebouwing” is vermeld! “woningen worden geclusterd in minimaal twee volumes! Kunt u dit toelichten? Antwoord 8: In het ontwikkelkader zit een kaartje met één groot bouwvlak voor de woningen. Om de bebouwing aan te laten sluiten bij de maat en schaal van de omgeving is het wenselijk bij de uitwerking in dit vlak minimaal 2 bouwvolumes te realiseren. Bij de nadere uitwerking in het bestemmingsplan is gekozen dit bouwvlak verder uit te werken in 2 bouwvolumes. Hiervoor zijn in de verbeelding twee separate bouwvlakken opgenomen. Het bestemmingsplan voldoet op dit punt dan ook aan het ontwikkelkader.

Dan de regels 18.3 en 18.3.2

Hoe zit het met het mogen bewonen van 18.3 de verplichting dat binnen 1 jaar na afgifte vergunning voor de bouw de inpassingsmaatregelen moeten zijn gerealiseerd en hetgeen in 18.3.2 wordt gesteld. Daar geldt die verplichting niet en dat is bijzonder, want dat biedt meer mogelijkheden en dus ook meer "kansen” op problemen die we nu juist met 18.3 willen proberen te voorkomen. Waarom ook niet hier de zaak aanscherpen? Antwoord 9: In 18.3.1 wordt geregeld dat binnen 1 jaar na afgifte van de omgevingsvergunning voor de 1e woning de landschappelijke inpassing als opgenomen in bijlage 1 bij de regels moet zijn gerealiseerd. Artikel 18.3.2 is een afwijkingsbevoegdheid en gaat over het aanpassen van (delen van) het landschappelijk inpassingsplan bij de voorwaardelijke verplichting. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat 10 jaar na oplevering de bewoners graag het perceel net iets anders landschappelijk in willen richten. Dan kan dat met behulp van 18.3.2. De termijn van twee jaar is gekozen om zeker te stellen dat de aanleg gedurende het plantseizoen te kunnen laten plaatsvinden (najaar). Maar aanpassing van de termijn naar 1 jaar is niet bezwaarlijk.

De grond moet worden gesaneerd voordat deze kan worden bebouwd. Wordt die verplichting opgenomen in de af te geven vergunning of geven we die vergunning eerst af wanneer blijkt dat de grond deugdelijk is gesaneerd? Antwoord 10: In de omgevingsvergunning wordt doorgaans een voorwaarde opgenomen dat pas gestart mag worden met de daadwerkelijke bouw op het moment dat het bevoegd gezag heeft ingestemd met het evaluatieverslag dat is opgesteld naar aanleiding van de sanering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13703310/1