240114 Technische vragen RVB Raadsvoorstel De Hoef
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) B C. Technische vragen overig
Naam indiener: Yvonne van den Heerik Fractie: Ronde Venen Belang (RVB) Datum van indienen: 14-1-2024 Onderwerp: Bestemmingsplan de Hoef In te vullen door organisatie Portfeuillehouder: Datum beantwoording: Vragen m.b.t. opgemeld bestemmingsplan.
In de Toelichting op pagina 11 onder Bebouwing staat;
Bijgebouwen zijn buiten het bouwvlak mogelijk(?) Waarom en voor hoeveel m2.
De afstand tussen de bebouwing, zo wordt tevens gemeld, is minimaal 2 meter; Dat zou dan ook gelden voor bijgebouwen, of niet en waarom niet?
Hoe is hetgeen in 1.15 van de regels is opgenomen in dit plan te zien m.b.t. hetgeen hierboven is gemeld?
Mogen de bijgebouwen dus ook worden gebouwd buiten stedelijk gebied of alleen binnen de rode contour?
En hoe staat dat in verhouding tot hetgeen vermeld is onder 3.2.b van de regels, kan er dan èn een
bijgebouw èn nog een ander bouwwerk in bestemming groen worden gebouwd? En nog weer een extra (bij)gebouw in de bestemming Natuur? Graag uitleg van 5.2.A., alsook van art.12.2.3.
Ook wordt vermeld; “bergingen buiten het bouwvlak, mits aantrekkelijk .... enz. En dan in één gebouw?!( zo wordt vermeld) Komen alle bergingen dus dan in één gebouw? Kortom hoeveel bijgebouwen en andere bouwwerken mogen hier nu gebouwd worden en vooral ook waar?
In de Toelichting is vermeld dat ( 1e alinea onder “nadere uitwerking”); Dit wordt bereikt door maximaal twee nieuwe bouwvolumes te creëren. Die opmerking is in strijd met hetgeen daarover bij “Bebouwing” is vermeld! “woningen worden geclusterd in minimaal twee volumes! Kunt u dit toelichten?
Dan de regels 18.3 en 18.3.2 Hoe zit het met het mogen bewonen van 18.3 de verplichting dat binnen 1 jaar na afgifte vergunning voor de bouw de inpassingsmaatregelen moeten zijn gerealiseerd en hetgeen in 18.3.2 wordt gesteld. Daar geldt die verplichting niet en dat is bijzonder, want dat biedt meer mogelijkheden en dus ook meer "kansen” op problemen die we nu juist met 18.3 willen proberen te voorkomen. Waarom ook niet hier de zaak aanscherpen?
De grond moet worden gesaneerd voordat deze kan worden bebouwd. Wordt die verplichting opgenomen in de af te geven vergunning of geven we die vergunning eerst af wanneer blijkt dat de grond deugdelijk is gesaneerd?