240110 beantwoording technische vragen B - CUSGP - Raadsvoorstel VRU
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 9-1-2024 RV Kaders begroting 2025 en geactualiseerde begroting 2024 VRU.
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding
De passage over de extra kosten voor de brandweerzorg in Amersfoort Noord roept enige vragen op over de verdeelsystematiek We nemen aan dat dit verloopt via het ijkpunten model zoals weergegeven in hoofdstuk 2 van de kadernota. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
De brandweerzorg in Amersfoort-Noord staat onder druk waardoor uitbreiding van de capaciteit nodig is. De kosten hiervoor zijn ingeschat op 530.000 per jaar en wordt verdeeld over alle in de VRU deelnemende gemeenten. Dat zou tot een paar conclusies kunnen leiden: a) Door onderbezetting in Amersfoort heeft Amersfoort de afgelopen jaren feitelijk te veel aan de VRU bijgedragen (niet naar rato van de beschikbare inzetcapactiteit) b) Er is geen sprake van onderbezetting, maar er moet herverdeeld worden binnen Amersfoort (van centrum waar vanuit nu de brandweerzorg verleend wordt) naar Noord c) Amersfoort betaalt tot nog toe haar fair share, maar draagt in de komende jaren naar rato te weinig bij omdat de vastgestelde ijkpuntscore niet in overeenstemming is met de beoogde uitbreiding. d) ??? (nog een andere variant). Wij kunnen niet goed vaststellen welke conclusie feitelijk juist is (dan wel dat ze allemaal niet juist zijn). Kunt u uitleggen hoe de ijkpuntscore werkt? En welke invloed de (naar wij vermoeden)
uitbreiding in Amersfoort dat heeft op die ijkpuntscore voor Amersfoort (lees: verdeling tussen VRU gemeentes). Is er in het verleden een vergelijkbare situatie geweest in De Ronde Venen? Antwoord: Door de groei van de stad Amersfoort is het huidige model van brandweerzorg niet langer passend. De stad Amersfoort heeft ruim 150.000 inwoners. Het noordelijk deel van de gemeente Amersfoort is een stedelijk gebied met circa 50.000 inwoners. Dit gebied groeit de komende jaren naar ruim 80.000 inwoners. Dit deel van Amersfoort is vergelijkbaar met een middelgrote stad met alle kenmerken die daar bij horen. Het model van brandweerzorg in Amersfoort, met één gecombineerde beroeps- en vrijwilligerspost in het centrum en één vrijwillige post in Amersfoort-Noord (waarbij de vrijwilligers alleen ’s avonds en in het weekend uitrukken) zorgt voor (te) hoge opkomsttijden in het noordelijk deel van de stad. De huidige inrichting van de brandweerzorg is dan ook niet langer passend. Vanwege de grootte van het stedelijk gebied en de verwachte verdere groei moet de gekazerneerde paraatheid in dit gebied in stappen vergroot worden. Op basis van de vereiste (wettelijke) opkomsttijden, de kans op gelijktijdigheid en de benodigde slagkracht is op termijn naar verwachting een paraatheidsmodel met twee beroepsposten (24/7) en één vrijwillige post nodig.
De verdeling van de kosten over alle VRU-gemeenten o.b.v. het vastgestelde verdeelmodel berust op het solidariteitsbeginsel. Door de groei van de gemeente Amersfoort gaat hun relatieve bijdrage op basis van de ijkpuntscores wel omhoog. De verdeelsleutel (ijkpuntscore) is gebaseerd op de bijdragen die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangt. In De Ronde Venen is er voor zover bekend geen vergelijkbare situatie geweest. De aandacht voor cyberveiligheid is terecht, maar dit roept wel de vraag op hoe kwetsbaar de VRU nu is dan wel hebben zich (ernstige) cyber incidenten voorgedaan het afgelopen jaar / jaren dan wel hoe kwetsbaar is de VRU? PS: we kunnen ons voorstellen dat u deze vraag vertrouwelijk beantwoord. Antwoord: In de periode januari 2023 t/m december 2023 hebben geen cyber gerelateerde incidenten plaatsgevonden die de dienstverlening en/of primaire bedrijfsprocessen hebben verstoord. In het vierde kwartaal 2023 heeft de VRU het (cyber) dreigingsbeeld voor de interne organisatie geactualiseerd. Dit dreigingsbeeld resulteert in een aangepast risicoprofiel waarvoor de noodzakelijke maatregelen in kaart zijn gebracht. Dit jaar (2024) wordt gestart met de uitvoering van de maatregelen. De VRU is beveiligd maar zoals iedere veiligheidsregio of lokale overheid is een datalek of cyberincident niet uit te sluiten. De VRU benoemt de energietransistie.
Onderdeel daarvan is een (forse) toename van electrische dan wel hybride voertuigen (waaronder ook bussen en vrachtauto’s) waarvan bekend is, dat die bij brand lastig zijn te blussen. We lezen hier niets over in de kadernota. Hoe wordt hier rekening mee gehouden? Antwoord: De voorbereiding op de bestrijding van incidenten met elektrische dan wel hybride voertuigen
valt onder het derde in de kaderbrief genoemde spoor 3: veilig en doelmatig op kunnen treden bij incidenten. Het programma Veilige energietransitie bestaat uit 7 thema’s: windenergie, zonneenergie, elektrificatie, waterstof, biomassa, geothermie en duurzaam bouwen. Onder het thema elektrificatie vallen energieopslag systemen (bedrijfsmatig en particulier), opslag van lithium-ion houdende energiedragers (batterijen en accu’s), elektrische voertuigen (o.a. fietsen, scooters, auto’s, vrachtwagen en bussen), elektrische voertuigen in parkeergarages, inpandige stalling van elektrische fietsen, scooters e.d., elektrische scheepvaart (recreatie en beroepsvaart) en afvalverwerkers. Er lopen diverse activiteiten ten aanzien van de bestrijding van elektrische dan wel hybride voertuigen. De VRU is ook betrokken bij landelijke (onderzoeks)projecten waarbij o.a. ook gekeken wordt naar innovaties die de bestrijding wel goed mogelijk maken van elektrische voertuigen. Bij vakbekwaamheid wordt “sneller personeelsverloop” genoemd als 1 van de oorzaken van stijgende kosten. Hoe speelt de VRU in op het mogelijk terugdringen van dat personeelsverloop? Antwoord: Wij zien een algemene maatschappelijke tendens dat vrijwilligers zich minder langdurig verbinden aan vrijwilligerswerk dan vroeger het geval was. Die algemen tendens begint ook zichtbaar te worden bij de brandweer.
De verwachting is dat vrijwilligers gemiddeld minder lang vrijwilliger blijven en er dus vaker nieuwe vrijwilligers moeten worden opgeleid. Uiteraard wordt er alles aan gedaan om vrijwilligers langdurig aan de VRU te verbinden. Voorbeeld van activiteiten zijn: bieden van vrijheid en autonomie (waar dat mogelijk is), waarbij ruimte wordt geboden voor lokale verbondenheid; betrekken van de vrijwilliger bij totstandkoming van beleid; aandacht voor mentale fitheid; voeren van (functionerings) gesprekken. In de nieuwe ontwikkelkoers van de VRU is het thema “Great Place to Work” een van de vier kernthema’s van de bestuursagenda 2024-2027. Wat De Ronde Venen betreft verkeren we nog wel in de gelukkige omstandigheid dat alle posten over voldoende vrijwilligers beschikken. In Abcoude heeft een succesvolle campagne ook weer tot nieuwe aanwas geleid.. Kosten omgevingswet: in de kadernota wordt in inschatting gemaakt van verwachtte extra kosten, maar dat hoeft geen realiteit te zijn/worden. Hoe monitored de VRU deze kosten en hoe gaat de VRU die rekening bij het rijk neerleggen (zie tekst “waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien.”).
Antwoord: Cebeon (Centrum beleidsadviserend onderzoek) is gevraagd door alle veiligheidsregio’s om een landelijke financiële monitor te ontwikkelen waarin we de gevraagde capaciteit en werkzaamheden (tijdschrijven) kunnen gaan volgen, zodat we data kunnen leveren om de mogelijke meerkosten van de Omgevingswet inzichtelijk te maken. Hiermee gaan we als veiligheidsregio’s participeren in de monitor die door de VNG wordt opgesteld. Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Vervolgafspraken over de financiering van het Rijk van mogelijke meerkosten zullen vervolgens landelijk worden opgepakt.