231108 Beantwoording Technische vragen - ChristenUnie-SGP - Erfgoed
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Wim Stam Fractie: ChristenUnie-SGP De Ronde Venen Datum van indienen: 6-11-2023 Onderwerp: RV Beleidskader Cultuurhistorie & Monumenten 2023-2028 ‘Erfgoed Leeft!’ van gemeente De Ronde Venen In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Mathilde Spruyt en Tilly Macleane Datum beantwoording: 8 november 2023 Volgnummer: Inleiding Algemene opmerking: jammer dat het beleidsdocument geen paginanummering en titel in de voetregel van de pagina’s heeft . Laat voorop staan dat de ChristenUnie-SGP een voorstander is van goed beheer van ons erfgoed, waar monumenten een onderdeel van zijn. Zij vertellen een deel van onze geschiedenis en is waard om behouden te blijven. Tegelijkertijd raakt dit beleid het eigendomsrecht en de rechtszekerheid van eigenaren van panden en is grote zorgvuldigheid noodzakelijk. Vanuit die gedachten hebben we de volgende technische vragen. Vraag: NAV Raadsvoorstel 1) U schrijft “Door nieuwe monumenten aan te wijzen maakt de gemeente het verhaal weer compleet”. Hoe vind dat aanwijzen plaats en moet de eigenaar van een pand die aanwijzing accepteren? Antwoord: Op pagina 22 ‘hoe wijzen we nieuwe monumenten aan’ in het beleidskader (bijlage 1) staat schematisch aangegeven hoe het aanwijzen van nieuwe monumenten gaat. Dit is vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Nadat het college het besloten over een voornemen tot
aanwijzing, heeft de eigenaar van een pand de mogelijkheid tot zienswijze. Daarna zal het college besluiten over de aanwijzing, waarin deze zienswijzen worden meegenomen. Na besluitvorming door het college is er nog een bezwaar- en beroepsperiode voor de eigenaar. 2) Onderhoud van een monument is over het algemeen kostbaarder dan onderhoud van een niet monumentaal pand. Hoe gaan we om met de situatie dat de eigenaar niet bereid is om die meerkosten (ook als die alsnog bestaan na subsidie) te dragen? We nemen aan dat u de eigenaar niet kunt dwingen tot het dragen van die meerkosten omdat dit in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel? Antwoord: Werkzaamheden aan monumenten zijn doorgaans wat duurder dan aan niet-monumentale objecten. Voor de meerkosten bestaat de gemeentelijke subsidie en zijn er andere laagrentende financieringsmogelijkheden, zoals de cultuurfonds hypotheek van het Nationaal Restauratiefonds. In de praktijk blijkt dat op deze manier eigenaren hun monument in stand kunnen houden.
Wanneer een eigenaar niet bereid is het monument in stand te houden en de instandhoudingsplicht in het geding is, dan kan de gemeente een handhavingstraject starten (zie ook hoofdstuk 3 bijlage 1) 3) Wij hebben geen beeld bij wat u bedoelt met “nieuwe subsidieverordening verkenning duurzame toekomst gemeentelijke monumenten”; wat gaat u dan precies doen en wat moet dat opleveren. Temeer daar u daar ene periode van 2024-2027 aan verbind, dus het is niet een eenmalige actie. Antwoord: De nieuwe subsidieverordening ‘verkenning duurzame toekomst gemeentelijke monumenten’ staat in bijlage 3. Als je een monument wilt ontwikkelen of verduurzamen dan zijn daar vaak extra onderzoeken voor nodig. Onderzoeken die niet-monumenteigenaren niet hoeven te doen. Zoals bijvoorbeeld een onderzoek naar verduurzamingsmogelijkheden en een onderzoek naar de haalbaarheid van de bedachte herbestemming. De gemeente wil ondersteuning bieden in de kosten voor dit soort onderzoeken. Daarom heeft ze een nieuwe subsidieverordening ‘verkenning duurzame toekomst gemeentelijke monumenten’ opgesteld voor de beleidsperiode 2024-2027. Hiermee komt de gemeente ook tegemoet aan de wensen van monumenteigenaren. Zie ook argument 3.1 en 3.2 uit het raadsvoorstel.
4) In hoeverre worden de kosten die de gemeente maakt voor het instandhouden van het erfgoed (bv de subsidies) nog gedekt door bijdragen van andere overheden (rijk, provincie, europa) of zijn er wellicht nog mogelijkheden om daar gebruik van te maken? Hebben we zicht op dit soort mogelijkheden en ondersteunen we eigenaren bij het gebruik maken van die mogelijkheden? Antwoord: Op de gemeentelijke website en monumenten.nl hebben we inzichtelijk gemaakt welke subsidieen financieringsmogelijkheden er zijn voor monumenteigenaren. Ook kunnen inwoners contact opnemen met de beleidsmedewerker Cultuurhistorie, die hen kan helpen bij vragen over bijvoorbeeld subsidie- en financieringsmogelijkheden. Er bestaan geen Europese, rijks of provinciale onderhoudssubsidies voor gemeentelijke monumenten. De rijksoverheid heeft wel subsidieregelingen voor rijksmonumenten. Daarom
heeft de gemeente zelf een subsidie voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden (zie ook bijlage 2 en 2a). NAV Beheerplan 5) Criteria / wijze van beoordelen die bepalen of iets een monument is? De bijlage 1 geeft daar geen antwoord op. Noch bij de keuze om tot een aanwijzing te komen, nog bij de beoordeling door de monumenten commissie. Antwoord: In de inventarisatiefase is en straks bij de advisering door de monumentencommissie zal de standaard van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gebruik worden. Deze standaard ‘waarderingscriteria bouwkunst’ is door de RCE ontwikkeld om de monumentale waarden van een object helder en eenduidig vast te stellen. 6) U geeft aan geen “aanvullende subsidie meer voor grootschalig funderings herstel” beschikbaar te stellen; dit is echter vaak wel een heel grote kostenpost voor de eigenaar die hij mogelijk niet zelfstandig kan of wil dragen. Hoe gaat u er dan toch voor zorgen dat dit herstel plaats vind om te voorkomen dat het monument verloren gaat? Antwoord: Allereerst wordt er heel weinig gebruik gemaakt van deze vorm van subsidiëring. Net als eigenaren van niet-monumenten, is het aan monumenteigenaren zelf om tijdig funderingsproblematiek te signaleren en op te lossen. Als gemeente denken we graag met monumenteigenaren mee om funderingsproblematiek op te lossen.
Monumenteigenaren kunnen bijvoorbeeld vanwege hun monumentenstatus ervoor kiezen om gebruik te maken van een laagrentende cultuurfondshypotheek bij het Nationaal Restauratiefonds. Daarnaast houden we toezicht op de instandhouding van rijks- en gemeentelijke monumenten. Hierdoor willen we ‘op tijd’ instandhoudingsproblematiek signaleren, zodat we met monumenteigenaren in gesprek kunnen over het behoud van hun monument. We gaan daarnaast wel onderzoeken hoe we kunnen samenwerken met het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek. We maken de kwetsbaarheid van ons erfgoed inzichtelijk door het uitvoeren van een quickscan en bepalen vervolgens of het wenselijk is dat we aansluiten bij het Fonds Duurzaam Funderingsherstel; 7) U vraagt van eigenaren om een MJOP aan te leveren; mogelijk hebben eigenaren niet zelf de kennis daarvoor en worden ze dan gedwongen hoge kosten te maken door inhuur van een externe partij; gaat de gemeente actief helpen bij het opstellen van een MJOP (per slot van rekening leggen wij die eis op)?
Antwoord: Op dit vlak is er ondersteuning vanuit de Provincie Utrecht. De Provincie subsidieert de ‘Monumentenwacht Utrecht’. Door deze subsidie kunnen monumenteigenaren tegen een gereduceerd tarief lid worden én gebruik maken van een periodieke inspectie én ook van een meerjarenonderhoudsplan. Door te sturen op een meerjarenonderhoudsplan hopen we vroegtijdige signalering van noodzakelijk onderhoud te stimuleren. Dit zorgt ervoor dat eigenaren niet verrast worden door plotselinge gebreken, maar ook zelf kunnen sturen en plannen op noodzakelijk onderhoud. Het goed onderhouden van een monument zorgt uiteindelijk voor een minder grote restauratieopgave.
8) In hoeverre komt in onze gemeente “paalrot bij droogte en zakkende panden door bodemdaling met als gevolg scheefstand en scheur vorming” al voor? Antwoord: Het probleem is bekend bij enkele monumenten, ook wel onder de noemer “paalpest”. Het is echter niet duidelijk hoe groot dit probleem daadwerkelijk is binnen onze gemeente. Daarom stelt het beleidskader voor om een quickscan uit te voeren naar de kwetsbaarheid van het gemeentelijk erfgoed. (bijlage 1, hoofdstuk 6) 9) Op pag 13 onder acties lezen we “Als het nodig is, is er contact met de eigenaar over het onderhoud en de instandhouding van het monument”. Hoe gaat u dat doen / wat verandert er tov de huidige praktijk (ervaring kerk Waverveen is dat initiatief niet van gemeente maar van pandeigenaar moest komen). Antwoord: In de huidige praktijk reageren we alleen op meldingen van slecht onderhoud en handhavingsverzoeken. Het beleidskader stelt voor om het toezicht beter te organiseren door elke 4 jaar de gebouwde monumenten te controleren. En gebouwen die in matige tot slechte staat verkeren elk jaar te monitoren. N.a.v. deze actieve vorm van toezicht houden, kan de gemeente (wanneer nodig) contact opnemen met de eigenaar van een monument over het onderhoud en de instandhouding van het object.
Tegelijkertijd is het ook de verantwoordelijkheid van monumenteigenaren om contact te zoeken met de gemeente, op het moment dat ze iets ten aanzien van hun monument willen delen of bespreken. Op de gemeentelijke website staat hoe eigenaren de beleidsmedewerker Cultuurhistorie direct kunnen bereiken, namelijk via cultuurhistorie@derondevenen.nl. Ten aanzien van ons religieus erfgoed en in opvolging van de visie op religieus erfgoed zijn er actief vanuit de gemeente een aantal informatieve contactmomenten geweest richting kerkeigenaren.