CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

231102 Amendement CUSGP Begroting2024 AlgemeneReserve

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Programma 5: Financiën753 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amendement Gemeenteraad De Ronde Venen

Naam en fractie Mede-indiener

Datum van vergadering Onderwerp Agendapunt (nr. en naam) Status Versie

Wim Stam (ChristenUnie-SGP) Ria de Korte-Verhoef (LEF De Ronde Venen) Melissa Bloem (Inwonerscollectief) Marja Becker (Seniorenpartij De Ronde Venen) 2 november 2023 Structurele bijdrage aan algemene reserve handhaven 4b Programmabegroting 2024 - 2027 01

De raad van de gemeente De Ronde Venen in vergadering bijeen, Bovengenoemden stellen het volgende amendement voor: Oorspronkelijke tekst 2. De programmabegroting 2024 vast te stellen en hiermee: a. de lasten en baten vast te stellen volgens het onderdeel financiën in dit voorstel;

Te vervangen door/ te wijzigen in 2. De programmabegroting 2024 vast te stellen met dienverstande dat de structurele bijdrage aan de algemene reserve van 1.500.000 euro gehandhaafd blijft voor het jaar 2024 en hiermee: a. de lasten en baten vast te stellen volgens het onderdeel financiën in dit voorstel echter voor 2024 gecorrigeerd met 1.500.000 hogere lasten ten gunste van de algemene reserve;

Toelichting en financiële onderbouwing (indien van toepassing) • De langjarige financiële ontwikkeling (nog los van de mogelijke extra tekorten vanaf 2026 door verlaging van de rijksbijdrage) baart zorgen. De langdurige leningen stijgen van ca 50% van de begrotingsomvang in 2023 naar bijna 100% in 2027 en zal in de jaren daarna op grond van de na 2027 nog beoogde investeringen verder stijgen. • De kapitaalslasten gaan naar een niveau waarbij ze meer dan 10% van de lasten in de begroting uitmaken. Uit eerdere ervaringen (DHV rapport 2011) weten we dat de beïnvloedbare omvang van de gemeentelijke begroting beperkt is (ergens tussen 10-20%) waarbij kapitaalslasten niet beïnvloedbaar zijn.

•

• • •

•

•

•

Onze huidige ambities (hoe gerechtvaardigd wellicht ook) leiden tot een grotere lastendruk voor de generaties na ons, waarbij het van duurzaam financieren getuigd als we dat niet geheel op die generaties afwentelen, maar zelf ook al zorgen voor buffers om die toenemende lasten (deels) te compenseren. Om die redenen is enkele jaren geleden afgesproken om jaarlijks een extra dotatie in de algemene reserve te doen om voldoende buffer op te bouwen met het oog of de fors stijgende kapitaalslasten in de toekomst. Die trend is nu niet anders (de kapitaalslasten = afschrijvingen en rentelasten, stijgen tussen 2022 van ca 5 miljoen naar ca 10 miljoen in 2027). Er is dus geen aanleiding om nu af te zien van het opbouwen van die buffer. Het college motiveert de keuze om de structurele bijdrage stop te zetten met het argument dat de algemene reserve voldoende is. Die daalt echter met 4 miljoen; van ca 18 miljoen in 2023 naar ca 14 miljoen in 2027 (bij een benodigde weerstandsreserve van ca 11 miljoen); waarmee is aangetoond dat de argumenten van het college niet valide zijn.

Zelfs als de verwachtte kortingen in 2026 en 2027 in de rijksbijdrage teniet worden gedaan, zal de algemene reserve weliswaar verbeteren, maar nog steeds onder het niveau van 2022 blijven met een veilige marge boven de benodigde weerstandsreserve (naar ons oordeel op te hogen naar 12 miljoen; in lijn met het concept nota reserves). Tegelijkertijd is de vraag of het onderbrengen in de algemene reserve de beste keuze is en of deze opbouw niet in een typische bestemmingsreserve (bv de bestaande bestemmingsreserve “diverse afschrijvingslasten”) thuishoort, wat we bij het vaststellen van de nota reserves in december kunnen bepalen. Door die dotatie over te zetten naar de bestemmingsreserve, die mogelijk zelfs nog extra gevoed zou moeten worden om de stijgende kapitaalslasten te compenseren, ontstaat een alsnog lagere algemene reserve (maar hebben we via de bestemmingsreserve de buffer wel zeker gesteld) wat richting VNG en rijk de noodzaak van op peil houden van de rijks financiering nog meer aantoont.

Rekening 2022 113212 115932

Begroting 2023 120280 111881

Begroting 2024 117255 118989

Begroting 2025 116991 118350

Begroting 2026 117499 113618

Begroting 2027 118175 113880

B2023 vs B2027 -2% 2%

Langlopende leningen Leningen tov lasten

54407 48%

65304 54%

90868 77%

105506 90%

109478 93%

113116 96%

73% 76%

Afschrijvingen Afschrijvingen tov Lasten

4091 3,6%

4154 3,5%

5016 4,3%

5344 4,6%

6034 5,1%

6675 5,6%

61% 64%

Externe rentelasten Rente tov totaal lasten

962 0,8%

1410 1,2%

2193 1,9%

2759 2,4%

2999 2,6%

3144 2,7%

123% 127%

Weerstandcapaciteit Weerstandsvermogen

36581 3,3

28020 2,5

30261 2,8

32097 2,9

26189 2,4

22315 2,0

-20% -20%

Algemene Reserve Eigen vermogen

21706 34159

17967 25758

17100 27492

17038 28851

17358 22522

14118 18226

-21% -29%

Bedragen X € 1.000 Lasten Baten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13411241/7