CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

230615 Beantwoording technische vragen B - Ronde Venen Belang - Mobiliteits en Verkeersveiligheidsplan

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan De Ronde Venen2.214 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie: B (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Lyône van Vliet Fractie: Ronde Venen Belang Datum van indienen: 11-06-2023 Onderwerp: Raadsvoorstel ontwerp Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan De Ronde Venen 2023-2030

In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Michael Woerden Datum beantwoording: 15 juni 2023 Volgnummer:

Vragen 1. Parkeren op eigen terrein (POET). Worden nu ook de aanvragen die gedaan worden door inwoners op huidige (oude) locaties meer toegestaan? Antwoord op vraag 1: Het principe van parkeren op eigen terrein ziet erop toe dat bewoners die beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein (garage(box), parkeerplaats in garage of oprit) niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Dit principe van parkeren op eigen terrein is pas van toepassing, als er sprake is van invoering van vergunninghoudersparkeren/parkeerschijfzone. 2. Is de SyntusFlex alleen op afroep? Antwoord op vraag 2: SyntusFlex is een vervoersservice waar inwoners gebruik van kunnen maken door een rit van halte naar halte te boeken. De service werkt dus inderdaad op afroep en er is geen vaste dienstregeling. Aanmelden van een rit kan telefonisch, via een app en via een website. 3. Rijdt de buurtbus ook naar de recreatie-eilanden in Vinkeveen? Antwoord op vraag 3: Nee, de buurtbus rijdt niet naar de recreatie-eilanden in Vinkeveen. De buurtbus rijdt van Uithoorn via Amstelhoek, De Hoef, Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen naar Breukelen. Er is wel een halte van SyntusFlex bij zandeiland 4. Recreanten kunnen van maandag tot en met vrijdag naar deze halte reizen vanaf een halte in Mijdrecht, Wilnis en Waverveen. 4. Buslijnen worden gestrekt en gaan "zo mogelijk” vaker rijden.

Hoe kunnen we dit garanderen? Betekent dit voor de mindervalide mensen dat deze eerst via een flexbus of buurtbus naar de snelle lijn moet worden vervoerd om de reis te vervolgen?

Antwoord op vraag 4: De buslijnen 126 en 130 zijn vanaf december 2022 versneld via de Mijdrechtse Dwarsweg en Industrieweg. Dit heeft een besparing aan dienstregelingsuren opgeleverd. De provincie Utrecht heeft deze besparing vooral gebruikt om buslijn 123 naar Uithoorn te verlengen. Er is daardoor een hogere frequentie tussen Mijdrecht en Uithoorn gekomen en een rechtstreekse verbinding tussen Wilnis en Uithoorn. De provincie is daarmee zijn eerdere toezegging nagekomen dat de besparing weer in onze gemeente wordt teruggebracht. Het Strategisch OV Plan stelt over de flexbus/buurtbus het volgende: “Voor een fijnmazige lokale ontsluiting (halten dicht bij huis) is een Flex-systeem beter geschikt. […] In ieder geval moet er vervoer blijven op alle huidige bushalten. Niet iedereen kan of wil de fiets pakken naar een bushalte die verder weg ligt.” 5. Waarom rijdt er in Vinkeveen geen Flex-bus? Alleen van andere dorpen naar Baambrugse Zuwe. Antwoord op vraag 5: De Flex-bus rijdt in Vinkeveen inderdaad alleen naar een halte aan de Baambrugse Zuwe. Eén van de uitgangspunten voor het Strategisch OV-plan is het realiseren van een flexibel, onderliggend systeem in de gehele gemeente, dus ook in Vinkeveen. Dit systeem is ondersteunend aan de snelle, hoogfrequente lijnen naar de OV-knooppunten.

De reden dat SyntusFlex niet in Vinkeveen rijdt, heeft te maken met de oorsprong van SyntusFlex. Deze ligt in het verdwijnen van de buslijnen uit de wijken Twistvlied en Molenland in Mijdrecht. Het alternatief was een kleine bus met een vaste route en dienstregeling door deze wijken en later ook via het Bedrijventerrein Mijdrecht. Het gebruik van deze bus was beperkt, waarna is geprobeerd om met SyntusFlex wel in een behoefte te voorzien. Op dit moment is het gebruik van de SyntusFlex beperkt. De gemeente voert in samenwerking met provincie en vervoerder een pilot uit om het behulp van communicatie het gebruik te vergroten. Het uitbreiden van SyntusFlex naar Vinkeveen – zoals opgenomen in ons OV-plan - betekent dat er een tweede bus met chauffeur moet komen. De provincie Utrecht maakt als verantwoordelijke voor het openbaar vervoer in onze gemeente daarbij een afweging in de kosten ten opzichte van het gebruik. 6. Wordt er ook met de provincie overlegd om reizen met het OV goedkoper te maken, zodat het ook financieel aantrekkelijker wordt om het OV te reizen? Antwoord op vraag 6: Nee, de gemeente is niet in gesprek met de provincie over het goedkoper maken van het openbaar vervoer. Het is wel zo dat de provincie voor bepaalde doelgroepen goedkoper/gratis openbaar vervoer aanbiedt. De betaalbaarheid van het openbaar vervoer staat onder druk.

De reizigersaantallen zijn afgenomen door corona. Dit heeft wel forse financiële consequenties (gehad). De reizigersaantallen nemen wel weer toe, wat positief is voor de betaalbaarheid. Het goedkoper maken van het openbaar vervoer betekent dat er ergens moet worden bespaard, bijvoorbeeld op de frequentie of het aantal bestemmingen. 7. Waarom zijn we terughoudend met het realiseren van nieuwe oversteekplaatsen? Antwoord op vraag 7: Voetgangersoversteekplaatsen blijken in de praktijk voor schijnveiligheid te zorgen. Voetgangers denken voorrang te hebben, terwijl gemotoriseerd verkeer niet altijd voetgangers verwacht en daardoor toch doorrijdt. We verbeteren de oversteekbaarheid binnen de bebouwde kom daarom in eerste instantie door voor de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom uit te gaan van 30 km/h en door een uniforme inrichting van de voetgangersoversteekplaatsen in de gemeente. 8. Op diverse plekken in onze gemeente heeft de fietser wel of geen voorrang. Wordt hiernaar gekeken dat dit gelijk wordt getrokken? Antwoord op vraag 8: Eén van de uitgangspunten van het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan is dat wegen, kruispunten en oversteken worden ingericht conform landelijke richtlijnen. Hiermee streven we een zoveel mogelijk uniforme inrichting van de wegen en fietspaden na. Dit betekent bijvoorbeeld dat fietsers op rotondes binnen de bebouwde kom voorrang hebben.

Vanzelfsprekend is de mogelijke voorrangssituatie afhankelijk van de inrichtingsmogelijkheden ter plaatse en kan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid maatwerk nodig zijn dat afwijkt van de landelijke inrichtingsrichtlijnen. 9. Worden de carpoolstroken beveiligd? Antwoord op vraag 9: De gemeente heeft één carpoolplaats in beheer, namelijk in Abcoude bij de A2 (de carpoolplaats bij de afrit A2/Vinkeveen ligt in Stichtse Vecht). De gemeente werkt aan de verbetering van de sociale veiligheid van deze plek in combinatie met de realisatie van de wijk op de Bon-locatie. Voor het overige is het nodig

om in overleg te treden met de beheerders van deze plekken. 10. In de 8-80 principe staat dat fietsroutes zoveel mogelijk gescheiden gerealiseerd worden bij drukke verkeersroutes. In Vinkeveen wordt er gekeken naar fietser op de rijbaan, hoe veilig is dit en waarom wordt hier niet de 8-80 principe toegepast? Antwoord op vraag 10: Het mobiliteitsplan van Centrumplan Vinkeveen gaat uit van de inrichting van de doorgaande wegen in Vinkeveen als 30 km/h-wegen. Het is hierdoor mogelijk om auto’s en fietsers op een veilige manier op de weg te combineren. 11. Wat zijn vergevingsgezinde fietspaden? Antwoord op vraag 11: Vergevingsgezinde fietspaden zijn fietspaden waar fietsers (vooral kwetsbare doelgroepen zoals ouderen) minder risico hebben op enkelvoudige ongevallen (ongevallen waar geen andere verkeersdeelnemers bij zijn betrokken). Fietspaden worden meer vergevingsgezind door het weghalen van obstakels (bijv. paaltjes), het aanbrengen van goede belijning, het verharden van de berm en het weghalen van hoogteverschillen tussen het fietspad en de stoep. 12. Op pagina 34 staat dat 10% openstaat voor deelmobiliteit en 10% het nog niet weet, dit houdt in dat 80% het niet ziet zitten, waarom wordt hier dan toch nog op doorgeborduurd? Antwoord op vraag 12: Hoewel maar 10% van de inwoners openstaat voor deelmobiliteit, kan het nog steeds interessant zijn om erop in te zetten.

Deelmobiliteit biedt efficiënte en duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals het verminderen van de behoefte aan parkeerplaatsen en het creëren van ruimte voor andere doeleinden. In het plan nemen we echter een terughoudende positie in door te onderzoeken op welke locaties er vraag is naar deelmobiliteit en daarnaast de ontwikkelingen te volgen en hierop in te spelen als daarvoor aanleiding is. 13. Op pagina 37 wordt er gesproken over langsparkeren, wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord op vraag 13: Langsparkeren is het parkeren van de auto in de lengterichting van de rijbaan. Denk hierbij aan fileparkeren. 14. De parkeervisie Abcoude heeft er niet toe geleid dat de parkeerproblemen daar echt zijn opgelost, sterker nog er is weinig veranderd. Eerst zou je de parkeervisie Abcoude tot een succes moeten maken alvorens dit beleid wordt in de hele gemeente. Wordt hier al beter naar gekeken? Antwoord op vraag 14: De aanleiding voor de Parkeervisie Abcoude betrof de parkeersituatie rondom het Station Abcoude en ruimtelijke ontwikkelingen in het centrum van Abcoude. De gemeenteraad heeft wat betreft de parkeersituatie bij het station besloten om een parkeerschijfzone in te stellen. De voorbereiding en bijbehorende besluiten zijn inmiddels afgerond/genomen en de parkeerschijfzone is per 1 september van kracht.

Wat betreft de ruimtelijke ontwikkelingen is er een helder stappenplan, wat gebruikt wordt voor de toetsing van initiatieven. Het is inderdaad zo dat kritisch moet worden gekeken of het opstellen van nieuw parkeerbeleid een bijdrage levert aan de oplossing van de problematiek. Het MVP heeft dan ook als beleidsuitgangspunt om eerst deze vraag te beantwoorden. 15. 689 inwoners hebben de enquête ingevuld. Waar is de onderbouwing dat deze enquête een representatief beeld geeft van alle inwoners van deze gemeente? M.a.w. hoe betrouwbaar is deze enquête? Antwoord op vraag 15: Er zijn twee enquêtes uitgevoerd. Beide enquêtes zijn gebruikt om een indicatief beeld te krijgen van wat inwoners belangrijk vinden als het gaat om mobiliteit en aan welke maatregelen inwoners behoefte hebben. Samen met de andere input die we hebben verkregen (uit bijeenkomsten met andere stakeholders en analyses van het mobiliteitsnetwerk, relevante beleidsstukken en onderzoeken) en onze eigen expertise zijn we gekomen tot het voorliggende plan. Het doel van de enquête is dus niet geweest om representatieve uitspraken te kunnen doen voor de gehele populatie, maar om een globaal beeld te krijgen. Over het algemeen wordt echter een steekproef van ongeveer 400 respondenten als representatief gezien op een populatie ter grootte van het aantal inwoners van De Ronde Venen.

Er is extra inspanning geleverd om de jongere doelgroep te bereiken. Desondanks is deze doelgroep licht ondervertegenwoordigd vergeleken met de demografische verdeling van de populatie (zie bijlage 1 uit het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan voor achtergrondinformatie

over de respondenten van de enquêtes). 16. Zienswijzefase, hoofdstuk 1.3.4. Een zienswijze openstellen in vakantietijd geeft te weinig mensen de kans om te reageren. Is het mogelijk deze met een maand te verlengen? Antwoord op vraag 16: Het college heeft de zienswijzeperiode verlengd van 6 naar 8 weken, waardoor deze periode doorloopt ruim buiten de vakantieperiode. Het college wil het definitieve plan in december in de raad brengen. Dan is het noodzakelijk om de zienswijzeperiode half juli te starten. Vaststelling en vervolgens uitvoering schuiven anders verder in de tijd. Dit vindt het college niet wenselijk. 17. (a) Is STOMP als instrument geaccordeerd door de raad? (b) Wordt er geen rekening gehouden dat alle verkeer op termijn elektrisch is, waardoor geluid en uitstoot bij motorische mobiliteit tot een minimum wordt beperkt? Valt dan ook een groot deel van de argumentatie om STOMP in te zetten niet weg? Antwoord op vraag 17: (a) Met dit raadsvoorstel legt het college het STOMP-principe als leidend principe voor aan de raad. Als de raad dit Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan vaststelt, wordt ook het STOMP-principe vastgesteld. (b) Het klopt dat elektrisch verkeer minder geluid en uitstoot heeft en dat vanuit dat oogpunt STOMP minder noodzakelijk is. STOMP blijft echter wel noodzakelijk vanuit het oogpunt van o.a.

verkeersveiligheid (minder voertuigen op de weg geeft minder kans op ongevallen), bereikbaarheid (er blijven veel voertuigen op de weg met de kans op gebrekkige doorstroming), klimaatadaptatie/aantrekkelijke woonomgeving (personenvoertuigen nemen meer ruimte in, die door STOMP op termijn mogelijk vergroend kan worden) en vitaliteit (actieve mobiliteit geeft meer gezondere beweging). 18. Pakketophaalpunten. Door deze te realiseren zal het aantal verkeersbewegingen danig toenemen. Vergelijk het met een supermarkt. De distributie van voedingsmiddelen gebeurt door de consument. Dit betekent dat de meeste vervoerskilometers en vervuiling daardoor wordt gerealiseerd. Dit effect kan ook optreden bij pakketophaalpunten. Antwoord op vraag 18: De aanleiding voor pakketophaalpunten is het aantal meldingen over overlast door pakketbezorgers en zorg over de verkeersveiligheid. Dit speelt niet alleen in De Ronde Venen; ook in de media verschijnen berichten hierover. Het klopt dus dat het realiseren van pakketophaalpunten niet per definitie leidt tot een afname van verplaatsingen. Door het realiseren van pakketophaalpunten op centrale plekken in wijken of centra wordt echter wel het aantal reisbewegingen van bezorgbusjes beperkt. Inwoners kunnen zo te voet of met de fiets hun pakketje afhalen, of halen het pakketje af wanneer ze toch al een reisbeweging maken (bijv.

als ze boodschappen gaan doen of thuiskomen van werk). De pakketbezorgers hoeven niet meer door de (smalle) woonstraten te rijden. 19. Graag zien wij bij de resultaten van enquêtes en ingevulde formulieren en toetsing op significantie en representativiteit. Antwoord op vraag 19: Zie het antwoord op vraag 16. Het doel van de enquêtes is niet geweest om significante of representatieve uitspraken te doen. De steekproeven van beide enquêtes zijn echter wel groot genoeg om representatieve uitspraken te kunnen doen. Het aandeel jongeren is licht ondervertegenwoordigd maar door de grote totaalrespons zijn de uitkomsten wel representatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12877499/2