230614 beantwoording Technische vragen B - VVD - Ontwerp Mobiliteit en verkeersveiligheidsplan
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Logo
Naam indiener: Timo Brockhoff Fractie: VVD De Ronde Venen Datum van indienen: 13-6-2023 Onderwerp: Technische vragen m.b.t. ontwerp Mobiliteit en verkeersveiligheidsplan
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Michael Woerden Datum beantwoording: 15 juni 2023 Volgnummer: Inleiding Technische vragen namens VVD De Ronde Venen met betrekking tot het ontwerp Mobiliteit en verkeersveiligheidsplan
Vragen 1. In het raadsvoorstel staat onder argument 1.5 de zin “Er is een … mobiliteitsbeleid voor een.”. Welke tekst mist nog achter deze zin? Antwoord op vraag 1 De huidige tekst “Er is een verandering van het huidige reactieve beleid naar actief mobiliteitsbeleid voor een.” moet zijn: “Er is een verandering van het huidige reactieve beleid naar actief mobiliteitsbeleid nodig.” 2. Wie vallen onder de groepen kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers? Antwoord op vraag 2 Fietsers en voetgangers vallen onder kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers. 3. Waarom is na 2026 geen geld meer opgenomen voor de uitvoering van de uitvoeringplannen per dorpskern?
Antwoord op vraag 3: De planning is de (acht) uitwerkingsplannen per dorp in 2024 op te stellen en vervolgens in drie jaar uit te voeren (2024 t/m 2026). 4. De 2e enquête is circa 1.300 keer ingevuld. Is bekend welk percentage van deze ca. 1.300 onder de 35 jaar oud was? Antwoord op vraag 4: De leeftijdscategorieën die in de enquête zijn gehanteerd zijn: 18 jaar of jonger: 3,8% 19 t/m 25 jaar: 4,8% 26 t/m 40 jaar: 15,2% Het percentage van respondenten jonger dan 35 jaar kunnen we dus niet uit de data halen, maar 23,8% van de respondenten is jonger dan 40 jaar (zie ook bijlage 1, pagina 47 van het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan). 5. Zijn op het moment voldoende deelauto’s aanwezig voor de vraag vanuit inwoners? Antwoord op vraag 5: De gemeente ontvangt geen meldingen of verzoeken van bewoners voor extra deelauto’s. Op verzoek van de gemeente heeft Greenwheels een deelauto aan de Rondweg in Mijdrecht geplaatst. Deze deelauto wordt volgens de aanbieder goed gebruikt. Als er voldoende inwoners een abonnement afnemen/interesse tonen, overweegt de aanbieder om een extra deelauto te plaatsen. Hetzelfde geldt overigens voor andere dorpen. Bij ontwikkelaars van de nieuwbouwontwikkelingen leeft een sterke wens om deelauto’s in hun plannen op te nemen. 6.
Welke mogelijkheden zijn er om het gebruik van de fiets bij afstanden van tot 7,5 km en verder dan 7,5 km te stimuleren? Antwoord op vraag 6 Voor zowel afstanden tot 7,5 km als afstanden langer dan 7,5 km zijn de volgende maatregelen mogelijk om het fietsgebruik te stimuleren: Het verbeteren van de fietsinfrastructuur. Betere fietsverbindingen tussen dorpen en betere fietsverbindingen naar andere gemeenten stimuleren vooral fietsgebruik voor langere afstanden stimuleren. Het gaat daarbij om onder andere directheid, comfort (asfalt ipv klinkers), aantrekkelijkheid (beschutting), sociale veiligheid (verlichting). Het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers door fietsers vaker prioriteit te geven in het wegontwerp. Het gaat daarbij onder andere om voorrang voor de fietser en een duidelijke plek op of naast de rijbaan. Het verbeteren en toevoegen van (veilige) stallingsmogelijkheden voor fietsen. Het stimuleren van fietsgebruik via een werkgeversaanpak (zoals de gemeente en VIB nu doen op het Bedrijventerrein Mijdrecht). Het vergroten van vaardigheden van weggebruikers door fietseducatie en het communiceren over fietsmaatregelen. 7. Gaan de parkeernormen enkel over ‘openbare’ parkeerplaatsen en vallen parkeerplaatsen op eigen terrein hier buiten? Antwoord op vraag 7: De parkeernormen stellen de parkeereis vast.
Dit is het minimaal aan parkeerplaatsen dat voor een ruimtelijke ontwikkeling nodig is en betreft dus de parkeeropgave. Het maakt voor de parkeernorm en de parkeeropgave wordt ingevuld met parkeerplaatsen op eigen terrein of ‘openbare’ parkeerplaatsen. Aan de invulling voor de opgave worden echter wel eisen gesteld, waarbij het uitgangspunt is dat eerst moet
worden geprobeerd de parkeeropgave op eigen of andere private terreinen op te lossen en (als dat aantoonbaar niet kan) daarna pas gekeken mag worden naar het invullen van de parkeeropgave met openbare parkeerplaatsen.