230412 beantwoording technische vragen LEFdrv - Zonnevelden
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
B Technische vragen vergadering 6 april technische commissie zonnevelden
B/
Naam indiener: Ria de Korte Fractie: LEFdrv Datum van indienen: 3-4-2023 Onderwerp: realisatie grootschalige en kleinschalige zonnevelden
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Britt Weetink Datum beantwoording: 5 april 2023 Volgnummer: Algemeen De ambitie is 0,03 TW op daken in 2030. Vanwege de hoge energieprijzen hebben veel mensen nu zonnepanelen voor op de daken gekocht. Vraag1: Wat is de stand van zaken van de hoeveelheid energieopwekking op grote daken en de kleinere daken? Antwoord 1: Er is aan Stedin gevraagd of zij kunnen aangeven wat de stand van zaken is van de hoeveelheid energieopwekking op grote en kleinere daken in de gemeente. Voor beide categorieën is er data beschikbaar, echter is deze niet zo makkelijk boven tafel te krijgen. Stedin werkt daar op het moment aan, maar kan daar de komende weken nog geen uitsluitsel over geven. Tevens is het belangrijk om onderscheid te maken tussen grote en kleine daken. Met kleine daken wordt bedoeld projecten kleiner dan 15 kWpiek en met grote daken projecten groter dan 15 kWpiek. De eerste categorie zijn veelal woningen. Deze kleinere daken krijgen géén SDE++ subsidie en tellen niet mee voor de RES-opgave. De tweede categorie maakt wel aanspraak op SDE++ subsidie en telt wel mee voor de RES-opgave. Op basis van de openbare data van de Klimaatmonitor was in 2021 de productie van zonne-energie in heel de gemeente 71 TJ = 0,019 Twh. Daar vallen naast grote en kleine daken, ook alle huidige grote en kleine opstellingen op land in de gemeente onder.
95 ha zonnevelden is nodig om 0,09 TWh te realiseren Het college en raad hebben aangegeven niet voor windmolens te kiezen. Om toch een vergelijking te
maken tussen wat nodig is om energie op te wekken via zonnevelden of windmolens willen we daar meer inzicht in hebben. Vraag 2: Hoeveel windmolens van 140 m tiphoogte zijn nodig om ongeveer 0,09 TWh te realiseren? Praktijkvoorbeeld Windpark Kloosterlanden in Deventer. Deze turbines zijn gebouwd in 2015 en hebben een ashoogte van 85 meter, een rotordiameter van 92 meter en een tiphoogte van 131. Per jaar wekken ze ongeveer 4,25 miljoen kWh op. Van deze windmolens heb je er ongeveer 19 nodig om op 0,09 TWh te komen. Hoeveel windmolens van 220 m tiphoogte zijn nodig om ongeveer 0,09 TWh te realiseren? Praktijkvoorbeeld: Windpark Deil, langs de A15 in de gemeente West-Betuwe. De molens hebben een ashoogte van 140 meter, een rotordiameter van 136 meter en een tiphoogte van 208 meter. Deze windmolens in dit park wekken per stuk per jaar meer dan 15 miljoen kilowattuur (kWh) energie op. Van deze windmolens heb je er ongeveer 5 nodig om op 0,09 TWh te komen. In het beleidsplan staat afwisselend Tj als eenheid en TWh. Dit werkt voor ons verwarrend en vergelijking zijn dan niet mogelijk. Vraag 3: Kunt u in de documenten zonnevelden alles in TWh vermelden? Antwoord 3: De verwarring is begrijpelijk, maar helaas kan er niet helemaal aan worden ontkomen. Als basis wordt uitgegaan van de totale energievraag, zoals beschreven is alinea 2.1.4 en 2.1.5.
De gebruikelijke meeteenheid daarvoor is TJ. Daarin wordt bijvoorbeeld ook de energie uit aardgas die we nu nog gebruiken voor verwarming meegenomen. Zodra het gaat over zonnevelden is het interessant om te weten hoeveel energie-opwek in een bepaalde tijd hieraan verbonden kan worden. Vandaar dat er in de rest van het beleidsdocument dan over Twh of Mwh wordt gesproken en niet meer over joules. Grootschalige zonnevelden Er staat dat met 95 ha zonneveld nodig is. Vraag 4: Is die 95 ha in- of exclusief de landschappelijke inpassing van 30%? Antwoord 4: Er is 95ha aan zonnevelden nodig, dus het technische deel waar daadwerkelijk de elektriciteit wordt opgewekt. Dat is exclusief 30% landschappelijke inpassing. Het vereiste van 30% landschappelijk inpassing is er om ervoor te zorgen het zonneveld kan worden ingepast in de omgeving en rekening wordt gehouden met biodiversiteit. Wij lezen dat in de nieuwe SDE richtlijnen staat dat voor 10 MW aansluiting een aansluiting van 20 MW opwekcapaciteit geïnstalleerd moet worden. Dit heeft er mee te maken dat in een groot deel van het jaar niet het piekvermogen bereikt wordt.
https://solarmagazine.nl/nieuws-zonne-energie/i29040/sde-2023-netaansluiting-voor-alle-projectenmet-zonnepanelen-naar-50-procent Vraag 5: Betekent dit voor De Ronde Venen wat we in plaats van 95 ha 190 ha zonnevelden moeten hebben om te komen tot onze ambitie? Antwoord 5: Nee, met de beoogde 95 hectare verwachten we een opbrengst van 0,09 Twh te halen. Dit bericht gaat over het aansluiten van de zonnepanelen op het energienet. Deze maatregel heeft als doel om de huidige netcapaciteit beter te benutten. In plaats van uit te gaan van een aansluiting op basis van het maximaal piekvermogen van panelen (wat slechts op een klein percentage van het jaar wordt gehaald) wordt uitgegaan van de helft hiervan. Hierdoor zal op piekmomenten (extreem zonnige dagen) niet de totale opbrengst van een zonnepark worden geleverd aan het net, maar het overgrote deel van het jaar wel. Indirect wordt hiermee de plaatsing van een batterij bij een zonnepark ook interessanter.
Aangegeven wordt dat voor 2025 er vergunning gegeven moet worden voor grote zonnevelden om 95 ha zonnevelden te realiseren. Deze deadline wordt als argument gebruikt om zonnevelden te delegeren aan het college. Echter, de ruimte op het elektriciteitsnet komt pas in 2027-2029 beschikbaar. Vraag 6: Wat is de reden om 2025 te nemen als deadline? Antwoord 6: De gemeenteraad heeft in 2021 het RES-bod van de gemeente Ronde Venen vastgesteld op 0,114 TWh opwekcapaciteit in 2030, grofweg onderverdeeld in 0,03 TWh op grote daken en 0,09 TWh zon op land. In het Klimaatakkoord staat het gezamenlijke doel dat uiterlijk op 1 januari 2025 alle aangevraagde benodigde vergunningen zijn afgegeven. De samenwerkende partijen in de regio werken via dit nationaal afgesproken tijdpad toe naar de uitvoering van hun RES-bod. Aangegeven is dat als de netcongestie is opgelost een goedgekeurd plan binnen een jaar het plan moet uitvoeren. Wij vragen ons af of dit termijn realistisch voor dergelijke grote plannen waarbij initiatiefnemer afhankelijk is van o.a. kabels leggen door energiemaatschappij en materialen die soms moeilijk te verkrijgen zijn. Vraag 7 Wat is de reden dat een termijn van 1 jaar wordt gekozen als de netcongestie voorbij is? Zou een termijn van 2 jaar niet realistischer zijn? Antwoord 7: Er is gekozen voor een realistische termijn voor de start van de bouw/aanleg van een zonneveld.
De wetgever geeft voor uitvoer van omgevingsvergunningen aan dat één jaar een redelijke termijn is. Die lijn is hier doorgezet. De gemeente heeft overlegd met Stedin, maar Stedin is afhankelijk van Tennet Vraag 8: Is er overleg geweest met Tennet over de realisatie van de ambitie van De Ronde Venen en hoe willen zij aansluiten op deze ambities? Antwoord 8: Er is contact geweest met Stedin over het beleid van de gemeente en de uitvoerbaarheid daarvan, en niet met Tennet. Tennet is verantwoordelijk voor het landelijke energiesysteem en daarmee niet een directe overlegpartner voor relatief kleine energieprojecten zoals we die voor ogen hebben in onze gemeente. In het beleidsplan staan een aantal belangrijke aspecten om grootschalige zonnevelden wel of niet toe te staan. Vanwege de belangrijke cultuurhistorische omgeving en de vele rijksmonumenten langs de Angstel en het Gein zijn die gebieden terecht uitgesloten. Vraag 9: Waarom is dat niet genoemd in het beleidsplan? Antwoord 9: Op pagina 13 staat omschreven dat op 5 juli 2021 de gemeenteraad 9 zoekgebieden heeft aangewezen waar zonnevelden kunnen komen. Deze zoekgebieden staan aangegeven op de kaart op pagina 13. Hierop is te zien dat de Angstelzone is uitgesloten. Er staat beschreven dat de overwegingen voor de zoekgebieden zijn meegenomen om de mogelijke gebieden voor zonnevelden te bepalen.
Omdat de Angstelzone al eerder is uitgesloten als zoekgebied, is dit gebied ook in het huidige beleidsplan uitgesloten voor zonnevelden. Op pagina 16 staat omschreven dat het wenselijk is om kernen en kernrandzones vrij te houden. In de structuurvisie van de gemeente zijn kernrandzones opgenomen. De kernrandzones zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Er staat aangegeven dat in de periode tot 2030 de kernrandzones uit de structuurvisie van de gemeente zijn uitgesloten voor zonnevelden. In het oude plan waren er zoekgebieden vastgesteld om spreiding te realiseren over de gemeente. Als het maximum aan energieopwekking was bereikt dan was er een garantie dat dat deel van het landschap
niet verder werd aangetast met zonnevelden. Vraag 10: Hoe wordt de spreiding van zonnevelden gegarandeerd met de huidige vorm van uitnodigingsplanologie? Antwoord 10: Er is gekeken hoe ver zonnevelden van elkaar af moeten liggen, om het landschap zo min mogelijk te beïnvloeden. Om niet het idee te hebben dat er sprake is van een ‘energielandschap’, maar van een (weide) landschap waar ook energie wordt opgewekt. Per landschapstype wordt rekening gehouden met een maximale draagcapaciteit en een minimale afstand tussen de zonnevelden. Deze onderlinge afstand verschilt per landschapstype, en is mede afhankelijk van de grootte van de zonnevelden. Op deze manier worden de zonnevelden eerlijk verdeeld over de gemeente. Er staat dat rondom de dorpen een zonering van 500 m. wordt gehanteerd, tenzij een initiatiefnemer kan aantonen dat het zonneveld geen ruimtelijke ontwikkeling in de weg zit. Vraag 11: Welke ruimtelijke ontwikkelingen worden dan bedoeld? Antwoord 11: Met ruimtelijke ontwikkelingen wordt bedoeld het inrichten van de openbare ruimte, denk bijvoorbeeld aan mogelijke woningbouw, het aanleggen van nieuwe sportvelden of het uitbreiden van een bedrijventerrein.
Vraag 12: Bij de kleine kernen zoals De Hoef, Waverveen, Amstelhoek en Baambrugge staat op de kaart geen zonering van 500 m afstand gearceerd, wat is de reden daarvan? Antwoord 12: Ook bij de kleinere kernen geldt een zone van 500 meter die wordt vrijgehouden van zonnevelden. Op de kaart op pagina 16 zijn de kernrandzones weergegeven met de diagonale arcering. Op de uitnodigingskaart zijn de kernranden weergegeven met een lichtgroene rand om de kern. Vraag 13: Waarom wordt 500 m afstand van het dorp niet bij alle dorpen als hard criterium gehanteerd? Antwoord 13: De zone van 500 meter rondom de kernen is niet hard uitgesloten omdat in sommige kernrandzones waarschijnlijk geen sprake zal zijn van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De kern van Abcoude wordt bijvoorbeeld op een natuurlijke wijze begrensd door snelweg en spoorlijn. Ruimtelijke ontwikkelingen ter uitbreiding van de kern Abcoude, aan de andere kant van de snelweg en het spoor, zijn niet waarschijnlijk. Dit gebied biedt wel de mogelijkheid voor het realiseren van een zonneveld dat de natuurlijke lijnen van de infrastructuur volgt. Afstand tussen zonnevelden wordt bij verschillende landschaptypes verschillende afstanden gehanteerd: bij droogmakerijen 1000 m, veenweide 750m, stroom- en kreekruggen 500 m.
Vraag 14: Wat is de reden van die verschillende afstanden? Antwoord 14: Dit heeft te maken met de draagkracht van het landschap (ook wel het laadvermogen genoemd). Het is wenselijk het karakter van het landschap zo veel mogelijk te behouden of waar mogelijk zelfs te versterken. Aan de hand van de verkavelingsstructuur, de kavelvorm- en grootte, de aan- of afwezigheid van beplanting en de aan- of afwezigheid van water wordt bepaald hoeveel een landschapstype ‘aan kan’. Met behulp van deze factoren is de onderlinge afstand tussen zonnevelden per landschapstype bepaald. Zo zijn bijvoorbeeld de kavels op de stroom- en kreekruggen onregelmatig van vorm en relatief klein. Terwijl de droogmakerijen zich kenmerken door een langgerekte slagenverkaveling, met tussen de kavels smalle watergangen. Pag 27 Vraag 15: Wat wordt bedoeld met ''Per deelgebied (van elkaar afgesloten door structuurlijnen als A2, spoor, kanaal, de stroomruggen en kernen) is -afhankelijk van de grootte van het deelgebied- maximaal
ruimte voor gemiddeld 3 zonnevelden". Antwoord 15: Met deelgebied wordt bedoeld het gebied dat wordt aangemerkt als ‘veenweidegebied’. Op de kaart is te zien dat het veenweidegebied niet aaneengesloten is, maar wordt afgesloten van elkaar door structuurlijnen als A2, spoort, kanaal, de stroomruggen en kernen. Vraag 16: Kunt u aangeven welke deelgebieden er precies zijn waar max. 3 zonneveleden gerealiseerd kunnen worden. Antwoord 16: Dit geldt voor het hele veenweidegebied. Het veenweidegebied waaiert door de hele gemeente heen. Min of meer natuurlijke grenzen zorgen ervoor dat er afzonderlijk beleefbare gebieden ontstaan. Tegelijk is de slagenverkaveling hier ook kenmerkend, waardoor er vrij kleine kavels zijn. Om die reden is ervoor gekozen om een extra begrenzing toe te voegen van maximaal 3 zonnevelden per deelgebied binnen het veenweidegebied. De maat hiervan kan per project erg verschillen. Pag 29 bij capaciteit Zonnepanelen brengen steeds meer energie op per paneel. Het kan zijn dat er over 3 jaar minder dan 95 ha nodig is voor de doelstelling 2030. Vraag 17: Waarom is de maximum capaciteit in hectares vastgesteld en niet op de doelstelling van energieopwekking van 0,09 TWh voor grootschalige zonnevelden? Antwoord 17: Voor de vastgestelde 95 hectare wordt gerekend met energieopbrengsten per hectare die op dit moment gangbaar zijn.
Door innovatie worden zonnepanelen steeds efficiënter, maar dit zijn geen reuzensprongen. Omdat het gaat om ruimtelijk beleid is het transparanter om met een ruimtelijke schaal (hectares) te werken dan met opbrengsten. Overigens zal na 2030 de elektrificatie van onze samenleving verder toenemen, bijvoorbeeld door meer elektrisch vervoer en verwarming door elektriciteit. Alles wat nu wordt gerealiseerd draagt bij aan de uiteindelijke doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Pag 36 Stelregel is dat de invloedssfeer van elk zonneveld ongeveer 2x de straal van het zonneveld is. De invloedsferen van verschillende zonnevelden mogen elkaar niet overlappen. Vraag 18: Om ons een indicatie te geven hoe dit wordt berekend willen wij graag weten hoe de straal wordt berekend van rechthoekig zonneveld bijv van 50 x 200 m? Antwoord 18: De basis om te bepalen welke afstand tussen afzonderlijke zonnevelden moet worden aangehouden wordt bepaald door het type landschap. Er wordt geen exacte berekening gemaakt op basis van de afmetingen van een zonneveld, maar er worden vuistregels gehanteerd van 500, 750 of 1000 meter afstand. Dit is gebaseerd op veelvoorkomende kavelgroottes en openheid van het gebied. Pag 45-46 Een gebiedsfonds krijgt 50 cent per megawatt. Vraag 19: a.
Om ons een indicatie te geven hoeveel de opbrengst per jaar kan zijn willen wij graag een indicatie weten hoeveel 10 ha zonneveld gemiddeld per jaar aan Mwh oplevert voor een gebiedsfonds. b. Wie gaat het gebiedsfonds beheren? Antwoord 19a: Dit verschilt per hectare, bijvoorbeeld op basis van ruimte tussen de panelen, hoogte en hoe de panelen georiënteerd zijn. Als vuistregel kan per megawatt vermogen per jaar 0,8 tot 1,25 MWh worden aangehouden. Bij 10 hectare komt dat rond de 1.000 Mwh wat neerkomt op €500 per jaar dat
het veld actief is. Let wel: de totstandkoming van zo’n gebiedsfonds en andere vormen van financiële participatie hangen af van het participatieproces met de omgeving. Antwoord 19b: Dit is afhankelijk van de keuzes en afspraken die worden gemaakt tussen omwonenden en ontwikkelaar. De gemeente oordeelt of dit voldoende geborgd is. Bij hfdst 7 Bij het stappenplan staat niet duidelijk vermeld bij welke stap het gebiedsfonds en de samenwerking met lokale bedrijven aan de orde komt. Vraag 20: Kan u aangeven bij welke stap het gebiedsfonds en de samenwerking met lokale bedrijven in het stappenplan wordt gewaarborgd? Antwoord 20: In de voorfase (stap 1 t/m 7) stelt de initiatiefnemer een participatieplan op. Hierin geeft hij onder andere aan op welk samenwerkingsverband is afgesproken en voor welke vorm van financiële participatie is gekozen. Vervolgens voert de initiatiefnemer het participatieplan uit tijdens de voorfase en/of het principeverzoek. Het participatieplan moet zijn afgerond zodra wordt begonnen met het vergunningstraject. Kleinschalige zonnevelden: Zonnepanelen wekken steeds meer energie op. Vraag 21: Wat is de reden dat bij kleinschalige zonnevelden er van 350 m2 naar 500 m2 is gegaan? Antwoord 21: Sinds de vaststelling van het beleid voor kleinschalige zonnevelden is er een aantal aanvragen binnengekomen.
Deze aanvragen passen niet binnen het beleid, terwijl het college sommige plannen wel wil toestaan omdat ze ingepast kunnen worden in het landschap. Door deze lessen uit de praktijk is het beleid aangepast. Op deze manier hoopt het college aanvragen voor kleine zonnevelden beter te faciliteren. Vraag 22: is er overleg geweest met Tennet en Stedin of zij het mogelijk kunnen maken om aansluiting te realiseren bij zonnevelden tot 500 m2. Antwoord 22: Voor particuliere ‘kleinere’ aansluitingen, waar zonnevelden tot 500 m2 onder vallen, is nog ruimte op het net. Hierover is contact geweest met Stedin. Pag 7 Genoemd wordt dat er geen aantasting mag plaatsvinden bij onder meer landschappelijke waarden zoals het Groene Hart. Vraag 23: waarom zijn niet andere waarden genoemd zoals de stelling van Amsterdam en de cultuurhistorische omgeving bij rijksmonumenten. Antwoord 23: In het beleidsstuk voor kleinschalige zonnevelden staat opgenomen dat er geen onevenredige aantasting plaats mag vinden. Het gaat hierbij onder meer om landschappelijke waarden zoals openheid van een gebied. Daarbij wordt ook als voorbeeld de kernkwaliteiten van Het Groene Hart genoemd. Er wordt ook rekening gehouden met andere in de omgeving aanwezige functies en waarden zoals bijvoorbeeld de stelling van Amsterdam of cultuurhistorische omgeving bij rijksmonumenten.
Bij de grootschalige zonnevelden staat er een opruimplicht vermeld. Vraag 24: Wat is de reden dat er geen opruimplicht is vermeld bij kleinschalige zonnevelden? Antwoord 24: In het beleidsstuk staat op pagina 4 en 7 het volgende opgenomen over de opruimplicht: “Een zonneveld mag na aanleg ter plaatse gedurende 30 jaar aanwezig zijn. Het moet voor het einde van die termijn geheel verwijderd worden. Deze termijn kan verlengd worden. Dit kan als de eigenaar van
het zonneveld uiterlijk 3 maanden voor het einde van deze termijn een aanvraag doet tot verlenging van de termijn én het college op basis van de dan geldende regels besluit om deze termijn te verlengen.” Pag 10 Bij C staan overige initiatieven die per geval worden bekeken. Vraag 25: Gaan deze overige initiatieven dan ook onder het delegatiebesluit vallen? Antwoord 25: Over de overige initiatieven wordt in het beleidsplan aangegeven dat deze met maatwerk worden beoordeeld. Als er sprake is van een initiatief met maatwerk wordt dit overlegd met de wethouder. De wethouder bepaalt of het nodig is om het initiatief voor te leggen aan de gemeenteraad. Nieuwe ontwikkelingen De Vinkeveense plassen zijn voor zonnevelden uitgesloten, er is al eens gesproken dat de Vinkeveense plassen geschikt zijn om via water warmteuitwisseling te laten plaatsvinden. Voor het nieuwe centrumplan is dit bijv. aantrekkelijk. Vraag 26: Op welke manier wordt de mogelijkheid om warmte uitwisseling via het water uit de Vinkeveense plassen door de gemeente onderzocht om dit bruikbaar te maken voor de huizen bij het centrumplan Vinkeveen? Antwoord 26: In de transitievisie warmte is Vinkeveen aangeduid als een potentieel gebied voor een warmtenet met als bron Aquathermie (uitwisseling van warmte via het water).
Voordat we nader onderzoek uitvoeren naar de toepassing van Aquathermie is het van belang een goed beeld te hebben van de te ontwikkelen woningvoorraad. De haalbaarheid van een warmtenet hangt namelijk grotendeels af van het type afnemers van warmte. Dit inzicht ontstaat er met het vaststellen van het ruimtelijk kader centrumplan Vinkeveen. Streven is om het ruimtelijk kader vóór de zomer 2023 ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad. In dit ruimtelijk kader zal ook de ambitie worden opgenomen de warmtevoorziening te voeden vanuit Aquathermie mits een nader onderzoek een haalbare casus oplevert. In lijn met de planning van de vaststelling van het ruimtelijk kader willen we 2e helft van 2023 een haalbaarheidsstudie naar Aquathermie in Vinkeveen laten uitvoeren.