230406 beantwoording Technische vragen PvdAGroenLinks - Realisatie grootschalige en kleinschalige zonnevelden
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Pieter Kroon Fractie: PvdA/GroenLinks Datum van indienen: 4 april 2023 Onderwerp: Raadsvoorstel realisatie grootschalige en kleinschalige zonnevelden in De Ronde Venen
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Britt Weetink Datum beantwoording: 5 april 2023 Volgnummer: Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel wordt gesproken over erfmolens met een ashoogte van maximaal 20 meter. Waar komt deze maximalisering van 20 meter vandaan? Antwoord: De hoogte van 20 meter staat opgenomen in de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan Buitengebied-West. Voor het buitengebied van de voormalige gemeente Abcoude worden voor de plaatsing van erfmolens de normen van het bestemmingsplan van Buitengebied-West gehanteerd als richtlijn voor afwijking van het bestemmingplan. In het bestemmingsplan Buitengebied Abcoude zijn geen regels opgenomen voor erfmolens. 2. De energietransitie betstaat uit een aantal sporen. Om klimaatneutraal te worden gaat De Ronde Venen uit van 35% energiebesparing en het invullen van de restopgave met 15-19% zon op dak, 20 - 30% innovatie en het overige deel met energieopwek op land. Om in uiterlijk 2050 klimaatneutraal te zijn is het nodig dat er op al deze sporen voldoende voortgang zit. Dit voorstel gaat over energieopwek op land: hoe staat het met de voortgang op het vlak van zon
op dak, innovatie en energiebesparing? Hoeveel % daarvan is tot nu toe ingevuld? Antwoord: De gemeente stelde een plan van aanpak op voor zon op dak. In dit plan van aanpak wordt onderscheid gemaakt in verschillende daktypen met elk hun eigen sterktes en zwaktes, kansen en belemmeringen en mate van invloed. Dit plan van aanpak maakt inzichtelijk welke rol de gemeente heeft in het stimuleren van zonne-energie op dak. Er is aan Stedin gevraagd of zij kunnen aangeven wat de stand van zaken is van de hoeveelheid energieopwekking op grote en kleinere daken in de gemeente. Op basis van deze inzichten kunnen we bepalen welke acties we als gemeente kunnen ondernemen. Tevens ondersteunt de gemeente initiatieven voor zon op dak projecten, zoals van energie coöperatie Zon op de Ronde Venen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 4. Daarnaast zet de gemeente de komende 5 jaar volop in op energiebesparing en het isoleren van woningen. Daarvoor zijn verschillende regelingen beschikbaar. Afgelopen jaren zijn de RRE en RREW van kracht geweest om huurders en eigenaar-bewoners te stimuleren om energie te besparen in hun woning door middel van kleine energiebesparende maatregelen, zoals het plaatsen van tochtstrippen, deurdrangers, LED-lampen en radiatorfolie.
Daarnaast heeft de gemeente op dit moment een isolatieactie waarbij een selecte groep inwoners (met een eigen woning, die energietoeslag hebbe ontvangen en in een eengezinswoning wonen met een bouwjaar van voor 1992) gratis spouwmuurisolatie wordt aangeboden. Ook onderzoeken we nu de mogelijkheden voor het benutten van de Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak waarmee de gemeente een eigen isolatieprogramma kan opzetten voor koopwoningen. Waarmee slecht geïsoleerde woningen van eigenaren die moeite hebben om hun woning te verduurzamen te verbeteren. Tijdens de herijking van het Spoorboekje zal de procentuele invulling van zon op dak, innovatie en energiebesparing opnieuw bekend worden. En op iets kortere termijn de opgevraagde data van Stedin over de hoeveelheid energieopwekking op grote en kleine daken in de gemeente. 3. In aanvulling op deze vraag: in het voorstel valt te lezen dat het aantal hectares zonneveld minder is geworden doordat zonnepanelen meer opwekcapaciteit hebben gekregen. Daarmee was echter al rekening gehouden in de 20 – 30% innovatie voor wat betreft de totale opgave. Betekent dit dat we nu een deel van die innovatie onterecht verwerken in de hoeveelheid energie om op te wekken op land? Voor het RES-doel van 2030 kan dat, maar niet als het gaat om het doel om als gemeente klimaatneutraal te worden.
Antwoord: Op basis van de huidige stand van zaken (de opbrengsten van zonneparken per hectare) wordt uitgegaan van 95 hectare om het doel van 0,09 Twh voor zon-op-land te halen. Uiteraard zal innovatie de komende jaren doorgaan. Echter, wat nu de norm is geworden nemen wordt niet meer meegenomen als innovatie. Ook na 2030 zal nog extra ingezet moeten worden op energie-opwek, waar toekomstige innovatie bij kan helpen. 4. De opgave voor zon op dak moet vooral ingevuld worden door de eigenaren van deze daken: particulieren, organisaties en bedrijven. Zij kunnen dit ook door een energiecoöperatie laten doen, zoals Zon op De Ronde Venen, die dit soort daken wil benutten en daarmee de opwek op
dak versnellen en financiële participatie mogelijk maakt. Wat doet de gemeente om zon op dak projecten, zoals die van Zon op De Ronde Venen, te versnellen, ook op de daken van de gemeente? En op welke wijze worden particulieren, organisaties en bedrijven hiertoe gestimuleerd? Antwoord: Zoals aangegeven in antwoord 2 ondersteunt de gemeente initiatieven zoals Zon op De Ronde Venen. Al eerder had de gemeente de afspraak met Zon op de Ronde Venen om 7 grote zon op dak projecten te financieren. Op dit moment is de gemeente samen met Zon op De Ronde Venen bezig met een meerjarige subsidie zodat Zon op De Ronde Venen niet voor elk los project een subsidieaanvraag hoeft in te dienen. Dit scheelt veel tijd. Met deze meerjarige subsidie kan Zon op De Ronde Venen ook meerdere projecten per jaar uitvoeren. Wat zorgt voor een versnelling van het plaatsen van zonnepanelen op dak. Daarnaast heeft de gemeente de afgelopen jaren collectieve inkoopacties georganiseerd om particulieren te stimuleren duurzame maatregelen, waaronder zonnepanelen, te treffen aan hun woning. Tevens is de gemeente bezig met het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Onlangs zijn er 128 zonnepanelen op het dak van brandweerkazerne in Mijdrecht geplaatst. De gemeente helpt ook buitensportlocaties te verduurzamen. En kijkt naar het verduurzamen van scholen in de gemeente. 5.
Met het huidige voorstel is het de bedoeling om in 2030 ons RES-bod gestand te doen en 0,114 TWh op te wekken. In ogenschouw nemende de netcapaciteit en de locaties die nu in beeld zijn, is dit realiseerbaar voor 2030? Is dit ook extern getoetst? Eerder hebben bijvoorbeeld de provincie en Stedin aangegeven dat ook windenergie hiervoor noodzakelijk is. Antwoord: In het beleidsplan wordt een kader voorgelegd waarin ruimte wordt geboden voor initiatiefnemers om met plannen te komen die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Het beleid is niet extern getoetst. Zie ook het antwoord hieronder bij vraag 6. 6. In aanvulling hierop: onder kanttekening 1.2 wordt gesteld dat er bewust gekozen wordt voor spreiding van zonnevelden. Hoe beïnvloedt deze keuze de aansluitbaarheid op het energienet en de daarmee samenhangende financiële realiseerbaarheid? Hoe groot moet een veld gemiddeld zijn om financieel rendabel te zijn? Biedt het voorliggende beleid in dat licht voldoende ruimte om de doelstelling in 2030 te behalen? Antwoord: De haalbaarheid van een zonneveld hangt van veel aspecten af. Bijvoorbeeld voldoende massa of de mogelijkheid om aan te sluiten op het net. Met dit kader wordt de markt uitgenodigd om met plannen te komen. Ondanks dat de situatie op het net nu niet optimaal is, wordt er verwacht flinke stappen te zetten op dit vlak de komende jaren.
Voorliggend beleidsplan is in dat opzicht voldoende flexibel en biedt genoeg ruimte om de doelstellingen van de gemeente te halen. 7. Onder 1.8 in het raadsvoorstel wordt gesteld dat zodra de doelstelling voor 2030 behaald is, er geen nieuwe aanvragen in behandeling genomen worden voor nieuwe zonnevelden, totdat er
beleid is voor de periode daarna. Wordt dit nieuwe beleid voorzien voordat het doel in 2030 behaald is, of is dat niet het geval? Dat lijkt ons wenselijk ter voorkoming dat de energietransitie stokt. Het is immers van belang om de CO2-uitstoot zo snel mogelijk omlaag te brengen om de klimaatdoelen te halen en niet pas op het moment van de gestelde deadline. Antwoord: Het beleid wordt in 2026 geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar de opgave voor 2050. Er wordt dan gekeken of bijstelling van het beleid nodig is. 8. Het college vraagt een algemene verklaring van geen bedenkingen. De reden is om snelheid in het proces te houden en dat er anders veel aanvragen langs de raad zouden moeten komen. Om hoeveel aanvragen zou het per jaar, naar verwachting, gaan en hoeveel vertraging zou dat per project (gemiddeld) opleveren? Antwoord: Allereerst, het gaat om doorlooptijd van de omgevingsvergunning voor de initiatiefnemer zo kort mogelijk te houden. Het is verder lastig om aan te geven om hoeveel aanvragen het per jaar zal gaan. Op dit moment zijn er 4 initiatieven van lokale energie coöperaties bij ons bekend. Daarnaast hebben ongeveer 6 partijen in de afgelopen 3 maanden contact gezocht om te informeren over de stand van zaken wat betreft de mogelijkheid voor het realiseren van zonnevelden binnen de gemeente.
Voor een omgevingsvergunning voor een grootschalig zonneveld wordt de uitgebreide wabo procedure doorlopen. Deze vergunningsprocedure duurt 6 tot 9 maanden. Als er geen algemene verklaring van geen bedenkingen wordt verleend, wordt iedere aanvraag voor een zonneveld minimaal tweemaal aan de gemeenteraad voorgelegd. Een algemene verklaring van geen bedenkingen scheelt 2 tot 5 maanden in proceduretijd per zonneveld 9. In het beleidsplan zijn voorwaarden opgenomen voor de plaatsing van zonnevelden. Zijn alle voorwaarden overgenomen zoals deze waren opgenomen in de Beleidsnota Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens? Zo niet, welke zijn niet opgenomen en waarom? Zijn er ook voorwaarden aangepast? Zo ja, op welke wijze en waarom? Antwoord: Er is gekeken welke voorwaarden uit het beleidsplan ‘voorwaarden voor zonnevelden en windmolens’ konden worden overgenomen voor het huidige beleidsplan. Niet alle voorwaarden konden 1 op 1 worden overgenomen omdat sommige voorwaarden in het beleidsplan betrekking hebben op windturbines of nog zijn gericht op het ‘oude’ proces waarbij wordt uitgegaan van zoekgebieden. Veel voorwaarden uit het beleidsplan ‘voorwaarden voor zonnevelden en windmolens’ hebben de basis gevormd voor de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in het huidige beleidsplan. Echter zijn de voorwaarden soms wel anders geformuleerd of soms zelfs aangescherpt.
In de extra toegevoegde Bijlage 1 – Overzicht voorwaarden is een overzicht opgenomen waarbij wordt aangegeven hoe de voorwaarden met elkaar in verhouding staan.
10. Bij de verschillende landschapstypen worden voorbeelden gegeven van zonnevelden die gelegen zijn aan bestaande huiskavels. Is het ook mogelijk binnen dit beleid om zonnevelden aan te leggen die niet direct aan een huiskavel gelegen zijn? Antwoord: Ja, het is ook mogelijk om kavels te gebruiken die niet direct aan een huiskavel gelegen zijn. Alle ‘donker’ groene gebieden op de uitnodigingskaart zijn geschikt voor zonnevelden en de lichtgroene gebieden zijn alleen mogelijk voor de realisatie van zonnevelden als ruimtelijke ontwikkelingen niet belemmerd worden. 11. Is er in dit beleid ook rekening gehouden met energieprojecten die ontkoppeld worden van het energienet, bijvoorbeeld met lokale opslag en/of een lokale grotere energievrager? Ontkoppeling van het energienet mag vanuit de wet voor zover wij weten niet, maar er wordt wel mee geëxperimenteerd met toestemming van het ministerie en dat zou wellicht ook in De Ronde Venen kunnen. Antwoord: Het gaat met name om ruimtelijk beleid, om de inpassing van projecten te kunnen borgen en waarbij randvoorwaarden worden gesteld die duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers. Ontkoppeling, maar bijvoorbeeld ook opslag en handel via opslag, zijn niet direct in dit kader meegenomen. 12. Bij de vaststelling van de zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens zijn een aantal moties aangenomen.
Waaronder het voorrang geven aan lokale initiatieven. Op welke wijze wordt daar invulling aan gegeven met dit beleid? Antwoord: Bij uitnodigingsplanologie is het niet mogelijk om voorrang te geven aan lokale initiatieven (of andere partijen). In het beleidsplan zijn wel voldoende voorwaarden opgenomen over lokaal eigendom en financiële participatie. Zodat inwoners van gemeente De Ronde Venen meeprofiteren van de zonnevelden. Tevens hebben lokale energie-initiatieven eerder aangegeven weinig te voelen voor het oorspronkelijke proces met een gebiedsproces en tender per zoekgebied. 13. In het beleidsplan wordt onderscheid gemaakt tussen NNN waar al wel en nog geen natuur is gerealiseerd. Waar komt dit onderscheid vandaan? Waarom is het wel mogelijk om een zonneveld te realiseren op percelen waar nog geen natuur is ontwikkeld? Is het (te ontwikkelen) natuurtype niet bepalender voor het al dan niet mogelijk zijn van een combinatie met zonnevelden? Antwoord: Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden zijn wettelijk beschermde gebieden. De realisatie van zonnevelden binnen deze bestaande natuurgebieden is niet mogelijk. Deze gebieden zijn uitgesloten op de uitnodigingskaart. Naast deze bestaande natuurgebieden, zijn er ook zoekgebieden binnen de NNN aangewezen om nieuwe natuur te realiseren.
Deze gebieden zijn op de uitnodigingskaart aangegeven als zones NNN aandachtsgebied. In de (interim) provinciale omgevingsverordening staat aangegeven dat de provincie in algemene zin
zonnevelden buiten het NNN, de Groene Contour en weidevogelkerngebieden wil realiseren. Echter, in sommige gemeenten is dat erg ingewikkeld, daarom zijn er wel een aantal mogelijkheden. En is NNN gebied als ‘nee, tenzij’ aangewezen. Als een initiatiefnemer een zonneveld wil realiseren dat ook een zoekgebied is voor NNN, zal hij moeten voldoen aan de artikelen uit de (interim) provinciale omgevingsverordening. Dit staat aangegeven op pagina 20 en 21 van het beleidsplan. 14. Bij financiële participatie wordt uitgegaan van tenminste 50% lokaal eigendom. Als voorbeeld voor een vereiste wordt genoemd dat tenminste 25 omwonenden participeren. Is dit ook een verplichte eis, wat wil zeggen dat er in de omgeving meerdere eigenaren moeten zijn en niet slechts één of twee eigenaren die samen tenminste 50% lokaal eigendom hebben? Antwoord: Onder lokaal eigendom wordt verstaan inwoners van gemeente De Ronde Venen en/of omwonenden van andere gemeenten die op maximaal 5 km van het initiatief wonen mede-eigenaar zijn. Het voorbeeld van 25 inwoners/omwonenden is een richtlijn dat men kan verwachten waar de organisatie van lokaal eigendom uit bestaat. Dit is geen harde eis, omdat op sommige plekken 50% lokaal eigendom kan worden behaald met minder dan 25 inwoners/omwonenden. Dit is afhankelijk van hoeveel inwoners/omwonenden op maximaal 5 km van het initiatief wonen.
Schijnconstructies waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen zijn niet toegestaan. 15. In aanvulling hierop: wordt hierbij ook specifiek de participatie van lagere inkomensgroepen meegenomen? Zij kunnen immers niet altijd financieel participeren, maar hebben net zo goed te maken met de verandering in het landschap als hogere-inkomensgroepen. Antwoord: Participatie heeft betrekking op alle omwonenden, dus ook inwoners van lagere inkomensgroepen. Tijdens het participatieproces wordt afgesproken welk samenwerkingsverband is gevormd en voor welke vorm van financiële participatie is gekozen. De organisatie van lokaal eigendom bestaat uit inwoners/omwonenden die allen evenveel zeggenschap hebben, onafhankelijk van hoeveel zij geïnvesteerd hebben. 16. Randvoorwaarde C.3 vraagt onevenredige schade voor pachters te voorkomen. Is deze voorwaarde aanvullend op de bestaande wettelijke bescherming van pachters? Zo ja, wat is wettelijk geregeld en wat voegt deze bescherming hiermee toe? Is het vinden van vervangende grond op de schaal van De Ronde Venen realistisch? Antwoord: Een pachtovereenkomst geldt voor een bepaalde tijd, en wordt telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
De overeenkomst kan tegen het einde van iedere in artikel 325 bedoelde termijn door ieder van de partijen worden opgezegd. Voorwaarden voor reguliere pacht staan beschreven op de website van de RVO. Aanvullende informatie over regels voor reguliere pacht leest u in artikel 317-326 titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De toevoeging van randvoorwaarden C.3 kan vooral worden gezien vanuit het belang van
pachters rondom een zonneveld. Dat de bedrijfsvoering kan worden voortgezet als een gebied in de buurt zich aandient voor een zonneveld. 17. 500 meter rondom kernen wordt in dit beleid vrijgehouden, tenzij aangetoond kan worden door de initiatiefnemer dat dit geen ruimtelijke ontwikkelingen in de weg zit. Moet de gemeente die informatie niet leveren? Hebben we als gemeente een overzicht van waar in de kernrandzones ruimtelijke ontwikkelingen voorzien worden tussen nu en 2030/2050? Zo ja, is het in theorie mogelijk de zones daarop aan te passen en zo eerder duidelijkheid te geven aan initiatiefnemers over de mogelijkheden in deze zones voor zonnevelden? Antwoord: Als een initiatiefnemer zich meldt bij de gemeente, wordt de bij ons bekende informatie over het gewenste gebied gedeeld (niet op detailniveau). In de kaart van de zoekgebieden is op hoofdlijnen al rekening gehouden met ontwikkelingen. Maar dat is een momentopname. 18. In aansluiting hierop: er wordt gesproken over kernrandzones vanuit het provinciale beleid en vanuit de gemeentelijke structuurvisie. Op de kaart zoals weergegeven op pagina 18 lijkt die kernrandzone uit de structuurvisie alleen op het Gein Noord en een klein deel tussen Waverveen en Mijdrecht te liggen, klopt dat? Een groot deel van deze gebieden zijn echter niet direct aan randen van kernen gelegen.
Wat is het doel van deze gebieden en waarom zijn deze uitgesloten? En is dat ook de reden dat Gein Noord volledig is uitgesloten voor zonnevelden, of is/zijn daar nog een andere reden of redenen voor? Antwoord 18: De kernrandzones uit de gemeentelijke structuurvisie bestaan uit Marickenland West, Abcoudermeer en noordrand Abcoude, Zuidrand Abcoude, Demmeriklanden Vinkeveen en de Driehoek Mijdrecht – Wilnis. In kernrandzones, gebieden grenzend aan kernen maar buiten de ‘rode contouren’ bestaan kansen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Daarom zijn de kernrandzones uitgesloten voor zonnevelden. Hieronder is per kernrandzone de toelichting uit de gemeentelijke structuurvisie te lezen. Abcoudermeer en Noordrand Abcoude (bovenstaand in de vraag genoemd als Gein Noord) De noordkant van Abcoude beslaat het gebied ten noorden en ten zuiden van het Gein en vormt een groene open buffer tussen de stedelijke bebouwing van Amsterdam Zuidoost en Abcoude. Door deze bufferzone vrij te houden van grootschalige stedelijke functies, wordt Abcoude geen onderdeel van de stad maar blijft herkenbaar als afzonderlijk dorp. In het verleden was dit gebied een Rijksbufferzone. Het Rijk heeft deze zones echter opgeheven en bescherming is nu opgenomen in de Structuurvisie. Het Abcoudermeer biedt mogelijkheden om recreatie aan de rand van de kern te versterken.
Beleid richt zich op het benutten van deze potentie door het toestaan van nieuwe recreatieve voorzieningen en ontwikkelen van extra aanlegplaatsen
Zuidrand Abcoude Het buitengebied aan de zuidkant van Abcoude heeft landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Deze worden enerzijds gevormd door de Stelling van Amsterdam met typerende verdedigingslijn, Fort Abcoude, accessen en schootsveld en de Oude Hollandse Waterlinie met typerende verdedigingslijn en voormalig slot Abcoude (zie ‘Cultuurhistorie’ paragrafen3.4 e.v.). En anderzijds door het voormalige middeleeuwse slot Abcoude, een beschermd archeologisch rijksmonument, en de voormalige buitenplaats Koppelrust, ook wel De Coppel genaamd. Beide archeologische gebieden zijn nog altijd duidelijk in het landschap waarneembaar. De ontwikkeling van recreatieve routes en extensieve vormen van horeca aan de randen van het dorp, maakt de zuidrand van Abcoude beter beleefbaar. De gemeente borgt behoud van archeologisch waardevolle gebieden door zorgvuldige inpassing van routes en voorzieningen in het militaire landschap. Demmeriklanden Vinkeveen Vinkeveen staat bekend om de watergerelateerde recreatiemogelijkheden. De hoeveelheid openbaar groen en recreatieve wandelroutes is echter beperkt. Vinkeveen heeft zich om Demmeriklanden heen ontwikkeld. In dit gebied tussen Spoorlaan, Demmerik, Ringdijk en Heulweg is de historische verkaveling nog aanwezig.
De bijzondere ligging midden in het dorp maakt dit gebied bijzonder geschikt om de ‘groene’ recreatiemogelijkheden in Vinkeveen te versterken. Beleid richt zich op ontsluiting van dit gebied en inrichting als openbaar groen recreatiegebied met beperkte woonfunctie. Het historische landschap is uitgangspunt bij de inrichting. Recreatie is de hoofdfunctie en wonen is ondergeschikt. Marickenland West Marickenland is een gepland natuur- en recreatiegebied van ongeveer 450 ha tussen Mijdrecht, Vinkeveen, Wilnis en Waverveen. Het gebied ten oosten van de N212 en de Hoofdweg is onderdeel van de zogenoemde ecologische hoofdstructuur. Het gebied ten westen van de N212 van ongeveer 150 ha is opgenomen als recreatiegebied. Dit gebied is aangewezen als zogenoemde kernrandzone, omdat hier kansen bestaan voor recreatieve ontwikkelingen, gericht op 72 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 beleving van natuur en landschap (zie ook paragraaf 3.5.2 ‘recreatieve ontwikkelingsgebieden’). Driehoek Mijdrecht – Wilnis Het open groene gebied tussen Wilnis en Mijdrecht is door haar vorm ook wel bekend als ‘De Driehoek’. Deze weilanden zijn volledig omsloten door stedelijk gebied, zodat hier van nature sprake is van een zogenoemde stedelijke invloedssfeer, met effecten van het omliggende stedelijk gebied.
Ontwikkeling dient samen te hangen met de aangrenzende kernen en dient een duurzame bijdrage te leveren aan de kwaliteit en de leefbaarheid in deze kernen.