230308 CU-SGP IHP vragen en antwoorden
Tekst van het document
CU/SGP, Wim Stam Hoewel er op donderdag 9 maart een technische commissie is gepland, verstrekken wij hierbij alvast de technische vragen zoals we die nu hebben kunnen formuleren. We vermoeden dat het er teveel zijn om mondeling te behandelen, derhalve mag een schriftelijke reactie ook. Als dat uiterlijk donderdag ruim voldoende voor de TC beschikbaar is, kunnen we daar wellicht in de TC nog zo nodig nadere duiding vragen. Het zijn misschien wel veel vragen, maar het gaat ook over veel geld.
1. Hoe is de financiële verhouding tussen gemeente en scholen en gymvoorzieningen? Bv school huurt gymzaal van dorpshuis, die nu verduurzaamt wordt door gemeente. Maw gemeente betaalt investering, school betaalt huur en dorpshuis heeft lagere energiekosten en lagere onderhoudskosten. Worden die voordelen bv in huur voor scholen resp. subsidie van gemeente verwerkt (verlaging)? Schoolgebouwen: De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting voor de schoolgebouwen binnen de gemeentegrenzen en ontvangt hiervoor van het Rijk een verhoogde algemene uitkering. Als een schoolbestuur recht heeft op een voorziening in de huisvesting (nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting etc.) dan moet de gemeente dit bedrag investeren en in de boeken van de gemeente opnemen. Gymnastiekvoorzieningen: Schoolbesturen zijn wettelijk verplicht om het vak bewegingsonderwijs aan hun leerlingen aan te bieden. Voor de noodzakelijke huisvestingsvoorziening (= gymzaal + inrichting) moet de gemeente zorgdragen. De gemeente De Ronde Venen heeft zelf drie ‘eigen’ gymnastiekvoorzieningen (De Brug, De Eendracht en Phoenix, allen te Mijdrecht) en stelt deze -om niet- beschikbaar aan het basisonderwijs; (het voortgezet onderwijs in De Ronde Venen beschikt in zowel Mijdrecht als Vinkeveen over eigen gymnastiekvoorzieningen).
De gemeente kan ook klokuren bewegingsonderwijs voor de basisscholen inkopen bij gymnastiekvoorzieningen die eigendom van anderen zijn, bijv. dorpshuizen, annex gymzaal. Dus de school(bestuur) betaalt geen huur. Als de gemeente investeert in het realiseren van duurzaamheidsvoorzieningen in nietgemeentelijke gymzalen, dan hebben die eigenaren minder exploitatiekosten. De exploitatie staat onder enorme druk, door gestegen bouwkosten en energielasten. Zonder maatregelen is een hogere exploitatievergoeding onontkoombaar. Door de investeringen in duurzaamheid en groot onderhoud kan de stijging van de exploitatievergoeding worden voorkomen. 2. Waarom opnieuw morrelen aan de afschrijftermijnen. Hebben we in het verleden uit bezuiniging motieven al eens gedaan en een paar jaar later weer teruggedraaid. Het college kiest voor de investeringen vanuit het IHP voor een investeringsprijs van € 3.269 per m² (inclusief alles), omdat deze prijs goed aansluit bij de huidige prijzen voor onderwijshuisvesting. Dit bedrag is € 570 per m² meer dan de normvergoeding voor onderwijshuisvesting van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), en voorts € 690 per m² meer dan de norm van het geldende Bouwbesluit.
Die hogere prijs geeft een andere, betere, duurzamere kwaliteit en daarom kan ook een nieuwe investering in onderwijshuisvesting in 50 jaar worden afgeschreven; althans voor de gebouwen die vanuit het vast te stellen IHP vervangen, of gerenoveerd, gaan worden.
3. Hebben we de extra rijksvergoeding (sinds 1997) inzichtelijk en ook de uitgaven voor dat doel? In hoeverre zijn we daaraan tekort gekomen of hebben we er aan over gehouden. Zijn die gelden via een aparte administratie gelopen en dus inzichtelijk gehouden? Gelden voor onderwijshuisvesting ontvangt de gemeente als onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering is een algemeen dekkingsmiddel. Dat houdt in dat de gemeente vrij is in de besteding daarvan. Om de hoogte van de te ontvangen algemene uitkering per gemeente te kunnen berekenen gaat het Rijk uit van een groot aantal maatstaven (zoals aantal inwoners, grondoppervlakte, jongeren). Vervolgens is de algemene uitkering gebaseerd op clusters, waarvan het cluster onderwijs er een van is. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud door het Rijk van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. De algemene uitkering wordt als totaalbedrag geraamd en verantwoord. Er is dus geen sprake van een aparte administratie. Uit de septembercirculaire 2022 blijkt dat voor De Ronde Venen het cluster onderwijs in 2023 circa € 5 miljoen bedraagt.
In benchmarks worden tegenover dit cluster de nettolasten van de volgende gemeentelijke taakvelden afgezet: 4.1 Openbaar onderwijs, 4.2 Onderwijshuisvesting en 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken. In de begroting 2023-2026 (bladzijde 135) zijn daar in 2023 de volgende nettolasten op geraamd: 4.1 openbaar onderwijs € 116.000 4.2 Onderwijshuisvesting € 1.015.000 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken € 2.042.000 Totaal is dit dus een bedrag aan nettolasten van € 3.173.000. Resumerend: Cluster onderwijs van algemene uitkering 2023 Nettolasten onderwijs gemeentebegroting 2023 Onderbesteding
5.000.000 3.173.000 1.827.000
Ter vergelijking 2021 (en meer gedetailleerd):
Algemene uitkering Nettolasten 2021 Verschil
Onderwijshuisvesting 2.496.000 1.409.000 1.087.000 (onderbesteding)
Overig Educatie 1.752.000 2.266.000 514.000 (meer besteding)
Totaal Educatie 4.248.000 3.675.000 573.000 (onderbesteding)
4. Is er een verklaring voor de enorme verschillen in onderhoudskosten per m2 (ca € 9,00 voor Vlinderbos tegenover ca € 220 voor Windroos) Deze verklaring is er zeker. De onderhoudsplannen en de daar bijbehorende kosten zijn aangeleverd door de schoolbesturen zelf. LindHorst heeft geconstateerd dat alle schoolbesturen het op een andere manier doen. Zo heeft het Vlinderbos veel planmatig onderhoudslasten niet in het MJOP staan.
Daarentegen heeft de Windroos een onderhoudsplan incl. toekomstige verduurzamingsmaatregelen. Hierdoor schieten de investeringslasten omhoog. In de analyse is wel getracht de onderhoudsplannen op basis van ervaring van LindHorst gelijkwaardig te beoordelen. Zo is er ook een aanvullend gesprek geweest bij de Vlinderbos om te wijzen op de kwaliteit van hun MJOP. 5. De onderhoudskosten zijn voor rekening van de scholen; gezien die grote verschillen is het voor de ene school veel interessanter om te renoveren of eventueel vervangen dan de andere school. Zit er nog een verrekenmechanisme in als de gemeente flink investeert, waarbij de school ook bijdraagt uit de besparing van onderhoudskosten? Voorbeeld: Windroos komende 10jr ca 2,5 miljoen onderhoud. Als ze nieuw bouwen en op een m2 kosten niveau van 20 euro kunnen terechtkomen, sparen ze ruim 2 miljoen uit (nog afgezien van de besparing op energie). Dit is geen optie. Een schoolbestuur kan nooit afgerekend worden op het goed huisvaderschap van zijn of haar gebouwen. Elk schoolbestuur krijgt een gelijkwaardige vergoeding voor het onderhoud, dit is circa 36 euro per m2. Het schoolbestuur mag zelf weten hoe zij dit inzetten. Het is voor schoolbesturen slechts in beperkte mate toegestaan om mee te investeren in nieuwbouw, dat is bij renovatie anders.
Dus kan bij nieuwbouw slechts minimaal een eigen investering verwacht worden van het schoolbestuur. Schoolbesturen zijn hiermee bekend. 6. Kan het grote overschot aan m2 in De Hoef niet ingezet worden voor een Kinderdagverblijf? Dat brengt ook weer extra reuring en is een kostendrager voor de school. Dat is een keuze van het schoolbestuur, én van een organisatie voor kinderopvang die daar ‘brood in ziet’. De school biedt in ieder geval nu ook buitenschoolse (BSO) en tussenschoolse opvang (TSO) aan. 7. Wat zijn de bouwjaren en de omvang in m2 van de drie gymvoorzieningen (Brug, Eendracht en Phoenix) Zaal De Brug De Eendracht
Stichtingsjaar 1959 1974
Sportvloer 240 m² (20 x 12) 448 m² (28 x 16)
Phoenix
2006
1.344 m² (48 x 28)
‘Footprint’ gebouw 526 m² 1.010 m² incl. aangebouwde sportcafé Cens 1.843 m²
8. U schrijft dat basisscholen geen eigen gymvoorzieningen hebben, maar is dat in alle gevallen zo? (bv de julianaschool heeft een gymlokaal; of is dat de enige uitzondering) In De Ronde Venen zijn geen schoolgebouwen in het basisonderwijs met een eigen gymnastiekvoorziening. Alle basisscholen in De Ronde Venen beschikken over een speellokaal. Dit is een lokaal met een grotere oppervlakte waar met name de leerlingen van de groepen 1 en 2 (4 en 5 jaar) tijdens de lesweek bewegend spelen. De leerlingen van de groepen 3 tot en met 8
ontvangen bewegingsonderwijs (les!) van een vakleerkracht (of een bevoegde leerkracht) in een gymzaal of sporthal. 9. Is ook nagegaan welke duurzaamheidssubsidies er mogelijk zijn, bv bij rijk, provincie of wellicht Europa. Zowel als gemeente uitvoert dan wel als schoolbestuur uitvoert. De subsidiemogelijkheden komen aan bod in het onderzoek dat in 2023 wordt uitgevoerd naar de mogelijkheden van verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat van de in de lijst genoemde schoolgebouwen. De schoolbesturen trekken hierin samen op met de gemeente. 10. We hebben ook een paar oude schoolgebouwen, zelfs meer dan 100 jaar oud; zijn hier gebouwen bij met een monumentale status? Neen. Alleen gymzaal De Brug (1959) is een gemeentelijke monument. Het gebouw van Christelijke Nationale School Abcoude aan Blomswaard 2 te Abcoude ‘kan gezien worden als cultuurhistorisch waardevol’, maar is niet op de monumentenlijst opgenomen en kent dus geen bescherming. 11. We zien vier scholen minder dan 20 jaar oud, maar met forse verschillen in boekwaarde. Als we dat relateren aan boekwaarde per m2 BVO dan zien we dit staatje; is daar een logische verklaring voor?
Obs Piet Mondriaan is in het Piet Mondriaan Gebouw gehuisvest. Samen met de gemeentelijke theaterzalen, een openbare bibliotheek een eigen ruimte voor een muziekvereniging en ruimten voor kinderopvang. Het PMG is vanwege de voormalige gemeente Abcoude gerealiseerd. Onduidelijk is waarom hier sprake is van een dergelijke hoge m² prijs. Het schoolgebouw van de Pcbs Fontein is ontstaan uit een initiatief van het toenmalige schoolbestuur. Het betrof de samensmelting van twee van haar basisscholen. Het schoolbestuur was toen eigenaar van de grond en de opstal van één van de twee schoolgebouwen. Het schoolbestuur heeft de verkoopopbrengst daarvan ingezet voor nieuwbouw van de gefuseerde Pcbs Fontein, waardoor de gemeente De Ronde Venen relatief weinig heeft moeten investeren in onderwijshuisvesting. Obs De Pijlstaart is gehuisvest in een schoolgebouw met meerdere appartementen erboven. De realisering van dit schoolgebouw was onderdeel van het zogenaamde PAPP project (Paus Joannes Mavo, een nieuw gebouw voor VeenLandencollege, Appartementen, ondergrondse Parkeerplaatsen voor bewoners en de Pijlstaart. Onduidelijk is hoe de gemeentelijke investeringskosten van het PAPP-project tussen 2008 en 2012 zijn toegerekend.
Het schoolbestuur van Pcbs Schakel heeft met de geraamde kosten voor groot onderhoud (toen nog) en een forse financiële bijdrage (uit eigen middelen, niet zijnde rijksbekostiging) een nieuw schoolgebouw gerealiseerd. Dus een relatief lage investering voor de gemeente. 12. De totale investeringsomvang wordt geschat op ca 61 miljoen in 15 jaar. Ter vergelijk, hoeveel hebben we de afgelopen 15 jaar in onderwijshuisvesting geïnvesteerd? Van de genoemde 61 miljoen komt afgerond 51 miljoen voor rekening van de gemeente. Vanaf 2008 t/m 2022 is een bedrag van circa € 9,4 miljoen in onderwijshuisvesting geïnvesteerd. Dit is exclusief het beschikbaar gestelde bedrag voor nieuwbouw Kindcentrum Hofland ad € 10.250.000, waarvan tot nu toe slechts een fractie is besteed. 13. Dit plan heeft een enorme impact op de financiële positie van de gemeente. Zowel onze schuldenlast (60 miljoen lenen in 15 jaar) als op de begroting via de kapitaalslasten. Kunt u een overzicht verschaffen die ons inzicht geeft in de komende 15 jaar van deze impact (zowel in onze schuldenlast als in onze begrotingsresultaten en algemene reserve) waarbij ook meegenomen is het aandeel in de rijksvergoeding tbv onderhuisvesting als dekking van die kapitaallasten; uiteraard met inzicht in de verschillende componenten en niet alleen gesaldeerd.
Het uitzetten in de tijd per jaar is lastig omdat het hier gaat om een plan weliswaar met een doorkijk van 15 jaar maar wel met een herijking om de 4 jaar. Als naar de totale periode van 15 jaar wordt gekeken kan het volgende worden gezegd. Schuldpositie: er vanuit gaande dat de gemeente het totale investeringsbedrag zal moeten lenen is er inderdaad sprake van een toename van de schuld. De huidige vaste schuld van de gemeente bedraagt € 54 miljoen. Deze zal echter niet met genoemd bedrag toenemen, omdat er in de komende jaren ook sprake is van jaarlijkse aflossingen op de schuld. Op dit moment lost de gemeente jaarlijks met circa € 4 miljoen af. Bij toename van de schuld zal dit aflossingsbedrag ook toenemen. Naast het IHP hebben ook andere toekomstige investeringsbeslissingen van de raad (wegen, gebouwen, riolering e.d.) impact op de schuldpositie. Als wordt gekeken naar de schuldquote, waarbij de schuld wordt afgezet tegen de omzet van de gemeente dan bedraagt deze bij de huidige schuld circa 54%. Een schuldquote van 130% of meer wordt als risicovol gezien. Hoe hoger de schuldquote, des te meer rentelasten en aflossingslasten op de exploitatie drukken. Belangrijk is dus dat de uit de investeringen voortvloeiende kapitaallasten structureel in de begroting worden gedekt. Daarmee is ook geborgd dat de gemeente de schuldenlast kan afbetalen.
Begrotingsresultaten: De uit het IHP voortvloeiende jaarlasten (rente en afschrijving) bedragen, zoals te zien is op blz.31 van het IHP lopen op tot 2034 op tot circa € 2 miljoen en nemen daarna weer af doordat sprake is van afname van de boekwaarden. Het IHP gaat uit van een rentepercentage van 2. En tevens inclusief de jaarlasten van het in december 2022 door de raad beschikbaar gestelde extra krediet voor Kindcentrum Hofland. In het raadsvoorstel IHP is weergegeven dat de kapitaallasten vanaf 2025 ruim € 0,3 miljoen bedragen en vanaf dat moment jaarlijks toenemen. Daarbij is rekening gehouden met een
rentepercentage van 1% conform de door de raad vastgestelde uitgangspunten in de begroting 2023-2026. Ook zijn de lasten van Kindcentrum Hofland daarin niet meegenomen omdat daarover in december 2022 en apart raadsbesluit is genomen. Daarmee bereiken de kapitaallasten een piek van circa € 1,4 miljoen in 2034.De stijgende rente heeft tot gevolg dat de jaarlasten zullen toenemen. Dit wordt jaarlijks, voor overigens alle investeringen, beoordeeld en zo nodig verwerkt, in de kadernota en de eerstkomende begroting. Dekking voor de uit het IHP voortvloeiende structurele lasten is nog niet in de huidige begroting opgenomen. De structurele lasten voor de komende 4 jaar worden verwerkt in de kadernota 2024. Algemene reserve Ten laste van de algemene reserve wordt gebracht € 1.619.000 (beslispunt 5) en bijkomende kosten (blz. 32 IHP) € .4.650.000. In de begroting 2023-2026 is de stand van de algemene reserve geprognosticeerd op een stand van € 22,3 miljoen in 2023. Daarbij is een minimum ondergrens vastgesteld van € 10 miljoen. Na aftrek van bovenstaande kosten is de stand € 16 miljoen.
Voor de Boei en de Willistee is nu circa € 5,3 miljoen opgenomen, echter een beslispunt in het raadsvoorstel is om een plan uit te laten werken voor de levensduurverlengende renovatie van de gymvoorzieningen van de niet-gemeentelijke dorpshuizen De Boei te Vinkeveen en de Willisstee te Wilnis en dit over uiterlijk een jaar ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad, Dan is er ook meer duidelijkheid over de financiële consequenties. Rijksvergoeding Verwezen wordt naar het antwoord op vraag 3. 14. In het rapport lezen we (pag 12): “Kinderopvang kan niet zomaar uit het gebouw geduwd worden”. Op zich begrijpen we dat, maar het kan wel knellen. Bv als er voor een langere periode leegstand van lokalen is, de kinderopvang groeit en die lokalen wil gaan gebruiken, maar de prognoses laten zien dat na bv 5 jaar die lokalen weer nodig zijn voor de school. Wat is het verhuurbeleid en hoe wordt er voorkomen dat we in knellende situaties komen waarbij de gemeente extra lokalen moet gaan financieren die feitelijk niet nodig zijn omdat ze door de kinderopvang bezet zijn. Met de schoolbesturen is besproken dat kinderopvang in beginsel één leslokaal met nevenruimten (bijv. verkeersruimte, berging, sanitair en kantoortje) kan betreffen. Het gaat in voorkomende gevallen om maatwerk en afspraken tussen gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisatie.
De basis blijft altijd dat de kinderopvang de afschrijvings- rentelasten via een kostprijs dekkende huur aan de gemeente verschuldigd is. De gemeente gaat niet ongebreideld investeren in kinderopvang. 15. Op pag. 20 van het rapport lezen we: “Op basis van diverse uitgangspunten, gebouwaspecten en weegfactoren is een prioritering gemaakt” en “In co-creatie met de schoolbesturen is de prioritering op pagina 21 opgesteld.” Echter op pag. 21 zien we alleen een planning, maar onduidelijk is hoe nu die prioritering is uitgevoerd (Dus hoe die verschillende uitgangspunten zijn gemeten en gewaardeerd en hoe dat dan tot deze volgorde heeft geleid). Kunt u ons daar meer inzicht in geven?
Er heeft een intensieve tweedaagse plaatsgevonden waarbij de gemeente in goed overleg met de schoolbesturen de prioritering, en dus planning heeft bepaald. Op basis van feiten hebben de adviseurs eerst concept planning voorgelegd. Denk hierbij aan informatie vanuit data inzake van bouwjaren, onderhoudslasten en boekwaardes. Daarnaast is er een prioritering lijst gemaakt op basis van de visies (kwaliteit , functionaliteit, capaciteit, veiligheid, duurzaamheid e.d.) van de verschillende schoolbesturen en hun wens hierin. Hierin kwam LindHorst al snel tot de conclusie dat de prioritering vanuit de analyse, de visie van het schoolbestuur en de visie van de gemeente veel overlap hebben met elkaar. Met een kleine verschuiving in de prioritering en een goede verdeling in de 4 jaarlijkse cyclus is de prioritering / planning met elkaar vastgesteld. 16. Kunt u een nadere duiding geven van waar u aan denkt mbt de “nadere afspraken” over de investeringslasten bij opvangvoorzieningen (opmerking onder 6.3)? Bv hoe zorgen we ervoor dat die 1,6 miljoen voor de kinderopvang bij Hofland/Eendracht (incl. rente) ook daadwerkelijk terugkomt? De gemeente maakt -net als bij Pcbs Fontein en Obs Piet Mondriaan- vooraf met de kinderopvangorganisatie schriftelijke en meerjarige afspraken over een kostprijs dekkende huur. De basis hiervoor is de investering (inclusief rente) gedeeld door 50 jaar. 17.
Conform tabel en tekst op pag. 29 van het rapport blijkt dat de gemeente 100% de gymvoorzieningen in de dorpshuizen financiert. Daarmee is er ook een belang voor de gemeente dat die zalen in goede conditie blijven. Zijn er afspraken (schadeverhaal) gemaakt over medegebruik en dan vooral bij niet-sport activiteiten met risico op schade waardoor de investering aangetast wordt? Nu de gemeente met het IHP wil investeren in planmatig onderhoud én duurzaamheidsmaatregelen in de gymzalen van de dorpshuizen maakt de gemeente vooraf afspraken met de eigenaren (stichtingen) over de voorwaarden van de gemeentelijke investering. Zo moet de stichting bijv. garanderen dat de gymnastiekvoorziening tijdens schooltijden altijd voor onderwijs beschikbaar is, en geschikt blijft.