230206 Beantwoording technische vragen VVD - Raadsvoorstel startnotitie maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Logo
Naam indiener: Timo Brockhoff Fractie: VVD De Ronde Venen Datum van indienen: 29.01.2023 Onderwerp: Startnotitie maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Henrike Geurkink Datum beantwoording: 6 februari 2023 Volgnummer: Inleiding Naar aanleiding van het raadsvoorstel startnotitie maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen en de bijbehorende bijlagen hebben wij de volgende vragen. Vragen 1. In het raadsvoorstel wordt gesproken over de reële optie om het eigendom van de grote dorpshuizen als gemeente over te nemen. In de verwijzing naar de nota vastgoed uit 2017 wordt juist benadrukt dat vastgoed geen kerntaak van de gemeente is en dat vastgoed wordt afgestoten met doel het maatschappelijk en economisch rendement te verhogen. Hoe staat dit in verhouding met elkaar? Antwoord: Het lijkt in het licht van de beleidsnota Vastgoed tegenstrijdig om te overwegen om vastgoed in eigendom over te nemen. Dat is het gevolg van de bijzondere positie van de dorpshuizen. En van de wens vanuit de Maatschappelijke Agenda om ontmoeting en verbinding binnen de dorpen te ondersteunen. De dorpshuizen hebben als functie dat ze onderdak bieden aan activiteiten voor ontmoeting en verbinding. Hiervoor houden ze het gebouw in stand. Als gemeente geven we hiervoor een subsidie. De grotere dorpshuizen hebben moeite om deze functie met de beschikbare middelen goed te vervullen. De gemeente vindt de maatschappelijk functie en de instandhouding (inclusief gymzalen) belangrijk, maar
de mogelijkheid om te sturen op de uitvoering van deze maatschappelijke functie is beperkt. Hierdoor is sprake van een voor alle partijen onbevredigende situatie. Het in eigendom overnemen van dit vastgoed is een optie om deze situatie aan te pakken. De Nota Vastgoed geeft aan dat er sprake moet zijn van voldoende maatschappelijk en financieel rendement om vastgoed in gemeentelijk eigendom te houden. Als eigenaar kunnen we zoeken naar gerichte maatregelen om het maatschappelijk en financieel rendement te verhogen. Als gemeente hebben we ook inzicht in andere ontwikkelingen in de dorpen. Die kunnen we bij de afwegingen rond de dorpshuizen betrekken. 2. Bij punt 1.3 in het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de subsidie voor zowel de instandhouding van het gebouw als voor de dagelijkse exploitatie en activiteiten wordt gebruikt. In het onderzoek van de rekenkamer wordt aanbevolen subsidies te koppelen aan doelstellingen. Is het mogelijk de huidige subsidie op te splitsen voor meer inzicht in het gebruik van de subsidie en daarmee te koppelen aan doelstellingen? Antwoord: Ja, het uit elkaar trekken van de kosten voor instandhouding van het gebouw en de kosten voor exploitatie en activiteiten door dorpshuizen is een mogelijke maatregel om meer grip te krijgen op (de relatie tussen) de doelstellingen en de kosten.
Overigens zetten we ook andere stappen om doelstellingen duidelijker aan subsidies te koppelen. Bij voorbeeld door aan de subsidiebeschikkingen steeds vaker Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) te koppelen. 3. Wordt naast het kijken met gebruikers naar de behoefte ook breder gekeken? Om zo in beeld te krijgen wat de behoefte is bij inwoners. Denk bijvoorbeeld aan het panelonderzoek. Antwoord: De consultatie van eigenaren en gebruikers richt zich op zaken waar eigenaren van maatschappelijk vastgoed tegen aanlopen en de huisvestingsbehoefte van gebruikers. Dit onderwerp lijkt ons door deze specifieke focus minder geschikt voor een brede raadpleging van het inwonerpanel. De eigenaren en gebruikers organiseren aanbod gericht op en vaak ook met inwoners. Zij kunnen vanuit hun lokale kennis en ervaring een goed beeld van de behoefte geven. Hiernaast vragen wij ook aan hen data over gebruik en bezoek om de behoefte te analyseren. Deze analyse willen we toetsen in gesprek met de dorpsraden en voor advisering voorleggen aan het participatieplatform en de jongeren advies commissie. 4.
Netwerk zorgplicht bibliotheken: wat betekent dit precies? Moet bijvoorbeeld een bibliotheek in een schaal van zoveel kilometer aanwezig zijn? Antwoord: In de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen is opgenomen dat de gezamenlijke overheden verantwoordelijk zijn voor een netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen. Er zijn geen afstandseisen opgenomen in de wet. Er staat dat partijen zich ‘rekenschap geven dan de gemiddelde afstand tussen de lokale bibliotheekvoorziening en de inwoners van de financierende gemeente of gemeentes’. Praktisch betekent dit dat op het moment dat een bibliotheekvoorziening redelijkerwijs zijn functie niet meer goed kan vervullen, de netwerkpartners (bibliotheken en overheden) hierover overleggen. Daarbij moet worden bekeken, wat het eventueel aanpassen of sluiten van de voorziening betekent voor de toegang tot de bibliotheek voor inwoners. Bij dit soort afwegingen kunnen ook alternatieve oplossingen zoals de bereikbaarheid van een naburige bibliotheek worden betrokken. 5. Opvanglocaties in het kader van de crisisbeheersing: hebben we voldoende opvanglocaties in onze gemeente? Hoe grote rol spelen de dorpshuizen hierin en wat zijn alternatieven?
Antwoord: We hebben voldoende opvanglocaties in de gemeente. Met name de verschillende sporthallen kunnen worden gebruikt tijdens eens crisis. Daarnaast zijn er hotels die kunnen worden gebruikt voor opvang en verzorging van slachtoffers. De dorpshuizen zijn hiervoor niet per definitie nodig, maar hebben wel het voordeel dat er meer faciliteiten zijn. Met name op gebied van catering, toiletgroepen, verschillende ruimten en bemensing. De buurthuizen in de kleinere kernen kunnen ook worden gebruikt voor tijdelijke opvang van buurtbewoners. Elke crisis vraagt om een maatwerkoplossing wanneer het gaat over opvang en verzorging. Aspecten als duur van de opvang en aantallen personen spelen hierbij een rol. 6. Wordt het tekort aan vrijwilligers ook meegenomen in de onderzoeken en de verdere uitwerking? Antwoord: Het tekort aan vrijwilligers speelt een rol. We zien bijvoorbeeld bij grotere dorpshuizen dat de opgaven en verantwoordelijkheden waar deze organisaties voor staan, lastig door een bestuur dat bestaat uit vrijwilligers kunnen worden gedragen. Wanneer het aantal beschikbare vrijwilligers terugloopt komt dit verder onder druk te staan. Bij voorzieningen en activiteiten die we als gemeente belangrijk vinden, kan de gemeente er dan voor kiezen een grotere rol te pakken.
Deze afweging komt aan de orde in de uitwerking van criteria voor ondersteuning en toewijzing (paragraaf 3.3) en de voorkeursoplossing voor dorpshuizen (paragraaf 3.4). Een complete analyse en aanpak als het gaat om de rol van vrijwilligers in maatschappelijke activiteiten is géén onderdeel van het beleidsplan Maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen.