230206 Beantwoording technische vragen RVB Maatschappelijk Vastgoed en dorpshuizen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
B
Naam indiener: Lyône van Vliet, Erik de Haan Fractie: Ronde Venen Belang (RVB) Datum van indienen: 31-01-2023 Onderwerp: Startnotitie maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Henrike Geurkink Datum beantwoording: 6 februari 2023 Volgnummer: Inleiding: Naar aanleiding van het raadsvoorstel startnotitie maatschappelijk vastgoed en dorpshuizen en de bijbehorende bijlagen hebben wij de volgende vragen. •
Uit de stukken blijkt dat er geen sprake is van uitgewerkt beleid en doelstellingen omtrent dorpshuizen. Wat zijn naast de wettelijke doelstellingen de concrete doelstellingen van de gemeente m.b.t de dorpshuizen? Zonder doelstellingen en prestatie-indicatoren kun je geen effectief beleid maken
Antwoord: In de doelstelling voor het beleidsplan hebben we dit omschreven als ‘het bieden van laagdrempelige mogelijkheden voor ontmoeten en verbinden’. In de subsidiebeschikkingen voor de dorpshuizen wordt dit in andere woorden beschreven: ‘Het bevorderen van Sport en saamhorigheid voor de inwoners van de gemeente de Ronde Venen’. Dit doen de dorpshuizen door ‘het in stand houden, promoten en beheren van een dorpscentrum dat voorziet in de behoefte aan geschikte ruimten voor de activiteiten van de plaatselijke bevolking op maatschappelijk, cultureel en recreatief gebied’. Deze activiteiten dragen bij aan de doelstellingen die volgen uit de Maatschappelijke Agenda. In het bijzonder: 1. ik ben actief en doe mee; 2. ik voel me veilig en prettig in mijn huis en buurt; 3. ik kijk om naar de mensen in mijn omgeving. Om met de dorpshuizen het goede gesprek te kunnen voeren over de doelen en de wijze waarop de activiteiten hieraan bijdragen, ontwikkelen we als gemeente Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s). Vanaf 2023 wordt hier in een belangrijk deel van de subsidiebeschikkingen mee gewerkt. Dit breiden we steeds verder uit. Met de KPI’s maken we de resultaten van subsidie ontvangende partijen meetbaar. Niet alleen als het gaat om input en throughput (de organisatie, ingezette middelen en activiteiten), maar ook voor output en outcome (resultaten en effecten).
Hierop blijven we ons de komende jaren ontwikkelen. •
Het onderzoek wordt breed ingestoken om een goed beeld te krijgen van de behoeften van gebruikers en belanghebbenden. Hier wordt vooral gekeken naar bestaande gebruikers. Hoe kunnen juist andere doelgroepen betrokken worden, omdat daar mogelijk meer gebruikers van dorpshuizen bij kunnen zitten?
Antwoord: Het integraal beeld dat we samenstellen gaat niet alleen om het beschikbare maatschappelijk vastgoed, maar brengt ook het aanbod van activiteiten en voorzieningen in kaart. Daarvoor gaan we in gesprek met de eigenaren en gebruikers van maatschappelijk vastgoed. Zij organiseren aanbod gericht op en vaak ook met inwoners. Zij kunnen vanuit hun kennis en ervaring al een goed beeld op de behoefte aangeven. Hiernaast vragen wij ook aan hen data over gebruik en bezoek om de behoefte te analyseren. Daarmee krijgen we inzicht in de doelgroepen die worden bediend, of er aanbod mist en of er sprake is van kansen om nieuwe doelgroepen aan te spreken en activiteiten te clusteren. •
In 2018 zijn er gesprekken geweest om voorzieningen te clusteren in de Boei. Waarom is dit niet gelukt?
Antwoord: Dit is niet meer exact terug te herleiden. •
Onder andere heeft de Boei een stichting bestuur, hierin wordt de bar verpacht. Hoe worden de beheerders betaald? Krijgen deze geld van het de stichting of verdienen deze alleen geld vanuit eigen omzet of via de gemeente?
Antwoord: De beheerder betaalt een huur aan de stichting voor het mogen uitbaten van de horeca. De opbrengsten van de horeca zijn vervolgens volledig voor de beheerder. De beheerder voert daarnaast beheertaken (waaronder schoonmaak) uit voor de stichting. Daarvoor betaalt de stichting een vergoeding aan de beheerder. De gemeente heeft geen rol in deze afspraken. •
Wanneer er veel wordt omgezet heeft de stichting hier dan ook baat bij?
Antwoord: De opbrengst van de horeca is voor de beheerder. Hogere omzet voor de horeca loopt in de praktijk echter vaak gelijk op met meer zaalverhuur. De opbrengst daarvan is voor de stichting. •
Wanneer zalen verhuurd worden gaat deze omzet dan naar de stichting?
Antwoord: Ja. •
Heeft een goede opbrengst bij dorpshuizen gevolgen voor de subsidie. Met andere woorden: Is de subsidie de aanvulpost om de begroting van het dorpshuis sluitend te krijgen?
Antwoord: Subsidie is geen aanvulpost om de begroting sluitend te krijgen. Op dit moment is de hoogte van de subsidie vooral historisch tot stand gekomen. Met name de grote dorpshuizen zijn er ondanks deze subsidie niet toe in staat om reserveringen voor onderhoudsinvesteringen te doen en daarmee een gezonde begroting rond te krijgen. Dit is een aanleiding voor het onderzoek naar andere beheer- en exploitatievormen. In het theoretische geval dat een dorpshuis zoveel opbrengsten genereert dat daarmee de kosten volledig gedekt zijn, heeft dat wel gevolgen voor de subsidie. In de subsidieaanvraag onderbouwt de aanvrager waarom de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten. Wanneer voldoende eigen middelen worden gegenereerd, is er minder noodzaak om dit vanuit de gemeente te ondersteunen.