230126 Reactie inwoner - Brief naar aanleiding van reactie gemeente op zienswijze (geanonimiseerd)
Tekst van het document
1G Antwoord op zienswijze punt 4, 5 en 6 Door het toekennen van de aanduiding
plattelandswoning wordt met gebruikmaking van
de mogelijkheden die het bestemmingsplan en de Wet Plattelandswoningen biedt een jarenlange bestaande situatie planologisch vasigelegd. Een van de voorwaarden die aan het toekennen van een plattelandswoning
verbonden is volgens vaste jurisprudentie,
is dat
er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het bepalen of er sprake is van Gen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is door initiatieinemer een ruimtelijke
onderbouwing opgesteld waarin terecht is uitgegaan van een representatieve maximale invulling van de planologische
ontwikkelingsruimte op het agrarisch perceel (zie
bijv. ABRwS 68 april 2020, ECLUNU-RVS:2020:1019, ABRvS 18 mei 2016, ECLUNL:RVS:2016:1339 en ABRVS 17 november 2021, ECLI:NL:RV5:2021:2579). In de huidige situatie wordt gelet op de inrichting van het terrein de westelijke ontsluiting het vaakst gebruikt. In de ruimtelijke onderbouwing is rekening gehouden met een mogelijke verschuiving van de verkeersstromen waardoor een geliikmatige verdeling van het verkeer over
de beide ontsluitingswegen ontstaat. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de plattelandswoningen en dat er geen belemmeringen zijn om de aanduiding van plattelandswoning toe te kennen. De gehanteerde uitgangspunten worden beschouwd als representatieve maximale
invulling van de planologische mogelijkheden. Gezien de innichting van het perceel en de
onéntatie van het bouwviak is het niet realistisch
dat al het verkeer gebruik zal maken van de oostelijke ontsluitingsroute.
Afgezien van bovenstaande, is de kans aanwezig dat eventuele toekomstige ontwikkelingen niet vergund/uitgevoerd kunnen worden, gelet op de huidige ontwikkelingen in de
Ook hier gaat de gemeente totaal voorbij aan de in gang gezette
bedrijfsontwikkelingen. In punt 5 op biz 8 van de zienswijze staat
duidelijk op tekening aangegeven welke delen van de plannen al gerealiseerd zijn en welke
zaken de komende jaren worden afgerond.
De gemeente kijkt weer alleen naar de ruimtelijke onderbouwing van initiatiefnemer,
welke wordt beschouwd als maximale invulling van planologische mogelijkheden. In punt 6, blz 9 van de zienswijze wordt duidelijk aangegeven dat 100% van de verkeerstromen zullen verschuiven naar de
Oostelijke ontsluiting.
Wat betreft de uitbreiding aan de voorzijde van de melk/veestal staat dit al lange tijd gepland voor 2023. Dit is niet nieuw voor de gemeente!
Deze planning van ontwikkelingen is aan de
gemeente in 2019, tijdens de bezwaren tegen het bestemmingsplan buitengebied West, al meegedeeld.
Op dit moment wordt er gewerkt, door een uitwerking voor de vergunningaanvraag.
uit Vinkeveen aan
De uitbreiding van de melk/veestal naar de
voorzijde zal niet direct een vergroting van de veestapel geven, echter een efficiéntere bedrijfsvoering. De oude
aangebouwd kraamkamer en de losse kalverhokken aan de voorzijde van de
agrarische sector met bijkomende
melk/veestal, zullen dan worden geintegreerd in de nieuwe uitbreiding aan de voorzijde.
verzoeken voor toekomstige ontwikkelingen ingediend of bekend.
ondergebracht zullen dan ook verhuizen naar de melk/veestal. Tot het slopen van deze oude opslagstal wordt een gedeelte hiervan nog tijdelijk verhuurd aan een hovenier.
onzekerheden. Bij de gemeente zijn ook geen
Conclusie: zienswijze is ongegrond
De kalveren die nog in de oude opslagstal zijn
1H ee Antwoord op ————— zienswijze punt 6 Zie de beantwoording van de zienswijze onder G. Het huidige bestemmingsplan sluit omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf uit. Uitbreiding van het aantal dieren is alleen onder voorwaarden mogelijk (vanwege de mogelijke gevolgen voor de
stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden).
Daamaast zijn naast de planologische mogelijkheden ook andere separate
toestemmingen van belang, zoals een natuur en/of milieuvergunning. Bij het bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is daarom
terecht uitgegaan van een representatieve
maximale (planologische) situatie. Onder punt G
is Ingegaan op de uitgangspunten voor de ontsluiting. Voor de luchtkwaliteitsberekening
betekent de representatieve maximale planologische situatie (worst case-scenano) dat
is uitgegaan van een emissiepunt op de meest zuidelijke kadastrale grens ter hoogte van de plattelandswoning waaraan de totale
bedrijfsemissie is toegekend. In de praktijk zijn
de emissiepunten verspreid over het agrarisch bouwviak waardoor de berekende concentraties
lager zullen uitvallen. Daamaast is uitgegaan van het permanent opstallen van het vee.
Wanneer met beweiding zou worden gerekend,
Nog maal eens uit de zienswijze: De Raad van State Uitspraak geeft duidelijk aan, dat er voor een goed leef- en woonklimaat bij de beoogde plattelandswoning,
rekening gehouden moet worden met de maximale
planologische mogelijkheden van het bedrijf, die invloed kunnen hebben op het leef- en woonklimaat, met mogelijke gevolgen op geluidsbelasting en gezondheid.
Ook in de toevoeging met metingen van de gemeente (jan 2023) als aanvulling achter de onderbouwing van initiatiefnemer is niet uitgegaan van de werkelijke ontwikkelingen:
Uitbreiding melk/veestal naar voorzijden en 100 % bedrijfstransporten naar Oostelijke ontsluiting.
zijn de emissies per dierplaats lager.
Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie ook onder G}
Het bedrijf met de toekomstbestendige ontwikkelingen wordt gewoon aan de kant geschoven.
Conclusia: zienswijze is ongegrond
11 Antwoord op zienswijze punt 7 Het klopt dat de gemeente nuimte wil geven aan agrarische bedrijfsontwikkelingen. Agrarische bedrijven hebben immers een rol in het beheer en onderhoud van het buitengebied. Het bestemmingsplan
1° herziening Buitengebied-
West kent daarom verschillende bepalingen die binnen de geldende wet- en regelgeving ruimte bieden aan agrarische bednjven voor gepaste bedrijfsontwikkelingen. Zoals in de beantwoording ander E is aangegeven, belemmert de plattelandswoning niet
(toekomstige ontwikkelingen van) het agrarisch bedrijf van indiener.
Conclusie: zienswijze is ongegrond
De bedrijfsontwikkelingen in de zienswijze worden totaal genegeerd in de beantwoording
van de gemeente en totaal niet serieus genomen. Op alle fronten wordt het bedrijf al jaren belemmerd
om broodnodige ontwikkelingen te kunnen realiseren.
De plannen die bekend zijn bij de gemeente m.b.t. de uitbreiding van de melk/veestal aan de
voorzijde en de logistieke wijziging m.b.t. de
bedrijfstransporten en de Bed & Breakfast, het
logeren bij de boer worden in twijfel getrokken en niet serieus meegenomen in de besluitvorming.
Ik sluit af met het vertrouwen, dat u als gemeenteraadsleden, zich serieus in deze zaak willen verdiepen en komen tot een rechtvaardig besluit.
Met het vertrouwen, zoals de structuurvisie van de gemeente aangeeft, Agrarische
bedrijfsontwikkelingen ruimte wil geven, zodat ons Agrarisch familiebedrijf door kan naar een
toekomstbestendig bedrijf.
Bijlage: - Zienswijze/bezwaar 15° herziening bestemmingsplan Buitengebied West - Mailwisseling initiatiefnemer en bedrijf kopen van de woning 6