CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

230126 Reactie inwoner - Brief naar aanleiding van reactie gemeente op zienswijze (geanonimiseerd)

Politieke commissie 15 februari 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West1.044 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1G Antwoord op zienswijze punt 4, 5 en 6 Door het toekennen van de aanduiding

plattelandswoning wordt met gebruikmaking van

de mogelijkheden die het bestemmingsplan en de Wet Plattelandswoningen biedt een jarenlange bestaande situatie planologisch vasigelegd. Een van de voorwaarden die aan het toekennen van een plattelandswoning

verbonden is volgens vaste jurisprudentie,

is dat

er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het bepalen of er sprake is van Gen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is door initiatieinemer een ruimtelijke

onderbouwing opgesteld waarin terecht is uitgegaan van een representatieve maximale invulling van de planologische

ontwikkelingsruimte op het agrarisch perceel (zie

bijv. ABRwS 68 april 2020, ECLUNU-RVS:2020:1019, ABRvS 18 mei 2016, ECLUNL:RVS:2016:1339 en ABRVS 17 november 2021, ECLI:NL:RV5:2021:2579). In de huidige situatie wordt gelet op de inrichting van het terrein de westelijke ontsluiting het vaakst gebruikt. In de ruimtelijke onderbouwing is rekening gehouden met een mogelijke verschuiving van de verkeersstromen waardoor een geliikmatige verdeling van het verkeer over

de beide ontsluitingswegen ontstaat. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de plattelandswoningen en dat er geen belemmeringen zijn om de aanduiding van plattelandswoning toe te kennen. De gehanteerde uitgangspunten worden beschouwd als representatieve maximale

invulling van de planologische mogelijkheden. Gezien de innichting van het perceel en de

onéntatie van het bouwviak is het niet realistisch

dat al het verkeer gebruik zal maken van de oostelijke ontsluitingsroute.

Afgezien van bovenstaande, is de kans aanwezig dat eventuele toekomstige ontwikkelingen niet vergund/uitgevoerd kunnen worden, gelet op de huidige ontwikkelingen in de

Ook hier gaat de gemeente totaal voorbij aan de in gang gezette

bedrijfsontwikkelingen. In punt 5 op biz 8 van de zienswijze staat

duidelijk op tekening aangegeven welke delen van de plannen al gerealiseerd zijn en welke

zaken de komende jaren worden afgerond.

De gemeente kijkt weer alleen naar de ruimtelijke onderbouwing van initiatiefnemer,

welke wordt beschouwd als maximale invulling van planologische mogelijkheden. In punt 6, blz 9 van de zienswijze wordt duidelijk aangegeven dat 100% van de verkeerstromen zullen verschuiven naar de

Oostelijke ontsluiting.

Wat betreft de uitbreiding aan de voorzijde van de melk/veestal staat dit al lange tijd gepland voor 2023. Dit is niet nieuw voor de gemeente!

Deze planning van ontwikkelingen is aan de

gemeente in 2019, tijdens de bezwaren tegen het bestemmingsplan buitengebied West, al meegedeeld.

Op dit moment wordt er gewerkt, door een uitwerking voor de vergunningaanvraag.

uit Vinkeveen aan

De uitbreiding van de melk/veestal naar de

voorzijde zal niet direct een vergroting van de veestapel geven, echter een efficiéntere bedrijfsvoering. De oude

aangebouwd kraamkamer en de losse kalverhokken aan de voorzijde van de

agrarische sector met bijkomende

melk/veestal, zullen dan worden geintegreerd in de nieuwe uitbreiding aan de voorzijde.

verzoeken voor toekomstige ontwikkelingen ingediend of bekend.

ondergebracht zullen dan ook verhuizen naar de melk/veestal. Tot het slopen van deze oude opslagstal wordt een gedeelte hiervan nog tijdelijk verhuurd aan een hovenier.

onzekerheden. Bij de gemeente zijn ook geen

Conclusie: zienswijze is ongegrond

De kalveren die nog in de oude opslagstal zijn

1H ee Antwoord op ————— zienswijze punt 6 Zie de beantwoording van de zienswijze onder G. Het huidige bestemmingsplan sluit omschakeling naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf uit. Uitbreiding van het aantal dieren is alleen onder voorwaarden mogelijk (vanwege de mogelijke gevolgen voor de

stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden).

Daamaast zijn naast de planologische mogelijkheden ook andere separate

toestemmingen van belang, zoals een natuur en/of milieuvergunning. Bij het bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is daarom

terecht uitgegaan van een representatieve

maximale (planologische) situatie. Onder punt G

is Ingegaan op de uitgangspunten voor de ontsluiting. Voor de luchtkwaliteitsberekening

betekent de representatieve maximale planologische situatie (worst case-scenano) dat

is uitgegaan van een emissiepunt op de meest zuidelijke kadastrale grens ter hoogte van de plattelandswoning waaraan de totale

bedrijfsemissie is toegekend. In de praktijk zijn

de emissiepunten verspreid over het agrarisch bouwviak waardoor de berekende concentraties

lager zullen uitvallen. Daamaast is uitgegaan van het permanent opstallen van het vee.

Wanneer met beweiding zou worden gerekend,

Nog maal eens uit de zienswijze: De Raad van State Uitspraak geeft duidelijk aan, dat er voor een goed leef- en woonklimaat bij de beoogde plattelandswoning,

rekening gehouden moet worden met de maximale

planologische mogelijkheden van het bedrijf, die invloed kunnen hebben op het leef- en woonklimaat, met mogelijke gevolgen op geluidsbelasting en gezondheid.

Ook in de toevoeging met metingen van de gemeente (jan 2023) als aanvulling achter de onderbouwing van initiatiefnemer is niet uitgegaan van de werkelijke ontwikkelingen:

Uitbreiding melk/veestal naar voorzijden en 100 % bedrijfstransporten naar Oostelijke ontsluiting.

zijn de emissies per dierplaats lager.

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie ook onder G}

Het bedrijf met de toekomstbestendige ontwikkelingen wordt gewoon aan de kant geschoven.

Conclusia: zienswijze is ongegrond

11 Antwoord op zienswijze punt 7 Het klopt dat de gemeente nuimte wil geven aan agrarische bedrijfsontwikkelingen. Agrarische bedrijven hebben immers een rol in het beheer en onderhoud van het buitengebied. Het bestemmingsplan

1° herziening Buitengebied-

West kent daarom verschillende bepalingen die binnen de geldende wet- en regelgeving ruimte bieden aan agrarische bednjven voor gepaste bedrijfsontwikkelingen. Zoals in de beantwoording ander E is aangegeven, belemmert de plattelandswoning niet

(toekomstige ontwikkelingen van) het agrarisch bedrijf van indiener.

Conclusie: zienswijze is ongegrond

De bedrijfsontwikkelingen in de zienswijze worden totaal genegeerd in de beantwoording

van de gemeente en totaal niet serieus genomen. Op alle fronten wordt het bedrijf al jaren belemmerd

om broodnodige ontwikkelingen te kunnen realiseren.

De plannen die bekend zijn bij de gemeente m.b.t. de uitbreiding van de melk/veestal aan de

voorzijde en de logistieke wijziging m.b.t. de

bedrijfstransporten en de Bed & Breakfast, het

logeren bij de boer worden in twijfel getrokken en niet serieus meegenomen in de besluitvorming.

Ik sluit af met het vertrouwen, dat u als gemeenteraadsleden, zich serieus in deze zaak willen verdiepen en komen tot een rechtvaardig besluit.

Met het vertrouwen, zoals de structuurvisie van de gemeente aangeeft, Agrarische

bedrijfsontwikkelingen ruimte wil geven, zodat ons Agrarisch familiebedrijf door kan naar een

toekomstbestendig bedrijf.

Bijlage: - Zienswijze/bezwaar 15° herziening bestemmingsplan Buitengebied West - Mailwisseling initiatiefnemer en bedrijf kopen van de woning 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12365992/1