CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

230112 Beantwoording technische vragen VVD - VRU Kadernota 2024

Politieke commissie 19 januari 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze kadernota VRU1.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Logo

Naam indiener: Bart Richter Fractie: VVD De Ronde Venen Datum van indienen: 28 december 2022 Onderwerp: VRU kadernota 2024

In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Dick Roodenburg Datum beantwoording: 12 januari 2023 Volgnummer: Inleiding

Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) 1. Kadernota VRU, pagina 14&15, 3.6 Er staat aangegeven dat het verplicht aanbrengen van onderscheid tussen vrijwilligers en beroepspersoneel consequenties heeft voor de paraatheid van de vrijwilligers en dat het gevolg hiervan dat de zekerheid van opkomst waarschijnlijk lager komt te liggen. Hierdoor gaat de VRU nadenken over nieuwe paraatheidsmodellen en ze gaan beleid maken om te kunnen blijven voldoen aan de opkomsttijden. Aan wat voor beleid en paraatheidsmodellen moeten we denken als we kijken naar vrijwilligersposten? En welke eventuele meerkosten verwacht de VRU nav het verwachtte “verplichte karakter”? Antwoord: Onder de nieuwe regels is het niet langer toegestaan om vrijwilligers in een kazernerings- of consignatieregeling te hebben. Een vrijwilliger moet te allen tijde kunnen aangeven niet op te komen. Daardoor kan de zekerheid van opkomst inderdaad afnemen. Een van de maatregelen kan bijvoorbeeld zijn de vrijwilligers uit te rusten met slimme pagers waardoor we snel inzicht krijgen in de opkomst en daarop direct eventueel buurposten kunnen alarmeren. Daarnaast werkt de VRU aan een paraatheidsmodel met ‘continuïteitsposten’, waar de paraatheid gegarandeerd is. Die posten moeten op het moment dat er vanwege de continuïteit een verplichte opkomst geldt bemenst worden met (parttime) beroeps medewerkers.

De precieze extra kosten die deze verandering in beleid met zich meenemen moeten nog nader worden

uitgewerkt. De VRU rekent erop dat het Rijk de kosten voor deze stelsel aanpassing gaat dragen. 2. Kadernota VRU, pagina 15, 3.7 In de laatste zin staat aangegeven dat de inzet van de VRU is om de financiering van de wijziging van object- naar gebiedsgerichte opkomsttijden en de veranderingen in taakuitvoering bij het rijk te leggen. Klopt het dat de verwachting is dat er meerkosten zullen ontstaan, waar zit dit in en hoe groot is de kans dat het rijk ook daadwerkelijk gaat bijdragen? Antwoord: Of er daadwerkelijk meerkosten ontstaan bij de overgang naar gebiedsgerichte opkomsttijden, is op dit moment nog onbekend. Of het Rijk daadwerkelijk gaat bijdragen aan de financiering van die eventuele meerkosten, is ook nog niet bekend. Hier wordt wel op gestuurd door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio en het Veiligheidsberaad. Desondanks hebben wij gemeend dat het goed is dit risico via de kadernota onder de aandacht te brengen. 3. Kadernota VRU, pagina 15, 3.9 Hier staat een passage over loopbaanbeleid opgenomen. Klopt onze aanname dat dit alleen betrekking heeft op repressief beroepspersoneel? Antwoord: deze aanname is correct 4.

Kadernota VRU, pagina 16, 3.11 Aangegeven staat dat op 4 juli 2022, nav een eerdere bespreking van een evaluatie huisvesting op 8 november 2021 besloten is om opdracht te geven om de huidige en toekomstige huisvesting in kaart te brengen op basis van een aantal uitgangspunten. Wat is de verwachte doorlooptijd van de gegeven opdracht en tussentijdse resultaten (opgenomen in de kadernota 2024)? De te verwachten doorlooptijd is als volgt (globaal):

Zie verder paragraaf 3.11 van de Kadernota VRU 2024 Wat is de bijdrage die we vanuit De Ronde Venen leveren op dit moment. Deelname in de klankbordgroep en in de werkgroep Is er vanuit De Ronde Venen al zicht en/of een voorkeur voor bepaalde scenario’s, Er is in dit stadium niet al een bepaalde (uitgesproken) voorkeur. zijn er effecten te verwachten op de actuele ontwikkeling zoals de bouw van een nieuwe kazerne Abcoude die meegewogen zouden moeten worden

Het gaat bij het bepalen van de toekomstscenario’s voor de huisvesting van de VRU over zaken als eigenaarschap, exploitatie en beheer en waar dat het beste belegd kan blijven of gaan worden. Uit de eerdere evaluatie is gebleken dat er nogal wat te verbeteren valt i.r.t. de huidige samenwerkingsvorm “gebruik om niet”. De vraag is dan ook of dit een toekomstbestendig model is. Ook de bestaande demarcatie levert tot heden regelmatig discussie op en de keuze van een gemeente wel/geen beheerpakketten van de VRU af te nemen heeft ook invloed. E.e.a. betekent dat de verkenning (via het project Visie Op Huisvesting) op de lange termijn mogelijk invloed heeft op ver- en nieuwbouwprojecten. Voor de huidige plannen voor de huisvesting van de kazerne Abcoude heeft dit geen invloed. Voor alle kazernes in de regio moeten voor de toekomst afspraken worden gemaakt hoe dit past in nog te maken afspraken over huisvesting. In de huidige werkwijze heeft de VRU een (niet bestuurlijk vastgestelde Handreiking) als fundament voor hetgeen de VRU wens/eist. Dat zorgt regelmatig voor discussies in de bouwfase omdat er geen ‘hard’ Programma van Eisen kan worden overlegd waar een gemeente zich aan dient te houden.

worden ook kantoorlocaties en werkplaatsen die los staan van kazernes meegenomen in het totaalplaatje? Een deel van het project Visie Op Huisvesting gaat ook over het spanningsveld tussen regionale kosten versus lokale kosten en de huidige afspraken die daarover zijn gemaakt. 5. Kadernota VRU, pagina 20, 6.1 In de opgenomen tabel staan de gemeentefonds bedragen opgenomen. Klopt het dat de verwachting is dat De Ronde Venen een extra bijdrage zal ontvangen van 186 K? Volgens de berekening van onderzoeksbureau Cebeon zal De Ronde Venen in 2024 via het gemeentefonds voor het cluster Brandweer & Rampenbestrijding een extra bijdrage van € 186K ontvangen ten opzichte van 2023. De omvang van het objectieve budget in het gemeentefonds neemt voor alle gemeenten binnen de VRU in 2024 ten opzichte van 2023 (stand septembercirculaire 2022) toe met 5,4% in het gemeentefonds vanwege accresontwikkelingen. Een stijging van 5,4% komt voor de gemeente De Ronde Venen neer op € 186K. 6. Aanbiedingsbrief, uitnodiging zienswijze, pagina 2 Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds Er staat dat de mutaties in de het gemeentefonds geen effect hebben op de totale gemeentelijke bijdrage VRU, dat de ijkpuntscores alleen gebruikt worden om de verdeling te bepalen en dat de stijging van de gemeentelijke bijdrage aan de VRU het gevolg is van een hogere uitkering.

Kunt u toelichten waarom dit onlosmakelijk met elkaar verbonden zit? Zitten er aan de hogere uitkering ook extra taken of betreft dit slechts een soort indexatie? De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdrage per individuele gemeente gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R). Jaarlijks vragen wij aan onderzoeksbureau Cebeon om een berekening te maken van de objectieve budgetten binnen dit cluster op basis van de septembercirculaire (2022) ten behoeve van het opstellen van de kadernota (2024). Hierin wordt rekening gehouden met alle tussenliggende mutaties die hebben plaatsgevonden sinds de vorige septembercirculaire (2021). De dynamiek in de tijd en tussen gemeenten komt tot uiting in de groei of krimp van de kostenverklarende indicatoren op het gebied van brandweerzorg en rampenbestrijding. Zo zorgt een toename van het aantal inwoners of bedrijvigheid voor een hoger objectief budget. Deze ontwikkeling kan dus sterk uiteen lopen per gemeente. Gemeenten die binnen dit subcluster positief afwijken van de trend t.o.v. de andere VRUgemeenten zullen relatief meer inkomsten via het gemeentefonds genereren en gaan daardoor verhoudingsgewijs iets meer dan het gewogen gemiddelde bijdragen aan het gezamenlijk

basistakenpakket van de VRU (ijkpuntscore) en vice versa. Een procentuele stijging in het verdeelmodel van de VRU dat gebruikt wordt voor het bepalen van de gemeentelijke bijdrage van een individuele gemeente voor het basistakenpakket komt dus door een bovenmatige stijging van hoeveelheden zoals bijv. woningen ten opzichte van de andere VRUgemeenten waardoor betreffenden gemeente ook relatief meer inkomsten genereert uit het gemeentefonds. Het gaat hier dus om een wijziging in de onderlinge verhouding tussen de VRUgemeenten (ijkpuntscores ten behoeve van de verdeling). Daarnaast wordt de totale verhoging van de bijdrage door alle VRU-gemeenten gezamenlijk als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen indirect gecompenseerd door een hogere uitkering van het gemeentefonds aan alle gemeenten die o.a. verband houdt met loon- en prijsstijgingen. 7. Aanbiedingsbrief, pagina 2 Loon- en prijsaanpassing/ Raadsvoorstel pagina 3 Ontwikkeling vergoeding De stijging van de gemeentelijke bijdrage is 6,6 miljoen wat 7,3% is. Dezelfde percentages zouden gekoppeld zitten aan de uitkering via het gemeentefonds en hiermee dus indirect gecompenseerd worden. Als we kijken naar de extra bijdrage die wij moeten doen zoals opgenomen in het raadsvoorstel betreft dit 417.000. Klopt het dat dit een stijging is die veel hoger is dan de 7,3 %? Graag een toelichting.

In bijgaand Excelbestand ziet u de mutaties specifiek voor uw gemeente. 8. Raadsvoorstel, pagina 3 Ontwikkeling vergoeding Hier staat aangegeven dat de hogere bijdrage vanuit het gemeentefonds de hogere bijdrage aan de VRU zal compenseren. Zie ook vraag 5. Klopt het dat de hogere bijdrage maar voor een deel compenseert? Zie antwoord bij vraag 6. Zijn er voor de gemeentelijke taken op gebied van crisisbeheersing geen hogere kosten te verwachten? Is de gemeentelijke crisisbeheersing kwalitatief en kwantitatief op orde en is hier geen extra financiële impuls noodzakelijk? In de kadernota VRU 2024 leest u bij paragraaf 3.5 de stand van zaken met betrekking tot de crisisbeheersing bij de VRU. De VRU vervult een cruciale rol in de gemeentelijke crisisbeheersing als het gaat om capaciteiten, onderzoek, opleiden, trainen en oefenen. Zowel in de voorbereiding op crisis als in de warme fase zelf is de faciliterende rol onmisbaar en stelt zij ons als gemeente in staat om de juiste dingen te doen. De extra middelen die via het rijk worden toegekend en geïnvesteerd worden in die zaken die de gemeente ook ten goede komen vragen lokaal vooralsnog niet om extra (structurele) financiële impuls. In die zin is de VRU verlengd lokaal bestuur en zelfs verlengstuk van de lokale organisatie en maken wij daar optimaal gebruik van.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12311771/2