230110 RIB Evaluatie vergunningverlening grondtransporten Wilnis
Tekst van het document
Evaluatie vergunningverlening grondtransporten Wilnis
Raadsinformatiebrief
Aan: de gemeenteraad Datum: 10-1-2023 Portefeuillehouder: Cees van Uden Naam behandelend ambtenaar: Flip Van Leeuwe Organisatieonderdeel: Team Omgeving Registratienummer: Ter inzage: Bijlage(n): 1. Onderzoeksrapport Antea Group 2. Reactie op onderzoeksvragen Antea Group
Onderwerp: Evaluatie vergunningverlening grondtransporten Wilnis
Geachte raad, Aanleiding Op 3 september 2021 heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor het ophogen van weilanden aan de Bovendijk in Wilnis. Het opbrengen van meer dan 300.000 m 3 grond en de bijbehorende grondtransporten is een politiek gevoelig onderwerp, omdat grondtransporten tot schade aan wegen en hinder en overlast kunnen leiden. De raad is verschillende malen geïnformeerd, mede naar aanleiding van vragen die zij stelden bij dit proces: -
Algemene raadsinformatienota (18-11-2021)
-
Raadsinformatienota grondtransporten Bovendijk Wilnis (30-11-2021)
-
Raadsinformatienota vragen CDA en CU-SGP en vragen Seniorenpartij en RVB (01-02-2022)
-
Raadsinformatienota met opvolging toezeggingen 10/22 en 11/22 (10-05-2022)
-
Raadsinformatiebrief stand van zaken grondtransporten (08-12-2022)
De wethouder heeft de raad toegezegd (toezegging 10/22) te onderzoeken of de vergunning op juiste gronden is verleend. Er is een ambtelijke inhoudelijke evaluatie geweest en de gemeente heeft Antea Group op 10 mei 2022 opdracht gegeven een nader onderzoek uit te voeren. Op 9 december 2022 is het definitieve onderzoeksrapport door Antea Group aangeleverd (zie bijlage 1).
blad 1 van 5
Kernboodschap Conclusie Antea Group Het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning is op onderdelen niet deugdelijk gemotiveerd en niet voldoende zorgvuldig voorbereid. In bijlage 2 wordt nader ingegaan op de antwoorden op drie onderzoeksvragen die Antea Group heeft geformuleerd. Antea Group geeft overigens aan dat dit niet wil zeggen dat de uitkomst van de procedure - de verlening van de omgevingsvergunning - nooit tot stand had kunnen komen. Mits voldoende gemotiveerd zou een gelijkstrekkende vergunningaanvraag wederom kunnen leiden tot verlening van de omgevingsvergunning. Ambtelijke evaluatie Deze vergunningsprocedure is niet verlopen volgens de beoogde procedure, omdat onze organisatie te weinig regie heeft gevoerd. Hierdoor was er in de samenwerking met de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) onduidelijkheid over wie verantwoordelijk was voor de verlening van de vergunning en wie de andere partij van advies zou dienen. Dit heeft veel tijd gekost waardoor de vergunning uiteindelijk onder tijdsdruk is afgegeven omdat deze anders van rechtswege van kracht zou worden. In eindfase van de vergunningsprocedure was er door een samenloop van omstandigheden (ziekte, verloop onder personeel) sprake van een onderbezetting.
In de eerste helft van 2022 hebben wij het proces van samenwerking met de ODRU in de vergunningverlening met een ruimtelijke ordeningscomponent verbeterd en kan onduidelijkheid over verantwoordelijkheden niet meer optreden (zie RIB 10-05-2022). Het mandaat van punt 3, 5, 21 en 22 van Team Omgeving is in het Algemeen mandaatbesluit gewijzigd opdat ambtenaren deze vergunningen alleen met een collegebesluit mogen afhandelen (zie RIB 10-05-2022). Inmiddels is de capaciteit van het team Omgeving weer voldoende op orde en is een nieuwe manager aangesteld waardoor ook de regie over deze processen beter geborgd is. Ambtelijk is gecontroleerd of met name op het onderwerp natuurbescherming, alsnog voldoende onderbouwing mogelijk is voor de vergunning. Dat is het geval gebleken (zie ook bijlage 2). Het college heeft de raad hierover in de RIB van 10 mei 2022 geïnformeerd. Ook is gecontroleerd of op andere punten alsnog een goede motivering voor het besluit kon worden opgesteld. Dat blijkt het geval (zie bijlage 2).
blad 2 van 5
Bestuurlijke reactie Het college erkent dat door de tijdsdruk niet alle stappen in de procedure voor de vergunningverlening voldoende zorgvuldig zijn doorlopen. Desondanks heeft de procedure geleid tot de onvermijdelijke uitkomst, namelijk het verlenen van de omgevingsvergunning voor de grondtransporten. Het college beseft dat grondtransporten in de toekomst blijvend aan de orde zijn om ruimte te bieden aan onze bouwopgaven, noodzakelijke dijkverhogingen en de landbouw. Bij toekomstige grondtransporten treden we in overleg met de transporteurs over de communicatie en de verkeersveiligheid. We zien toe op de gemaakte afspraken met de transporteur. Vervolg N.v.t.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,
Ruud Kleijnen secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 3 van 5
Evaluatie vergunningverlening grondtransporten Wilnis
Bijlage 2 Onderzoeksvragen Antea Group In het onderzoek heeft Antea Group drie onderzoeksvragen geformuleerd. Onderstaand zijn deze vragen en de antwoorden van Antea Group weergegeven. Het college heeft een aanvullende motivering voor de verlening van de vergunning gegeven, voor die punten waarvan door Antea Group is geconcludeerd dat de vergunning onvoldoende is onderbouwd. Onderzoeksvraag 1: In hoeverre is de procedure omtrent de omgevingsvergunningverlening locatie Bovendijk (nabij/achter) 22 te Wilnis op een juiste wijze doorlopen? Antwoord Antea Group Antea Group concludeert dat het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning op onderdelen in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet deugdelijk is gemotiveerd en in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet is zorgvuldig voorbereid. Dit betreft de volgende onderdelen: a) Landschapswaarden: er is onvoldoende gemotiveerd dat landschapswaarden niet worden of kunnen worden aangetast. b) Weidevogelkerngebied: uit de beschikking volgt niet eenduidig de exacte motivering waarom overwogen wordt dat geen sprake is van aantasting van het weidevogelkerngebied.
c) Archeologische waarden: er is niet randvoorwaardelijk in de vergunning opgenomen dat de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet mogen worden geschaad of dat anders voorschriften en beperkingen gericht op het behoud van de archeologische resten aan de omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. d) Soortenbescherming: het is onzeker of er een afweging heeft plaatsgevonden omtrent de noodzaak tot het onderzoeken of er een aanhaakplicht ten aanzien van een natuurtoestemming voor wat betreft soortenbescherming bestond Aanvullende motivering De provincie Utrecht heeft in het kader van het verbod om zonder ontheffing gronden op te hogen of te egaliseren (als bepaald in artikel 3.64 Interim omgevingsverordening (Iov)) een ontheffing verleend (nummer 8239FFBF, 8 april 2021). In deze ontheffing is goed gemotiveerd dat landschapswaarden en het weidevogelkerngebied niet worden of kunnen worden aangetast, zo wordt ook door Antea Group erkend. Deze motivering is eveneens van toepassing op onze omgevingsvergunning (punt a en b). In onze omgevingsvergunning is het voorschrift opgenomen dat daar waar mogelijk in bodemlagen met archeologische resten gaat worden gegraven, eerst een archeologisch vervolgonderzoek moet zijn uitgevoerd, ingediend en goedgekeurd.
In de vergunning is aangegeven dat de gemeente op basis van deze onderzoeksresultaten een besluit over vervolgstappen neemt. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Met deze stappen zijn archeologische waarden afdoende beschermd (punt c).
blad 4 van 5
In onze RIN van 10 mei 2022 hebben wij aangegeven dat volgens de provincie Utrecht ten aanzien van soortenbescherming geen vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is (punt d). Onderzoeksvraag 2: In hoeverre is het aspect stikstofemissie (vanwege de grondtransportbewegingen) een af te wegen belang in de onderhavige omgevingsvergunningprocedure en is dit aspect in de omgevingsvergunningprocedure voldoende betrokken en afgewogen? Antwoord Antea Group Zoals uit hoofdstuk 3 [van het onderzoek van Antea Group] blijkt, zijn de vergunde activiteiten niet vergunningplichtig ten aanzien van gebiedsbescherming op grond van de Wnb. In onze RIN van 10 mei 2022 hebben wij ook aangegeven dat volgens de provincie Utrecht voor de werkzaamheden in het kader van gebiedsbescherming (stikstof) en soortenbescherming geen vergunning Wnb nodig is. Onderzoeksvraag 3: In hoeverre is het aspect flora & fauna een af te wegen belang in de onderhavige omgevingsvergunningprocedure en is dit aspect in de omgevingsvergunningprocedure voldoende betrokken en afgewogen? Antwoord Antea Group Het ligt in de rede dat het bevoegd gezag de initiatiefnemer verzoekt een quickscan flora & fauna uit te laten voeren naar de invloed van de werkzaamheden op de instandhouding van weidevogels als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid, van de Wnb. Aanvullende motivatie Er is geen quickscan gevraagd.
In de ontheffing Iov heeft de provincie al gemotiveerd dat het weidevogelkerngebied niet wordt of kan worden aangetast door de werkzaamheden. In onze RIN van 10 mei 2022 hebben wij aangegeven dat volgens de provincie Utrecht voor de werkzaamheden in het kader van soortenbescherming geen vergunning Wnb nodig is.
blad 5 van 5