221216 Beantwoording Schriftelijke vervolgvragen RVB Lange Coupure 1a
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
B (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Logo
Naam indiener: Y. van den Heerik Fractie: RVB Datum van indienen: 12/12/2022 Onderwerp: Raadsvoorstel Lange Coupure 1A
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Rik Schutte Datum beantwoording: 14 december 2022 Volgnummer:
Vraag 1 In het voorstel wordt gemeld dat indien de vergunning wordt verleend, buitenopslag is verboden. Dat lijkt correct immers één van de voornaamste redenen om deze grote uitbreiding aan bebouwing hiertoe te staan, en zoals ook in het voorstel aangegeven, is dat machines en materieel binnen moeten worden gestald. In de ruimtelijke onderbouwing, de RO, is echter het volgende aangegeven: “het erf achter het nieuwe gebouw wordt gebruikt voor het stallen van materialen en materieel”. En verder op blz. 17 van de RO, bovenaan: “Zand, aarde en overige gebruiksmaterialen(?) hebben enige ruimte nodig en worden met regelmaat los gestort. Bomen, struiken, gras en overige aanverwante groenvoorzieningen kunnen hier zonder consequenties voor de omgeving worden geleverd en tijdelijk worden opgeslagen”. Onder 4.10 van de RO, eerste alinea: “De bestaande vergunde buitenopslag zal in de nieuwe situatie verdwijnen door inpandig materialen op te slaan”. In het advies/de erfinrichting van Mooi Sticht, wordt gemeld: “Voor een goede landschappelijke inpassing van het gebouw en de bijbehorende o p s l a g ……..” En in dat plan onder “Landschap”: “Plaats ter hoogte van de opslag een rij knotwilgen”. VRAAG: a. Wat is hier verboden onder de nieuwe vergunning? Antwoord: In de nog af te geven omgevingsvergunning wordt buitenopslag expliciet verboden.
Onder buitenopslag vallen zaken opslag van zand, aarde, puin e.d. Hieronder valt niet de stalling van rijdend materieel. In de ruimtelijke onderbouwing staan nog verwijzingen naar opslag. Deze passages zullen nog worden aangepast. b. Wat valt onder het verbod van buitenopslag onder de nieuw te verlenen vergunning? Antwoord: Zie antwoord hiervoor. VRAAG 2 Artikel 7.1 en volgende van de Interim Omgevingsverordening van de provincie inzake Werelderfgoed is hier van toepassing. Art. 7.2 schrijft instandhouding en versterking van het Werelderfgoed voor, en – houdt het verbod in die waarden aan te tasten. Ontheffing hiervan kan alleen worden verleend als (art.7.2 lid 3) in het nieuwe plan: “Erop of nabij de locatie waarvoor ontheffing wordt gevraagd voldoende compenserende maatregelen worden genomen in de vorm van versterking van de (resterende) uitzonderlijke universele waarde van de Hollandse Waterlinie”. Voorts wordt verwezen naar art. 7.2 lid 4 m.b.t. de eisen waaraan tevens daarnaast moet worden voldaan. In de Gebiedsanalyse Kernkwaliteiten Hollandse waterlinies van de provincie Utrecht, wordt onder 1.1 in de Inleiding vermeld: “In de interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht staat dat de uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed niet mag worden aangetast”. Alsook: “Bij visie en planvorming is een integrale afweging van aanwezige belangen nodig.
Daarbij blijft de regel van het niet mogen aantasten van het Werelderfgoed altijd gelden VRAAG: Waar in het voorstel (en de RO) kan worden gevonden dat aan deze voorwaarden wordt voldaan m.b.t. deze nieuwe ontwikkeling? Antwoord: Mooisticht heeft de kaders opgesteld waaraan voldaan moet worden. De provincie heeft dit als voorwaarde meegenomen om in te stemmen met het bouwplan. Het voldoen aan de kaders wordt in het ontwerpbesluit (ontwerpomgevingsvergunning) verder uitgewerkt en daarin wordt aangetoond dat er voldaan wordt aan de voorwaarden. Het ontwerpbesluit wordt door het college vrijgegeven voor de inzagelegging (inzagetermijn 6 weken). Een ieder kan een zienswijze indienen binnen deze termijn. VRAAG 3 Bij de beantwoording van de vragen van de fractie LEF is gevoegd een mail bericht van de Provincie. Uit dat bericht zou moeten blijken dat de Provincie met het onderliggende voorstel akkoord zou zijn. Het lijkt er echter eerder op dat in dat mailtje nu juist wordt bevestigd dat er “net als bij 22”(?) NIET wordt voldaan aan een eerder advies (inzake 22?) om alle aspecten en vereisten vanuit de Unesco status hier verplicht, en opgenomen in het hierboven onder vraag 2 opgenomen RIJKS- en Provinciaal beleid, in dit voorstel mee te nemen! Vraag: a. Wat staat er in “het advies voor nr. 22 “wat in dit voorstel niet is verwerkt en meegenomen.
Antwoord: In de mail van de provincie wordt gerefereerd aan het advies van 2017. Dat advies is meegenomen in de opstelling van de kaders door Mooisticht. In het advies is ook de plaatsing op de locatie en de ruimtelijke inpassing meegenomen. De kaders van Mooisticht wordt door de gemeente en door de provincie onderschreven. b. Hoe en waar wordt in dit voorstel gevonden dat wordt voldaan aan de aanwijzing van de
Provincie in deze mail, m.b.t. “de Stelling van Amsterdam, Unesco gebied en aan de verwijzing van de provincie in deze mail naar de Limes? Antwoord: Zie antwoord op vraag 2. In het ontwerpbesluit wordt het onderdeel cultuurhistorie onderbouwd. Ter extra verduidelijking zal op dit punt de Ruimtelijke Onderbouwing ook nog worden aangepast.