CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

221207 3a. Was-wordt lijst Verordening Afvalstoffenheffing

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 20232.068 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening 2022 Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Verordening 2023 Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een persceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3. Voorwerp van de belasting

Er is een verwijzing naar de tarieventabel opgenomen.

Artikel toegevoegd conform Modelverordening.

1. 2. a.

Artikel 3. Belastingplicht

Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4. Belastingplicht

Wijziging Naam artikel gewijzigd.

Artikel vernummerd.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de volgende maatstaven en de tarieven: 1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

a. b. c. 2.

a. b. 3. 4.

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de volgende maatstaven en de tarieven: De belasting bedraagt per perceel, per kalenderjaar, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht:

Indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon € 270,40 Indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon € 347,80 Indien een perceel niet permanent wordt bewoond en bestemd is voor en gebezigd wordt als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. € 270,40 De belasting als bedoeld in het eerste lid wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen standaard aan perceel is verstrekt):

Indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon: € 278,40 Indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon: € 358,20 Indien een perceel niet permanent wordt bewoond en bestemd is voor en gebezigd wordt als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden: € 278,40 De belasting als bedoeld in het eerste lid wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen standaard aan perceel is verstrekt): Container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container € 157,00 Container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container € 204,00 Voor het aanvragen van een nieuwe afvalpas € 15,70

Container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container € 152,40 Container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container € 198,00 Voor het aanvragen van een nieuwe afvalpas € 15,25 Tarief voor het ophalen van het grof huishoudelijk afval € 33,00

Tarief voor het ophalen van: a. b.

1 kubieke meter huishoudelijk afval € 34,00 0,5 kubieke meter bouw- en sloopafval (verpakt, geen

Artikel vernummerd. Artikel uitgebreid conform lid 2. Per 1 januari van belastingjaar geldt alleen indien er geen sprake is van tussentijdse mutaties. Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05. Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05. Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05.

Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05. Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05. Tarief geïndexeerd en afgerond op € 0,05. Artikel gewijzigd en uitgesplitst op basis van de staande praktijk

Artikel 5. Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

los materiaal) € 34,00 Artikel 6. Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar

De belasting bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 5 wordt bij wege van aanslag geheven. 2. De belasting bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 5 wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 5 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 5 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel vernummerd.

Artikel vernummerd en aangepast conform Modelverordening en staande praktijk.

1.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar

Artikel vernummerd. Verwijzing toegevoegd naar artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief. Lid 2 in huidige verordening hoort bij termijnen van betaling, waardoor ook lid 4 foutieve verwijzing bevat. Vervangen door nieuw lid 2.

Verwijzing toegevoegd naar

eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.

Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 5 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van het eerste en tweede lid van artikel 5 bedoelde belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen.

De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op

artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief.

Aangepast. Op deze wijze is de verwijzing correct. Artikel vernummerd. Verwijzing toegevoegd naar artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief.

Artikel verplaatst naar lid 4. Nieuw artikel 9 lid 3 toegevoegd conform Modelverordening en aan laten sluiten bij artikel 7. Wijze van heffing.

de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9. Overgangsrecht De “Verordening Afvalstoffenheffing 2021” wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel vernummerd.

Artikel 10. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.

Artikel 10. Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing 2022", laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 16 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2022.

Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2023.

Artikel vernummerd.

Artikel vernummerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12103632/4