CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

221205 Beantwoording technische vragen RVB Lange Coupure

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Oude stukken november/december 20222.019 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

B (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Logo

Naam indiener: Yvonne van den Heerik Fractie: RVB Datum van indienen: 28 november 2022 Onderwerp: Lange Coupure 1A

In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Rik Schutte Datum beantwoording: 5-12-2022 Volgnummer: 44 Zie bijlage voor onderlegger vragen Vragen 1. Onder het huidige plan is buitenopslag niet toegestaan. Daarop is/wordt niet gehandhaafd. Aangevoerd wordt dat door een groot bedrijfspand te vergunnen, aan die opslag een einde komt. a. Is verboden buitenopslag voortaan een reden op bedrijfsuitbreiding toe te staan? In de RO onder 2.1, is vermeld dat deze buitenopslag hier nu echter is toegestaan, is vergund. b. Is dat inderdaad het geval? En zo ja, wat is er dan vergund en waar precies? Opmerking: onder 2.2 staat vermeld dat het bedrijf hier al 30 jaar is gevestigd, dat lijkt 11 jaar te moeten zijn. c. Is dat correct? 2. Conform bestemmingsplan is de nu vergunde bedrijfsbebouwing 50,4 m2. U wilt een nieuw gebouw van 450 m2 toestaan. Dat is 900% groter dan hetgeen nu is toegestaan. In het voorstel en in de ruimtelijke onderbouwing worden bedragen aan uitbreiding vermeld van 15%, 20% en 40%. Nergens komt voor dat het hier om 900% zou gaan. Waar wordt onderbouwd dat 900% voldoet aan de vereisten die de Structuurvisie, de interim PRV en ook onze landschapsnota, toelaat dat een dergelijke vergroting hier mogelijk is; kan worden toegestaan en waarom is de onderbouwing daarvan niet terug te vinden? 3. Bij de stukken zit geen zg. Vormvrije MER.

In de RO wordt uiteengezet waarom men deze niet overlegt. Eén van de aangevoerde redenen is dat het hier geen gevoelige functie betreft, omdat

4.

5.

6.

7. 8.

op het perceel (of in het kantoor en de voorziene bedrijfsruimten?) niet meer dan twee uur per dag mensen verblijven. a. Waarom staan die kantoor- en verblijfsruimten op tekeningen en worden ze aangevraagd? b. Waarom wordt elders in de RO gemeld dat een hoveniersbedrijf niet zonder kantoor ter plaatse kan? c. Waarom is geen vormvrije MER overlegd? d. Hoe controleert u of er hier straks niet meer dan twee uur op het perceel wordt verbleven? In de RO staat dat er in de nieuwe voorziene situatie geen buitenopslag meer is toegestaan. a. Hoe wordt dan gehandhaafd en voorkomen dat opnieuw de situatie van nu zou kunnen ontstaan? Even verderop meldt de RO dat achter het nieuw voorziene gebouw de gronden zullen worden gebruikt voor het stallen van materialen en materieel. b. Wat maakt dat dit geen opslag is en wat maakt dat het terrein dan niet precies de uitstraling krijgt, ook in de nieuwe situatie, als die van nu? c. Mag dan een nog groter gebouw worden neergezet, zodat opnieuw de buitenopslag daarin, in dat gebouw, moet gaan plaatsvinden? d. Is er nu wel of geen buitenopslag toegestaan? In de RO onder 3.2.2 is gemeld dat de Provincie tav onder andere deze plek, voor deze zone, het beleid zou hebben “behoud door ontwikkeling”. Uit de genoemde artikelen 7.2 en 7.7 waarnaar in de RO wordt verwezen ter onderbouwing volgt dat niet.

Het is de verordening gemelde is: “De regels van deze afdeling zijn gesteld met het oog op de instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarden van Werelderfgoederen.” Klopt het dat hetgeen in de RO gemeld wordt niet correct is? Noch het bestemmingsplan, nog de Omgevingsverordening van de Provincie staan uitbreiding van bebouwing toe boven bestemmingsplan 15%, Provincie 20% van de huidige vergunde bebouwing. Bij 40% (of is het 900%) extra bebouwing gelden bijzondere voorwaarden waaraan moet worden voldaan. a. Klopt dat? De reden waarom hier om zoveel extra bebouwing wordt verzocht, lijkt een economische noodzaak te zijn en de conclusie dat er voor dit bedrijf elders geen geschikte locatie zou kunnen worden gevonden. b. Klopt dat? Een watertoets is verplicht, maar niet uitgevoerd. Klopt dat? Op bladzijde 25 RO is gemeld dat de bestaande verharding van het terrein niet wordt uitgebreid indien er een nieuw gebouw van 450 m2 wordt neergezet. De reden die wordt opgegeven is dat het terrein ook nu al verhard is. a. Klopt dat? b. Hoeveel m2 verharding is er nu en is die verharding ook vergund/is deze toegestaan onder het huidige bestemmingsplan. In de RO op bladzijde 22 wordt gemeld dat de provincie Gelderland hier een vrijstelling heeft verleend. Dat lijkt een vergissing. c. Dat klopt toch niet?

1. Onder het huidige plan is buitenopslag niet toegestaan. Daarop is/wordt niet gehandhaafd. Aangevoerd wordt dat door een groot bedrijfspand te vergunnen, aan die opslag een einde komt. a. Is verboden buitenopslag voortaan een reden op bedrijfsuitbreiding toe te staan? Antwoord: De locatie van het perceel en het type bedrijf (hovenier) hebben in deze

situatie tot een positief advies geleid. In de RO onder 2.1, is vermeld dat deze buitenopslag hier nu echter is toegestaan, is vergund. b. Is dat inderdaad het geval? En zo ja, wat is er dan vergund en waar precies? Antwoord: in 2008 is door de gemeente de vergunning + vrijstelling afgegeven voor het hoveniersbedrijf incl. buitenopslag aan de achterzijde (binnen het bouwvlak). Opmerking: onder 2.2 staat vermeld dat het bedrijf hier al 30 jaar is gevestigd, dat lijkt 11 jaar te moeten zijn. c. Is dat correct? Antwoord: de laatste bouwvergunning voor huidige bedrijfsbebouwing (in totaal zo’n 110m2) is op deze locatie al in 1990 vergund. Het huidige bedrijf zit er inderdaad pas zo’n 14 jaar. 2. Conform het bestemmingsplan is de nu vergunde bedrijfsbebouwing 50,4 m2. U wilt een nieuw gebouw van 450 m2 toestaan. Dat is 900% groter dan hetgeen nu is toegestaan. In het voorstel en in de ruimtelijke onderbouwing worden bedragen aan uitbreiding vermeld van 15%, 20% en 40%. Nergens komt voor dat het hier om 900% zou gaan. Waar wordt onderbouwd dat 900% voldoet aan de vereisten die de Structuurvisie, de interim PRV en ook onze landschapsnota, toelaat dat een dergelijke vergroting hier mogelijk is; kan worden toegestaan en waarom is de onderbouwing daarvan niet terug te vinden? Antwoord: de bestaande bedrijfsbebouwing is ongeveer zo’n 110m2.

In het bestemmingsplan is een bouwvlak opgenomen van zo’n 1200m2 die voor maximaal 15% bebouwd mag worden (d.w.z. zo’n 180m2). In de nieuwe situatie wordt het bedrijfspand 450m2 (incl. opslag). Het bedrijf heeft onderbouwd dat dat nodig is voor de bedrijfsvoering. Dat is verder onderbouwd in de ruimtelijke onderbouwing. 3. Bij de stukken zit geen zg. Vormvrije MER. In de RO wordt uiteengezet waarom men deze niet overlegt. Eén van de aangevoerde redenen is dat het hier geen gevoelige functie betreft, omdat op het perceel (of in het kantoor en de voorziene bedrijfsruimten?) niet meer dan twee uur per dag mensen verblijven. a. Waarom staan die kantoor- en verblijfsruimten op tekeningen en worden ze aangevraagd? Antwoord: de aanvraag is voor een bedrijfspand, incl. kantoorruimte en personeelsruimte. b. Waarom wordt elders in de RO gemeld dat een hoveniersbedrijf niet zonder kantoor ter plaatse kan? Antwoord: Het is logisch dat een hoveniersbedrijf ook een ruimte heeft voor een kantoor t.b.v. van het bedrijf. c. Waarom is geen vormvrije MER overlegd? Antwoord: als de gemeenteraad de gevraagde verklaring van geen bedenking afgeeft, dan kan het college het besluit nemen om het ontwerpbesluit ter inzage leggen. Onderdeel van dat besluit zal de aanmeldnotitie MER zijn, waarin ook de mogelijke stikstofdepositie wordt behandeld. d.

Hoe controleert u of er hier straks niet meer dan twee uur op het perceel wordt verbleven? Antwoord: binnen de bedrijfsbestemming is het toegestaan om langer dan twee uur te verblijven. Bewoning is echter niet toegestaan. 4. In de RO staat dat er in de nieuwe voorziene situatie geen buitenopslag meer is

toegestaan. a. Hoe wordt dan gehandhaafd en voorkomen dat opnieuw de situatie van nu zou kunnen ontstaan? Antwoord: In de omgevingsvergunning wordt dit als voorwaarde opgenomen. Verder is het de taak van de gemeente om handhavend op te treden tegen illegaal gebruik van gronden. Even verderop meldt de RO dat achter het nieuw voorziene gebouw de gronden zullen worden gebruikt voor het stallen van materialen en materieel. b. Wat maakt dat dit geen opslag is en wat maakt dat het terrein dan niet precies de uitstraling krijgt, ook in de nieuwe situatie, als die van nu? Antwoord: De gemeente wil meewerken aan een groter bedrijfspand onder de voorwaarden dat de opslag van materialen inpandig gaat plaatsvinden. Achter het nieuwe pand komt de manoeuvreerruimte voor vrachtwagens/personenauto’s en de parkeerplaatsen. Aan de zijkant van de nieuwe bebouwing komt een strook waar een proefopstelling kan worden gerealiseerd (geen bebouwing). In de te verlenen omgevingsvergunning wordt het verbod op buitenopslag expliciet opgenomen. c. Mag dan een nog groter gebouw worden neergezet, zodat opnieuw de buitenopslag daarin, in dat gebouw, moet gaan plaatsvinden? Antwoord: mocht in de toekomst een groter pand nodig zijn, dan zullen we dat te zijner tijd objectief beoordelen. d.

Is er nu wel of geen buitenopslag toegestaan? Antwoord: als voorwaarde in de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat buitenopslag van materialen niet is toegestaan. 5. In de RO onder 3.2.2 is gemeld dat de Provincie t.a.v. onder andere deze plek, voor deze zone, het beleid zou hebben “behoud door ontwikkeling”. Uit de genoemde artikelen 7.2 en 7.7 waarnaar in de RO wordt verwezen ter onderbouwing volgt dat niet. Het is de verordening gemelde is: “De regels van deze afdeling zijn gesteld met het oog op de instandhouding en versterking van de uitzonderlijke universele waarden van Werelderfgoederen.” Klopt het dat hetgeen in de RO gemeld wordt niet correct is? Antwoord: De provincie heeft expliciet ingestemd met deze ontwikkeling en volgt daarmee hun eigen Interim provinciale verordening. 6. Noch het bestemmingsplan, nog de Omgevingsverordening van de Provincie staan uitbreiding van bebouwing toe boven bestemmingsplan 15%, Provincie 20% van de huidige vergunde bebouwing. Bij 40% (of is het 900%) extra bebouwing gelden bijzondere voorwaarden waaraan moet worden voldaan. a. Klopt dat? Antwoord: De provincie en Mooisticht hebben ingestemd met een bedrijfspand van 450m2 op deze locatie. Onder de voorwaarde van landschappelijke inpassing en een uitvoering in hout.

Omdat de 15%-afwijkingsnorm uit het bestemmingplan wordt overschreden, kan aan de aanvraag alleen medewerking worden verleend met toepassing van een uitgebreide Wabo-procedure. Om die reden is ook een verklaring van geen bedenking van de gemeenteraad benodigd. De reden waarom hier om zoveel extra bebouwing wordt verzocht, lijkt een economische noodzaak te zijn en de conclusie dat er voor dit bedrijf elders geen geschikte locatie zou kunnen worden gevonden. b. Klopt dat? Antwoord: De huidige is qua locatie uitermate geschikt.

7. Een watertoets is verplicht, maar niet uitgevoerd. Klopt dat? Antwoord: vanuit Waternet is de steleregel dat als je per saldo meer dan 1000m2 gaat verharden/bebouwen, dat dan watercompensatie gerealiseerd moet worden. Het nieuwe bedrijfspand blijft onder deze norm en watercompensatie is dus niet nodig. 8. Op bladzijde 25 RO is gemeld dat de bestaande verharding van het terrein niet wordt uitgebreid indien er een nieuw gebouw van 450 m2 wordt neergezet. De reden die wordt opgegeven is dat het terrein ook nu al verhard is. a. Klopt dat? Antwoord: een groot deel van het terrein is inderdaad al verhard. Dat was al zo toen de bestemming nog agrarisch was. b. Hoeveel m2 verharding is er nu en is die verharding ook vergund/is deze toegestaan onder het huidige bestemmingsplan. Antwoord: In de in 2008 afgegeven vrijstelling is de verharding meegenomen, rondom de bestaande bebouwing, binnen het bouwvlak / bedrijfsbestemming. De precieze oppervlakte is niet duidelijk. De behandelend ambtenaar is in 2022 ter plaatse geweest en heeft geconstateerd dat die verharding er nog steeds is. In de RO op bladzijde 22 wordt gemeld dat de provincie Gelderland hier een vrijstelling heeft verleend. Dat lijkt een vergissing. c. Dat klopt toch niet? Antwoord: dat is een omissie in de ruimtelijke onderbouwing. Dat moet de provincie Utrecht zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12140999/2