CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

221124 Beantwoording technische vragen CUSGP Hofland

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Investeringsbudget Kindcentrum Hofland (AKKOORDSTUK)1.062 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Logo

Naam indiener: Wim Stam Fractie: ChristenUnie-SGP De Ronde Venen Datum van indienen: 21-11-2022 Onderwerp: Investeringsbudget Hoflandschool

In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Inleiding De ChristenUnie-SGP is bijzonder geschrokken van de omvang van het gevraagde budget. Startte dit project in 2019 met een begroting van 5,1 miljoen, deze aanvraag verdubbelt dat. En ondanks de vergrootte omvang, vinden wij een stijging met meer dan 100% in drie jaar tijd extreem groot. De stijgende bouwkosten zullen ergens tussen de 40 en 50% liggen (de aanbesteding begin dit jaar lag 43% boven budget van 2019) en de verhoging van de te realiseren m2 is ca 23%. Totaal komen we dan uit op maximaal ca 70%. Vragen 1. Totale bouwsom meer dan 10 miljoen. En dan bouwt u niet ENG (maar BENG?). Hoe marktconform is dit budget (als wij wat research doen, komen we bij deze omvang – royaal afgerond – in de buurt van 8 a 9 miljoen). Kunt u onderbouwen waar de enorme toename in zit? Het gevraagde budget voor de stichtingskosten van het nieuwe gebouw bedraagt € 9.318.400. Dit is de uitkomst van 2.912 m² bruto vloeroppervlak maal de m² prijs voor stichtingskosten ad € 3.200. (De bouwheer raamt de stichtingskosten op € 9.294.384). Met dit voorstel vraagt het college de raad (afgerond 10%) een marge voor onvoorziene kosten, zoals verdere prijsstijgingen van grondstoffen tussen nu en de aanbesteding van de bouw. Hierdoor wordt voorkomen dat

het college na aanbesteding binnen 30 dagen terug moet naar de raad voor een aanvullend budget. Als de prijsstijging niet hoger uitvallen dan nu verwacht blijft dit budget over. 2. In het RV geeft u aan met 10% onvoorzien te rekenen. Op basis van het kostenbudget zou dat € 931.840 zijn, maar u neemt € 931.600 op. Wij nemen aan dat dit een “afronding” is om op rond € 10.250.000 uit te komen? Correct. Inderdaad een afronding van € 240 om op rond € 10.250.000 (totaal) uit te komen, en om vervolgens op rond € 4.200.000 uit te komen voor het aanvullende budget (€10.250.000 minus € 6.050.000). 3. U gaat uit van een begroting die de stichting in oprichting heeft ingediend; in welke mate is soberheid betracht / welke sturing heeft u om het budget zo laag mogelijk te houden met behoud van kwaliteit? Het college gaat uit van de bruto vloeroppervlakte (2.912 m²) en de geldende vierkante meterprijs ad € 3.200. Dit laatste bedrag komt uit het kwaliteitskader van Ruimte-OK en is ook openomen in het (komende) Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen. Het uitgangspunt van het college en de bouwheer is en blijft vooralsnog dat het nieuwe gebouw een investering van € 9.294.384 vraagt. 4. Krijgt de stichting nog een taakstelling mee om zo mogelijk voor een lager bedrag te bouwen waarmee de kosten voor de gemeente lager uit zullen vallen.

De bedoelding is dat er een nieuw gebouw gerealiseerd wordt binnen het geraamde gemeentelijke investeringsbudget van € 9.318.400. Er wordt gestuurd op kwaliteit met de opdracht om de kosten zo reëel mogelijk te houden. 5. Is met de scholen nog gesproken over inzet van hun onderhoudsreserves; zij krijgen nu een gloednieuwe school waar ze de komende jaren nauwelijks kosten aan zullen hebben. De uitgaven van de schoolbesturen voor onderhoud en vervanging in de eerste jaren na de oplevering zullen beperkt zijn. Daar staat tegenover dat de schoolbesturen moeten sparen voor de kosten van het onderhoud -op enig moment- aan, en vervanging -op termijn- van dure installaties voor verwarming en luchtkwaliteit. 6. U moet nog met de kinderopvang de huurprijs / voorwaarden afstemmen; welke risico’s lopen we daarmee? Zowel de kinderopvang, als de schoolbesturen, als de gemeente hebben de intentie tot een langdurige, stabiele en duurzame samenwerking. De betrokken kinderopvang is landelijk gezien een ‘grote speler’ die al een lang verleden heeft in de kinderopvangmarkt. Dus het een risico op faillissement is erg klein. Een risico kan dan dat als kinderopvang besluit om niet langer te huren, dat de specifieke indeling van de ruimten nieuwe verhuur aan anderen bemoeilijkt.

De gemeente heeft in het verleden twee keer eerder geïnvesteerd in ruimte voor de kinderopvang, brede school Present in Mijdrecht en Piet Mondriaan in Abcoude. 7. Waarom kiest u voor een rentepercentage van 1%, waar we in een huidige markt zien dat de rentes al flink aan het stijgen zijn? Tegen welk % kunt u nu een 40jr lening afsluiten (we hebben eerder besloten om leningen af te sluiten met een zelfde looptijd als de

afschrijftermijn). De gemeente hanteert een financieringsrente van gemiddeld 1,5%. De gemeente kent als overheid een relatief laag risicoprofiel en kan dus onder marktrentes lenen. Er is pas sprake van nieuwe verhoogde rentestanden als leningen aflopen en opnieuw gefinancierd moeten worden. Hierdoor duurt het voordat de gemeente op de verhoogde marktrentes uitkomt. Overigens kent de gemeente bij ‘rentes gekoppeld aan investeringen’ geen financieringsrente of marktrente, maar over “toegerekende rente” ook wel de renteomslag genoemd. Het verschil wordt veroorzaakt doordat de gemeente voor investeringen niet alles leent. De gemeente heeft eigen kasgeld om in te zetten. De marktrente op het deel dat extra geleend moet worden is inderdaad zoals hierboven omschreven aan stijging onderhevig, maar het deel waarvoor geen lening is aangegaan is altijd 0%. Zie rekenvoorbeeld: Bedrag: Boekwaarde van de activa 2022 Leningportefeuille 2022

verschil (niet geleend):

Uitleg: Bron: Begroting 2023 - "Financiële begroting hoofdstuk 7 - meerjaren prognose balans en EMU95.253.000 Saldo" Bron: Begroting 2023 - paragraaf financiering 59.400.000 "ontwikkeling langlopende lening" Dit betreft het bedrag waarvoor we wel investeringen hebben uitgevoerd, maar niet voor 35.853.000 hebben hoeven lenen.

Rente Rentekoste Bedrag % n Rentekosten leningsdeel: 59.400.000 1,50% 891.000 Rentekosten niet geleend deel: 35.853.000 0% 0 Totaal: 95.253.000 891.000 Toegerekende rente (rente-omslag): 891.000 / 95.253.000 = 0,94% (afgerond: 1,0%)

Oorspronkelijk Gewijzigd Verschil tov 2019 in %

Investeringsbedrag Oppervlakte 2019 2021 2368 5,1 6,05 2912 544 0,95 23,0% 19%

2022 7,3

2023 10,25

2,2 43%

5,15 101%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12097030/2