221009 Concept ontwerp kadernota 2024 SGL
Tekst van het document
ONTWERP KADERNOTA / UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2024 9 NOVEMBER 2022
1. INLEIDING Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht en Woerden en de Provincie Utrecht samen aan het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke recreatieterreinen en –voorzieningen in het buitengebied voor inwoners en bezoekers van de regio. Het algemeen bestuur van het recreatieschap heeft begin 2018 de ‘Kadernota 2019-2022’ vastgesteld. Deze kadernota dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt voor de 4-jarige budgetperiode die loopt van 2019 tot 2022. Vanwege de transitie is tot nu toe geen nieuwe kadernota 2023-2026 voorgelegd maar heeft het algemeen bestuur de beleidsuitgangspunten uit de kadernota 2019-2022 voor het begrotingsjaar 2023 gecontinueerd. Naast de kadernota, die eens in de vier jaar wordt opgesteld, stelt het bestuur conform haar financiële verordening (artikel 3) jaarlijks specifieke uitgangpunten voor de begroting voor het volgende begrotingsjaar op. Daarin zijn vastgelegd de verwachte (beleids-)ontwikkelingen, specifieke aandachtspunten en indexaties van loon- en prijsbijstellingen van de meerjarenbegroting van het begrotingsjaar en tenminste de drie daaropvolgende jaren.
De voorgestelde indexaties van loon- en prijsbijstellingen worden afgeleid uit de meest recente meicirculaire Provincies en enkel met onderbouwing bijgesteld. De transitieperiode waarin ons recreatieschap zich bevind is nog niet afgerond. De overdracht van de taken van RMN aan Staatsbosbeheer zal formeel op 1 januari 2023 afgerond worden, en in de komende twee begrotingsjaren 2023 en 2024 zal er sprake zijn van een transformatieperiode, waarin Staatsbosbeheer onder andere zal werken aan de verbetering van (bedrijfs-)processen met als doel de kwaliteit van de besturing en beheersing van die processen te verbeteren. In dit document worden elementen van de kadernota (met als doel financiële sturing op middellange termijn) en de uitgangspunten voor de begroting 2024 (vastleggen van de financiële kaders voor begrotingsjaar 2024) gecombineerd.
1.1. Uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2024 - 2027 Recreatieschap Stichtse Groenlanden is in 1999 opgericht “ter behartiging van het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. Voor de komende jaren (2024 – 2027) heeft het recreatieschap de volgende uitgangspunten vastgesteld: -
regio Utrecht groeit en daarmee de vraag naar recreatievoorzieningen;
-
het recreatieaanbod moet aansluiten bij de behoefte van recreanten;
-
publieke recreatievoorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven.
In de vorige budgetperiode hebben zowel het voormalige Programma A (Stichtse Groenlanden) als het voormalige Programma B (Vinkeveense Plassen) (extra) middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de in stand houding en verbetering van de huidige recreatieve voorzieningen 1. Deze extra middelen zullen in de periode 2024 – 2027 ook nodig zijn om de prijsstijgingen voor grondstof en energie op te kunnen vangen.
1 En ook om de hogere doorberekening van de personeelslasten bij RMN op te vangen.
1.2. Uitvoering: Staatsbosbeheer (SBB) Het recreatieschap belegt de uitvoering van haar kerntaken – ‘Beheer & Onderhoud’, ‘Toezicht & Handhaving’, ‘Exploitatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Bedrijfsvoering’ en ‘Bestuursondersteuning’ – sinds 1 januari 2023 bij Staatsbosbeheer. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden en Staatsbosbeheer gaan in de afgesloten samenwerkingsovereenkomst uit van een overgangsperiode van twee jaar (2023 en 2024). In die periode zal onder andere worden gewerkt aan de verbetering van (bedrijfs-)processen met als doel de kwaliteit van de besturing en beheersing van die processen te verbeteren. De eenmalige kosten die gepaard gaan met deze overgangsperiode zullen worden gefinancierd uit een ‘bestemmingsreserve transitie SBB’ die de tweede begrotingswijziging 2022 is aangelegd en in begrotingsjaar 2022 met de deelnemers is afgerekend. 1.3. Structurele kosten ingaande 2023 Voor wat betreft de structurele kosten van de taakuitvoering is in de samenwerkingsovereenkomst tussen SGL en SBB afgesproken, dat “[…] het budget van € 3,06 miljoen is taakstellend voor Staatsbosbeheer en past binnen de kadernota 2023 van het Recreatieschap2.” Dit taakstellende bedrag geldt tevens (geïndexeerd) voor het begrotingsjaar 2024.
2. PLANNING & CONTROL Het dagelijks bestuur (DB) heeft deze ‘Kadernota 2024’ opgesteld en biedt deze voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de staten van de deelnemende provincies aan. Met inachtneming van eventuele zienswijzen stelt het algemeen bestuur (AB) deze ‘Kadernota 2024’ – die dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt – vast, aan de hand waarvan het dagelijks bestuur de ‘Ontwerp begroting 2024’ opstelt. Hiervoor geldt de onderstaande planning. P&C-document
Datum vaststelling ontwerpdocument
Uitgangspunten begroting 2024
Dagelijks bestuur 14 november 2022
Begroting 2024
April 2023
Datum verzending naar deelnemers (griffies)
Datum (concept) zienswijze retour
Datum vaststelling AB
15 november 2022
+ 12 weken = 14 februari 2023
Februari 2023
April 2023
Juli 2023
Juli 2023
3. PROGRAMMA’S EN PRODUCTEN 3.1 Ontwikkelingen per gebied (voormalig programma A en programma B) De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: •
Programma A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs Lek en in het Groene Hart.
•
Programma B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied.
Het recreatieschap (beide programma’s) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied.
2 Bron: Voorstel samenwerking Staatsbosbeheer (SBB) en Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) d.d. 24 juni 2022, versie 1.0,
p14.
3
Voor beide programma’s is in 2019 een programmaplan opgesteld. Het plan ‘Programma A Stichtse Groenlanden 2019 e.v.’ omvat de ontwikkelambitie en –strategie voor de komende jaren. Deze ontwikkelambitie en -strategie zal de komende twee jaren worden voortgezet en worden herijkt in een gezamenlijk visietraject met SBB. Het plan ‘Vinkeveense Plassen 2019-2024’ heeft een iets bredere scope en vloeit voort uit het ‘Toekomstplan Vinkeveense Plassen’ dat primair is opgesteld om ook in 2024 – na het wegvallen van de bijdrage van Amsterdam – tot een sluitende begroting te komen. Inmiddels is duidelijk dat de beoogde extra opbrengsten niet worden gerealiseerd en het wegvallen van de deelnemersbijdrage van de gemeente Amsterdam niet kunnen worden gecompenseerd. Als gevolg hiervan zal de deelnemersbijdrage voor het programma moeten worden verhoogd. Vanaf 2025 wordt de begroting voor de uitvoering van de taken voor het Recreatieschap door Staatsbosbeheer opgesteld op basis van het vierjarig Uitvoeringsplan 2024-2027 met bijbehorend Vierjarig Financieel Perspectief 2024-2027. Voor het opstellen wordt met ingang van 2025 gebruik gemaakt van de Product- en Diensten Catalogus van Staatsbosbeheer en het TBM model.
Voor deze beleidsarme kadernota kan voor het begrotingsjaar 2024 uit worden gegaan van de hierboven genoemde programmaplannen en van de inhoudelijk beschreven ontwikkelingen in de ontwerpbegroting 2023, waarin binnen elk programma de belangrijkste ontwikkelingen zijn beschreven
4. ALGEMENE FINANCIELE UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2024 E.V. Voor het opstellen van de begroting 2024 worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: •
de deelnemersbijdrage wordt geïndexeerd, de overige baten worden voorzichtigheidshalve niet geïndexeerd;
•
er wordt verhoging van de deelnemersbijdrage gevraagd (naast indexatie) als gevolg van het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam;
•
alleen de structurele financiële effecten van de Begroting 2023 (en eventuele begrotingswijzigingen) worden verwerkt
•
de structurele financiële effecten van bestuursbesluiten die tot en met 1 maart 2023 zijn genomen worden verwerkt
•
de meerjarenbegroting wordt niet geïndexeerd.
Aanvullend hierop worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de begroting 2024: 1. De deelnemersbijdrage aan Recreatieschap Stichtse Groenlanden wordt met 3,38% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie, ervan uitgaande dat: •
Het te hanteren prijsindexcijfer, op basis van de meicirculaire provinciefonds 2022, 2,4% bedraagt;
•
De verwachte loongerelateerde stijging, op basis van de meicirculaire provinciefonds 4,2% bedraagt;
•
De verhouding tussen personele en overige kosten in het Recreatieschap op basis van de begroting 2023 54% loongerelateerde kosten versus 46% overige kosten bedraagt;
•
Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ontheffingen en gebruik terreinen wordt een stijgingspercentage van 2,4% ten opzichte van 2023 aangehouden3;
3 De inkomsten die geïndexeerd kunnen worden, worden met 2,4% geïndexeerd. Helaas kunnen niet alle inkomsten geïndexeerd
worden, omdat in het verleden overeenkomsten zijn gesloten zonder indexatiemogelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat de totale inkomsten gemiddeld met minder dan 2,4% zullen stijgen.
4
•
De inkomsten verwacht uit exploitatie (zoals erfpacht, verhuur, vergunningen, evenementen etc.) ten opzichte van 2023 worden bijgewerkt naar de laatste inzichten zoals in het bestuur vastgesteld.
2. Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Bij beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is tevens behoud van ecologische en cultuur-historische waarden van de gebieden belangrijk. 3. Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029. In 2021 is het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia en in 2022 heeft actualisatie plaatsgevonden. Vanaf 2022 wordt daarom reeds begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Staatsbosbeheer neemt vanaf 2023 het beheer van het MJOP over en zal een MJIP laten vaststellen. Eventuele hiaten in het investeringsprogramma zullen in de loop van 2023 en 2024 worden gecorrigeerd. Hierbij zal rekening worden gehouden met eventuele beperkingen die voortvloeien uit de klimaatmaatregelen die het kabinet neemt. 4. Per 1 januari 2018 heeft het recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers.
De bijdrage (€ 138.386,- voor programma A en € 30.241,- voor programma B op basis van de indicatieve begroting van het Routebureau 2023) die jaarlijks aan het Routebureau moet worden betaald, wordt volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het recreatieschap 4. 5. Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 80.000 betalende bezoekers (programma A). Voor wat betreft het eerste punt geldt, dat in de periode na publicatie van de meicirculaire de inflatiecijfers zodanig zijn gestegen, dat genoemde percentages niet meer reëel zijn. Voorstel is derhalve om de begrotingscijfers 2024 te baseren op het reële inflatiepercentage.
5. WEERSTANDSVERMOGEN EN RESERVES Het bestuur van het recreatieschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve is in eerste aanleg beschikbaar als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan gebruikt worden voor andere activiteiten of – incidenteel – ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. De kaders hiervoor zijn opgenomen in de financiële verordening. Bij de vaststelling van de tweede begrotingswijziging 2022 en de begroting 2023 heeft het bestuur besloten alle met de transitie samenhangende kosten (liquidatiebegroting en transitiebegroting) te financieren uit de algemene reserve per ultimo 2022. Als gevolg hiervan komt is het weerstandsvermogen ultimo 2022 nihil. Het bestuur heeft uitgesproken maar in de jaren daarna het weerstandsvermogen weer op peil te brengen. Het weerstandsvermogen is op peil wanneer de verhouding beschikbaar weerstandsvermogen en aanwezige risico’s minimaal 1,0 bedraagt. Het bestuur streeft ernaar om dit niveau te bereiken binnen vier jaar, per ultimo 2026.
4 De financiële kaders (tarieventabel) voor 2024 worden in het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht in maart 2023 vastgesteld.
5