CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

220913 Beantwoording technische vragen PvdAGroenLinks het Oosterland

Technische commissie 15 september 2022, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Ruimtelijk Kader Tuinderslaan/Oosterland706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke Kader het Oosterland 1. Vraag: Het plan gaat uit van 30% sociale huur en 15% middenhuur/goedkope koop. Voor de 30% sociale woningbouw worden afspraken gemaakt met Cazas Wonen. Op welke wijze wordt de 15% middenhuur/goedkope koop langjarig geborgd? Worden hier voorwaarden voor opgenomen? En wordt de woningcorporatie hier ook bij betrokken? Antwoord: Voor Het Oosterland zijn we met de ontwikkelaar in onderhandeling over de instandhoudingstermijn van de middeldure huurwoningen. Daarnaast is aan de ontwikkelaar de verplichting meegegeven dat zij de sociale huurwoningen onderbrengen bij een woningcorporatie welke is aangesloten bij het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht (RWU). 2. Vraag: Hoe sluit de voorgestelde typologie aan woningen aan bij het eerder gedane woonbehoefteonderzoek van STEC voor de verschillende kernen in De Ronde Venen? Antwoord: Het woningprogramma sluit aan bij de behoefte vanuit het onderzoek van STEC. Het STEC-onderzoek geeft op de grotere ontwikkellocaties de voorkeur een mix van doelgroepen. Met de verplichtingen van 30% sociale huurwoningen en 15% middeldure huurwoningen wordt richting gegeven aan de voorkeur voor een mix aan doelgroepen. Daarnaast kent het woningbouwprogramma met appartementen, rijwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen verschillende woningtypologieën. 3.

Vraag: De toelichting onder kanttekening 1.1 vinden we wat verwarrend. Er wordt gesteld dat het plan niet voldoet aan de Interim-Omgevingsverordening, maar het is toch zo dat wanneer een plan wordt opgenomen in de Regionale Programmering Wonen en Werken dat het ook past in de Interim-Omgevingsverordening? Of werkt dat anders? Antwoord: Dat klopt. Als het plan wordt opgenomen in de Regionale Programmering Wonen en Werken wordt daarmee gelijktijdig de Interim-Omgevingsverordening aangepast. 4. Vraag: Verder wordt de Provinciale Ruimtelijke Verordening genoemd, maar die bestaat niet meer en is opgegaan in de Interim-Omgevingsverordening. Ook wordt gesteld dat deze verordening moet worden aangepast om dit project mogelijk te maken. Op welke aspecten moet dat gebeuren? Overigens gaat het dan om de Omgevingsverordening en niet de Interim-Omgevingsverordening, ervan uitgaande dat de Omgevingswet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Antwoord: Dat klopt. Op dit moment gaat hem om de Interim-Omgevingsverordening en waarschijnlijk vanaf 1 januari 2023 om de Omgevingsverordening. Op dit moment heeft het plangebied in de Interim-Omgevingsverordening de aanduiding ‘Concentratiegebied glastuinbouw’. Deze aanduiding moet voor het plangebied uit de verordening en een aanduiding krijgen die woningbouw mogelijk maakt.

Deze wijziging in de InterimOmgevingsverordening / Omgevingsverordening zal worden gemaakt als het plan wordt

opgenomen in de Regionale Programmering Wonen en Werken. 5. Vraag: Onder 1.2 wordt gesteld dat mobiliteit een aandachtspunt blijft. In het ruimtelijk kader wordt beargumenteerd dat dit geen probleem moet vormen. Waarop zit het verschil van inzicht tussen de gemeente en de provincie precies? Antwoord: De provincie kijkt in de beoordeling van de verwachte verkeersdruk niet per project, maar naar het totaal aantal (toekomstige) projecten binnen Mijdrecht en omgeving. Met alleen de realisatie van project Het Oosterland lijkt de verkeersdruk op de N201 niet heel veel toe te nemen. Maar de provincie ziet met het totale aantal projecten binnen Mijdrecht en omgeving mogelijk wel een knelpunt ontstaan. 6. Vraag: Onder vervolg valt te lezen dat het Ontwerpbestemmingsplan vast ter inzage gelegd wordt, maar dat tegelijkertijd nog gewerkt wordt aan het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan. Heeft de uitwerking van deze laatste twee plannen geen invloed op hetgeen in het bestemmingsplan wordt opgenomen? En heeft dit geen invloed op de onderhandelingspositie van de gemeente bij verkoop gemeentelijke percelen? Antwoord: Het bestemmingsplan wordt zo opgesteld dat het in verdere de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan geen belemmering oplevert.

Met een vastgesteld ruimtelijk kader voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan, met daarin onder andere het beoogde woningprogramma en een concept stedenbouwkundig plan, is er voldoende informatie voor een juiste waardering van de gemeentelijke percelen binnen het plangebied. 7. Vraag: Op pagina 13 van het ruimtelijk kader valt te lezen dat de gemeente in wil zetten op het ambitieniveau brons van het Convenant Duurzaam Bouwen. Waarom wordt hier niet gekozen voor zilver of goud? Antwoord: Het ambitieniveau Brons van Convenant Duurzaam Bouwen is al ambitieus en een uitdaging om aan te gaan voldoen. Om aan niveau Brons te voldoen moet er bijvoorbeeld 90% van de parkeernorm worden toegepast op het plan. Om niveau Goud te behalen zou het gaan om 60% van de parkeernorm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11824289/2