220705 RIB bijlage 5 Rapportage TH in het Plassengebied
Tekst van het document
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
1/14
CONCEPTRAPPORTAGE
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied Een verkenning naar de mogelijkheden en consequenties van de uitvoering van de toezicht en handhaving in eigen beheer
67955 – Openbaar - 13 juni 2022 André Oostdijk en Nele Thijssen
GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
2/14
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1. ................................................................................................... 3 Inleiding ............................................................................................................. 3 1.1
Aanleiding en achtergrond ..................................................................... 3
1.2
Vraag- en doelstelling ............................................................................ 4
1.3
Onderzoeksopzet .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2. ................................................................................................... 5 De organisatorische consequenties en mogelijkheden ....................................... 5 2.1
De huidige organisatievorm .................................................................... 5
2.2
Bestuurlijk traject met betrekking tot terugnemen T&H- taken ................... 5
HOOFDSTUK 3. ................................................................................................... 7 Kansen en risico’s in het licht van de beleidsambitie in het Plassengebied ........ 7 3.1
De problematiek in het Plassengebied ..................................................... 7
3.2
Organisatorische inrichting bij interne uitvoering ...................................... 8
3.3
Intern beleggen als mogelijke oplossing: kansen en risico’s ....................... 9
HOOFDSTUK 4. ................................................................................................. 12 Analyse & conclusie .......................................................................................... 12
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
3/14
HOOFDSTUK 1.
Inleiding 1.1
Aanleiding en achtergrond
De gemeente De Ronde Venen overweegt de toezicht- en handhavingstaken (hierna: T&H taken) op de Vinkeveense Plassen in eigen beheer uit te gaan voeren. In deze rapportage worden de mogelijkheden en consequenties van het onderbrengen van de T&H taken bij de gemeente zelf inzichtelijk gemaakt. Dit met als doel een goed onderbouwde keuze voor het al dan niet terugnemen hiervan mogelijk te maken. De invulling van de T&H is momenteel belegd bij Recreatie Midden Nederland (RMN), de uitvoeringsorganisatie van de twee recreatieschappen in de provincie Utrecht: Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en Plassenschap Loosdrecht en omstreken. In navolging van zorgen over de uitvoering die geuit zijn door de besturen van Recreatieschap SGL en Plassenschap Loosdrecht is besloten tot omvorming van het recreatieschap en opheffing van RMN. Als gevolg hiervan zal de uitvoering van het beheer en onderhoud van de Vinkeveense Plassen anders belegd worden. Grofweg willen we twee uitvoeringsvormen voor de invulling van de T&H taken met elkaar vergelijken: 1.
2.
Het ingezette transitietraject waar de gemeenteraad op 31 januari jl. mee heeft ingestemd om samen met de andere deelnemende gemeenten en de provincie Utrecht in het Recreatieschap de T&H taken te beleggen bij een externe samenwerkingspartner: Staatsbosbeheer. De T&H taken van het Plassengebied in eigen beheer uit te voeren. De gemeenteraad heeft bij besluitvorming in januari jl. verzocht om dit te onderzoeken.
In november 2021 heeft het Recreatieschap een intentieovereenkomst ondertekend met een Staatsbosbeheer (Hierna: SBB). In deze intentieovereenkomst hebben de partijen vastgelegd dat zij gezamenlijk de mogelijkheden onderzoeken om te komen tot een overnameovereenkomst van zowel de werkzaamheden als de medewerkers van RMN door SBB. Naast de T&H taken omvat de beoogde samenwerking taken op het vlak van terreinbeheer, onderhoud, exploitatie en vergunningverlening, doorontwikkeling van het areaal en bedrijfsuitvoeringstaken. Op 30 juni wordt deze intentiefase afgerond met een definitief besluit in het algemeen bestuur van het Recreatieschap. De besluitvorming verkeert daarmee in een vergevorderd stadium.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
1.2
4/14
Vraag- en doelstelling
Vraagstelling: De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: wat zijn de mogelijkheden en consequenties van het onderbrengen van de toezicht en handhaving van het Plassengebied in eigen beheer van de gemeente De Ronde Venen? Doelstelling: Dit onderzoek biedt inzicht in de kansen, risico’s en organisatorische gevolgen van het beleggen van de T&H taken in eigen beheer. Het doel van het onderzoek was initieel ingestoken vanuit een vergelijkend perspectief ten aanzien van de twee uitvoeringsvormen, namelijk het intern versus extern beleggen van de T&H. Voor een adequate afweging tussen beide uitvoeringsvormen is echter ook inzicht nodig in de wijze waarop de externe partner kan voorzien in de gemeentelijke beleidsambitie. Om de gesprekken tussen het Recreatieschap en SBB in aanloop naar 30 juni niet te bemoeilijken is gekozen om in het kader van dit onderzoek geen gesprekken te voeren met de interne partner in kwestie. Een weloverwogen afweging tussen beide uitvoeringsvormen vereist inzicht in de mogelijkheden en consequenties van beide opties. Hiervoor is een verdiepend gesprek met SBB cruciaal. Dientengevolge is de doelstelling van het onderzoek verschoven naar het inzichtelijk maken van de mate en wijze waarop het intern beleggen van de T&H taken kan beantwoorden aan de gemeentelijke ambities binnen het beleidskader T&H.
Als onderzoekers zijn wij neutraal en hebben de uitvoeringsvorm geanalyseerd vanuit een onafhankelijke en onbevooroordeelde blik. We spreken daarmee geen waardeoordeel uit over de scenario’s. De keuze voor waar de gemeente de toezichthoudende en handhavende taken onderbrengt zien wij als een politieke keuze. Om een goede afweging te kunnen maken is inzicht in de kansen- en risico’s essentieel. Ons doel is om dit besluit optimaal te faciliteren door in een bondige rapportage de mogelijkheden en (organisatorische) consequenties van het intern beleggen van de T&H overzichtelijk te formuleren.
1.3
Onderzoeksopzet
Aan de hand van negen diepte-interviews met onder meer beleidsmedewerkers, de procesbegeleider van de transitie naar SBB, de toezichthouders, de huidige coördinator van RMN en de burgemeester, hebben we inzicht gekregen in de optiek van betrokkenen. In de gesprekken werden allereerst besproken waarom intern beleggen wenselijk is (de vraag achter de vraag) en daarna de organisatorische consequenties van het intern beleggen van de T&H. Daarnaast werd bediscussieerd welke uitvoeringsvorm, in de optiek van de respondenten, het beste kan beantwoorden aan de gemeentelijke beleidsambities. Ook kwamen de veronderstelde kansen en risico’s van beide uitvoeringsvormen aan bod. De rapportage is opgebouwd uit drie delen: 1.
2.
3.
De organisatorische consequenties en mogelijkheden Allereerst wordt de huidige organisatievorm toegelicht. Vervolgens wordt het bestuurlijke traject uiteengezet dat het intern beleggen van de T&H taken behelst. Kansen en risico’s in het licht van de beleidsambitie in het Plassengebied Vervolgens wordt de beleidsambitie van de gemeente ten aanzien van de T&H geschetst. Hierbij worden de organisatorische consequenties geschetst van het intern beleggen van de T&H taken. Op basis van de informatie uit de gesprekken worden de kansen en risico’s van deze uitvoeringsvorm uiteengezet. Analyse Tot slot presenteren we onze analyse met betrekking tot de mogelijkheden en consequenties van het intern beleggen van de T&H taken.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
5/14
HOOFDSTUK 2.
De organisatorische consequenties en mogelijkheden 2.1
De huidige organisatievorm
Het Recreatieschap SGL is opgericht om gezamenlijk de instandhouding van recreatiegebieden en voorzieningen met een regionale functie te organiseren. De toetreding van De Ronde Venen in het recreatieschap SGL vond plaats in 2018, na opheffing van het Recreatieschap Vinkeveense Plassen. Het Recreatieschap is verantwoordelijk voor beheer, aanleg, onderhoud, doorontwikkeling en exploitatie van grondgebieden van de deelnemende gemeenten. T&H is één van de taken van het Recreatieschap. De Ronde Venen heeft net als de andere deelnemende gemeenten voor T&H de verordende bevoegdheid, beleid en uitvoering overgedragen aan het Recreatieschap, dat de uitvoering in opdracht aan RMN heeft gegeven. Voor het totale takenpakket dat belegd is bij het Recreatieschap betaalt De Ronde Venen in 2022 €495.110,deelnemersbijdrage. Met de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken in het Plassengebied is 1,03 fte BOA domein 2 (milieu en infrastructuur) belast. Concreet gaat dat onder meer om de T&H van natuurwetgeving, het Wetboek van Strafrecht, de Plassenverordening en de Verordening fysieke leefomgeving De Ronde Venen. BOA’s domein 2 worden ook wel aangeduid als ‘groene BOA’s’ aangezien zij actief zijn in het buitengebied en op natuurwetgeving handhaven.
Naast de inzet van de 1,03 fte heeft de gemeente besloten tot het Programma Vinkeveen Veilig (ook wel het ‘programma mooi weer’ genoemd), waarmee €20.000,- extra flexibele inzet gefinancierd wordt op tijden van piekbelasting. Tijdens piekbelasting wordt incidenteel samengewerkt met BOA domein 2 van RMN.
2.2
Bestuurlijk traject met betrekking tot terugnemen T&Htaken
De gemeente De Ronde Venen verkent of het onderdeel T&H uit het takenpakket gehaald kan worden dat bij het Recreatieschap is belegd. Het gaat daarmee om partiële uittreding uit het Recreatieschap, waarbij hoofdregel artikel 35 geldt van de huidige GR. Dit bekent dat zowel het college als de raad een besluit zullen moeten nemen. Ook zal een regeling getroffen moeten worden met het Recreatieschap in de vorm van een sociaal plan om de eventuele financiële gevolgen te dekken. Te denken valt bijvoorbeeld aan de personele gevolgen die de uittreding heeft voor SGL en/of de uitvoeringsorganisatie. In het AB van het Recreatieschap vindt op 30 juni de besluitvorming plaats ten aanzien van het samenwerkingsverband met SBB. Een voorgenomen partiële uittreding vergt zorgvuldige ambtelijke voorbereiding en politieke besluitvorming, zowel in eigen raad als binnen bestuur SGL. Praktisch gezien maakt dit een overdracht van de T&H taken aan SBB onvermijdelijk, wat niet wegneemt dat op middellange termijn deze keuze gemaakt kan worden. In dat geval zal een GR aanpassing nodig zijn waarvoor instemming nodig is van het AB van SGL. De verordende bevoegdheid, die nu bij het Recreatieschap ligt, zal bij de keuze tot partiële uittreding overgedragen moeten worden aan de gemeente. Dit gebeurt middels vaststelling door het AB van het recreatieschap.
De gemeente kan in theorie kiezen alleen de uitvoering van de T&H taken op zich te nemen, waarvoor besluitvorming in het AB wellicht niet noodzakelijk is. De uitvoerende BOA staat in dat geval op de loonlijst van gemeente maar zal de algemene verordeningen van het Recreatieschap moeten volgen. De
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
6/14
beleidsmatige invulling blijft dan bij het Recreatieschap in plaats van de gemeente. De voordelen van een transitie van de T&H taken (zoals het vergroten van de nabijheid en grip op de uitvoering) blijven daarmee deels onbenut. De keuze voor het intern beleggen van de T&H zal daarmee samen moeten gaan met een transitie van het intern beleggen van de verordende bevoegdheid. De Plassenverordening blijft echter een geldend beleidskader waarmee na partiële uitreding afstemming tussen het Recreatieschap en de BOA domein 2 van belang blijft. De gronden zijn nu in eigendom van het Recreatieschap. Dit eigendom hoeft voor het terugnemen van de VTH niet overgeheveld te worden naar de gemeente en hier hoeven dus geen overdrachtsafspraken over gemaakt te worden. Opgesomd zijn de volgende zaken relevant inzake het bestuurlijke traject met betrekking tot het terugnemen van de T&H taken: 1. 2. 3. 4. 5.
Op 30 juni vindt in het AB de besluitvorming plaats over de samenwerking met SBB. Terugname behoeft besluitvorming door zowel de eigen raad als het bestuur van SGL. Zeggenschap over de beleidsmatige invulling verreist het overdragen van de verordenende bevoegdheid. Aanpassing GR nodig. Regeling voor sociaal plan en financiële dekking.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
7/14
HOOFDSTUK 3.
Kansen en risico’s in het licht van de beleidsambitie in het Plassengebied In deze paragraaf wordt de gemeentelijke beleidsambitie ten aanzien van T&H in het Plassengebied geschetst aan de hand van de informatie van de gesprekspartners. De aanpak van gevaarlijk vaargedrag en overlast ten tijde van piekbelasting is wenselijk. Het vergroten van de flexibele capaciteit door middel van het aannemen van een extra groene BOA wordt gezien als essentieel. Het intern beleggen bij de gemeente wordt door meerdere gesprekspartners ervaren als een mogelijke oplossing voor dit probleem, mits dit gepaard gaat met een vergroting van de flexibele capaciteit in het Plassengebied.
3.1
De problematiek in het Plassengebied: piekbelasting tijdens zomers weer vraagt om flexibele capaciteit
De overkoepelende consensus die uit de gesprekken naar voren komt is dat het Plassengebied in de periode april – september en dan vooral tijdens mooie dagen overbelast kan raken door een grote aanwas van bezoekers. Sommige groepen creëren overlast. Anderen vertonen gevaarlijk vaargedrag wat zorgt voor veiligheidsrisico’s. Het intensiveren van de T&H op tijden van piekbelasting wordt door alle gesprekspartners als essentieel gezien. De 1,03 fte inzet in combinatie met het Programma Vinkeveen Veilig wordt als onvoldoende beschouwd om de veiligheid en het recreatieplezier op momenten van piekbelasting te kunnen garanderen. Voldoende T&H is cruciaal om de veiligheid én het recreatieplezier in het plassengebied te kunnen borgen. Om goed in te kunnen spelen op de problematiek als gevolg van piekbelasting is er behoefte aan extra, flexibele capaciteit. Met één BOA is het niet mogelijk om gedurende drukke dagen continu toezicht uit te oefenen. Rooster-technisch is dat niet te realiseren. Bovendien stellen de gesprekspartners dat één BOA sowieso onvoldoende is op piekmomenten. De beleidsambitie ten behoeve van plezierig en veilig recreëren komt daarmee in gevaar. De gemeentelijke beleidsambitie ten aanzien van de T&H in het Plassengebied In het coalitieakkoord ‘In het hart’ 2022-2026 zet de gemeente De Ronde Venen haar ambities ten aanzien van de T&H in het Plassengebied uiteen.
De gemeente werkt aan de veiligheid met partners waaronder de politie, brandweer en hulpdiensten, maar deelt deze verantwoordelijkheid met bedrijven en inwoners. Goede samenwerking op het thema veiligheid wordt daarmee van cruciaal belang geacht. De gemeente formuleert de ambitie om te onderzoeken of dit in eigen beheer belegd kan worden. Door de handhavers zelf in dienst te hebben, vergroot dit de flexibiliteit om BOA’s in te zetten op momenten waar nodig, passend bij de handhavingsprioriteiten van de gemeente. De flexibele inzet van BOA’s wordt daarmee van groot belang geacht. Ook specificeert de gemeente de ambitie om de handhaving te intensiveren om de geloofwaardigheid van BOA’s en het openbaar bestuur te versterken. Het aantal BOA’s domein 1 in eigen dienst wordt uitgebreid met één fte extra. Daarnaast is de gemeente voornemens om de handhaving meer integraal op te pakken.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
3.2
8/14
Organisatorische inrichting bij interne uitvoering
Het intern beleggen van de T&H taken wordt door de meeste gesprekspartners gezien als het middel voor de oplossing van de problematiek tijdens piekdrukte. Als de gemeente in de toekomst besluit tot het intern beleggen van T&H zal dit organisatorisch ingericht moeten worden. Een BOA behoeft naast materiaal en directe aansturing ook beleidsmatige en juridische ondersteuning. Investeringen zijn benodigd op de volgende thema’s. -
-
-
-
-
Materieel o Naast standaard voorzieningen zoals dienstkleding, een kantoorruimte en mobiele telefoon heeft een BOA domein 2 heeft een dienstauto (4x4) en een vaartuig nodig voor op de plassen. Daarbij komt dat een BOA domein 2, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor hun taakuitvoering, toegerust kunnen worden met geweldsmiddelen. Opleiding en ontwikkeling o Een BOA domein 2 heeft in navolging van een geldig BOA-getuigschrift permanente heren bijscholing (PHB) nodig. In een tijdsbestek van vijf jaar moeten vier modules worden gevolgd en afgerond met een examen bij de Exameninstelling Toezicht en Handhaving om het niveau van de BOA op peil te houden. Als de BOA geweldsmiddelen toegekend heeft gekregen verreist de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing (RTGB) dat deze bevoegdheid jaarlijks afgetoetst wordt door de Nederlandse Politieacademie. Beleidsmatige en juridische ondersteuning o Een BOA handhaaft zowel met strafrechtelijke als bestuursrechtelijke middelen. In geval van bestuursrechtelijk optreden heeft een BOA ondersteuning van gemeentelijke handhavingsjuristen nodig voor de opvolging van handhavingsacties als een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Beleidsmatige inbedding o Een optimale inzet van een BOA vraagt om een goede inbedding in het gemeentelijke beleid.
Wat zijn de hoger gelegen beleidsdoelen? Welke prioriteiten volgen daaruit voor toezicht en handhaving? Hoe is dat goed te organiseren en te plannen? Dit vergt ambtelijke ondersteuning ten aanzien van de beleidsvorming en aansturing. Invulling zorgtaken werkgeverschap o De gemeente dient invulling te geven aan de elementen van ‘goed werkgeverschap’, bestaande uit onder meer: het creëren van doorgroei/ontwikkelmogelijkheden, het voorzien in een veilige werkomgeving, de juiste werkmiddelen, arbeidsomstandigheden, verzuimbegeleiding en preventie.
Daarbij vergt een transitie naar de gemeentelijke organisatie tijd, aandacht en de inrichting van nieuwe beleidslijnen en verantwoordelijkheden. Dit resulteert in implementatiekosten, die naast de structurele kostenposten, eveneens in overweging genomen dienen te worden.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
3.3 3.3.1
9/14
Intern beleggen als mogelijke oplossing: kansen en risico’s Kansen
In het licht van bovenstaande beleidsambities benoemen de gesprekspartners verschillende factoren als kansen, allen gericht op het vergroten van de effectiviteit van het beleid. 1. Uitbreiding capaciteit naar 2 fte BOA’s domein 2. Gesprekspartners achten het unaniem van belang dat de capaciteit in het Plassengebied uitgebreid wordt naar 2fte om de veiligheid te kunnen borgen. In de optiek van de gesprekspartners zou een transitie naar het intern beleggen van de T&H taken gemakkelijker samen kunnen gaan met de vergroting van het beschikbare aantal fte’s, omdat de gemeente hier direct invloed op uit kan oefen. Echter stellen gesprekspartners dat de uitbreiding van het aantal fte’s wellicht ook in samenspraak met SBB gerealiseerd kan worden. In beide gevallen vraagt het echter om financiële investeringen waarvoor politieke besluitvorming en budgettaire ruimte nodig is. 2. Het versterken van de samenwerking met BOA’s domein 1 (openbare ruimte). Een andere oplossing voor het borgen van de veiligheid tijdens piekmomenten wordt door gesprekspartners gezocht in het bevorderen van de samenwerking met BOA’s uit domein 1.
Hoewel een BOA domein 1 niet alle bevoegdheden en/of specialisaties bezit die nodig zijn voor het uitoefenen van het volledige takenpakket van een BOA domein 2, kan een BOA domein 1 wel handhaven op basis van de Verordening Vinkeveense Plassen 2009 en de Eilandverordening Vinkeveen. Specifieke taken ten aanzien van onder meer parkeer- en afvalproblematiek kunnen daarmee ook door BOA’s domein 1 opgepakt worden. Door het intern beleggen van de T&H taken in het Plassengebied wordt de BOA domein 2 naar verwachting onderdeel van het team Integrale veiligheid. Op dit moment wordt incidenteel samengewerkt tussen BOA’s domein 1 en domein 2. Deze nabijheid biedt kansen om de samenwerking tussen de BOA’s domein 1 en domein 2 te versterken en daarmee integraal te sturen op de veiligheid in het Plassengebied. In het kader van dit verkennende onderzoek is echter niet verkend in hoeverre een dergelijke samenwerking tussen de BOA’s domein 1 (in dienst van de gemeente) en de BOA’s domein 2 (in dienst van SBB) gerealiseerd kan worden als de T&H taken extern belegd worden. Een gesprek met SBB kan hierin meer inzichten verschaffen. Gesprekspartners brengen voorbeelden in waarbij met een externe uitvoeringsorganisatie effectief integraal samengewerkt wordt.
Dus hoewel sommige gesprekspartners het intern beleggen van de T&H als een kans zien voor de het versterken van de samenwerking, stellen andere gesprekspartners dat een integrale aanpak ook met een externe partner gerealiseerd kan worden. 3. Ondersteuning door studenten De gemeente werkt samen met MBO Rijnland door middel van het aanbieden van stageplaatsen. Studenten gaan met bevoegde BOA’s domein 1 mee de straat op en ondersteunen hen in hun werkzaamheden. Het MBO Rijnland is voornemens om haar opleidingscurriculum uit te breiden door ook opleidingen aan te bieden voor BOA’s domein 2. Het wordt door meerdere gesprekspartners als kans genoemd om ook ten aanzien van BOA domein 2 een samenwerkingsverband op te bouwen met de opleiding, waarbij stagairBOA’s tijdens hun opleiding meedraaien in de praktijk. Waar het versterken van de samenwerking en afstemming met BOA’s uit domein 1 gezien wordt als een versterking van de capaciteit, wordt ondersteuning door studenten echter met name gezien als een manier om de zichtbaarheid te vergroten en het gastheerschap te versterken. Het blijft echter onduidelijk in hoeverre stagair-BOA’s de bevoegdheden en ervaring hebben om daadwerkelijk bij te kunnen dragen aan het bevorderen van de veiligheid. 4.
Het vergroten van de nabijheid Een van de belangrijke elementen die tot slot genoemd worden als kans bij het intern beleggen van de T&H taken is het verhogen van de ‘nabijheid’. Door de T&H intern te beleggen wordt de grip op de uitvoering
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
10/14
verhoogd. De verwachting wordt daarbij uitgesproken dat hierdoor sneller en adequater gehandeld kan worden in lijn met de gemeentelijke prioriteit: de borging van de veiligheid en het recreatieplezier tijdens piekbelasting. Verscheidene gesprekspartners verwachten dat de nabijheid resulteert in het verbeteren van het zicht op-, en de grip op het handelen en gedrag van de primaire stakeholders (inwoners, bezoekers, maatschappelijke organisaties en de bedrijvigheid in het Plassengebied). Daarnaast staat de T&H dichter bij de gemeente, wat mogelijk de verbinding met inwoners en organisaties rondom de plassen vergroot en daarmee ook de legitimiteit. Terugname beheer, onderhoud en T&H taken door de gemeente Wijdemeren De gemeente Wijdemeren heeft op 2 november 2021 een inspanningsovereenkomst getekend met het Plassenschap Loosdrecht en RMN om de dienstverlening die is ondergebracht bij RMN anders vorm te gaan geven. Net als de gemeente De Ronde Venen wenst de gemeente Wijdemeren meer regie te kunnen voeren op (de invulling van) de T&H. Voor de gemeente Wijdemeren vormt deze ambitie echter onderdeel van een bredere ambitie ten aanzien van het borgen van de veiligheid. De gemeente Wijdemeren was initieel voornemens de taakuitvoering van het ‘natte’ deel van de gebieden van het Plassenschap van RMN in eigen beheer uit te gaan voeren.
Om praktische redenen is deze ambitie verbreedt tot ook het intern beleggen van de ‘droge’ gebieden. Op 24 juni 2022 vindt de definitieve besluitvorming plaats ten aanzien van de transitie in het AB van het Plassenschap Loosdrecht. Mocht de gemeente in de toekomst besluiten tot het intern beleggen van de T&H taken, kan zij ter lering in gesprek gaan met de gemeente Wijdemeren.
3.3.2
Risico’s
Naast de kansen worden er ook risico’s geformuleerd door de gesprekspartners ten aanzien van het intern beleggen van de T&H taken. 1. Robuustheid uitvoeringscapaciteit Ten eerste vormt de robuustheid een aandachtspunt. Mocht de transitie van de T&H taken naar de gemeente niet resulteren in de uitbreiding van het aantal fte, dan ontstaat een kwetsbare situatie. In het geval dat de BOA domein 2 niet aanwezig is, is er geen toezicht op de Plassen. SBB heeft wellicht de beschikking over een poel van BOA’s domein 2 waar, in het geval van uitval, ziekte of verzuim, aanspraak op gemaakt kan worden. Ook de mate waarin de gemeente een aantrekkelijke werkgever kan zijn voor BOA’s domein 2 wordt door verschillende gesprekspartners betwist. Waar verschillende gesprekspartners verwachten dat een BOA domein 2 vrij gemakkelijk aangetrokken kan worden, wijzen anderen op de overspannen arbeidsmarkt. Er is sprake van een tekort aan BOA’s en dan met name BOA’s die actief zijn binnen domein 2. 2. Ondersteuning en aansturing Verschillende gesprekspartners stellen dat organisatorische consequenties van het intern beleggen van de T&H taken niet onderschat moet worden. De gesprekspartners verwachten dat de gemeente goed in staat is om deze organisatorische inrichting en ondersteuning te bieden aan een BOA domein 2.
Echter dient hiervoor enerzijds voldoende capaciteit beschikbaar te worden gesteld en anderzijds de benodigde kennis opgebouwd te worden. Hoewel de gemeente ervaring heeft met de aansturing van BOA’s domein 1, is dit vak wezenlijk anders dan van BOA’s domein 2. Dit vergt aansturing, begeleiding maar ook juridische en beleidsmatige ondersteuning vanuit een andere insteek.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
11/14
Naast het professioneel uitvoeren van de handhavingstaken draagt een BOA domein 2 zorg voor een prettig en veilig recreatieklimaat. De BOA treedt daarbij op vanuit een rol als gastheer/gastvrouw. Dit vergt een aanpak waarbij een BOA actief de verbinding en samenspraak met stakeholders opzoekt. Verschillende gesprekspartners geven aan dat zij verwachten dat SBB beter sturing kan geven op gastheerschapskwaliteiten omdat dit in lijn ligt met de corebusiness van deze externe uitvoeringsorganisatie. Zoals uiteengezet in paragraaf 3.2, heeft een BOA in domein 2 juridische ondersteuning nodig bij de bestuursrechtelijke opvolging van zijn/haar handhavingsacties. Ook het opstellen van werkplannen in lijn met de gemeentelijke ambities vergt de nodige tijd en aandacht om effectief invulling te geven aan de T&H in het Plassengebied. Tot slot vergt het benutten van de kansen die het intern beleggen van de T&H taken mogelijk maken ook tijd en inzet. Het versterken van de samenwerking met BOA’s domein 1 en studenten vraagt om inzet en zorgvuldige begeleiding vanuit het Team Integrale Veiligheid. Een succesvolle transitie van de T&H taken naar de gemeente vraagt daarmee ook capaciteit ten aanzien van de beleidsmatige en juridische ondersteuning.
Gesprekspartners achten het een risico dat er onvoldoende expertise en tijd beschikbaar gemaakt wordt voor het inregelen van de benodigde ondersteuning. 3. Bestuurlijke en financiële implicaties Een risico dat wordt genoemd door gesprekspartners is de bestuurlijke dynamiek en de beperkte grip op de benodigde middelen die ingezet zullen moeten worden als de gemeente besluit om de toezichthoudende en handhavende taken intern te beleggen. In 2018 is de gemeente De Ronde Venen op eigen verzoek toegetreden tot het Recreatieschap SGL na opheffing van het Recreatieschap Vinkeveense Plassen. Hiertoe is een nieuwe financiële structuur gerealiseerd binnen het Recreatieschap dat bestaat uit twee gescheiden werkgebieden: het werkgebied voor de Stichtse Groenlanden en het werkgebied voor de Vinkeveense Plassen. Partiële terugtrekking uit het Recreatieschap vergt zorgvuldige ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke inzet en draagvlak. Gegeven de inspanningen die toetreding tot het Recreatieschap vereiste, verwachten sommige gesprekspartners dat partiële uittreding op korte termijn kan leiden tot bestuurlijke weerstand. Daarbij komt dat een sociaal plan opgesteld zal worden ter compensatie van SBB. De benodigde tijdsinzet en de financiële gevolgen dienen meegewogen te worden in de besluitvorming.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
12/14
HOOFDSTUK 4.
Analyse & conclusie De piekbelasting van het Plassengebied vraagt om intensivering van de T&H De gemeente De Ronde Venen acht het borgen van de veiligheid en het recreatieplezier in het Plassengebied van groot belang. Met name op zomerse dagen zijn de Vinkeveense Plassen een geliefd recreatiegebied en ontstaan er door de toestroom van bezoekers momenten van piekbelasting op het water en de zandeilanden. Onder meer gevaarlijk vaargedrag en luide feesten zorgen voor overlast en onveilige situaties. Op dit moment wordt er één BOA domein 2 vanuit RMN ingezet om tijdens momenten van piekbelasting de T&H taken uit te voeren. Deze capaciteit wordt als te beperkt ervaren om de T&H taken effectief uit te voeren en dus de veiligheid en het recreatieplezier op drukbezochte zomerse dagen te kunnen borgen. De beleidsambitie, die geparafraseerd kan worden als ‘plezierig en veilig recreëren’ komt daarmee in gevaar. Tegen het licht van deze achtergrond stelt de gemeenteraad de vraag wat zijn de mogelijkheden en consequenties van het onderbrengen van de toezicht en handhaving van het Plassengebied in eigen beheer van de gemeente De Ronde Venen? Er is momenteel een transitie gaande waarbij de uitvoeringstaken van het Recreatieschap belegd worden bij de externe partner SBB waarvan de besluitvorming op 30 juni geëffectueerd wordt.
Een besluit nemen tot het intern beleggen van de T&H taken alvorens de samenwerkingsovereenkomst met SBB gesloten wordt, is daarmee praktisch gezien onhaalbaar. Het staat de gemeente echter in de toekomst vrij om de uitvoering van de T&H taken op basis van een politieke afweging intern te beleggen. Een dergelijk besluit vergt echter zorgvuldige politieke besluitvorming en ambtelijke voorbereiding. In aanloop naar deze beslissing kan de gemeente in gesprek gaan met SBB om te inventariseren in hoeverre gezamenlijk beantwoord kan worden aan de gemeentelijke beleidsambities. De komst van een nieuwe uitvoeringspartner biedt namelijk de mogelijkheid om het gesprek te voeren over het gezamenlijk versterken van de integrale sturing op de T&H in het Plassengebied. Kansen en risico’s van het intern beleggen van de T&H taken Het intern beleggen van de T&H biedt mogelijkheden voor het uitbreiden van de flexibele capaciteit door het aantrekken van een extra BOA domein 2, mocht de gemeente hier budgettaire prioriteit aan wensen te geven. Ook biedt het intern beleggen kansen om de integrale samenwerking te verstevigen met BOA’s domein 1. Een BOA domein 2 kan op momenten van piekbelasten op delen van het werk ondersteund worden door een BOA domein 1.
Ook de gemeentelijke samenwerking met het MBO Rijnland kan verbreed worden door studenten in de praktijk mee te nemen en zo de zichtbaarheid in het Plassengebied te verhogen. En tot slot biedt het intern beleggen de nabijheid om als gemeente regie te voeren op de uitvoering van de T&H taken in lijn met de gemeentelijke prioriteiten in het Plassengebied. Tegenover de kansen staan ook risico’s die het intern beleggen van de T&H met zich meebrengt. Allereerst ontstaat er een kwetsbare uitvoeringspraktijk als die uit slechts één fte blijft bestaan. Als de BOA in kwestie uitvalt als gevolg van ziekteverzuim is er geen bevoegde vervanger om de uitvoering van de T&H taken in het Plassengebied op te vangen. Daarbij komt dat het intern beleggen van de T&H vraagt om zorgvuldige beleidsmatige en juridische ondersteuning en aansturing. Dit vergt uitbreiding van de interne capaciteit en expertise vanuit de gemeente. Tot slot is het terugnemen van de T&H taken een aanzienlijke transitie waarvoor zorgvuldige ambtelijke voorbereiding, bestuurlijke inzet en een sociaal plan ter compensatie van het Recreatieschap en de uitvoeringsorganisatie nodig is.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
13/14
De gezochte intensivering, flexibele inzet en nabijheid kan wellicht ook georganiseerd worden in samenspraak met SBB. De huidige uitvoeringscapaciteit is te beperkt om de T&H taken effectief uit te voeren. Daarbij mist de gemeente momenteel de flexibiliteit, grip en nabijheid om direct te kunnen sturen op de inzet van de toezichthouder tijdens piekmomenten. De veiligheid en het recreatieplezier kan daarmee onvoldoende geborgd worden tijdens zomers weer. Het intern beleggen van de T&H biedt niet de directe oplossing voor dit probleem, maar kan hier wel aan bijdragen als ingezet wordt op de uitbreiding en het versterken van integraliteit van de T&H. Dit vraagt echter forse investering in de vorm van materiële kosten, beleidsmatige, organisatorische inbedding en het inregelen juridische ondersteuning die niet onderschat moeten worden. Aan de kansen tot het vervullen van beleidsambities die gespecificeerd worden in hoofdstuk drie kan echter grotendeels ook beantwoord worden in samenspraak met SBB. Door het gesprek aan te gaan en het samenwerkingsverband met deze nieuwe externe partner te versterken kan gezamenlijk gezocht worden naar mogelijkheden voor het vergroten van de flexibele capaciteit in het Plassengebied. De aanstaande transitie biedt het juiste momentum om dit gesprek aan te gaan.
Hierbij kan, met inname van budgettaire overwegingen, ten eerste verkend worden of fte uitbreiding mogelijk is. Vervolgens kan verkend worden op welke wijze de BOA domein 2 ondersteund kan worden door BOA’s domein 1 tijdens piekmomenten. Dit vergt echter intensieve gemeentelijke afstemming met SBB. We constateren dat er nog niet met SBB besproken is in welke mate gezamenlijk invulling kan worden gegeven aan de gemeentelijke beleidsambities. We zien daarmee een tussenvorm ontstaan waarbij de gemeente actief het gesprek opzoekt met SBB om gezamenlijk handen en voeten te geven aan de intensivering van de T&H in het Plassengebied. Hierbij kan een evaluatiemoment worden afgesproken waarbij bediscussieerd wordt of de samenwerking geleid heeft tot de benodigde intensivering. Op basis van de uitkomsten van dit evaluatiemoment kan een geïnformeerde politieke afweging gemaakt worden over de uitvoeringsvorm die de T&H in het Plassengebied krijgt in de toekomst. In navolging daarvan kan de gemeente, mochten de beleidsambities onvoldoende gerealiseerd zijn, alsnog besluiten tot het intern beleggen van de T&H taken.
Toezicht en Handhaving in het Plassengebied
14/14
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: • Toekomst van werk en organisatie • Energietransitie • Transformatie van zorg • Transformatie van openbaar bestuur
Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl