220109 Technische vragen - VVD - VRU kadernota 2024
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Logo
Naam indiener: Bart Richter Fractie: VVD De Ronde Venen Datum van indienen: 28 december 2022 Onderwerp: VRU kadernota 2024
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Datum beantwoording: Volgnummer: Inleiding
Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen) Kadernota VRU, pagina 14&15, 3.6 1. Er staat aangegeven dat het verplicht aanbrengen van onderscheid tussen vrijwilligers en beroepspersoneel consequenties heeft voor de paraatheid van de vrijwilligers en dat het gevolg hiervan dat de zekerheid van opkomst waarschijnlijk lager komt te liggen. Hierdoor gaat de VRU nadenken over nieuwe paraatheidsmodellen en ze gaan beleid maken om te kunnen blijven voldoen aan de opkomsttijden. Aan wat voor beleid en paraatheidsmodellen moeten we denken als we kijken naar vrijwilligersposten? En welke eventuele meerkosten verwacht de VRU nav het verwachtte “verplichte karakter”? Kadernota VRU, pagina 15, 3.7 2. In de laatste zin staat aangegeven dat de inzet van de VRU is om de financiering van de wijziging van object- naar gebiedsgerichte opkomsttijden en de veranderingen in taakuitvoering bij het rijk te leggen. Klopt het dat de verwachting is dat er meerkosten zullen ontstaan, waar zit dit in en hoe groot is de kans dat het rijk ook daadwerkelijk gaat bijdragen? Kadernota VRU, pagina 15, 3.9 3. Hier staat een passage over loopbaanbeleid opgenomen. Klopt onze aanname dat dit alleen betrekking heeft op repressief beroepspersoneel? Kadernota VRU, pagina 16, 3.11 4. Aangegeven staat dat op 4 juli 2022, nav een eerdere bespreking van een evaluatie huisvesting
op 8 november 2021 besloten is om opdracht te geven om de huidige en toekomstige huisvesting in kaart te brengen op basis van een aantal uitgangspunten. Wat is de verwachte doorlooptijd van de gegeven opdracht en tussentijdse resultaten (opgenomen in de kadernota 2024)? Wat is de bijdrage die we vanuit De Ronde Venen leveren op dit moment, is er vanuit De Ronde Venen al zicht en/of een voorkeur voor bepaalde scenario’s, zijn er effecten te verwachten op de actuele ontwikkeling zoals de bouw van een nieuwe kazerne Abcoude die meegewogen zouden moeten worden en worden ook kantoorlocaties en werkplaatsen die los staan van kazernes meegenomen in het totaalplaatje? Kadernota VRU, pagina 20, 6.1 5. In de opgenomen tabel staan de gemeentefonds bedragen opgenomen. Klopt het dat de verwachting is dat De Ronde Venen een extra bijdrage zal ontvangen van 186 K? Aanbiedingsbrief, uitnodiging zienswijze, pagina 2 Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds 6. Er staat dat de mutaties in de het gemeentefonds geen effect hebben op de totale gemeentelijke bijdrage VRU, dat de ijkpuntscores alleen gebruikt worden om de verdeling te bepalen en dat de stijging van de gemeentelijke bijdrage aan de VRU het gevolg is van een hogere uitkering.
Kunt u toelichten waarom dit onlosmakelijk met elkaar verbonden zit? Zitten er aan de hogere uitkering ook extra taken of betreft dit slechts een soort indexatie? Aanbiedingsbrief, pagina 2 Loon- en prijsaanpassing/ Raadsvoorstel pagina 3 Ontwikkeling vergoeding 7. De stijging van de gemeentelijke bijdrage is 6,6 miljoen wat 7,3% is. Dezelfde percentages zouden gekoppeld zitten aan de uitkering via het gemeentefonds en hiermee dus indirect gecompenseerd worden. Als we kijken naar de extra bijdrage die wij moeten doen zoals opgenomen in het raadsvoorstel betreft dit 417.000. Klopt het dat dit een stijging is die veel hoger is dan de 7,3 %? Graag een toelichting. Raadsvoorstel, pagina 3 Ontwikkeling vergoeding 8. Hier staat aangegeven dat de hogere bijdrage vanuit het gemeentefonds de hogere bijdrage aan de VRU zal compenseren. Zie ook vraag 5. Klopt het dat de hogere bijdrage maar voor een deel compenseert? Zijn er voor de gemeentelijke taken op gebied van crisisbeheersing geen hogere kosten te verwachten? Is de gemeentelijke crisisbeheersing kwalitatief en kwantitatief op orde en is hier geen extra financiële impuls noodzakelijk?