20260206 Beantwoording technische vragen - VVD - RV Zienswijze toekomstscenario's en Kadernota 2027 VRU
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Bart Richter Fractie: De Ronde Veense VVD Datum van indienen: 01-02-2026 Onderwerp: VRU toekomstscenario’s en kadernota
In te vullen door organisatie Behandelend ambtenaar: Dick Roodenburg Datum beantwoording: 5 februari 2026 Volgnummer: Inleiding
Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
Scenario “op orde” en “op koers” Met het voorliggende scenario op orde worden er als we het goed begrijpen een aantal ambities uit de bestuursagenda die onder het scenario op koers vallen nu niet meegenomen maar worden (deels) wel verder uitgewerkt. 1. Hoe kan het resultaat van het scenario ‘op orde’ straks worden gewogen (Welke prestaties gaat de VRU concreet leveren)? Antwoord op vraag 1: Het scenario Op Orde omvat uitsluitend middelen die onvermijdbaar, onoplosbaar en onuitstelbaar zijn om de wettelijke taken voort te kunnen zetten. De prestaties zijn daarmee gelijk aan het huidige prestatieniveau: voldoen aan de wettelijke normen voor brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en opkomsttijden. De VRU kan met dit scenario blijven functioneren op het huidige niveau. Met de maatregelen uit het op orde scenario wordt het mogelijk om de huidige taakuitvoering goed in stand te houden.
Daarnaast zijn we nog beter in staat om ons voor te bereiden op bestaande en nieuwe risico’s (zoals de energietransitie en klimaatverandering). Bij de totstandkoming van de toekomstscenario’s zijn ook keuzes gemaakt. Wij kunnen niet alles op het niveau doen waarop we het graag willen doen. Maar dat is ook passend in een tijd waarin je alleen voor de echt noodzakelijke dingen extra geld aan het bestuur wilt vragen. Ook worden een aantal zaken opgelost die in de begroting van de VRU niet goed gingen (voertuigen die niet structureel gedekt waren in de begroting zijn dat straks wel en we hanteren een realistische afschrijftermijn voor onze TS’en). Dat is dus een verbetering t.o.v. de huidige situatie. Het is dus met name zo dat de situatie zónder de maatregelen uit het op orde scenario minder zou worden. 2. Welke taken, ambities of ontwikkelsporen worden expliciet niet uitgevoerd, zolang gemeenten uitsluitend het scenario ‘op orde’ financieren (stoplijst)? Antwoord op vraag 2: Onderstaande ambities zitten in het scenario Op Koers en worden dus niet uitgevoerd bij enkel financiering van Op Orde:
Haalbaarheidsonderzoek toekomstbestendige opleidings- & trainingslocatie Financiering voor specialisme hulpverlening Duurzaamheidsmaatregelen (Onderzoek naar) Risk Factory Bijstelling garantiefactor vrijwilligers
3. Op welk moment en via welke route worden ambities die nu niet zijn meegenomen maar wel worden uitgewerkt terug voor bestuurlijke besluitvorming, en kunt u deze concreet specificeren? Antwoord op vraag 3: De VRU werkt de Op Koers-onderdelen verder uit, maar vraagt hiervoor geen middelen in het huidige besluit. Besluitvorming hierover volgt na 2026 en wordt betrokken bij de ontwerpbegroting 2027 en volgende begrotingsjaren. De raden worden hierbij betrokken via de reguliere zienswijzeprocedures op Kadernota en begroting. 4. Welke taken binnen het scenario ‘op orde’ betreffen geen wettelijke taken, naast de inzet voor reanimaties/AED? Antwoord op vraag 4: Daar is geen concrete lijst van. Het op Orde-scenario is gebaseerd op noodzakelijke middelen om wettelijke taken te blijven uitvoeren. De niet-wettelijke taken zijn met name
ondersteunend of maatschappelijk van aard:
Reanimatie/AED (bekend als niet-wettelijk); Eventuele niet-verplichte specialistische hulpverlening (ICT-faciliteiten van VRU-organisatie); Eventuele onderdelen van brandveiligheidspreventie (bijvoorbeeld brandveiligheidscommunicatie.
Het bestuur realiseert zich dat er, ook gezien de beperkte financiële ruimte bij gemeenten en de VRU, lastige keuzes voorliggen. De keuzes die voorliggen zijn gewogen op basis van noodzakelijkheid en kosteneffectiviteit. Digitale veiligheid / IT 5. Welke investeringen vallen onder digitale veiligheid (€1,705 mln) en welk deel wordt structureel? Antwoord op vraag 5: Steeds meer (geo)politiek en ideologisch gemotiveerde dreigingsactoren richten zich op kritieke infrastructuren, waardoor de veiligheidsregio moet investeren in digitale weerbaarheid. Met de formele invoering van BIO 2.0 en de aanwijzing als vitale aanbieder gelden strengere eisen, waarvoor voldaan moet worden aan de NIS2 en de Cyberbeveiligingswet. Een externe toets laat zien dat het huidige volwassenheidsniveau (1,6 van 5) nog ver onder het streefdoel 4 ligt. Het opgestelde jaarplan vormt een haalbare eerste stap om het fundament te versterken en de digitale veiligheid structureel te verbeteren. De benodigde kosten zijn bedoeld om de noodzakelijke stappen te zetten om veilig te worden en veilig te blijven. Om veilig te worden is er een budget nodig van € 1.705.000 euro in 2026. Dit betreft voor een groot gedeelte incidentele kosten. Om op lange termijn te blijven voldoen aan de NIS2 en Cyberbeveiligingswet is een structureel extra bedrag nodig van € 861.000. Dit bedrag is opgenomen in de toekomstscenario’s.
Weerbaarheid 6. Zijn er inmiddels wettelijke weerbaarheidstaken voor veiligheidsregio’s vastgesteld, en zo ja welke?
Antwoord op vraag 6: Nee, er is met betrekking tot de Weerbaarheidsopgave op dit moment geen sprake van nieuwe wetgeving. Wel wordt nadrukkelijk gekeken naar het aanpassen van het staatsnoodrecht maar op dit moment is dit nog niet vastgesteld. Ook de wet Veiligheidsregio's is nog in de herzieningsfase maar hierin verwachten wij nu geen nieuwe onderdelen specifiek gericht op de weerbaarheidsopgave. In de kamerbrief Weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen van 6-12-2024 is de weerbaarheidsopgave toegelicht door de Minister van Defensie en de Minister van J&V. Deze weerbaarheidsopgave bestaat uit het vergroten van zowel de maatschappelijke weerbaarheid als de militaire paraatheid (zie betreffende kamerbrief hier). Veiligheidsregio's hebben met name een taak in het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid. Dit is tevens uiteengezet in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (2024-2029) zie hier. Met het programma Veerkracht speelt de VRU in op de op de stapeling van (nieuwe) risico's/dreigingen die we voorzien en met name de grootschalige en langdurige aard en impact van deze (stapeling van) nieuwe scenario's. Doel van het programma is 'maatschappelijke ontwrichting voorkomen.' 7. In hoeverre volgt de VRU hierbij de landelijke kaders en welke ruimte is regionaal ingevuld? Antwoord op vraag 7: Op dit moment zijn er nog zeer beperkt landelijke kaders.
De kaders die er zijn betreffen; de VNG handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau en de landelijke opdracht voor het landelijk project noodsteunpunten waarbij is afgesproken dat in iedere Veiligheidsregio 2 pilots worden uitgevoerd. De VRU is als een van de eerste veiligheidsregio's actief met de weerbaarheidsopgave aan de slag gegaan met haar programma Veerkracht. Dit maakt dat de VRU op dit moment vaak onderdeel is van het proces van totstandkoming van de landelijke kaders. Zo is het concept van de coördinatie- en noodsteunpunten in deze regio ontstaan. Dit op basis van de kennis en ervaringen die de VRU heeft opgedaan n.a.v het contact dat met o.a. Gemeente Kiev is ontstaan na een reis van VNG international in 2024. Ook op de hierboven genoemde VNG handreiking is door de VRU veel input geleverd. De VRU werkt op dit moment hard aan het steeds beter zicht krijgen op de dreigingsscenario's, het verloop en de impact hiervan. Dit in samenwerking met de gemeenten, andere veiligheidsregio's, VNG, en (vitale)partners, waarbij we ook de afstemming zoeken met de rijksoverheid. De rol die de VRU hierin oppakt wordt continu getoetst in de verschillende overleggremia die we kennen met de gemeenten vanuit de lijn van bevolkingszorg.
Snelheidsremmende maatregelen/ infrastructurele ontwikkelingen Op pagina 23 van het dekkingsplan staat aangegeven dat nieuwe inrichting van wegen met snelheids-verlagende maatregelen een hogere opkomsttijd van de hulpdiensten en daarmee een negatief effect op levensreddend optreden van de hulpdiensten kan hebben. 8. Wat is moment (datum) waarop de opgenomen dekkingsoverzichten zijn gegenereerd? Antwoord op vraag 8: De peildatum is 01 juni 2025 geweest, waarop de overzichten gemaakt zijn. De uitruktijden van 2023-2024 zijn aangehouden, evenals de wegenset van Q1-2025. 9. Op welke wijze wordt de VRU betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe wijken, uitbreidingen en verkeerskundige aanpassingen? Antwoord op vraag 9: De gemeente heeft in het kader van de actualisatie van de wegencategorisering overleg gehad met de VRU. De VRU heeft daarbij aangegeven dat het verlagen van de maximumsnelheid van bepaalde wegen en straten in een gemeente als De Ronde Venen beperkt effect heeft op de aanrijtijden. Het zijn namelijk relatief kleine gebieden c.q. wegen met beperkte lengte. De VRU heeft wel aandacht gevraagd voor de doorstroming van hulpvoertuigen, bijvoorbeeld bij filevorming. Zo zijn lange, verhoogde middenbermen bij wegen met filevorming, ongewenst.
Bij grotere reconstructies stuurt de gemeente de plannen aan de VRU op, met het verzoek daarop te reageren en eventuele opmerkingen te plaatsen. Daarbij vraagt de gemeente of zij akkoord kunnen gaan met de voorgenomen inrichting en aanpassingen. Aanpassingen zoals extra verkeersmaatregelen (bijvoorbeeld drempels, chicanes) of een gewijzigde inrichting vanwege snelheidsverlaging hebben in de regel slechts een beperkt negatief effect op de opkomsttijd van de hulpdiensten. Wat nieuwe woonwijken betreft betrekken we de VRU zodra de stedenbouwkundige plannen zijn uitgewerkt. 10. Acht de VRU deze betrokkenheid voldoende, of ziet zij noodzaak tot versterking? Antwoord op vraag 10: Het is op dit moment lastig om een concreet waardeoordeel te geven, omdat we nog niet hebben vastgesteld wat als 'voldoende' wordt beschouwd.
Het algemene beeld is echter positief: er vindt structureel overleg plaats met de gemeente De Ronde Venen. In dit overleg adviseren wij over verkeerskundige aanpassingen, zodat de repressieve bereikbaarheid gewaarborgd blijft. We zien bij De Ronde Venen hiermee eenzelfde overlegstructuur als bij andere gemeenten. De gemeente vraagt de VRU om advies bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven/gebieden (onder andere omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingstafels). De VRU adviseert op het gebied van omgevingsveiligheid, bluswater en bereikbaarheid. Huisvesting U verwacht in maart besluitvorming over de toekomst van huisvesting. Centraal, oplopend in collectieve sturing, uitvoering en eigendom. 11. Wat is de huidige stand van zaken en visie ten aanzien van de huisvestingsopgave? 12. Welk effect kan dit hebben voor De Ronde Venen? 13. Wanneer en op welke wijze worden de raden betrokken bij besluitvorming? Antwoord op de vragen 11 t/m 13: Na de Bestuursdag 2025 is een doorstart gemaakt met de ambtelijke consultatie voor het uitwerken van de drie scenario's voor de organisatievorm van de huisvesting van de VRU.
Het Algemeen Bestuur (AB) van de VRU wordt gevraagd om tijdens de vergadering van 30 maart 2026 in te stemmen met scenario 2 (collectieve sturing, centrale uitvoering en lokaal eigendom) als voorkeursscenario van de organisatie van de huisvesting en de brandweerposten binnen de VRU. Ook wordt het AB gevraagd om opdracht te geven om scenario 2 verder uit te werken, inclusief de organisatorische en financiële consequenties, en deze uitwerking ter definitieve besluitvorming aan het Algemeen Bestuur voor te leggen. In de stukken van het Algemeen Bestuur van 30 maart komt een uitwerking van de scenario's. In de uitwerking is op hoofdlijnen voor de drie scenario’s de vastgoedinhoudeijke, organisatorische- en financiële impact voor de gemeenten inzichtelijk gemaakt. Hierin is te lezen welk effect het wijzigen van de organisatievorm heeft op de gemeente. Verdere behandeling Als ingestemd wordt met scenario 2 als voorkeursscenario, dan worden de organisatorische- en financiële consequenties verder uitgewerkt, inclusief de vertaalslag naar de Kadernota 2028. Deze uitwerking met de consequenties wordt dan op een later moment ter definitieve besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. Afstemming over de doorlooptijd van de benodigde uitwerking, en het momentum van voorleggen aan het Algemeen Bestuur wordt afgestemd in de Bestuurlijke Advies Commissie Bedrijfsvoering & Financien.