CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

20260205 Beantwoording Technische vragen B - GL-Pvda - Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West (Jeugdwet en Wmo)

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West1.107 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Wendy de Waal Fractie: GroenLinks-PvdA Datum van indienen: 3 februari 2026 Onderwerp: Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West (Jeugdwet en Wmo)

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft en Cees van Uden Datum beantwoording: 05-02-2026 Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel staat dat de gemeenteraad kaderstellende bevoegdheden overdraagt aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Welke besluiten over Jeugdwet en Wmo worden straks regionaal genomen en welke besluiten blijven expliciet bij de individuele gemeenteraden? Antwoord: De raad draagt kaderstellende bevoegdheden over voor die onderdelen van Jeugd en Wmo die regionaal zijn belegd. In artikel 4. ‘Taken en bevoegdheden’ staat welke onderdelen dit zijn. 2. De raad krijgt gedurende de eerste vijf jaar de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op zowel de kadernota als de voorlopige jaarrekening. Wat gebeurt er concreet met deze zienswijzen en op welke manier kan dit daadwerkelijk leiden tot aanpassing van beleid of begroting?

Antwoord: In het uiteindelijke besluit moet het AB duidelijk maken:

  

Welke zienswijzen zijn binnengekomen; Welke argumenten worden overgenomen; Welke niet – en waarom niet;

Dit heet een gemotiveerde weging. Deze werkwijze geldt in alle gemeenschappelijke regelingen waar de gemeente De Ronde Venen onderdeel van uit maakt. 3. In het voorstel wordt aangegeven dat lokaal beleid rond preventie, toegang en toekenning lokaal blijft, maar wel regionaal wordt afgestemd. Hoe wordt geborgd dat deze afstemming niet leidt tot een uniforme aanpak en dat lokaal maatwerk daadwerkelijk behouden blijft? Antwoord: De gemeenteraad stelt uiteindelijk het beleid rond preventie, toegang en toekenning vast. 4. Wat gebeurt er wanneer deelnemende gemeenten structureel verschillende beleidskeuzes blijven maken binnen de Wmo of Jeugdwet? Wie bepaalt in dat geval of verdere afstemming en afspraken nodig of wenselijk is? Antwoord: Het AB bepaalt of verdere afstemming en afspraken nodig of wenselijk is. De raden kunnen daartoe oproepen door middel van zienswijzen. Beleidskeuzes ten aanzien van preventie, toegang en toekenning blijven voorbehouden aan de lokale raden. 5. De structurele kosten van de gemeenschappelijke regeling worden geraamd tussen € 3,1 en € 4,5 miljoen per jaar. Is al iets te zeggen over welke factoren invloed zullen hebben op de uiteindelijke kosten? Antwoord: Belangrijkste factor is de mate waarin functies en taken van lokaal niveau naar regionaal niveau kunnen worden gebracht en de efficiencywinst die daarmee kan worden behaald.

Daar staat tegenover dat de lokale uitvoeringskosten van de gemeenten zullen dalen. Functies en taken (bovenregionaal beleid, administratie) die nu nog lokaal worden uitgevoerd worden in de toekomst immers binnen de GR SD UW uitgevoerd. 6. Wanneer wordt het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdragen vastgesteld? En op basis van welke criteria (zoals inwonertal, zorggebruik of historische kosten) zal deze verdeling plaatsvinden? Antwoord: De verwachting is dat het verdeelmodel met de eerste begroting kan worden vastgesteld. Waarschijnlijk wordt deze gebaseerd op inwonertal zoals nu ook gebeurt bij de GGDrU. De eventuele kosten voor maatwerk worden door de betreffende gemeente betaald. 7. In het voorstel wordt gesproken over risico’s op hogere frictie- en implementatiekosten. Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat gemeenten tijdens of na de overgang naar de GR achteraf geconfronteerd worden met onverwachte extra kosten? Antwoord: De beoogd kwartiermaker stelt een implementatieplan en bijbehorende begroting op waarin een zo compleet mogelijk beeld van frictie- en implementatiekosten wordt gegeven. Het implementatieplan wordt ambtelijk gezamenlijk, door de vijf gemeenten, vastgesteld. Desondanks blijven onverwachte extra kosten mogelijk.

8. Bestaat het risico dat gemeenten tijdelijk dubbel betalen voor personeel en uitvoeringstaken tijdens de overgangsfase naar de gemeenschappelijke regeling? Zo, ja hoe wordt dit zoveel mogelijk voorkomen? Antwoord: De gemeenschappelijke regeling en het openbaar lichaam worden per definitie opgericht op 1 januari 2027. Vanaf dat moment start het openbaar lichaam met zijn werkzaamheden. De huidige dienstverleningsovereenkomst met I&M UW stopt op 31 december 2026. 9. Op welke manier wordt geborgd dat regionale beleids- en inkoopbesluiten goed aansluiten bij de lokale toegang, wijkteams en uitvoeringspraktijk in de gemeenten? Antwoord: Voor de ontwikkeling van een goede aansluiting tussen regionale en lokale uitvoering wordt in de implementatiefase een werkgroep bestaande uit consulenten van de vijf deelnemende gemeenten ingericht. Het ligt voor de hand dat deze werkgroep in de structurele fase wordt gecontinueerd. 10. Welke concrete indicatoren worden gebruikt om te monitoren of de gemeenschappelijke

regeling leidt tot betere kwaliteit, doelmatigheid en beschikbaarheid van jeugdhulp en Wmo-ondersteuning? Antwoord: Het algemeen bestuur stelt de indicatoren vast die bij de nulmeting en alle daaropvolgende evaluaties worden toegepast. In artikel 41 lid 3 van de ontwerpregeling is het volgende opgenomen: “Ten dienste van de evaluaties bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, draagt het dagelijks bestuur zorg voor een nulmeting, waarbij 1 januari 2028 als peildatum wordt aangehouden. Voorafgaand aan de nulmeting stelt het algemeen bestuur de indicatoren op die bij de nulmeting en alle daaropvolgende evaluaties worden toegepast.” 11. Hoe en hoe vaak wordt de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd over de voortgang, financiële ontwikkelingen en eventuele knelpunten binnen de gemeenschappelijke regeling? Antwoord: Permanent kan de raad een zienswijze indienen op de ontwerpbegroting van de GR en ontvangt de raad de kadernota en de (voorlopige) jaarrekening ter informatie ten behoeve van de begrotingscyclus. Daarnaast kan de raad een zienswijze geven op de bijdrageverordening en het verdeelmodel. Tijdelijk, gedurende de eerste vijf jaar na oprichting van de GR, krijgt de raad aanvullend de mogelijkheid om een zienswijze te geven op zowel de kadernota als de (voorlopige) jaarrekening. 12.

Wat ziet het college als de grootste risico’s bij de implementatie van de gemeenschappelijke regeling richting 1 januari 2027, en welke beheersmaatregelen zijn hiervoor getroffen? Antwoord: Mogelijke risico's zijn vermindering directe lokale sturing; hogere (implementatie- of structurele) kosten en frictiekosten tijdens de overgang. Het risico van lokale sturing wordt gemitigeerd door de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen door de raad. De laatste risico's worden tegemoet getreden door een zorgvuldig implementatietraject waarin kostenbeheersing zowel tijdens de implementatie als tijdens de structurele fase centraal staat.

13. Is er voorzien in een tussentijdse evaluatie vóór afloop van de eerste vijf jaar, zodat de raad kan beoordelen of deze vorm van samenwerking voldoende werkt en bijsturing nodig is? Antwoord: De ontwerpregeling biedt de mogelijkheid tot een tussentijdse evaluatie. In artikel 41 staat hierover: Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vierjaarlijkse evaluatie van de regeling. De eerste evaluatie vindt plaats uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding van de regeling, of zoveel eerder als gewenst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16581981/2