20260205 Beantwoording Technische vragen B - GL-PvdA - Bedrijventerreinenstrategie De Ronde Venen
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Joey de Mol Fractie: GroenLinks-PvdA Datum van indienen: 3 februari 2026 Onderwerp: Bedrijventerreinenstrategie De Ronde Venen
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Anja Vijselaar Datum beantwoording: 5 februari 2026 Inleiding n.v.t. Vragen 1. In de bedrijventerreinenstrategie wordt aangegeven dat naast de 12 hectare nieuw uit te geven bedrijventerrein een deel van de resterende ruimtevraag (ca. 9 ha) tot 2040 kan worden opgevangen door een verhuiscarrousel en daaropvolgende revitalisering of intensiever gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Is inzichtelijk welk deel van deze resterende ruimtevraag (in hectares of bandbreedte) naar verwachting op deze manier kan worden ingevuld? Antwoord Antwoord op vraag 1: Het is niet in harde cijfers uit te drukken welke ruimte op de gevraagde manier kan worden ingevuld, omdat je daarbij afhankelijk bent van veel factoren zoals welke bedrijf zich vestigt op de achterblijf locatie. Wel is voor de bedrijventerreinenstrategie een “Beter Benutten” indicator uitgevoerd voor de bedrijventerreinen in de gemeente. Hierin is de theoretische, potentiële ruimte op basis van de bestemmingsplannen inzichtelijk gemaakt (zie bijlage 1 Hoofdrapport hoofdstuk 2.4, bijlage 2 Analyserapport hoofdstuk 6 en bijlage C beter benutten kaarten). In de bedrijventerreinenstrategie zijn ook de nuances opgenomen, waarom het niet mogelijk is om het in cijfers uit te drukken.
2. De strategie gaat ervan uit dat mogelijk niet in de volledige ruimtevraag tot 2040 kan worden
voorzien. Op welke wijze kan er worden gestuurd op de vestiging van bedrijven die aantoonbaar bijdragen aan duurzaamheid, circulariteit en het toekomstige en langdurige verdienvermogen van de lokale economie? Welke sturingsmechanismen, juridische instrumenten en kaders, en objectief toetsbare criteria worden daarbij toegepast, in met name situaties van schaarste? Antwoord Antwoord op vraag 2: De gemeente stuurt door middel van het uitgifteprotocol op het type bedrijven die zich vestigen op bedrijventerrein De Bocht. De gemeente is immers eigenaar van de gronden. Er wordt onder andere gestuurd op duurzaamheid, lokale bedrijven, aantal medewerkers in het kader van werkgelegenheid etc. Ook wordt er gestuurd op het maximaal benutten van de uitgeefbare grond met inzetten op maximale bebouwing en maximale benutting van de bedrijfscategorie. Voor de bestaande bedrijventerreinen is het sturen op deze onderwerpen complexer, omdat het over het algemeen gaat om privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de eigenaar en koper. De invulling van de achterblijflocatie wordt getoetst aan het geldende omgevingsplan. 3.
Welke gemeentelijke investeringen zijn voorzien voor uitvoering van de strategie (bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte, bereikbaarheid, energie- en digitale infrastructuur)? Kan hiervan een uitsplitsing per bedrijventerrein worden gegeven? Indien dit inzicht er nog niet is: wanneer wordt dit wel verwacht en met de raad gedeeld? Antwoord Antwoord op vraag 3: Het is op dit moment niet mogelijk om gemeentelijke investeringen per bedrijventerrein inzichtelijk te maken. Zoals beschreven in argument 2.1 van het raadsvoorstel, wordt voor ieder bedrijventerrein een afzonderlijk uitvoeringsplan opgesteld op basis van het vast te stellen toekomstbeeld. De verwachting is dat de raad in de loop van 2026 over het eerste uitvoeringsplan wordt geïnformeerd.
4. In de strategie wordt aangegeven dat netcongestie naar verwachting tot circa 2035 een belemmerende factor kan zijn. Welke risico’s ziet het college dat hierdoor uitgifte, ontwikkeling en bedrijfsvestiging op bedrijventerrein De Bocht niet of vertraagd kunnen plaatsvinden binnen de geschetste periode 2028–2032? En wat zijn de mogelijke effecten hiervan op de beoogde verhuiscarrousel en de balans tussen ruimtevraag en -aanbod? Antwoord Antwoord op vraag 4: De gemeente heeft een marktconsultatie uitgevoerd. Een van de vragen ging over de netcongestie en of deze belemmerend zou werken voor ondernemers. De eerste twee kavels, start uitgifte voorzien in Q1 '26, worden dan ook zonder uitzicht op een netaansluiting in de markt gezet. Ondernemers dienen in hun eigen energiebehoefte te voorzien middels bijvoorbeeld zonnepanelen, accu's, noodaggregaat e.d. Enkele ondernemers hebben aangegeven dit zelf op te gaan lossen. De interesse in de kavels blijft groot. 5. Is overwogen of onderzocht om gronduitgifte (bijvoorbeeld op De Bocht) afhankelijk te maken van aantoonbare energie-efficiëntie of deelname aan gedeelde energieoplossingen, zoals een lokale energiehub? Zo ja, in hoeverre is dit onderdeel van de strategie geworden? Antwoord Antwoord op vraag 5: Dat is zeker een overweging. Op dit moment wordt er onderzoek naar gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden hierover.