20260205 Beantwoording Technische vragen B - De Ronde Veense VVD - GR Sociaal Domein Utrecht West
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Margreth de Wit, Peter van der Giessen Fractie: De Ronde Veense VVD Datum van indienen: 02-02-2026 Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft en Cees van Uden Datum beantwoording: 05-02-2026
Inleiding De raad wordt gevraagd om in te stemmen met het raadsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West. Over dit raadsvoorstel onderstaande vragen. Vragen - Kunnen wij de financiële uitwerking ontvangen die van toepassing is als er ingestemd gaat worden? Antwoord: Er is op dit moment niet meer bekend over de financiële uitwerking dan de informatie die al gegeven is, te weten:
Implementatie: Het beschikbaar budget voor de implementatie in 2026 is in 2025 bepaald op €382.000 aangevuld met de resultaatsbestemming van het verwachte positief resultaat in 2025 t.a.v. het regionaal projectenbudget. De exacte kosten volgen uit het implementatieplan. Structurele kosten: de totale regionale begroting wordt geraamd op € 3,1 tot € 4,5 miljoen. De stijging t.o.v. de huidige € 2,4 miljoen wordt verklaard door: o deelname van alle vijf gemeenten (incl. Stichtse Vecht), o toevoeging van directie, secretariaat, ICT rn regionale backoffice, o professionalisering van governance. Daar staat tegenover dat de lokale uitvoeringskosten van de gemeenten zullen dalen. Functies en taken (bovenregionaal beleid, administratie) die nu nog lokaal worden
uitgevoerd worden in de toekomst immers binnen de GR SD UW uitgevoerd -
Is het beoogde implementatieplan reeds beschikbaar te stellen? Antwoord: Nee, het implementatieplan wordt in april opgesteld door de kwartiermaker. Het implementatieplan wordt ambtelijk gezamenlijk, door de vijf gemeenten, vastgesteld
-
Welke implementatie- en frictiekosten worden er voorzien? Antwoord: Dat is nog niet bekend. Het implementatieplan en daarbij behorende begroting wordt opgesteld door de kwartiermaker.
-
Welke structurele kosten zijn van toepassing bij deelname aan de gemeenschappelijke regeling? Antwoord: Zie antwoord hierboven.
-
Is er nog een mogelijkheid om de deelname aan deze gemeenschappelijke regeling te staken? Antwoord: Ja, formeel is die mogelijkheid er, maar dat zal leiden tot ongewenste effecten, te weten: - De gemeente voldoet niet aan de wettelijke verplichting, in uiterste geval ingrijpen door Gedeputeerde Staten of uitvoering van de jeugdzorg door het ministerie van VWS; - Gemeente verliest invloed op regionaal beleid en besluitvorming; - Risico dat specialistische zorg minder goed beschikbaar blijft; - Hogere uitvoeringskosten door inzetten eigen capaciteit voor complexe zaken; - Spanningen en verlies van vertrouwen binnen de regio Utrecht-West.
-
Binnen welke financiële kaders (bijvoorbeeld via budgetten of plafondbedragen) vindt de verdere uitwerking plaats? Antwoord: Zie antwoord hierboven.
-
Welke verbeteringen in kwaliteit, toegankelijkheid en/of continuïteit van zorg en het sociaal domein zijn te verwachten? Antwoord: Betere borging van specialistische zorg; Efficiëntere organisatie en inkoop; Minder administratieve lasten voor aanbieders; Betere regionale sturing en monitoring; Meer lokale focus op preventie en het voorveld.
-
Aan de hand van welke criteria wordt het functioneren van de GR beoordeeld?
Antwoord: Het algemeen bestuur stelt de indicatoren op die bij de nulmeting en alle daaropvolgende
evaluaties worden toegepast. In artikel 41 lid 3 van de ontwerpregeling is het volgende opgenomen: “Ten dienste van de evaluaties bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, draagt het dagelijks bestuur zorg voor een nulmeting, waarbij 1 januari 2028 als peildatum wordt aangehouden. Voorafgaand aan de nulmeting stelt het algemeen bestuur de indicatoren op die bij de nulmeting en alle daaropvolgende evaluaties worden toegepast.” Uiteindelijk beoordelen de afzonderlijke gemeenteraden, net zoals bij alle andere gemeenschappelijke regelingen het functioneren van deze gemeenschappelijke regelingen door middel van zienswijzen. -
Zijn er alternatieve uitvoeringsvarianten onderzocht en zo ja, wat waren de uitkomsten hiervan? Antwoord: De volgende varianten zijn onderzocht: Centrumregeling; Bedrijfsvoeringsorganisatie; Openbaar lichaam. Er is voor de laatste gekozen omdat deze volgt uit het advies van BMC, de regio geen centrumgemeente kent, beleidsafstemming wordt nagestreefd en om de lokale verantwoordelijkheid ten aanzien van algemene en preventieve voorzieningen en de toegang te waarborgen. Daarnaast neemt via een Openbaar lichaam de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad toe. Via vertegenwoordiging in het bestuur, prestatieafspraken, evaluaties en gedurende de eerste vijf jaar via een extra zienswijzemogelijkheid op de kadernota en jaarrekening.