20260205 Beantwoording Technische vragen B - ChristenUnie-SGP - Visie vrijkomende agrarische bebouwing
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Wim Stam ChristenUnie-SGP 2-2-2026 VAB
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Cees van Uden Datum beantwoording: 5 februari 2026 Inleiding
De documenten geven geen helder beeld van wat nu precies de effecten zijn bij functiewijziging. De “sloopsystematiek” is erg technisch, veel jargon en voor de leek niet goed bevatbaar. Er is een eenvoudige uitleg nodig over hoe dat in de praktijk uit werkt. In de technische commissie hier dus graag een goede toelichting met heldere voorbeelden. Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)
1. Hoe groot zijn nu de verschillen tussen wat de provincie toe staat of voorschrijft en wat het college het liefste zien dan wel wat de sector zou wensen? Kunt u dat in een overzicht uitwerken? Antwoord: Ten eerste is het goed om vast te stellen de provincie en het college het voor een groot deel eens zijn over het doel en de uitgangspunten voor vrijkomende agrarische bebouwing. Beide partijen willen de mogelijkheden voor VAB verbreden, waarbij ontstening/sloop van overtollige bebouwing het uitgangspunt is. De verschillen zitten hem met name in 3 aspecten:
-
Het college is van mening dat de nieuwe regeling niet slechter mag zijn dan de huidige. Dat is deze helaas op onderdelen wel, zeker bij het realiseren van niet betaalbare woningen in het geval van boeren met een klein/middelgroot bedrijf. Op dit moment is bij
het omzetten naar wonen de ruimte-voor-ruimte regeling van toepassing. Naar verwachting treedt volgend jaar een nieuwe provinciale omgevingsverordening in werking. In het ontwerp van de nieuwe provinciale omgevingsverordening maakt de ruimte-voor-ruimte regeling plaats voor een nieuwe formule. De sloopmetersystematiek is gunstiger dan de nieuwe regeling van de provincie. Echter vindt hier in sommige gevallen nog steeds een verslechtering plaats ten opzichte van de huidige situatie. In dia 6 van de bijgevoegde presentatie staat een overzicht van wat dit betekent. Hieronder een voorbeeld van een geval waar het slechter uitpakt. Op basis van de huidige ruimte-voor-ruimte regeling mag er bij 750m2 sloop aan bedrijfsbebouwing een woning toegevoegd worden van 700m3, terwijl dit op basis van de nieuwe regeling van de provincie maar recht geeft op 375m3. De sloopmetersystematiek is gunstiger. Op basis hiervan mag 467m3 worden teruggebouwd. -
Het college vindt dat stoppende boeren de tijd moeten krijgen om na te denken over het vervolg. Voorkomen moet worden dat er een handhavingssituatie ontstaat omdat stallen niet direct gesloopt worden.
-
Het college wil ruimere mogelijkheden voor herontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing en is van mening dat het percentage te slopen bebouwing lager kan zijn. De gemeente vindt dat maatwerk toegepast moet kunnen worden, bijvoorbeeld omdat met een ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse aanzienlijk verbetert. Ook moet minder sloop bij herontwikkeling in de bestaande gebouwen mogelijk zijn. Door dit niet toe te staan, ontstaat er volgens het college de kans dat boeren niets doen en wordt het averechtse effect bereikt, doordat schuren leeg blijven staan en de kans op verrommeling en ondermijning wordt vergroot.
2. Waar zitten de grootste knelpunten mbt de beperkingen die de provincie oplegt als het gaat om effectief en rendabel (geleidelijk) stoppen van de agrarische functie. Zie ook antwoord 1 Antwoord: De grootste beperking die de provincie oplegt, is dat stoppende boeren bij hergebruik van bestaande bebouwing voor een nieuwe functie, waarbij niet voldoende gesloopt wordt op eigen terrein, sloopmeters moeten aankopen op een andere locatie. Hiermee wordt een onnodige beperking opgelegd, die bovendien oneerlijk voelt. Stoppende boeren moeten dan betalen om eigen bestaande bebouwing te hergebruiken. 3. In het RV staat “Gemeenten beslissen vervolgens zelf of ze met de sloopmetersystematiek willen gaan werken.” Wat is de consequentie als deze gemeente niet met die systematiek wil of gaat werken. Welke impact heeft dat dan op de uitvoerbaarheid van de VAB-visie. Antwoord: Wanneer besloten wordt om niet akkoord te gaan met de sloopmetersystematiek, is de voorliggende Visie op Vrijkomende Agrarische Bebouwing niet/beperkt uitvoerbaar. Bovendien gelden dan in de nabije toekomst de mogelijkheden die de nieuwe ontwerpomgevingsverordening, die op dit moment als ontwerp ter inzage ligt, biedt voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Deze zijn beperkender dan de mogelijkheden die geboden worden met de sloopmetersystematiek (zie ook antwoord onder vraag 1). 4.
Waarom heeft de provincie zo’n focus op ontstening. De gebouwen (en dus de gebouwde omvang) staan er al, zijn legaal en vergund. Vergaande ontstening lijkt wel een straf voor agrariers als ze stoppen (wat in sommige gevallen de nadrukkelijke wens van de provincie is; zie het UPLG). We snappen dat functiewijziging geen uitbreiding van de bebouwing moet opleveren, maar hier gaat het om significante hoeveelheid sloop
(naar we begrijpen minimaal 50%). Waarom dan toch die vergaande eisen van de provincie op ontstening, wat is het doel daar dan bij? Antwoord: Dezelfde vraag leeft bij het college. Deze vraag heeft het college in de gesprekken met de provincie ook gesteld. Het antwoord van de provincie was dat er een verstedelijkingsverbod voor het landelijk gebied geldt en dat elke niet-agrarische functie in strijd is met het verstedelijkingsverbod. 5. Is in de VAB opgenomen dat het college vooralsnog de sloopmeter systematiek wil hanteren, maar wel in de toekomst blijft werken aan meer mogelijkheden dan nu via die systematiek geboden wordt (bv in lijn met de kanttekening 1.1; maar dat lezen we niet terug in het besluit). Antwoord: Nee, dit is niet in de VAB-visie opgenomen. De VAB-visie is in combinatie met het werken met een sloopmetersystematiek in lijn met het provinciaal beleid. Op het moment dat de provincie meer ruimte biedt, wil de gemeente hier direct gebruik van gaan maken. De gemeente blijft zich constant inzetten om de mogelijke ruimte te vergroten. Wanneer de regelgeving aangepast wordt en meer mogelijkheden geboden worden voor stoppende boeren, zal de VAB-visie op dat moment worden aangepast. 6. Naar ons idee is het RV met zichzelf in tegenspraak.
Enerzijds wordt gezegd “In 2024 schreef de provincie Utrecht een ontwerp VAB-aanpak 2024-2026, genaamd ‘Erven met perspectief’, met als doel ‘om erftransities te versnellen en vereenvoudigen en eigenaren meer en concreter perspectief voor toekomstig gebruik te bieden’” anderzijds lezen we “Gemiddeld gezien is dit ongeveer gelijk aan de huidige regels uit de provinciale verordening. In individuele gevallen kan het slechter of beter uitpakken.”. Het lijkt erop dat de voorwaarden niet wijzigen, maar er alleen een ander etiketje aan geplakt wordt. Klopt de conclusie dat het wijzigen van de systematiek dus geen enkele verruiming in zich heeft? Zo niet, waar zit die verruiming voor de sector dan wel? Antwoord: Er is wel degelijk verruiming van de mogelijkheden voor stoppende boeren in de nieuwe systematiek. De sloopmetersystematiek is gunstiger dan de provinciale omgevingsverordening die op dit moment ter inzage ligt en naar verwachting volgend jaar inwerking treedt. Doordat de ruimte-voor-ruimte regeling verdwijnt, vindt in sommige gevallen (bij kleinere agrarische bedrijven) een verslechtering plaats. Door te werken met de sloopmetersystematiek wordt de verslechtering iets gedempt. Daarnaast is door de aankoop en verkoop van sloopmeters de systematiek flexibeler geworden.
Ontwikkelingen die anders niet mogelijk zouden zijn omdat te weinig gesloopt wordt, zijn nu wel mogelijk door aankoop van sloopmeters. Tevens worden er in de sloopmetersystematiek meer mogelijkheden geboden. Zo zijn er meerdere kleinere woningen mogelijk. 7. In het RV lezen we ook “Er zijn 16 verdiepende interviews gevoerd met agrariërs die in de enquête hadden aangegeven verder te willen praten. We zijn bij hen op locatie langsgegaan. Tevens is gesproken met een aantal belanghebbenden en organisaties (zoals LTO, plattelandscoach, MooiSticht, verschillende architecten, gebiedsproces Botshol, Nellestein en Waardassackerpolder)”. Is in die gesprekken ook de sloopmetersystematiek besproken en hoe kijken de agrariërs en de organisaties daar tegenaan? Antwoord: Nee, de sloopmetersystematiek is niet besproken in de gesprekken. Ten tijde van de
gesprekken was nog niet bekend hoe de sloopmetersystematiek er uit zou zien en wanneer deze ingevoerd zou worden. Daarbij was ook het doel van de gesprekken om de wensen van de agrariers en stakeholders in beeld te brengen, zonder hierbij te wijzen op mogelijke beperkingen van bijvoorbeeld overheidsbeleid. 8. We kunnen ons ook functies (werken) voorstellen die niet gelijk agrarisch zijn, maar wel logisch zijn voor het buitengebied maar mogelijk nu worden uitgesloten. Bv een houtzagerij (industrieel), een verhuurbedrijf voor agrarische middelen (tractors, machines, etc.) of een reparatiebedrijf van dit soort middelen. Antwoord: In hoofdstuk 3 is beschreven welke functies bij VAB zijn toegestaan en welke niet. Hierbij staat ook dat agrarisch gerelateerde productie, levering, goederen of diensten mogelijk zijn bij VAB. Industriële niet-agrarische functies zijn passend op het bedrijventerrein. De functies zijn expres niet limitatief gedefinieerd om op voorhand al gewenste vervolgmogelijkheden waar niet aan gedacht is uit te sluiten. Er is dus ruimte voor maatwerk en per geval zal beoordeeld worden of deze passen binnen de in de VAB-visie geboden mogelijkheden. 9.
Zijn de in hoofdstuk 3 genoemde voorbeelden van functies die wel zou de mogen in overeenstemming met wat de provincie toe staat of zijn dit voorbeelden die het college wenst / voorstelt, maar waarvan er een aantal zijn waar de provincie voor ligt (zo ja, welke). Antwoord: De voorliggende VAB-visie is aan de provincie ter vooroverleg aangeboden en hierin heeft de provincie geen bezwaar gemaakt tegen de vervolgfuncties die de VAB-visie mogelijk maakt. 10. Geldt dat ook voor de passage over ontstening (3.3)? Antwoord: Over ontsteniging hebben het college en de provincie een andere opvatting, zie ook antwoord 2. Dit zit hem niet in de vraag of er gesloopt moet worden voor een vervolgfunctie, maar wel in de hoeveelheid sloop. Het college wenst een kleinere sloopeis en wil in sommige gevallen onder strenge voorwaarden een vervolgfunctie met beperkte sloop mogelijk maken. 11. In de tabel pag 42 wordt over “eenheden” gesproken. Wat zijn dat? Antwoord: Onder eenheden worden woningen verstaan. 12. Wat wordt bedoeld met de zin “Minimaal 3 en maximaal 3 volumes. Ondergeschikt extra volume als parkeerschuur, verwarmingsruimte, ontmoetingsruimte, of kas is voorstelbaar als deze het ensemble versterkt of een collectieve functie heef” op pag 47 (onder “Bebouwing”). Antwoord: Er zijn 3 volumes (gebouwen) op een erf toegestaan.
Extra ondergeschikte volumes (gebouwen) zijn mogelijk via maatwerk onder de voorwaarde dat deze het ensemble versterkt of een collectieve functie heeft. Dit zal dus per geval beoordeeld worden.