CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

20260205 Beantwoording Technische vragen B - ChristenUnie-SGP - Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West1.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 40 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Naam indiener: Fractie: Datum van indienen: Onderwerp:

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Wim Stam ChristenUnie-SGP 2-2-2026 Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Maarten van der Greft, Cees van Uden Datum beantwoording: 05-02-2026 Inleiding

Vragen (Antwoorden volgen direct onder de vragen)

1) We missen een grondige impact analyse omvattend: a) Welke nu lokaal uitgevoerde taken gaan over naar de GR Antwoord Met het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West worden de taken die nu al regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd ondergebracht in het op te richten openbaar lichaam. Het betreft onder meer beleidsvorming en -vaststelling waar dit wettelijk is vereist op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning, de regionale inkoop en het contractmanagement van specialistische jeugdhulp en Wmo-maatwerkvoorzieningen, toezicht en monitoring, alsmede backofficetaken zoals administratie, declaratie- en berichtenverkeer en financiële taken en control. Taken op het gebied van preventie, algemene voorzieningen en de toegang tot en toekenning van individuele voorzieningen blijven lokaal belegd. b) Welke zeggenschap heeft de gemeente daarna nog over die taken * Antwoord De gemeenteraad draagt voor de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen taken de kaderstellende bevoegdheden over aan het bestuur van de GR. De invloed van de gemeente blijft

geborgd via vertegenwoordiging in het algemeen bestuur, het structurele recht om een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting en – gedurende de eerste vijf jaar na oprichting – aanvullende zienswijzemogelijkheden op de kadernota en de (voorlopige) jaarrekening. Voor taken die lokaal blijven belegd behoudt de raad zijn volledige lokale zeggenschap. c) Wat betekent dit voor de eigen organisatie (overdracht van FTE, personele gevolgen, etc..) Antwoord De personele en organisatorische gevolgen zijn op dit moment nog niet uitgewerkt. In de stukken is aangegeven dat wordt uitgegaan van het zoveel mogelijk verplaatsen van taken en bijbehorende capaciteit die nu lokaal worden ingezet voor regionale taken, naar de GR. De exacte gevolgen voor FTE, functies en organisatie per gemeente worden uitgewerkt in een implementatieplan dat in 2026 wordt opgesteld. Voor wat de personele gevolgen betreft hecht het college aan een zorgvuldig proces waarin met persoonlijke omstandigheden wordt rekening gehouden en zo nodig maatwerk wordt toegepast. d) Welke gevolgen heeft die voor de inwoners (communicatie, contacten, procedures, locatie voor gesprek / aanvraag, keuzevrijheid zorgaanbieder, etc…) Antwoord Voor inwoners verandert de toegang tot zorg en ondersteuning niet. Inwoners blijven gebruikmaken van de lokale teams en bestaande procedures.

De huidige regionale inkoop van specialistische jeugdhulp en Wmo-maatwerkvoorzieningen vindt nu al regionaal plaats en wordt met de GR bestuurlijk en organisatorisch geformaliseerd. De verwachting is dat inwoners op termijn profiteren van betere beschikbaarheid, continuïteit en samenhang van zorg, zonder dat zij zelf andere stappen hoeven te zetten e) Welke consequenties heeft dit voor het belang en de rol van de raad (bv ten aanzien van beleid mbt jeugd en wmo en tav verordeningen); zie ook argument 1.5 van het RV. Antwoord De raad draagt kaderstellende bevoegdheden over voor die onderdelen van Jeugd en Wmo die regionaal zijn belegd. Daartegenover staat dat de raad structureel invloed houdt via de zienswijze op de ontwerpbegroting en in de eerste vijf jaar extra invloed krijgt via zienswijzen op de kadernota en de (voorlopige) jaarrekening. De rol van de raad verschuift daarmee van directe beleidsvaststelling naar kaderstelling, controle en evaluatie op regionaal niveau. f) Welke impact heeft dit voor zorgaanbieders / keuze en selectiecriteria, etc… Antwoord Voor zorgaanbieders betekent de GR één regionaal opdrachtgeverschap met uniforme contractering, toezicht en administratieve processen. Dit leidt naar verwachting tot minder administratieve lasten en duidelijkere regionale afspraken.

Graag ontvangen we die impactanalyse alsnog voor de behandeling in de commissie, of indien niet mogelijk, zo snel mogelijk daarna doch minstens een week voor de raadsbehandeling.

Antwoord Een integrale impactanalyse is op dit moment nog niet beschikbaar. Deze wordt uitgewerkt in het implementatieplan dat na vaststelling van de gemeenschappelijke regeling wordt opgesteld. Met deze proceskeuze (eerst de regeling, daarna de uitwerking, de zogenoemde tweetrapsraket) wordt bewerkstelligd dat de gemeente aan de wettelijke vereisten voldoet, te weten de instelling van een GR per 1-1-2027. Bovendien wordt zo voorkomen dat keuzes ten aanzien van implementatie en uitvoering van de inhoud van de regeling beïnvloeden.

2) Derde beslispunt in het RV “In te stemmen met de systematiek dat gedurende een periode van vijf jaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West de raden in de gelegenheid worden gesteld zienswijze te geven op zowel de voorlopige jaarrekening als de kadernota van Sociaal Domein Utrecht West” kun je op twee manieren lezen a) Na die vijf jaar stopt deze afspraak automatisch en valt de regeling terug op de standaard (alleen zienswijze op punten in art 8 genoemd en dus niet meer op jaarrekening en kadernota) of b) Deze afspraak is extra toegevoegd en na afloop van die vijf jaar wordt aan de raden gevraagd of ze die willen continueren. Hoe moeten we dit beslispunt lezen? Temeer dat dit in de regeling niet is beschreven. Antwoord De aanvullende zienswijzemogelijkheid voor raden op de kadernota en de (voorlopige) jaarrekening geldt voor een periode van vijf jaar na oprichting van de GR. Deze termijn is bedoeld om in de opstartfase extra grip voor de raden te organiseren. Na afloop van deze vijf jaar is voorzien in een evaluatie. Er is geen automatische verlenging of beëindiging vastgelegd; voortzetting of aanpassing vraagt om een nieuw besluit. 3) Daarnaast is het RV hier niet duidelijk.

In beslispunt 3 staat “in aanvulling op de wettelijke plicht tot toezending ter informatie aan de raden van de kadernota en de voorlopige jaarrekening”, maar in artikel 35 van de regeling is ook aangegeven dat de raden een zienswijze wordt gevraagd over de begroting (en dat is niet tijd-limitatief). Graag een volledige beschrijving van de rol van de raad bij deze GR, zowel tijdelijk als permanent. Antwoord Permanent kan de raad een zienswijze indienen op de ontwerpbegroting van de GR en ontvangt de raad de kadernota en de (voorlopige) jaarrekening ter informatie ten behoeve van de begrotingscyclus. Daarnaast kan de raad een zienswijze geven op de bijdrageverordening en het verdeelmodel. Tijdelijk, gedurende de eerste vijf jaar na oprichting van de GR, krijgt de raad aanvullend de mogelijkheid om een zienswijze te geven op zowel de kadernota als de (voorlopige) jaarrekening. 4) In de paragraaf “financiën” heeft u het alleen over kosten (de miljoenen vliegen er uit), maar waar zitten de besparingen? Wat is het businessmodel en wat houden we er uiteindelijk aan over.

En als het in de toekomst alleen maar structureel geld kost en dus onze kosten in het sociaal domein alleen maar hoger maakt (als we de genoemde bedragen bezien, komen we al gauw uit op 1 miljoen per jaar extra kosten voor DRV), waarom zouden we dit dan ueberhaupt nog doen? Antwoord Antwoord: In de voorliggende stukken is nog geen uitgewerkt businessmodel opgenomen. De verwachting is dat schaalvoordelen, professionalisering en bundeling van regionale taken leiden tot meer efficiëntie en lagere uitvoeringskosten bij individuele gemeenten. Deze besparingen zijn echter nog niet gekwantificeerd per gemeente. Nadere financiële uitwerking volgt in het implementatieplan en de ontwerpbegroting van de GR. 2) Overigens vinden wij de passage Financiën volstrekt ontoereikend; dit voorstel is een blanko cheque tekenen. Waarom wordt niet meer tijd genomen om dit eerst goed uit te zoeken voor het als besluit naar de raad wordt voorgelegd (en het argument “dan halen we 1-1-27 niet” is wat ons betreft dan niet valide tenzij u aan kunt tonen dat dit niet kan worden uitgesteld.). Antwoord De voorgestelde besluitvorming is ingegeven door de wettelijke verplichting om de regionale samenwerking voor specialistische jeugdzorg te formaliseren en door de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2027.

Nadere uitwerking van financiële, personele en organisatorische aspecten vindt plaats in het implementatietraject en wordt via de reguliere P&C-cyclus aan de raad voorgelegd.

Het gaat bovendien niet om een blanco cheque; er is een bandbreedte genoemd, de raad geeft zijn zienswijze op de begroting en het AB stelt de begroting uiteindelijk vast. * In het RV wordt wel gesteld “Het staat individuele gemeenten vrij hierover lokaal beleid vast te stellen. Wel stemmen de deelnemende gemeenten binnen het openbaar lichaam hun beleid ten aanzien van het verkrijgen van een traplift af met elkaar.” In de praktijk ontstaat er dan druk om toch te harmoniseren met effciency en kostenbesparing als argument. We zien dat bv ook bij de GR belastingdienst Amstelland waar een sterke focus ligt op harmonisatie van verordeningen (lees: volgens model van de GR). Overigens is die zin in tegenspraak met een ander citaat uit het RV “In de regio Utrecht West is een beleidsrijke samenwerking en sturing wenselijk en nodig.” Antwoord Formeel behouden gemeenten hun lokale beleidsvrijheid voor preventie, algemene voorzieningen en de toegang tot individuele voorzieningen. Tegelijkertijd is sprake van een beleidsrijke samenwerking waarin regionale afstemming plaatsvindt. Dit kan in de praktijk leiden tot harmonisatie van beleid, bijvoorbeeld om redenen van efficiëntie en uitvoerbaarheid. Deze spanning wordt onderkend en benoemd als aandachtspunt en risico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16574038/2