CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

20260203 Technische vragen B - GL-Pvda - Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West (Jeugdwet en Wmo)

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig

Categorie:

A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)

Naam indiener: Wendy de Waal Fractie: GroenLinks-PvdA Datum van indienen: 3 februari 2026 Onderwerp: Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West (Jeugdwet en Wmo)

In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel staat dat de gemeenteraad kaderstellende bevoegdheden overdraagt aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Welke besluiten over Jeugdwet en Wmo worden straks regionaal genomen en welke besluiten blijven expliciet bij de individuele gemeenteraden? 2. De raad krijgt gedurende de eerste vijf jaar de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op zowel de kadernota als de voorlopige jaarrekening. Wat gebeurt er concreet met deze zienswijzen en op welke manier kan dit daadwerkelijk leiden tot aanpassing van beleid of begroting? 3. In het voorstel wordt aangegeven dat lokaal beleid rond preventie, toegang en toekenning lokaal blijft, maar wel regionaal wordt afgestemd. Hoe wordt geborgd dat deze afstemming niet leidt tot een uniforme aanpak en dat lokaal maatwerk daadwerkelijk behouden blijft?

4. Wat gebeurt er wanneer deelnemende gemeenten structureel verschillende beleidskeuzes blijven maken binnen de Wmo of Jeugdwet? Wie bepaalt in dat geval of verdere afstemming en afspraken nodig of wenselijk is?

5. De structurele kosten van de gemeenschappelijke regeling worden geraamd tussen € 3,1 en € 4,5 miljoen per jaar. Is al iets te zeggen over welke factoren invloed zullen hebben op de uiteindelijke kosten? 6. Wanneer wordt het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdragen vastgesteld? En op basis van welke criteria (zoals inwonertal, zorggebruik of historische kosten) zal deze verdeling plaatsvinden? 7. In het voorstel wordt gesproken over risico’s op hogere frictie- en implementatiekosten. Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat gemeenten tijdens of na de overgang naar de GR achteraf geconfronteerd worden met onverwachte extra kosten? 8. Bestaat het risico dat gemeenten tijdelijk dubbel betalen voor personeel en uitvoeringstaken tijdens de overgangsfase naar de gemeenschappelijke regeling? Zo, ja hoe wordt dit zoveel mogelijk voorkomen? 9. Op welke manier wordt geborgd dat regionale beleids- en inkoopbesluiten goed aansluiten bij de lokale toegang, wijkteams en uitvoeringspraktijk in de gemeenten? 10. Welke concrete indicatoren worden gebruikt om te monitoren of de gemeenschappelijke regeling leidt tot betere kwaliteit, doelmatigheid en beschikbaarheid van jeugdhulp en Wmoondersteuning? 11. Hoe en hoe vaak wordt de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd over de voortgang, financiële ontwikkelingen en eventuele knelpunten binnen de gemeenschappelijke regeling? 12.

Wat ziet het college als de grootste risico’s bij de implementatie van de gemeenschappelijke regeling richting 1 januari 2027, en welke beheersmaatregelen zijn hiervoor getroffen? 13. Is er voorzien in een tussentijdse evaluatie vóór afloop van de eerste vijf jaar, zodat de raad kan beoordelen of deze vorm van samenwerking voldoende werkt en bijsturing nodig is?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16561733/2