20260106 Technische vragen - GL-PvdA - Westzijde 33 De Hoef
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
Categorie:
A/B/C (Doorhalen wat niet van toepassing is)
Naam indiener: Ernst Schreurs/Joey de Mol Fractie: GroenLinks-PvdA Datum van indienen: 6 januari 2026 Onderwerp: Ruimtelijk kader De Hoef Westzijde 33, De Hoef
In te vullen door organisatie Portefeuillehouder: Datum beantwoording: Inleiding n.v.t. Vragen 1. In het raadsvoorstel onder argument 1.1 staat dat in de woonvisie zou staan dat 2/3 van alle nieuwe woningen betaalbare koop of middeldure huur moet zijn. Dit is onjuist, daar het om 30% sociale huur en 36% middeldure huur en/of koop gaat. Betreft dit een verschrijving of wijziging van beleid? 2. Er is voor De Hoef Westzijde 33 in De Hoef gekozen voor een afdracht en niet voor 30% sociale huurwoningen. Voor dit project worden daarmee tenminste 6 sociale huurwoningen (van de 20 woningen in totaal) niet gerealiseerd. a. Wat is het huidige tekort aan sociale huurwoningen in De Hoef? b. Hoeveel van de inwoners/huishoudens in De Hoef komt in aanmerking voor een sociale huurwoning? c. Wat is het aandeel aan sociale huurwoningen in de woningvoorraad van De Hoef (in procenten en aantallen)? 3. Er vindt een afdracht plaats van 300.000 euro aan het vereveningsfonds. a. Betekent dit dat de gemiddelde von-prijs van de woningen in dit gebied op 400.000 euro ligt?
Berekening: De afdracht per niet gebouwde sociale huurwoning is 12,5% van de gemiddelde von-prijs. Het gaat hier om 6 niet gebouwde sociale huurwoningen en in totaal 20 nieuwe woningen, waarvan 3 woningen van ruim 300.000 euro. Om op een afdracht van 300.000 euro te komen voor 6 woningen, moet de gemiddeld von-prijs op 400.000 euro liggen. 400.000 x 0,125 is immers 50.000. Dat keer 6 woningen, is 300.000 euro. b. Van 3 woningen weten we dat die ca. 300.000 euro v.o.n. kosten. Betekent dit dat de 17 overige woningen in het plangebied rond de 420.000 euro v.o.n. zullen kosten? Zo niet, wat zullen deze woningen wel kosten en hoe is dan tot de 300.000 euro afdracht gekomen? 4. Onder argument 1.3 lezen we dat de provincie bereid is om mee te werken aan deze ontwikkeling, ondanks dat deze buiten de rode contour gelegen is. Heeft de provincie daaraan ook voorwaarden gesteld? Zo ja, wat zijn deze voorwaarden en wordt hieraan voldaan? 5. Hoe lang zijn de wachttijden voor inwoners van De Hoef die een sociale huurwoning in het eigen dorp zoeken? 6. Gesprekken met Cazas hebben geleid tot de conclusie dat er sprake is van een te kleine schaal: wanneer zou er wel sprake zijn van een passende schaal voor de realisatie van sociale huurwoningen? 7. Eerder heeft Cazas aangegeven in kleinere dorpen, zoals De Hoef, wel mee te willen werken aan kleinschaligere ontwikkelingen.
Bij Cliffordweg 7 in Waverveen werkt Cazas hier ook aan mee. Wat maakt dat er op het project Cliffordweg 7 in Waverveen wél 6 sociale huurwoningen kunnen worden gebouwd op een project van 22 woningen, maar dat er hier sprake is van een te kleine schaal? 8. Zitten er nog projecten voor De Hoef in de pijplijn waar wel sociale huurwoningen worden gerealiseerd? Zo ja, om hoeveel woningen gaat dit ongeveer? 9. Het project voorziet dat er ruimte is voor levensloopbestendige woningen: hoeveel woningen worden er tenminste levensloopbestendig uitgevoerd? 10. In het ruimtelijk kader lezen we het volgende: Op de projectlocatie is momenteel een zware netaansluiting aanwezig, die in het verleden is gerealiseerd ten behoeve van de voormalige slachterij. Deze aansluiting is ontworpen voor een aanzienlijk industrieel energieverbruik, inclusief zware koelinstallaties, verwerkingsapparatuur en transportvoorzieningen. De geplande herontwikkeling naar een woongebied met 20 grondgebonden woningen zal naar verwachting een vergelijkbare netbelasting kennen. Hoewel de aard van het verbruik verschilt (industrieel versus huishoudelijk), blijft de totale energievraag op locatieniveau nagenoeg gelijk. Dit komt doordat de piekbelasting van de slachterij aanzienlijk was, terwijl de woningen een meer gespreid en voorspelbaar verbruiksprofiel kennen.
Op basis hiervan wordt aangenomen dat de bestaande netaansluiting voldoende capaciteit biedt om de nieuwe ontwikkeling te faciliteren, zonder dat er sprake is van een significante toename van de netvraag. In de vervolgfase zal dit nader worden afgestemd met de netbeheerder.
Er wordt aangenomen dat de bestaande netaansluiting voldoende capaciteit biedt. Dat zou goed kunnen, maar is niet vanzelfsprekend. Op basis van welke (voorlopige) berekening wordt deze aanname gedaan? 11. Ten aanzien van de verkeersbewegingen wordt verwezen naar verkeerskundig onderzoek van Goudappel. Kunnen we dit onderzoek ontvangen?