200506 - Technische vragen B - RVB - Bostholsebrug
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Vragen vanuit de Raad aan het college:
Categorie:
A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Technische vragen vergadering (beantwoording zo snel mogelijk) C. Technische vragen overig
B
Naam indiener: Roger Fernhout Fractie: RVB (Ronde Venen Belang) Datum van indienen: 19-05-2026 Onderwerp: Raadsvoorstel Beschikbaar stellen aanvullend budget voor aanpassing Botholsebrug
Inleiding: “In oktober 2024 startte de vervanging van de Botsholsebrug in Abcoude, die in maart 2025 is opgeleverd. Na ingebruikname bleek de toegankelijkheid voor agrarisch verkeer verslechterd”. Herstelkosten €250.000,00 een foutje bedankt. Citaat RV; “In de programmabegroting 2024 is voor de vervanging van Botsholsebrug een investeringsbudget van € 944.000,- beschikbaar.”
Vragen | vraag: 1. Hoe beoordeelt de verantwoordelijke wethouder het feit dat kort na oplevering van de Botsholsebrug moet worden vastgesteld dat agrarisch verkeer onvoldoende gebruik kan maken van de brug en hiervoor aanvullend €250.000,00 gemeenschapsgeld nodig is? 2. Erkent de wethouder dat hier sprake is van een ernstige ontwerp-, beoordelings- dan wel uitvoeringsfout? Zo nee, hoe kwalificeert de wethouder deze situatie dan? 3. Acht de wethouder zichzelf politiek verantwoordelijk voor het feit dat een brugproject met een investeringsbudget van €944.000,00 kort na oplevering opnieuw ingrijpend moet worden aangepast? Zo nee, wie dan wel? 4. Graag ontvangen wij een kopie van de gedetailleerde begroting, offerte of overeenkomst waar het investeringsbudget van €944.000,00 op gebaseerd is. 5. Welke partij heeft vastgesteld dat het oorspronkelijke ontwerp geschikt was voor agrarisch verkeer en heeft de wethouder deze beoordeling vooraf gecontroleerd of laten toetsen? 6. Graag ontvangen wij de gedetailleerde begroting of offerte waaruit blijkt dat de fout voor €250.000,00 zal worden hersteld, inclusief een uitsplitsing van ontwerp-, uitvoerings-, advies-, grond- en bijkomende kosten. Alsmede een urenoverzicht van de betrokken ambtenaren. 7. Graag ontvangen wij een overzicht van alle kunstwerken die de afgelopen 4 jaar (vanaf 1 april 2022) zijn vervangen cq zijn gerenoveerd incl.
de initiële budgetten en de budget overschrijdingen (denk hierbij aan de Demmerikse brug, de brug over de hoofdtocht aan de Botsholse dijk, de Heulbrug etc) en welke aannemer deze opdracht uitvoerde alsmede de oorzaak en verantwoording van eventuele meerkosten. 8. In hoeveel van deze projecten was sprake van fouten in het ontwerp, de uitvoering, de toetsing of de voorbereiding die hebben geleid tot aanvullende kosten of herstelwerkzaamheden?
9. Heeft de wethouder vooraf signalen ontvangen van inwoners, gebruikers, agrariërs of deskundigen dat het ontwerp mogelijk niet zou voldoen? Zo ja, wat is met deze signalen gedaan? 10. Waarom zou de belastingbetaler opdraaien voor herstelkosten die direct voortvloeien uit een brug die kort na oplevering niet naar behoren blijkt te functioneren? 11. Is de wethouder voornemens of worden de herstelkosten geheel of gedeeltelijk verhaald op de verantwoordelijke partij(en)? Zo nee, waarom niet? 12. Deelt de wethouder de mening dat inwoners mogen verwachten dat een brug van bijna één miljoen euro bij oplevering direct geschikt is voor normaal gebruik door alle beoogde verkeersdeelnemers? 13. Waarom acht de wethouder de medewerking van aanwonenden “essentieel” voor het herstel van een fout in de openbare ruimte? Betekent dit dat zonder instemming van bewoners het herstel van de brug vertraging oploopt of zelfs niet uitgevoerd kan worden of iets anders? 14. Welke kosten gaan gepaard met deze “medewerking” (uitwerking in tekst en Euro’s)? 15. In het voorstel schrijft het college enerzijds dat “de oplossing is besproken en tot stand gekomen met omwonenden” en anderzijds dat “de definitieve participatie nog zal worden opgestart”. Hoe verhouden deze twee uitspraken zich tot elkaar? 16.
Op basis van welke aanbestedingsrechtelijke grondslag acht de wethouder deze onderhandse gunning rechtmatig? 17. Is onderzocht of (een deel van) de herstelkosten kan worden verhaald op de oorspronkelijke aannemer, ontwerper? Zo nee, waarom niet? 18. Welk drempelbedrag m.b.t. de totale gunning was van toepassing bij de toekenning van de oorspronkelijke (totale) opdracht en wat betekende dat voor de (verplichte) wijze van aanbesteding? 19. Hoeveel partijen zijn destijds (op basis van het genoemde drempelbedrag) uitgenodigd (op basis van het geldende drempelbedrag en de lokale inkoopvoorwaarden én landelijke kaders)? 20. Is het juist dat de opdracht is gegund aan aannemerscombinatie Griekspoor en Vobi Infra? 21. Gebruikelijk is dat de opdracht wordt gegund op basis van vooraf vastgestelde factoren, zoals prijs, kwaliteit en levertijd. Hoe verhouden die factoren zich tot de vaststelling dat na oplevering en ingebruikname de toegankelijkheid voor agrarisch verkeer verslechterd bleek? Anders gesteld: Voldeed de brug (na vervanging en bij oplevering) volledig aan alle voorwaarden, zoals in opdracht van het college, opgenomen in de tender? 22. Zo ja, hoe kan dan (pas) na oplevering de ‘verslechterde toegankelijkheid voor agrarisch verkeer’ geconstateerd worden? 23.
A; In het geval dat de Botsholsebrug, bij oplevering niet bleek te voldoen aan de vastgelegde tendervoorwaarden, is er sprake van een toerekenbare tekortkoming, dan wel non-conformiteit. Doorgaans heeft de opdrachtgever dan - juridisch gezien - recht op wat er is afgesproken in het bestek en/of de aanbestedingsstukken. Heeft de gemeente de aannemer (daarom) in gebreke gesteld /kunnen stellen en op basis daarvan de aannemer gesommeerd de afwijkingen t.o. v. de tendervoorwaarden alsnog te herstellen binnen een redelijke termijn. B; Zo niet waarom niet? Graag bij a. dan wel bij b. een duidelijk beargumenteerde onderbouwing en verklarende uitleg van het antwoord. 24. A; Waarom heeft het college opgestelde tendertekst (en daarin dus ook de gespecificeerde voorwaardent.a.v. een goede toegankelijkheid voor agrarisch verkeer) opgenomen dat de nieuwe brug moest worden voorzien van “nieuwe, starre leuningen”? B;Is het college bereid die opgestelde gespecificeerde voorwaarden in de tendertekst t.a.v. een goede toegankelijkheid voor agrarisch verkeer aan de raad voor te leggen? 25.
Het college vraagt de raad “in te stemmen met het beschikbaar stellen van een investeringsbudget van € 250.000 ten behoeve van de gewenste aanpassingen aan de situatie bij de Botsholse brug.” Hoe valt uit de leggen dat die nu noodzakelijk geachte aanpassingen niet eerder hadden kunnen worden voorzien door het college in de rol van een zorgvuldig handelende aanbesteder? 26. Uit het raadsvoorstel is op te maken dat het gevraagde budget vooral betrekking heeft op vervanging van de starre leuningen. Om welke bedrag gaat het en waaraan wordt het overblijvende deel van het budget besteed?
27. Is het juist of onjuist dat de omvang van het nu gevraagde budget automatisch en vanzelfsprekend (als drempelbedrag) moet leiden tot een zogenoemde eenvoudig onderhandse aanbesteding? 28. In onderdeel ‘Argumenten 1.3’ van het raadsvoorstel staat: “Dit ontwerp is afgestemd met de betrokken ondernemers.” A; Kan hieruit de conclusie getrokken worden dat er tijdens het opstellen van de oorspronkelijke tender dus geen of onvoldoende afstemming “met betrokken ondernemers” heeft plaatsgevonden? B; Wat zegt dat over de wijze waarop vorm en inhoud is gegeven aan participatie? 29. In het onderdeel “Evaluatie” van het raadsvoorstel staat: “Hoewel de participatie vroegtijdig heeft plaatsgevonden en zowel de gebiedscoöperatie “Onze Drie Polders” als de omwonenden betrokken zijn geweest bij het participatietraject, is overeenstemming over de “gesproken taal” essentieel voor nieuwe projecten. De gemeente zal zich verder verdiepen in de gebruikers.
De gebruikers op hun beurt, dienen de gemeente “mee te nemen” in de bedrijfsvoering en de complexiteit van ondernemerschap.” A; Hoe heeft de ‘vroegtijdige participatie’ concreet plaatsgevonden en hoe is toen omgegaan met de inbreng van de deelnemende berokkenen? B;Wat wordt bedoeld met de aanduiding: “gesproken taal” en waarom is die aanduiding uitdrukkelijk tussen aanhalingstekens is geplaatst? C; Hoe gaat het college zich verdiepen in de gebruikers en dat laten blijken? D: “De gebruikers (…) dienen de gemeente “mee te nemen” in de bedrijfsvoering en de complexiteit van ondernemerschap.” Wat wordt concreet bedoeld met deze ‘cryptische’ omschrijving?