2. Was wordt tabel met toelichting
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening 2025 met toelichting Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Inhoudelijke wijzigingen Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:1 Definities Bestaande tekst - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - openbaar water: wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
Artikel 1:1 Definities Nieuwe tekst - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; Toelichting: Wijzigingen i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet.
Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:2 Beslistermijn Artikel 1:2 Beslistermijn Bestaande tekst Nieuwe tekst 3. Voor zover het een vergunning of ontheffing op grond van de artikelen 2:9, 2:25, 2:28, 2:39, 3:4 en 5:23 betreft, kan de beslistermijn alleen worden verlengd als de complexiteit van het onderwerp dit rechtvaardigt. Toelichting: Dit artikel komt niet uit de model-APV en kan vervallen. Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Bestaande tekst Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Toelichting: Tekstuele wijziging. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Bestaande tekst 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Nieuwe tekst De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Nieuwe tekst 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter
voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. Toelichting: Tekstuele wijziging.
voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
Een nieuw artikel 2:2 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:2 Tijdelijke verboden tot het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse en/of elders dan ter plaatse 1. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte in een inrichting bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken. 2. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse. 3. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken. Toelichting: Dit artikel is wenselijk omdat we zoveel als mogelijk en daar waar we dat bestuurlijk willen de APV’s van De Ronde Venen en Stichtse Vecht gelijk willen stellen. Reden hiervoor is dat we bevoegdheden op het gebied van openbare orde zoveel mogelijk gelijk willen hebben in het kader van de samenwerking op het gebied van handhaving in onze gemeenschappelijke basiseenheid van de politie.
Een nieuw artikel 2:2a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:2a Aanwijzing 1. Een aanwijzing als bedoeld in artikel 2:2, eerste of tweede lid, kan worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid. 2. Een aanwijzing als bedoeld in artikel 2:2, derde lid, wordt eerst gegeven indien het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid dringend tot het geven van een dergelijke aanwijzing vordert. Toelichting: Dit artikel is wenselijk omdat we zoveel als mogelijk en daar waar we dat bestuurlijk willen de APV’s van De Ronde Venen en Stichtse Vecht gelijk willen stellen. Reden hiervoor is dat we bevoegdheden op het gebied van openbare orde zoveel mogelijk gelijk willen hebben in het kader van de samenwerking op het gebied van handhaving in onze gemeenschappelijke basiseenheid van de politie.
Een nieuw artikel 2:6 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder
publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: Folderen en flyeren is toegestaan, behalve op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan. Het tweede lid geeft de mogelijkheid om het verbod voor die wegen verder te beperken tot nader aan te geven dagen en uren, waarbij het vierde lid het college de bevoegdheid geeft voor het dan nog resterende verbod een ontheffing te verlenen. Van de in het eerste lid toegekende bevoegdheid mag het college niet zodanig gebruik maken dat er ‘geen gebruik van enige betekenis’ overblijft. Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen Bestaande tekst 1.
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. Toelichting: Tekstuele wijziging. Een nieuw artikel 2:9a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen Nieuwe tekst 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
Nieuwe tekst Artikel 2:9a Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. modelluchtvaartuig: modelluchtvaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Regeling modelvliegen en artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen; b. remotely piloted aircraft (RPA): RPA als bedoeld in artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben. 3. Het is verboden om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. Toelichting: Dit artikel is wenselijk omdat we zoveel als mogelijk en daar waar we dat bestuurlijk
willen de APV’s van De Ronde Venen en Stichtse Vecht gelijk willen stellen. Reden hiervoor is dat we bevoegdheden op het gebied van openbare orde zoveel mogelijk gelijk willen hebben in het kader van de samenwerking op het gebied van handhaving in onze gemeenschappelijke basiseenheid van de politie. Artikel 2:16 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Op grond van het oogmerk van de bepaling (voorkomen gevaarzetting) en de aard van de handeling (als gedraging) is er een voorkeur voor het opnemen van de bepaling in de APV.
Artikel 2:21 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen of voorzieningen ten behoeve van de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. De Omgevingswet voorziet voor een groot deel al in de gedoogplichten die in deze bepaling opgenomen zijn en er is geen ruimte om in het omgevingsplan aanvullende gedoogplichten op te nemen. Voor het aanvullen van de gedoogplicht in de APV geldt dat dit wellicht in strijd zou kunnen zijn met artikel 121 van de Gemeentewet, maar dat er toch aanleiding wordt gezien om te adviseren een aanvullende gedoogplicht in de APV op te nemen. Dit omdat er duidelijk sprake is van een lacune in de Omgevingswet.
Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:24 Definities Bestaande tekst 3. Onder een klein evenement wordt verstaan een straat/privéfeest of buurtbarbecue op één dag indien: c. het evenement slechts voor genodigden toegankelijk is; d. er geen entree geheven wordt; e. er gratis consumpties worden geschonken. Toelichting: Tekstuele wijziging. Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:26 Ordeverstoring Bestaande tekst 3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te
Artikel 2:24 Definities Nieuwe tekst 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan een straat/privéfeest of buurtbarbecue op één dag indien: a. het evenement slechts voor genodigden toegankelijk is; b. er geen entree geheven wordt; c. er gratis consumpties worden geschonken.
Artikel 2:26 Ordeverstoring Nieuwe tekst 3. Voor de toepassing van dit artikel vallen ook de categorieën van artikel 2:24, eerste lid,
hebben of te vervoeren die uiterlijke onder a tot en met g, onder evenement. kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod van het derde lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 5. Voor de toepassing van dit artikel vallen ook de categorieën van artikel 2:24, eerste lid, onder a tot en met g, onder evenement. Toelichting: De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het colorverbod uit de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaarde het artikel uit APV onverbindend. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Bestaande tekst 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als a.
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. geen sprake is van een intrekkingsgrond als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, dan wel c. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a en b. 7. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in het eerste lid niet geldt voor een of meerdere soorten aangewezen openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 8. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Nieuwe tekst 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 5. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in het eerste lid niet geldt voor een of meerdere soorten aangewezen openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Lid 5 en 6 zijn verwijderd, omdat de gemeente hier geen gebruik van maakt. Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:29 Sluitingstijd Bestaande tekst 2. b. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor openbare inrichtingen, voor zover daarin onderwijs wordt gegeven of die of waarvan onderdelen uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik zijn bij jeugdorganisaties en sportorganisaties. Openbare inrichtingen die in gebruik zijn als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf en openbare inrichtingen die aangemerkt zijn als paracommerciële instelling. Deze inrichtingen zijn gesloten op maandag t/m zondag tussen 00:00 uur en 06:00 uur. Toelichting: Tekstuele wijziging.
Artikel 2:29 Sluitingstijd Nieuwe tekst 2. b. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor openbare inrichtingen, voor zover daarin onderwijs wordt gegeven of die of waarvan onderdelen uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik zijn bij jeugdorganisaties en sportorganisaties en voor openbare inrichtingen die in gebruik zijn als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf en openbare inrichtingen die aangemerkt zijn als paracommerciële instelling. Deze inrichtingen zijn gesloten op maandag t/m zondag tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
Artikel 2:38a wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:38a Definities Bestaande tekst 1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. Toelichting: Tekstuele wijziging.
Artikel 2:38a Definities Nieuwe tekst 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:39 Speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden Bestaande tekst Nieuwe tekst 3. 3. b. de exploitatie van de speelgelegenheid in b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. strijd is met een omgevingsplan. Toelichting: Wijzigingen i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 2:45 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. In verband met de samenhang met de andere bepalingen in de APV is het advies om deze bepaling in de APV te plaatsen. Artikel 2:47b komt te vervallen: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:47b Verbod op zichtbare uitingen Artikel 2:47b van verboden organisaties (Vervallen) 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting: De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het colorverbod uit de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaarde het artikel uit APV onverbindend.
Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten publiek toegankelijke ruimten Bestaande tekst Nieuwe tekst Het is verboden zich zonder redelijk doel en op Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar wachtlokalen voor het openbaar vervoer, vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. parkeergarages en rijwielstallingen. Toelichting: Er zijn geen telefooncellen meer in de gemeente. Artikel 2:50b wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:50b Messen en andere steekwapens Bestaande tekst 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. Toelichting: Tekstuele wijziging.
Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
Artikel 2:50b Messen en andere steekwapens Nieuwe tekst 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Nieuwe tekst Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren.
a. aanwezig te hebben; 2. Het college kan de rechthebbende op een b. aanwezig te hebben anders dan met onroerende zaak gelegen binnen een inachtneming van de door het college in krachtens het eerste lid aangewezen plaats het aanwijzingsbesluit gestelde regels;, ontheffing verlenen van het verbod als of bedoeld in het eerste lid. c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Toelichting: Er is een onderscheid gemaakt tussen houden en voeren van dieren. Het voeren van dieren komt in de APV te staan, de bepaling ten aanzien van houden van dieren bijft in de VFL. Een nieuw artikel 2:61 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:61 Gevaar door houtopstand Het is verboden om een houtopstand in een zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat. Toelichting: De omgevingsvergunning voor het vellen van waardevolle houtopstand is opgenomen in de VFL. Er is behoefte aan een artikel over noodkap in de APV. Op grond van artikel 172 van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde te beletten of te beëindigen. Daarvoor is dan wel vereist dat er is voorzien in een wettelijk voorschrift op grond waarvan het verboden is om met een boom gevaar voor personen of goederen te veroorzaken. Artikel 2:61 is die wettelijke grondslag.
Artikel 2:62 komt te vervallen: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:62 Loslopend vee Artikel 2:62 De rechthebbende op herkauwende of (Vervallen) eenhoevige dieren of varkens (vee) of pluimvee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van de bepaling en de aard van de handeling sluiten aan bij het doel en stelsel van de Omgevingswet. De bepaling ziet op een handeling met enige planbaarheid en voorzienbaarheid. De houder van vee dient maatregelen te treffen zodat niet in strijd wordt gehandeld met de zorgplicht. Artikel 2:64 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag
Nieuwe tekst Artikel 2:64 (Vervallen)
uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. 5. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) wel van toepassing. Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van de bepaling en de aard van de handeling sluiten aan bij het doel en stelsel van de Omgevingswet. Het oogmerk van deze bepaling is in de eerste plaats het beschermen van de verkeersveiligheid en de bewoonbaarheid. Het houden van bijen is onverenigbaar met de verkeersfunctie van de weg en de verblijfsfunctie van woningen of andere gebouwen. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en de verkeersveiligheid en de bescherming van de bewoonbaarheid is daar een onderdeel van. Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzegging 1.
De burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan een of meerdere personen, indien naar zijn oordeel sprake is van (ernstige vrees voor) het verstoren van de openbare orde door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:47, eerste lid onder b (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:47a (verstoring van de openbare orde) of artikel 2:48 (hinderlijk drankgebruik) van deze verordening; b. het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen; c. het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; d. diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of e. geweldpleging of bedreiging. 2. De burgemeester bepaalt in de gebiedsontzegging het gebied en de termijn waarvoor deze geldt. 3. De burgemeester kan de in het tweede lid bepaalde termijn verlengen. 4. Een gebiedsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen die in het aangewezen gebied blijkens het bevolkingsregister wonen of in het aangewezen gebied werken. 5. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de gebiedsontzegging naar tijd en plaats beperken.
Nieuwe tekst Artikel 2:78 Verblijfsontzegging 1. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. 2. De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2:29, 2:45 en 3:17, eerste, tweede of negende lid van deze verordening; b. het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen; c. het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; d. diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of e. geweldpleging of bedreiging. 4. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt. 5. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken.
6. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk 6. Het is verboden zich te gedragen in strijd ontheffing verlenen van een met een door de burgemeester gebiedsontzegging. opgelegde verblijfsontzegging. 7. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde gebiedsontzegging. Toelichting: Dit artikel is wenselijk omdat we zoveel als mogelijk en daar waar we dat bestuurlijk willen de APV’s van De Ronde Venen en Stichtse Vecht gelijk willen stellen. Reden hiervoor is dat we bevoegdheden op het gebied van openbare orde zoveel mogelijk gelijk willen hebben in het kader van de samenwerking op het gebied van handhaving in onze gemeenschappelijke basiseenheid van de politie. Een nieuw artikel 2:78a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:78a Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Toelichting: Dit artikel is wenselijk omdat we zoveel als mogelijk en daar waar we dat bestuurlijk willen de APV’s van De Ronde Venen en Stichtse Vecht gelijk willen stellen. Reden hiervoor is dat we bevoegdheden op het gebied van openbare orde zoveel mogelijk gelijk willen hebben in het
kader van de samenwerking op het gebied van handhaving in onze gemeenschappelijke basiseenheid van de politie. Artikel 2:80 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en erven 1. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Het bevel tot sluiting geldt voor bepaalde of onbepaalde tijd; in het laatste geval wordt het bevel tot sluiting opgeheven bij openbaar te maken besluit. 4. Een ieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede lid bedoelde besluit ter plaatse wordt aangebracht en daar aangebracht blijft, zolang het bevel van kracht is. 5. Het is de rechthebbende op het gebouw en/ of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 6.
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
Nieuwe tekst Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen. 7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 8.
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Toelichting: Aangepast naar model van de VNG. Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. Artikel 2:81 bevat een aanvullende sluitingsbevoegdheid als sprake is van een vergunningplicht. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een
aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. Een nieuw artikel 2:81 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.
voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een
5.
6.
7.
8.
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10.
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met in-gang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd.
Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:7 Weigeringsgronden Artikel 3:7 Weigeringsgronden Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. 1. j. de voorgenomen uitoefening van het j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend seksbedrijf strijd zal opleveren met het bestemmingsplan, een bestemmingsplan in omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerp dat ter inzage is gelegd, een ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing beheersverordening of een aanwijzing als als bedoeld in artikel 3:4. bedoeld in artikel 3:4. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 3:9 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. 1. g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, oplevert met een omgevingsplan of een een beheersverordening of een aanwijzing als aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. bedoeld in artikel 3:4. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 4:6 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidshinder 1. Het is verboden op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Dit artikel is daarvoor wel herschreven. Artikel 4:6 van de APV biedt vooral een basis om op te treden bij geluidsoverlast. Het gaat om handelingen die in beperkte mate planbaar en voorzienbaar zijn en die zich in de regel niet herhalen. Dit is de reden dat de bepaling is opgenomen in de APV. Artikel 4:8 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Hoewel verontreiniging raakt aan het uiterlijk aanzien van de gemeente en in algemene zin aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zijn de gevolgen voor de fysieke leefomgeving bij deze vorm van verontreiniging beperkt. Terwijl deze vorm van verontreiniging wel sterk bijdraagt aan de verrommeling van de openbare ruimte en overlast geeft. En daarmee sluit het oogmerk van deze bepaling aan bij de openbare orde in de zin van de APV. Bovendien is er ook nog samenhang met de zedelijkheid en ook dit sluit aan bij de APV.
Artikel 4:17 komt te vervallen: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:17 Definitie Artikel 4:17 In deze afdeling wordt onder kampeermiddel (Vervallen) verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van deze bepalingen is de bescherming van de natuur, het landschap of het stadsgezicht. Dit oogmerk sluit aan bij het omgevingsplan. Artikel 4:18 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor kleinschalige terreinen in de jaarlijkse periode van 15 maart tot en met 31 oktober, waarvan in het
Nieuwe tekst Artikel 4:18 (Vervallen)
bestemmingsplan is bepaald dat het gebruik voor kamperen niet strijdig is met het geldende bestemmingsplan. 3. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende op een terrein. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; b. een stadsgezicht. Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van deze bepalingen is de bescherming van de natuur, het landschap of het stadsgezicht. Dit oogmerk sluit aan bij het omgevingsplan. Artikel 4:19 komt te vervallen: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen Artikel 4:19 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van (Vervallen) toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vijfde lid. Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van deze bepalingen is de bescherming van de natuur, het landschap of het stadsgezicht. Dit oogmerk sluit aan bij het omgevingsplan. Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Bestaande tekst 3.
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden in besloten kring.
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Nieuwe tekst 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; of b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt. Toelichting: De gemeente kan ervoor kiezen instellingen aan te wijzen waarvoor de verbodsbepaling niet geldt. Het college stelt daartoe een collecte- en wervingsrooster vast dat is ontleend aan het door het CBF gepubliceerde collecterooster en wervingsrooster. Omdat aan het CBF geen wetgevende bevoegdheid toekomt, moet het college het collecte- en wervingsrooster vaststellen.
Artikel 5:15 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:15 Ventverbod Bestaande tekst 3. Het is verboden te venten op zondagen. 4. In afwijking van het derde lid kan het college een ontheffing verlenen voor de verkoop van seizoensgebonden producten tussen 12.00 uur en 21.00 uur, zoals bijvoorbeeld de verkoop van ijs. 5. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld
Artikel 5:15 Ventverbod Nieuwe tekst 3. Het is verboden te venten op zondagen voor 12.00 uur en na 21.00 uur. 4. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de 5. Het verbod in het eerste lid is niet van Algemene wet bestuursrecht (positieve toepassing op situaties waarin wordt fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) voorzien door artikel 5 van de niet van toepassing. Wegenverkeerswet 1994. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van 6. Het verbod bedoeld in het eerste, tweede en toepassing op situaties waarin wordt derde lid is niet van toepassing op het voorzien door artikel 5 van de venten met gedrukte of geschreven stukken Wegenverkeerswet 1994. waarin gedachten en gevoelens worden 7. Het verbod bedoeld in het eerste, tweede en geopenbaard. derde lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. Toelichting: Aan het derde lid zijn tijden toegevoegd, waardoor het ook mogelijk wordt om te venten op zondag tussen 12.00 en 21.00 uur. Dit kon al voor seizoensgebonden producten (zoals ijs), met een ontheffing. Nu is er geen ontheffing meer nodig en hoeft het niet om seizoensgebonden producten te gaan. Artikel 5:18 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden weigeringsgronden Bestaande tekst Nieuwe tekst 2. Het college kan de vergunning weigeren 2.
Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend wegens strijd met het omgevingsplan. bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Bestaande tekst 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Nieuwe tekst 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet.
Artikel 5:23 wordt als volgt gewjzigd: Artikel 5:23 Organiseren van een Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt snuffelmarkt Bestaande tekst Nieuwe tekst De burgemeester weigert de vergunning of kan De burgemeester weigert de vergunning of kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een snuffelmarkt als bedoeld melding besluiten een snuffelmarkt als bedoeld in het derde lid te verbieden wegens strijd met in het derde lid te verbieden wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, het omgevingsplan. beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 5:24 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven
Nieuwe tekst Artikel 5:24
openbaar water (Vervallen) 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Verordening Vinkeveense Plassen, de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, de Waterschapskeur, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de leidingenverordening en de geldende bestemmingsplannen van de gemeente De Ronde Venen.
Toelichting: Dit artikel gaat naar de VFL. Het oogmerk van de bepaling is primair het beschermen van de verkeersveiligheid op het water en het bieden van ruimte voor beheer en onderhoud. Dit oogmerk sluit aan bij de Omgevingswet. Artikel 5:28 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswater-staatswerken of de Interim Omgevingsverordening provincie
Nieuwe tekst Artikel 5:28 (Vervallen)
Utrecht. Toelichting: Dit artikel moet vervallen uit de APV en gaat naar de VFL. Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:30 Veiligheid op het water Artikel 5:30 Veiligheid op het water Bestaande tekst Nieuwe tekst 2. Het verbod is niet van toepassing op 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de omgevingsverordening of het bepaalde Interim Omgevingsverordening provincie bij of krachtens de Omgevingswet. Utrecht. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet. Artikel 5:31a wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:31a Maximum-snelheid op openbaar Artikel 5:31a Maximum-snelheid op openbaar water water Bestaande tekst Nieuwe tekst 5. Het in het eerste tot en met vierde lid 5. Het in het eerste tot en met vierde lid gestelde is niet van toepassing op situaties gestelde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, Binnenvaartpolitiereglement of het Besluit de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Motorschepen Vinkeveense Plassen. Besluit Motorschepen Vinkeveense Plassen. Toelichting: Wijziging i.v.m. inwerkingtreding Omgevingswet.
Artikel 5:33 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met
werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Artikel 5:34 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter be-scherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of bij of krachtens Omgevingswet. Toelichting: Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Het oogmerk van de bepaling en de samenhang met andere bepalingen biedt geen duidelijk aanknopingspunt voor het opnemen van de bepaling in de VFL of de APV. De aard van de handeling echter wel, die pleit voor opneming van de bepaling in de APV.
Artikel 5:36 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:36 Verboden plaatsen Artikel 5:36 Verboden plaatsen Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. 1. b. gemeentelijke begraafplaatsen; b. gemeentelijke begraafplaatsen. c. in het water van het Abcoudermeer en de riviertjes de Angstel, het Gein en de Winkel. Toelichting: Er is geen reden om het water van het Abcoudermeer en de riviertjes de Angstel, het Gein en de Winkel in de APV uit te sluiten als locatie voor asverstrooiing Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6:5 Overgangsbepaling Bestaande tekst Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Nieuwe tekst 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Besluiten inzake onderwerpen of bepalingen waarin deze verordening voorziet, genomen krachtens de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen, welke besluiten gelden op het moment van inwerkingtreding van de voorliggende Algemene Plaatselijke Verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.