2. Was-wordt tabel Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen 2025
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening 2025 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Inhoudelijke wijzigingen Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:1 Definities Bestaande tekst - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.2.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - openbaar water: wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:2 Beslistermijn Bestaande tekst 3. Voor zover het een vergunning of ontheffing op grond van de artikelen 2:9, 2:25, 2:28, 2:39, 3:4 en 5:23 betreft, kan de beslistermijn alleen worden verlengd als de complexiteit van het onderwerp dit rechtvaardigt.
Artikel 1:1 Definities Nieuwe tekst - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; Artikel 1:2 Beslistermijn Nieuwe tekst
Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Bestaande tekst Elke vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Nieuwe tekst De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Bestaande tekst 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Nieuwe tekst 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
Een nieuw artikel 2:2 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Een nieuw artikel 2:2a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Een nieuw artikel 2:6 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:2 Tijdelijke verboden tot het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse en/of elders dan ter plaatse 1. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte in een inrichting bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken. 2. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse. 3. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en tijdsruimte bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken. Nieuwe tekst Artikel 2:2a Aanwijzing 1. Een aanwijzing als bedoeld in artikel 2:2, eerste of tweede lid, kan worden gegeven in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid. 2. Een aanwijzing als bedoeld in artikel 2:2, derde lid, wordt eerst gegeven indien het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid dringend tot het geven van een dergelijke aanwijzing vordert. Nieuwe tekst Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen Bestaande tekst 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. Een nieuw artikel 2:9a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:16 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:21 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen Nieuwe tekst 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. Nieuwe tekst Artikel 2:9a Verbod op het voorhanden hebben van modelluchtvaartuig of RPA 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. modelluchtvaartuig: modelluchtvaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Regeling modelvliegen en artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen; b. remotely piloted aircraft (RPA): RPA als bedoeld in artikel 1 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid gebieden aanwijzen waar het verboden is om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben. 3. Het is verboden om een modelluchtvaartuig of RPA voorhanden te hebben in een door de burgemeester aangewezen gebied. Nieuwe tekst Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Nieuwe tekst Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen of voorzieningen ten behoeve van de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:24 Definities Bestaande tekst 3. Onder een klein evenement wordt verstaan een straat/privéfeest of buurtbarbecue op één dag indien: c. het evenement slechts voor genodigden toegankelijk is; d. er geen entree geheven wordt; e. er gratis consumpties worden geschonken. Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:26 Ordeverstoring Bestaande tekst 3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod van het derde lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 5. Voor de toepassing van dit artikel vallen ook de categorieën van artikel 2:24, eerste lid, onder a tot en met g, onder evenement. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Bestaande tekst 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel
Artikel 2:24 Definities Nieuwe tekst 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan een straat/privéfeest of buurtbarbecue op één dag indien: a. het evenement slechts voor genodigden toegankelijk is; b. er geen entree geheven wordt; c. er gratis consumpties worden geschonken. Artikel 2:26 Ordeverstoring Nieuwe tekst 3. Voor de toepassing van dit artikel vallen ook de categorieën van artikel 2:24, eerste lid, onder a tot en met g, onder evenement.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting Nieuwe tekst 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 4. a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit en daarvoor niet meer dan 20% van het totale vloeroppervlak wordt benut; 5. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in het eerste lid niet geldt voor een of meerdere soorten aangewezen openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. geen sprake is van een intrekkingsgrond als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, dan wel c. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a en b. 7. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in het eerste lid niet geldt voor een of meerdere soorten aangewezen openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 8. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:29 Sluitingstijd Bestaande tekst 2. b. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor openbare inrichtingen, voor zover daarin onderwijs wordt gegeven of die of waarvan onderdelen uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik zijn bij jeugdorganisaties en sportorganisaties. Openbare inrichtingen die in gebruik zijn als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf en openbare inrichtingen die aangemerkt zijn als paracommerciële instelling.
Deze inrichtingen zijn gesloten op maandag t/m zondag tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
Artikel 2:29 Sluitingstijd Nieuwe tekst 2. b. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor openbare inrichtingen, voor zover daarin onderwijs wordt gegeven of die of waarvan onderdelen uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik zijn bij jeugdorganisaties en sportorganisaties en voor openbare inrichtingen die in gebruik zijn als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoersbedrijf en openbare inrichtingen die aangemerkt zijn als paracommerciële instelling. Deze inrichtingen zijn gesloten op maandag t/m zondag tussen 00:00 uur en 06:00 uur.
Artikel 2:38a wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:38a Definities Bestaande tekst 1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Artikel 2:38a Definities Nieuwe tekst 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:39 Speelgelegenheden Bestaande tekst 3.
Artikel 2:39 Speelgelegenheden Nieuwe tekst 3.
b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Artikel 2:45 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:47b komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:47b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een omgevingsplan. Nieuwe tekst Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Nieuwe tekst Artikel 2:47b (Vervallen)
Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Bestaande tekst Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Nieuwe tekst Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:50b wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:50b Messen en andere steekwapens Bestaande tekst 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:50b Messen en andere steekwapens Nieuwe tekst 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:60 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Nieuwe tekst Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;, of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Een nieuw artikel 2:61 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 2:62 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) of pluimvee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:64 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties
1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
Nieuwe tekst Artikel 2:61 Gevaar door houtopstand Het is verboden om een houtopstand in een zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat. Nieuwe tekst Artikel 2:62 (Vervallen)
Nieuwe tekst Artikel 2:64 (Vervallen)
waarin wordt voorzien door de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. 5. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) wel van toepassing. Artikel 2:78 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzegging 1. De burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan een of meerdere personen, indien naar zijn oordeel sprake is van (ernstige vrees voor) het verstoren van de openbare orde door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:47, eerste lid onder b (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:47a (verstoring van de openbare orde) of artikel 2:48 (hinderlijk drankgebruik) van deze verordening; b. het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen; c. het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; d. diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of e. geweldpleging of bedreiging. 2. De burgemeester bepaalt in de gebiedsontzegging het gebied en de termijn waarvoor deze geldt. 3. De burgemeester kan de in het tweede lid bepaalde termijn verlengen. 4.
Een gebiedsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen die in het aangewezen gebied blijkens het bevolkingsregister wonen of in het aangewezen gebied werken. 5. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de gebiedsontzegging naar tijd en plaats beperken. 6. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een gebiedsontzegging. 7. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde gebiedsontzegging. Een nieuw artikel 2:78a wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:78 Verblijfsontzegging 1. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. 2. De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2:29, 2:45 en 3:17, eerste, tweede of negende lid van deze verordening; b. het bezit, de handel of het gebruik van in de Opiumwet verboden middelen; c. het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; d. diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten of e. geweldpleging of bedreiging. 4. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt. 5. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven de verblijfsontzegging naar tijd en plaats beperken. 6. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.
Nieuwe tekst Artikel 2:78a Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het
woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 2:80 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen en erven 1. De burgemeester kan, indien de openbare orde dit naar zijn oordeel vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Het bevel tot sluiting geldt voor bepaalde of onbepaalde tijd; in het laatste geval wordt het bevel tot sluiting opgeheven bij openbaar te maken besluit.
Nieuwe tekst Artikel 2:80 Sluiting van voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het
4. Een ieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede lid bedoelde besluit ter plaatse wordt aangebracht en daar aangebracht blijft, zolang het bevel van kracht is. 5. Het is de rechthebbende op het gebouw en/ of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 6. Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
5.
6. 7.
8.
Een nieuw artikel 2:81 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Nieuwe tekst Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen
gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d.
als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d.
er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van
toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met in-gang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet be-stuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:7 Weigeringsgronden Bestaande tekst 1. j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. Artikel 3:9 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Bestaande tekst 1. g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan,
Artikel 3:7 Weigeringsgronden Nieuwe tekst 1. j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
Artikel 3:9 Intrekkingsgronden Nieuwe tekst 1. g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een omgevingsplan of een
een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. Artikel 4:6 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 4:8 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 4:17 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel 4:18 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor kleinschalige terreinen in de jaarlijkse periode van 15 maart tot en met 31 oktober, waarvan in het bestemmingsplan is bepaald dat het gebruik voor kamperen niet strijdig is met het geldende bestemmingsplan.
aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
Nieuwe tekst Artikel 4:6 Overige geluidshinder 1. Het is verboden op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluid-hinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Nieuwe tekst Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Nieuwe tekst Artikel 4:17 (Vervallen)
Nieuwe tekst Artikel 4:18 (Vervallen)
3. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende op een terrein. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; b. een stadsgezicht. Artikel 4:19 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vijfde lid. Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Bestaande tekst 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden in besloten kring.
Artikel 5:15 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:15 Ventverbod Bestaande tekst 3. Het is verboden te venten op zondagen. 4. In afwijking van het derde lid kan het college een ontheffing verlenen voor de verkoop van seizoensgebonden producten tussen 12.00 uur en 21.00 uur, zoals bijvoorbeeld de verkoop van ijs. 5. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 7. Het verbod bedoeld in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden
Nieuwe tekst Artikel 4:19 (Vervallen)
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving Nieuwe tekst 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; of b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschrif-ten plaatsvindt. Artikel 5:15 Ventverbod Nieuwe tekst 3. Het is verboden te venten op zondagen voor 12.00 uur en na 21.00 uur. 4. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het verbod bedoeld in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
geopenbaard. Artikel 5:18 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Bestaande tekst 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Bestaande tekst 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Artikel 5:23 wordt als volgt gewjzigd: Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Bestaande tekst De burgemeester weigert de vergunning of kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een snuffelmarkt als bedoeld in het derde lid te verbieden wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Artikel 5:24 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder,
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Nieuwe tekst 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met het omgevingsplan.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen Nieuwe tekst 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Nieuwe tekst De burgemeester weigert de vergunning of kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een snuffelmarkt als bedoeld in het derde lid te verbieden wegens strijd met het omgevingsplan.
Nieuwe tekst Artikel 5:24 (Vervallen)
en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Verordening Vinkeveense Plassen, de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, de Waterschapskeur, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de leidingenverordening en de geldende bestemmingsplannen van de gemeente De Ronde Venen. Artikel 5:28 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswater-staatswerken of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Nieuwe tekst Artikel 5:28 (Vervallen)
Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:30 Veiligheid op het water Bestaande tekst 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Artikel 5:30 Veiligheid op het water Nieuwe tekst 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31a wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:31a Maximum-snelheid op openbaar water Bestaande tekst 5. Het in het eerste tot en met vierde lid gestelde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Besluit Motorschepen Vinkeveense Plassen.
Artikel 5:31a Maximum-snelheid op openbaar water Nieuwe tekst 5. Het in het eerste tot en met vierde lid gestelde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement of het Besluit Motorschepen Vinkeveense Plassen.
Artikel 5:33 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.
Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:34 wordt toegevoegd: Bestaande tekst
Artikel 5:36 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:36 Verboden plaatsen Bestaande tekst 1. b. gemeentelijke begraafplaatsen; c. in het water van het Abcoudermeer en de riviertjes de Angstel, het Gein en de Winkel. Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6:5 Overgangsbepaling Bestaande tekst Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of bij of krachtens Omgevingswet. Artikel 5:36 Verboden plaatsen Nieuwe tekst 1. b. gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Nieuwe tekst 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Besluiten inzake onderwerpen of bepalingen waarin deze verordening voorziet, genomen krachtens de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen, welke besluiten gelden op het moment van inwerkingtreding van de voorliggende Algemene Plaatselijke Verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.